Victor E. van Vriesland

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Victor van Vriesland (1962)

Victor Emanuel van Vriesland (Haarlem, 27 oktober 1892Amsterdam, 29 oktober 1974) was een Nederlands dichter en criticus.

Biografie[bewerken]

gedichten bij Panta Rhei

Eerste aanraking met literatuur[bewerken]

Van Vriesland stamde uit een welgesteld joods koopmansgezin, dat naar Den Haag verhuisde toen hij zes was. Op het (latere) Gymnasium Haganum aan de Laan van Meerdervoort in deze stad, dat hij zonder diploma verliet, kwam hij in aanraking met de literatuur; vooral het werk van de Franse auteurs Gide en Valéry maakte diepe indruk op hem. Sterk beïnvloed door de poëzie van laatstgenoemde, publiceerde Van Vriesland reeds op jeugdige leeftijd gedichten in Verweys tijdschrift De Beweging.

Studie[bewerken]

Ter voorbereiding van het staatsexamen om toelating tot de universiteit te verkrijgen, nam hij onder meer privé-lessen bij de filosoof en dichter J. A. Dèr Mouw (Adwaita), wiens werk en persoonlijkheid Van Vriesland voor diens verdere leven vormden en die hij altijd als zijn leermeester is blijven zien. Na de dood van Dèr Mouw in 1919 publiceerde Van Vriesland diens nagelaten gedichten (1934) alsmede Dèr Mouws Verzamelde Werken in zes delen (1947-51).

Intussen was Van Vriesland aan de Universiteit van Dijon Frans gaan studeren, maar door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914 moest hij deze studie voortijdig beëindigen. Hij kwam terug naar Nederland, trouwde en vestigde zich in 1918 in Blaricum. Hier wijdde hij zich vol overtuiging aan de literatuur, levend van een aanzienlijke erfenis die hem was toegevallen. Uit die tijd stamt zijn verrassende roman Het afscheid van de wereld in drie dagen (1926), die doortrokken is van een haast poëtische doodsdrift, een genre dat Van Vriesland overigens nooit meer heeft beoefend. Zijn jeugdpoëzie is eerst in deze jaren bijeengebracht in Voorwaardelijk uitzicht (1929); de latere gedichten zijn opgenomen in Herhalingsoefeningen (1935) en Vooronderzoek (1946).

Redacteur[bewerken]

Zijn vermogen was door de beurskrach van 1929 vrijwel geheel verloren gegaan, zodat Van Vriesland genoodzaakt was zelf in zijn levensonderhoud te voorzien: hij werd criticus bij de Nieuwe Rotterdamsche Courant. Zijn kronieken uit die tijd zijn gebundeld in twee delen Onderzoek en vertoog (1958). Ook was hij in die jaren medewerker van diverse literaire tijdschriften en onder meer redacteur van Forum, het blad van Ter Braak en Du Perron. In 1938 vertrok hij bij de NRC en werd voor korte tijd eindredacteur van De Groene Amsterdammer.

Tweede Wereldoorlog[bewerken]

Als jood moest Van Vriesland in de Tweede Wereldoorlog onderduiken. Dat gebeurde in 1943 bij de Zwolse advocaat Harro Bouman en diens vrouw Carina.[1] Tijdens de oorlog nam dit echtpaar vele onderduikers en vluchtelingen op. In 1945 werd Van Vriesland voorzitter van de Nederlandse afdeling van de PEN-club en in de jaren zestig tevens voorzitter van de internationale schrijversorganisatie. Zijn bloemlezing Spiegel van de Nederlandse poëzie door alle eeuwen, nog voor de oorlog verschenen, beleefde een aantal herdrukken en werd in 1953 met een tweede, in 1954 met een derde deel uitgebreid. Van betekenis is voorts zijn filosofisch essay Grondslag van verstandhouding (1946).

Prijzen[bewerken]

In 1951 werd Van Vriesland door de Stichting Kunstenaarsverzet 1942-1945 gelauwerd met de Prijs van de Stichting Kunstenaarsverzet. In 1954 werd hij door de Universiteit Leiden bedacht met een eredoctoraat. In 1960 werd hem de P.C. Hooft-prijs toegekend. In de jaren zestig werd de figuur Van Vriesland bij het grote publiek vooral bekend door zijn optreden in het televisieforum Hou je aan je woord, waaraan, onder leiding van de Belg Karel Jonckheere, onder meer Godfried Bomans, Harry Mulisch, Hella Haasse en Ankie Peypers deelnamen.

Overlijden[bewerken]

Van Vriesland overleed twee dagen na zijn 82e verjaardag. Uit zijn huwelijk met Anna Maria Gesina Baan had hij twee kinderen, Aline en Johan.

Bibliografie[bewerken]

  • 1915 - De cultureele noodtoestand van het Joodsche volk
  • 1920 - Herman Hana
  • 1925 - Der verlorene Sohn
  • 1926 - Het afscheid van de wereld in drie dagen (heruitbracht in 1953)
  • 1929 - Voorwaardelijk uitzicht
  • 1933 - Havenstad
  • 1935 - Herhalingsoefeningen
  • 1939 - De ring met de aquamarijn
  • 1939-1954 - Spiegel der Nederlandse poëzie
  • 1946 - Vooronderzoek
  • 1946 - Grondslag van verstandhouding (heruitgebracht in 1947)
  • 1949 - Drievoudig verweer
  • 1949 - Le vent se couche
  • 1952 - Vereenvoudigingen
  • 1954 - De onverzoenlijken
  • 1954 - Kortschrift
  • 1958 - Onderzoek en vertoog
  • 1959 - Tegengif
  • 1962 - Het werkelijkheidsgehalte in de West-Europese literatuur
  • 1968 - Verzamelde gedichten
  • 1972 - Bijbedoelingen

Prijzen[bewerken]

Trivia[bewerken]

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Willem van der Veen, Carina en Harro Bouman op Koestraat 18: salon artistique en vluchtplek. Zwols Historisch Tijdschrift (ISSN 0926-7476), 22e jaargang, nr. 1, 2005. p. 4-34.