Belle van Zuylen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Belle van Zuylen
Portret door Maurice Quentin de La Tour (1771)
Portret door Maurice Quentin de La Tour (1771)
Algemene informatie
Bijnaam Isabelle de Charrière
Volledige naam Isabella Agneta Elisabeth van Tuyll van Serooskerken
Pseudoniem Belle van Zuylen, Zélide, Abbé de la Tour
Geboren 20 oktober 1740, Zuilen
Overleden 27 december 1805, Colombier
Land Vlag van Nederland Nederland, Vlag van Zwitserland Zwitserland
Dbnl-profiel
Website
Portaal  Portaalicoon   Literatuur
Belle van Zuylen geschilderd door Jens Juel (1777)

Isabella Agneta Elisabeth van Tuyll van Serooskerken (Zuilen, 20 oktober 1740 - Colombier, 27 december 1805) was een Nederlandse achttiende-eeuwse Franstalige schrijfster en componiste. Ze schreef brieven, (zelf)portretten, fabels, novelles, pamfletten, toneelstukken, opera's (libretti en muziek), liederen en klaviersonates. Ze noemde zich Belle de Zuylen (in Nederland beter bekend als Belle van Zuylen) en na haar huwelijk Isabelle de Charrière.

Inhoud

Levensloop [bewerken]

Nederland [bewerken]

Belle van Zuylen werd geboren in een adellijke familie op slot Zuylen aan de Vecht, liggend tussen Maarssen en Utrecht, nu in de gemeente Stichtse Vecht. Dochter van Diederik Jacob van Tuyll van Serooskerken (1707-1776), heer van Zuilen en Westbroek (in Utrecht gepromoveerd in de Rechten, voorzitter van de Ridderschap van Utrecht en gedeputeerde van de Staten-Generaal) en Helena Jacoba de Vicq (1724-1768). Ze was de oudste van de zeven kinderen, die onderwijs aan huis kregen van Zwitserse Franstalige gouvernantes en gouverneurs. In de winter verbleef men in hun huis op de Kromme Nieuwegracht 3-5 te Utrecht.

Jeanne-Louise Prevost [bewerken]

Voor haar tiende jaar ging Belle met haar Geneefse gouvernante Jeanne-Louise Prevost (periode 1748-1753) een jaar naar Genève, waar ze Franse les kreeg. Ze speelde toneel in Molières 'L'École des femmes'[1], bezocht Chambéry en Aix-les-Bains. Achteraf gaf ze de voorkeur aan het spelen op het strand aan het Meer van Genève boven haar bezoeken aan Versailles en de bibliotheek L'Arsenal te Parijs. In Parijs ontmoetten ze de schilder Maurice Quentin de La Tour, met wie ze dineerden, en Jacques Necker (later vader van Madame de Stael).

Haar ouders gaven haar veel gelegenheid tot leren (lessen Engels, Italiaans, Latijn, Duits, muziek, natuurkunde en godsdienstles voor haar belijdenis). Zij kreeg wiskundeles van Laurens Praalder. Hierdoor was ze beter opgeleid dan de meeste vrouwen en vaak ook mannen uit haar tijd. Frans was in hogere kringen al eeuwenlang, ook elders in Europa, de lingua franca. Belle wilde zijn van "het land van iedereen". Ze schreef voornamelijk in het Frans.

Liefdesverdriet [bewerken]

Eind 1754-begin 1755 maakte ze kennis met de Poolse graaf Pieter Dönhoff, ritmeester van de cavalerie van het Cannenburg-regiment, die bevriend was met haar aangetrouwde oom Leonard de Casembroot (majoor van hetzelfde regiment). Het was liefde op het eerste gezicht van haar kant. Hij toonde echter weinig belangstelling voor haar. Ze werd neerslachtig en verdween 18 maanden om hem niet opnieuw te zien. [2] Bij terugkomst schreef ze hem een brief over deze voor haar nog steeds pijnlijke situatie. [3] Ze schonk hem een snuifdoos.[4]

David-Louis de Constant d'Hermenches [bewerken]

De 19-jarige Belle ontmoette de getrouwde Zwitser David-Louis, baron de Constant de Rebecque, seigneur d'Hermenches et Villars-Mendras (1722-1785), kolonel van een Zwitsers regiment in dienst van de Staten-Generaal (met een reputatie van Don Juan en 18 jaar ouder), op het bal ter gelegenheid van de 17e verjaardag van Carolina van Oranje-Nassau (en haar huwelijk een week later), georganiseerd door haar voogd Lodewijk Ernst van Brunswijk. Met haar onconventionele gedrag vroeg zij hém, tegen de etiquette in, ten dans met de vraag: "Danst U niet mijnheer?" Hieruit ontstond tussen hen een geheime, intensieve, openhartige, meer dan 15 jaar durende correspondentie. In deze briefwisseling is duidelijk te zien hoe haar epistolair talent zich ontwikkelde. Hij prees Belle van Zuylen om de stijl van haar Franstalige brieven, die hij beter vond dan van zijn vriend Voltaire. In zijn brieven noemde hij haar Agnès.

Le Noble [bewerken]

Op 22-jarige leeftijd publiceerde ze anoniem haar eerste novelle, Le Noble, in een Franstalig tijdschrift bij uitgeverij Evert van Harrevelt te Amsterdam. De gecorrigeerde versie in boekvorm uit 1763 werd door haar ouders uit de handel genomen, omdat het een satire was op haar eigen milieu, de adel.[5][6]

Le Noble werd bewerkt door de Heer van Obdam & Cie (Jacob Jan en Carel George van Wassenaer Obdam, zonen van Unico Wilhelm van Wassenaer Obdam) tot opera buffa getiteld De Deugd is den Adel waerdig en uitgevoerd in de Fransche Comedie te 's-Gravenhage op 2 maart 1769. [7] [8]

James Boswell [bewerken]

In augustus 1763 kwam James Boswell aan de universiteit te Utrecht Latijnse colleges Burgerlijk recht volgen bij professor Trotz. Eind oktober noemde hij Belle voor het eerst in zijn dagboek. Hij gebruikte daar al de naam Zélide, zoals zijzelf zich in haar zelfportret genoemd had, en bleef haar zo noemen.

Op 18 juni 1764 ging hij op Grand Tour en verklaarde aan Belle niet verliefd op haar te zijn. Zij antwoordde: "Je hebt groot gelijk dat ik er niet voor zou deugen om je vrouw te worden, daarover zijn we het volkomen eens, ik heb geen talent voor ondergeschiktheid". [9] Op 16 januari 1766 stuurde hij echter vanuit Parijs een voorwaardelijke huwelijksaanzoek (van 16 pagina's) naar Belles vader, nadat hij daar een dag eerder gesproken had met Belles broer Willem René, over hun beider bewondering en genegenheid voor Belle. Willem René vond hem een goede partij, gezien haar, naar zijn mening aanmerkelijke onverschilligheid voor een huwelijk met de markies De Bellegarde. Hij voegde er wijselijk aan toe: "Ik ken je manier van denken, maar niet je karakter." Boswells voorwaarden voor een huwelijk met Belle hielden onder meer in: trouwen volgen de regels van de Kerk. Tevens de uitdrukkelijke afspraak dat Belle moest zweren, ook ten overstaan van haar vader en broers, hem altijd trouw te blijven, nooit plannen te maken voor een ontmoeting of briefwisseling met iemand die niet de goedkeuring zou kunnen wegdragen van haar echtgenoot en haar broers. Én: zonder hun toestemming geen literair werk te laten publiceren of laten opvoeren. Ze zou moeten toezeggen nooit haar stem te verheffen tegen de gevestigde religie of gewoonten van het land waarin ze zich zou bevinden. Tenslotte zouden ook beide vaders moeten instemmen met het huwelijk. Hij vroeg om een snelle en eerlijke beslissing van Belles vader, als deze verwachtte dat Belle nog steeds de voorkeur aan hem zou geven. Hij wilde de brief graag terug en verzocht deze niet met zijn dochter te bespreken. [10] Beide vaders gingen echter niet akkoord met zijn huwelijksplannen.[11]

Vele huwelijkskandidaten uit binnen- en buitenland hebben zich bij haar vader gemeld. Bekend zijn graaf Frederik van Anhalt (1761); Christian van Brömbsen (1762); Jean-Laurent Garcin (1762); neef Frits van Tuyll van Serooskerken (1762); de katholieke François Noyel, markies van Bellegarde, een vriend van David-Louis de Constant d'Hermenches (1764-66); James Boswell, Laird of Auchinleck (1766); Rijngraaf Frederik III van Salm-Kyrburg (1766); graaf Georges Ernst van Sayn-Wittgenstein(1768); baron Gijsbert Jan van Hardenbroek[12] (1768); David Wemyss, bekend als Lord Elcho (1770).

Charles-Emmanuel de Charrière [bewerken]

Belle van Zuylen ging in ondertrouw op 15 januari en trouwde op 17 februari 1771 te Zuilen met Charles-Emmanuel de Charrière (1735-1808), een Zwitser en voormalig leraar van haar broer Willem René in het buitenland (1763-1766), waar Belle mee correspondeerde en intensieve gesprekken mee voerde.[13] Tijdens de emigratiereis, die in juli begon, verbleef het echtpaar twee maanden in Parijs. Het hoogtepunt was een nieuwe ontmoeting met Maurice Quentin de La Tour. Belle volgde tekenles bij hem. Hij maakte een pastelschets van haar. Beeldhouwer Houdon vervaardigde een buste van haar. Hun postadres was bij de bank Thellusson, Necker & Cie. Haar man was bevriend met de Thellusson, die hen uitnodigde enige dagen te komen logeren. Daar ontmoetten ze Johan Govert Adolph van Hardenbroek, die aan zijn ouders schreef dat Belle nu in het buitenland met Nederlanders Hollands sprak. Ze gingen met hem naar het theater. Tevens ontmoetten ze Markies de Bellegarde in Parijs.

Zwitserland [bewerken]

Le Pontet in Colombier

In september reisden ze door naar Zwitserland. Het echtpaar vestigde zich in het familiehuis Le Pontet te Colombier (bij Neuchâtel). Belle woonde daar ook met haar schoonvader François (1697-1780) en haar twee ongetrouwde schoonzusters, Louise (1731-1810) en Henriette (1740-1814).

Het kanton Neuchâtel had al lang een grotere godsdienstvrijheid dan andere kantons van Zwitserland, waarmee men nog geen confederatie vormde, en dan Frankrijk. Er kwamen dan ook vele vluchtingen naar het kanton zoals de grootvader van moederskant van Belles echtgenoot Béat Louis de Muralt (die in 1719 Le Pontet kocht), Jean Jacques Rousseau en David Wemyss. Ook toen het kanton van 1707 tot 1848 een Pruisisch vorstendom was.

In 1777 bracht zij een onaangekondigd bezoekje aan Voltaire in zijn huis te Ferney met een vriendin, Claire Cramer-Delon, die vaker bij hem kwam. Hij trok zich onmiddellijk terug elders in huis.

In 1784 begon haar schrijfcarrière pas goed.

Ze verbleef ruim anderhalf jaar in Parijs (1786-1787), waar ze veel tijd besteedde aan componeren en klavecimbel spelen. Ze leerde daar Benjamin Constant (een neef van David-Louis Constant d'Hermenches en 27 jaar jonger dan Belle) kennen in een literaire salon.

Benjamin Constant ontmoette in 1794 in Lausanne Madame de Stael, die verscheidene malen op Le Pontet was geweest, en kreeg een verhouding met haar.

Op verzoek van Pierre-Alexandre Du Peyrou, woonachtig in het nabijgelegen Neuchâtel, met wie Belle bevriend was, mecenas van Jean-Jacques Rousseau, werkte ze in 1789-1790 mee aan de correcte uitgave van het tweede deel van 'Bekentenissen', de autobiografie van Rousseau.

Belle van Zuylen overleed op 65-jarige leeftijd op Le Pontet. Bij de begrafenis waren haar echtgenoot en schoonzussen niet aanwezig. Eind 19e eeuw zijn de twee begraafplaatsen van Colombier geruimd. Men weet (nog) niet waar de restanten herbegraven zijn.

Werken van Isabelle de Charrière [bewerken]

Originele publicaties (selectie) en vertalingen ná de publicatie van de Oeuvres complètes [bewerken]

Moderne uitgaven van Isabelle de Charrière / Belle de Zuylen [bewerken]

Wetenschappelijke uitgaven van de originele teksten [bewerken]

Dit laatstgenoemde boek bevat o.a. 4 teksten en 27 brieven van en aan Belle van Zuylen, gevonden ná de publicatie van de 'Oeuvres Complètes', waaronder:

Na de brieven uit dit laatstgenoemde boek zijn nog de volgende brieven gevonden:

Herdrukken [bewerken]

  • Une aristocrate révolutionnaire : écrits, 1788-1794, Éd. Isabelle Vissière; index et notes Jean-Louis Vissière. Paris, Édition des femmes, 1988.
  • Une liaison dangereuse : correspondance avec Constant d’Hermenches, 1760-1776, Éd. Isabelle et Jean-Louis Vissière. Paris, La Différence, 1991.
  • Lettres neuchâteloises, Éd. Isabelle et Jean-Louis Vissière, préf. Christophe Calame. Paris, La Différence, 1991.
  • Honorine d’Userche : nouvelle de l’Abbé de La Tour. Toulouse, Ombres, 1991.
  • Lettres trouvées dans des portefeuilles d’émigrés : 1793, préf. Colette Piau-Gillot. Paris, Côté-Femmes, 1993, (Des femmes dans l’histoire.)
  • Trois femmes. Éd Claire Jaquier. Lausanne, L’Âge d’Homme, 1996.
  • Correspondance Isabelle de Charrière et Benjamin Constant (1787-1805), Éd. Jean-Daniel Candaux. Paris, Desjonquères, 1996.
  • Sainte Anne, Éd. Yvette Went-Daoust, Amsterdam, Rodopi, 1998.
  • Sir Walter Finch et son fils William : suivi de lettre à Willem-René Van Tuyll Van Serooskerken, Éd. Valérie Cossy. Paris, Desjonquères, 2000.

Correspondentie (vertaald) [bewerken]

  • Rebels en beminnelijk. Brieven van Belle van Zuylen-Madame de Charrière (1740-1805) aan Constant d'Hermenches, James Boswell, Benjamin Constant en anderen 1760-1805. Uitgezocht, ingeleid en vertaald door Simone Dubois. Amsterdam, Arbeiderspers, 1971 / 1979. 178 p.
  • Ik heb geen talent voor ondergeschiktheid. Belle van Zuylen in briefwisseling met Constant d'Hermenches, James Boswell en Werner C.W. van Pallandt. Vertaling en nawoord Greetje van den Bergh. Amsterdam, G.A. van Oorschot, 1987 744 p.
  • Je bent een allerbeminnelijkste dwaas. Belle van Zuylen in briefwisseling met Benjamin Constant. Vertaling en voorwoord Greetje van den Bergh. Amsterdam, G.A. van Oorschot, 1990. 528 p.
  • Agnès à d'Hermenches. Lettre du 3 octobre 1768. Vertaald door Greetje van den Bergh. Woubrugge, Avalon Pers, 1990. 32 p. (Frans-Nederlands).
  • Lettre à James Boswell - brief aan James Boswell. Vertaald door Pierre H. Dubois. La Haye, Mikado Pers, 1994. 19 p. (Frans-Nederlands).
  • Brief aan [haar broer] Vincent [14.07.1780]. Vertaald door Pierre en Simone Dubois. Prent van Doortje de Vries. Apeldoorn, Eikeldoornpers, 1998. 14 p. (Frans-Nederlands).
  • Boswell en Holland met de volledige correspondentie met Belle van Zuylen. Vertaald, bewerkt en ingeleid door Jan Pieter van der Sterre m.m.v. C.D. van Strien. Amsterdam, Atlas, 2000. 456 p.

Composities [bewerken]

  • Composities van Belle van Zuylen. 1. Airs et Romances, 2. Menuetten, 3. Klaviersonates. Geredigeerd en ingeleid door Marius Flothuis. Amsterdam, Donemus, 1983.
  • Chansonette bretonne. Menuetto IV & Trio. Inleiding Wim Aerts & Els van Swol. In: Akkoord (2005), no. 3 (juni-juli), p. 19-22.

Bibliografie [bewerken]

  • Philippe Godet: Madame de Charrière et ses amis. Genève, A. Jullien, 1906 (xiii,519 p. + 448 p.)
  • Titia J. Geest: Madame de Charrière, een leven uit de 18de eeuw. Assen, Van Gorcum, 1955. - 121 p.
  • Werkgroep 18e eeuw. Documentatiebladen 27, 28, 29: Actualité d'Isabelle de Charrière 1975. 300 p.
  • Constance Thompson Pasquali: Madame de Charrière à Colombier. Iconographie. Neuchâtel, Bibliothèque de La Ville, 1979. 48 p.
  • C.P. Courtney: A preliminary bibliography of Isabelle de Charrière (Belle de Zuylen). Oxford, Voltaire Foundation, 1980. 157 p.
  • C.P. Courtney: Isabelle de Charrière (Belle de Zuylen). A secondary bibliography. Oxford, Voltaire Foundation, 1982. 50 p.
  • Pierre Dubois en Simone Dubois: Zonder Vaandel. Belle van Zuylen 1740-1805, een biografie. Amsterdam, G.A. van Oorschot, 1993. 856 p.
  • C.P. Courtney: Isabelle de Charrière (Belle de Zuylen). A biography. Oxford, Voltaire Foundation, 1993. 810 p.
  • Association Suisse Isabelle de Charrière. Une Européenne: Isabelle de Charrière en son siècle. Neuchâtel, Attinger, 1994. 353 p.
  • C.P. Courtney: Belle van Zuylen and Philosophy. Utrecht, Universiteit Utrecht, 1995. 32 p.
  • Yvette Went-Daoust: Isabelle de Charrière: De la correspondance au roman épistolaire Amsterdam, Rodopi, 1995. 140 p.
  • Yvette Went-Daoust (red.): Belle de Zuylen / Isabelle de Charriere. Ecrivain des Lumieres. In: Rapports-Het Franse Boek, 70 (2000), p. 66-116.[26]
  • Jacquline Letzter and Robert Adelson: Women Writing Opera: Creativity and Controversy in the Age of the French Revolution. Berkeley CA, University of California Press, 2001. xvii, 341 p.
  • Vincent Giroud and Janet Whatley: Isabelle de Charrière. Proceedings of the international conference held at Yale University, 2002. New Haven CT. The Beinecke rare book and manuscript library, 2004. v, 151 p.
  • Monique Moser-Verrey: Isabelle de Charrière and the Novel in the 18th century. Utrecht, Universiteit Utrecht, 2005. 32 p.
  • Nicole Pellegrin: Useless or pleasant? Women and the writing of history at the time of Belle van Zuylen (1740-1805). Utrecht, Universiteit Utrecht, 2005.
  • Suzan van Dijk, Valérie Cossy, Monique Moser, Madeleine van Strien: Belle de Zuylen/Isabelle de Charrière: Education, Creation, Reception Amsterdam, Rodopi, 2006, 343 p. ISBN 978-90-420-1998-0
  • Valérie Cossy, Isabelle de Charrière : écrire pour vivre autrement, Lausanne, Presses polytechniques et universitaires romandes, 2012, 144 p. ISBN 978-28-807-4951-4

Geromantiseerde levensverhalen, Theater, Hoorspel en Film [bewerken]

  • Johan van der Woude, Belle van Zuylen. Amsterdam, De Spieghel / Mechelen, Het Kompas, [1934].
  • Dorothy Farnum. De godin van Oud-Zuilen. Amsterdam, Elsevier, 1960.
  • Joke J. Hermsen, De liefde dus. Roman over Belle van Zuylen. Amsterdam: Arbeiderspers, 2008.
  • Annemarie Prins. Schrijf aan mij, houd van mij. Amsterdam, Theatergroep Terzijde, 1975.
  • Ethel Portnoy, Belle van Zuylen ontmoet Cagliostro. Toneelstuk in twee bedrijven. Amsterdam, Meulenhoff, 1978.
  • Nelleke Noordervliet, Belle en Benjamin. Amsterdam, FRI-Theatergroep CREA 1990.[27]
  • Ineke ter Heege & Jan-Jaap Jansen, Belle of geen talent voor ondergeschiktheid. Monnickendam, Theatergroep de Kern, 1993.

- Omgewerkt door Audrey van der Jagt tot hoorspel op CD met muziek van Belle van Zuylen. Rumpt, Hoorspel Nú, 2011. Belle van Zuylen, een liefde in brieven.

- Ook bewerkt door Jan-Jaap Jansen tot theatermonoloog Belle, 2011.

  • Digna Sinke, Belle van Zuylen - Madame de Charrière. (Het Nederlands Scenario). Amsterdam, International Theatre & Film Books, 1993. 123 p. Film door Studio Nieuwe Gronden, 1993; Driedelige televisie-serie 1996. Video, Weesp, Arcade, 1996; Dvd, Amsterdam, Homescreen, 2005.

Varia [bewerken]

  • Johann Wolfgang Goethe heeft een recensie geschreven in de Frankfurter Gelehrten Anzeigen (03.11.1772) over het in het Duits vertaalde boek (van 'Le Noble') Die Vorzüge des alten Adels, (anoniem uitgegeven, vertaald door Johann Lorenz Benzler), Lemgo, Meyer, 1772.
  • August Wilhelm Schlegel heeft een recensie geschreven in de Allgemeine Literatur-Zeitung (04.10.1796) over het in het Duits vertaalde boek 'Honorine von Üserche, oder die Gefahr der Systeme. Eine Novelle von dem Abbé de la Tour', vertaald door Ludwig Ferdinand Huber, Leipzig, Peter Philipp Wolf, 1796.
  • Op de Belle van Zuylen Leerstoel van de Universiteit Utrecht zijn benoemd (met het onderwerp leven en werk van Belle van Zuylen): Cecil Courtney (1995), Monique Moser-Verrey (april 2005), Nicole Pellegrin-Postel (oktober 2005).
  • In 2004 werd Belle van Zuylen gekozen tot Grootste Held van Utrecht.
  • In 2007 is Belle van Zuylen gekozen in het Pantheon van het Letterkundig Museum: permanente expositie van de tophonderd van (overleden) schrijvers als hoogtepunten uit de literaire cultuur. (Opening expositie maart 2010).
  • In 2008 werd de Utrechtse Literaire Canon vastgesteld met Belle van Zuylen op de eerste plaats.
  • Omstreeks 2006 kwam er een plan om in Leidsche Rijn een toren met de naam Belle van Zuylen met een hoogte van 262 meter te bouwen. Dit plan is in januari 2010 geschrapt door de gemeente Utrecht en de projectontwikkelaar door de te hoge financiële risico's.
  • De gemeenten Alkmaar, Amstelveen, Apeldoorn, Arnhem, Castricum, Culemborg, Gilze-Rijen, Goirle, Gorinchem, Gouda, Haarlem, Heemstede, Hoofddorp, Huizen, Leiden, Maassluis, Oud-Zuilen, Pijnacker, Spijkenisse, Tilburg, Utrecht, Venray, Weert, Zoetermeer, en Zuid-Scharwoude hebben of een brink, een hof, een hove, een laan, een pad, een plein of een straat naar haar vernoemd.

Externe links [bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. http://www.dbnl.org/tekst/moli015scho02_01/ Vertaling Het school voor de vrouwen 1753 bij DBNL
  2. http://www.hetutrechtsarchief.nl/collectie/handschriften/belle-van-zuylen/001
  3. http://www.hetutrechtsarchief.nl/collectie/handschriften/belle-van-zuylen/002
  4. Early writings. New material from Dutch archives (2005) p. 77-78
  5. http://www.womenwriters.nl/index.php/The_publication_history_of_Le_Noble
  6. http://www.belle-van-zuylen.eu/site-charriere/articles/noble.htm De Edelman in het Nederlands
  7. Le Noble als opéra bouffe. Tekst uit 's-Gravenhaegse Maendagse Courant 24 februari 1769. In: Lettre de Zuylen 3 (1978) p.7
  8. Zonder vaandel (1993) p. 104-106
  9. Ik heb geen talent voor ondergeschiktheid. (1987) p.93
  10. Boswell en Holland (2000) p. 331-339.
  11. Isabelle de Charrière (Belle de Zuylen). A biography (1993) p. 209-213.
  12. http://www.hetutrechtsarchief.nl/collectie/handschriften/belle-van-zuylen/011
  13. Kees van Strien, Monsieur de Charrière travelling tutor to Belle's brother Willem-René. In: Cahiers Isabelle de Charriere / Belle de Zuylen papers 7 (2012) p 109-116. http://www.womenwriters.nl/index.php/Monsieur_de_Charri%C3%A8re
  14. In 'The general Correspondence of James Boswell (1766-1769). ed. Richard Cole and Peter Baker, Edinburg University Pressp.40-41. en in: http://www.belle-van-zuylen.eu/PDFs/Lettre/L27.pdf 'Lettre de Zuylen et du Pontet' 27 (2002) p. 23.
  15. http://www.belle-van-zuylen.eu/PDFs/Lettre/L23.pdf 'Lettre de Zuylen en du Pontet' 23 (1998) p. 18-20
  16. in: Yvette Went-Daout 'Isabelle de Charrière. De la correspondance au roman épistolaire'. Amsterdam, Rodopi, 1995. p. 23-25.
  17. In 'Cahiers Isabelle de Charrière / Belle de Zuylen Papers' 4 (2009) p.73-74. Zoeken in de Index van de Oeuvres Complètes onder 'Thémines'.
  18. In 'Cahiers Isabelle de Charrière / Belle de Zuylen Papers' 6 (2011) p. 67-72.
  19. site Huygens ING digitaal editing http://www.textualscholarship.nl/?p=9154
  20. In 'Cahiers Isabelle de Charrière / Belle de Zuylen Papers' 6 (2011) p. 73-78.
  21. Pierre en Simone Dubois: Belle van Zuylen, een biografie. Zonder vaandel. (1993) p 769
  22. Schilderij Carel Lodeijk van Tuyll van Serooskerken met zijn moeder 1787
  23. Zie artikel van Margot Dijkgraaf NRC Handelsblad 13 oktober 2012 pagina 13, en haar blog: http://margothdijkgraaf.blogspot.nl/2012/10/onbekende-brieven-van-belle-van-zuylen.html
  24. Ook het nieuws van het Nationaal Archief over deze vondst http://www.gahetna.nl/actueel/nieuws/2012/bijzondere-vondst-brieven-belle-zuylen Nederlandse vertaling in Tirade december 2012 p. 90-99; Franse transcriptie in 'Cahiers Isabelle de Charrière / Belle de Zuylen Papers' 7 (2012) p. 117-132
  25. http://www.youtube.com/watch?v=TgTEZTQvmRo&feature=youtu.be You Tube interview met Suzan van Dijk van HuygensING over de vondst van de vier brieven
  26. http://www.belle-van-zuylen.eu/site-charriere/ned/overbelle.htm Teksten uit Rapports
  27. | Info TIN Theaterencyclopedie
Wikisource Bronnen die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden op de pagina Belle van Zuylen op Wikisource