Martinus Nijhoff

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Martinus Nijhoffbrug over de Waal bij Zaltbommel

Martinus Nijhoff (Den Haag, 20 april 1894 – aldaar, 26 januari 1953) was een Nederlandse dichter, toneelschrijver, vertaler en essayist.

Biografie[bewerken]

Nijhoff werd in 1894 in Den Haag geboren als zoon van de uitgever Wouter Nijhoff en Johanna Alida Seijn. Zijn grootvader Martinus Nijhoff was de stichter van de Haagse uitgeverij Nijhoff en een van de oprichters van het liberale dagblad Het Vaderland. Nijhoff studeerde rechten in Amsterdam, later ook letteren aan de Universiteit Utrecht. In 1914 en 1915 was hij redacteur van het studentenblad Propria Cures. Van 1926 tot na de Tweede Wereldoorlog maakte hij enkele malen deel uit van de redactie van De Gids. Ook werkte hij lange tijd als criticus bij de Nieuwe Rotterdamsche Courant en korte tijd bij de familie-uitgeverij.

Hij is twee keer getrouwd geweest, formeel tot 1950 met de schrijfster Netty Wind, die publiceerde onder de naam A.H. Nijhoff, en daarna slechts kort, door zijn vroege overlijden, met de actrice Georgette Hagedoorn. Daartussen had hij van ca. 1933 tot 1947 een lange relatie met de Utrechtse classica Josine van Dam van Isselt, die van groot belang was voor met name zijn vertaalactiviteiten.

Zijn debuut als dichter vond plaats in 1916, toen de bundel De wandelaar verscheen. In 1924 publiceerde hij Vormen. In romantische verzen uitte hij zijn gevoelens van angst, eenzaamheid en het verlangen naar ongerept kind zijn. Hij deed dat gewoonlijk in toegankelijk Nederlands.

In de verhalende gedichten Awater (uit Nieuwe Gedichten, 1934) en Het uur U (1936/37) weet hij op bijzondere wijze het mysterie achter alledaagse dingen en gebeurtenissen te beschrijven, in een stijl die steeds meer neigt naar spreektaal.

Succes had Nijhoff ook met drie Bijbelse spelen, verzameld in Het heilige hout (1950). Daarnaast was hij een vermaard vertaler van gedichten en toneelstukken. In 1953 werd de Martinus Nijhoff Prijs ingesteld, die jaarlijks wordt toegekend voor vertaalwerk in en uit het Nederlands. In datzelfde jaar ontving hij postuum de Constantijn Huygensprijs voor zijn gehele oeuvre.

Met de magisch-realistische schilder Pyke Koch was Nijhoff tot ca. 1947 bevriend. Koch ontwierp voor Nijhoff enkele theaterdecors, terwijl Nijhoff gedichten schreef bij enkele schilderijen van Koch, zoals De Schiettent, ter gelegenheid van het huwelijk van de schilder.

Martinus Nijhoff ligt samen met Georgette Hagedoorn begraven in het familiegraf op de begraafplaats Westduin in Den Haag-Zuid. In april 2010 is het voorzien van een nieuwe grafsteen, aangezien het oude grafmonument - een engeltje op een zuiltje - al kort na de begrafenis was beschadigd.

Typering van Nijhoffs werk[bewerken]

Door de voorkeur van Nijhoff voor de sonnetvorm lijkt hij een traditionele dichter, maar toch is hij eerder modern. Hij staat voor een modern taalgevoel, een moderne poëtica en een modern levensgevoel. Hij streefde immers naar herwaardering van het 'gewone woord' in de poëzie. De moeder de vrouw (zie onder) is daarvan een goed voorbeeld: spreektaal in strakke sonnetvorm. Hiermee verzette hij zich radicaal tegen de "woordkunst" van de Tachtigers. Daarenboven plaatst hij de autonomie van het gedicht voorop. Voor Nijhoff staat het gedicht los van de dichter. Hiermee koos hij partij in de "vorm of vent"-discussies en kwam hij in botsing met de opvattingen van Forum-dichters als Menno ter Braak en E. du Perron. Daarnaast zag hij de taak van poëzie als het brengen van iets menselijks in een ontmenselijkte, nieuwe, technologische wereld. Naast motieven als de moeder, het kind, de soldaat, komen ook vaak christelijke motieven in zijn werk naar voren.

Martinus Nijhoffbrug[bewerken]

Het sonnet De moeder de vrouw, dat begint met de regel "Ik ging naar Bommel om de brug te zien", is wellicht zijn bekendste gedicht. Het roept het beeld op van een psalmzingende vrouw op een schip die bij de ik-figuur in het gedicht een verlangen oproept naar zijn moeder. De Waalbrug bij Zaltbommel uit 1933, die in het gedicht voorkomt, werd in 1996 vervangen door een nieuwe brug die Martinus Nijhoffbrug werd genoemd. Nijhoff bezocht regelmatig familie in Zaltbommel, maar dit gedicht schreef hij naar aanleiding van een anekdote van zijn huisgenoot Hans Philips.

Prijzen[bewerken]

Bibliografie[bewerken]

Gedicht Het kind en ik op een muur in Leiden

Over M. Nijhoff:

  • Niels Bokhove, Awaters spoor. Literaire omzwervingen in het Utrecht van Martinus Nijhoff. Amsterdam, 2010. ISBN 978-90-5937-213-9.
  • Luc Wenseleers, Het wonderbaarlijk lichaam. Martinus Nijhoff en de moderne Westerse poëzie, 's-Gravenhage, 1966.

Externe links[bewerken]