Belle van Zuylen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Belle van Zuylen
Portret door Maurice Quentin de La Tour (1771)
Portret door Maurice Quentin de La Tour (1771)
Algemene informatie
Bijnaam Isabelle de Charrière
Volledige naam Isabella Agneta Elisabeth van Tuyll van Serooskerken
Pseudoniem Zélide, Abbé de la Tour
Geboren 20 oktober 1740
Overleden 27 december 1805
Land Nederland, Zwitserland
Portaal  Portaalicoon   Literatuur
Belle van Zuylen geschilderd door Jens Juel (1777)

Isabella Agneta Elisabeth van Tuyll van Serooskerken (Zuilen, 20 oktober 1740 - Colombier, 27 december 1805) was een Nederlandse achttiende-eeuwse Franstalige schrijfster en componiste. Ze schreef brieven, (zelf)portretten, fabels, novelles, pamfletten, toneelstukken, opera's (libretti en muziek), liederen en klaviersonates. Ze noemde zich Belle de Zuylen (beter bekend in Nederland als Belle van Zuylen) en na haar huwelijk Isabelle de Charrière.

Inhoud

[bewerken] Levensloop

[bewerken] Nederland

Belle van Zuylen werd geboren in een adellijke familie op slot Zuylen aan de Vecht, liggend tussen Maarssen en Utrecht. Na de nieuwste gemeentelijke herindeling behoort het Slot nu tot de gemeente Stichtse Vecht. Dochter van Diederik Jacob van Tuyll van Serooskerken (1707-1776), heer van Zuilen en Westbroek (in Utrecht gepromoveerd in de Rechten, voorzitter van de Ridderschap van Utrecht en gedeputeerde van de Staten-Generaal) en Helena Jacoba de Vicq (1724-1768). Ze was de oudste van de zeven kinderen, die als kind onderwijs aan huis kregen van Zwitserse Franstalige gouvernantes en gouverneurs. In de winter verbleef men in hun huis op de Kromme Nieuwegracht 3-5 te Utrecht.

[bewerken] Jeanne-Louise Prevost

Voor haar tiende jaar ging Belle met haar Geneefse gouvernante Jeanne-Louise Prevost (periode 1748-1753) een jaar naar Genève, waar ze Franse les kreeg. Ze speelde toneel in Molières 'L'École des femmes'[1], bezocht Chambéry en Aix-les-Bains. Achteraf gaf ze de voorkeur aan het spelen op het strand aan het Meer van Genève boven haar bezoeken aan Versailles en de bibliotheek L'Arsenal te Parijs. In Parijs ontmoetten ze de schilder Maurice Quentin de La Tour, waarmee ze dineerden, en Jacques Necker (de latere vader van Madame de Stael).

Haar ouders gaven haar veel gelegenheid tot leren (lessen Engels, Italiaans, muziek, natuurkunde en godsdienstles voor haar belijdenis). Zij kreeg wiskundeles van Laurens Praalder. Later nam ze lessen Latijn en Duits in Utrecht.. Hierdoor was ze beter opgeleid dan de meeste vrouwen en vaak ook mannen uit haar tijd. Frans was in hogere kringen al eeuwenlang, ook elders in Europa, de lingua franca. Belle wilde zijn van "het land van iedereen". Ze schreef voornamelijk in het Frans.

[bewerken] Liefdesverdriet

Eind 1754-begin 1755 maakte ze kennis met de Poolse graaf Pieter von Dönhoff, ritmeester van de cavalerie van het Cannenburg regiment, die bevriend was met haar aangetrouwde oom Leonard de Casembroot (majoor van hetzelfde regiment). Het was liefde op het eerste gezicht van haar kant. Hij toonde echter weinig belangstelling voor haar. Ze werd neerslachtig en verdween 18 maanden om hem niet opnieuw te zien. [2] Bij terugkomst schreef ze hem een brief over deze voor haar nog steeds pijnlijke situatie. [3] Ze schonk hem een snuifdoos.[4]

[bewerken] David-Louis de Constant d'Hermenches

De 19-jarige Belle ontmoette de getrouwde Zwitser David-Louis, baron de Constant de Rebecque, seigneur d'Hermenches (1722-1785), kolonel van een Zwitsers regiment in dienst van de Staten-Generaal (met een reputatie van Don Juan en 18 jaar ouder), op het bal ter gelegenheid van de 17e verjaardag van Carolina van Oranje-Nassau (en haar huwelijk een week later), georganiseerd door haar voogd Lodewijk Ernst van Brunswijk. Hieruit ontstond tussen hen een geheime intensieve openhartige meer dan 15 jaar durende correspondentie. In deze briefwisseling is duidelijk te zien hoe haar epistolair talent zich ontwikkelde. Hij prees Belle van Zuylen om de stijl van haar Franstalige brieven, die hij beter vond dan van zijn vriend Voltaire. Hij noemde haar Agnès in zijn brieven.

[bewerken] Le Noble

Op tweeëntwintigjarige leeftijd publiceerde ze anoniem haar eerste novelle Le Noble in een Franstalig tijdschrift bij uitgeverij Evert van Harrevelt te Amsterdam. De gecorrigeerde versie in boekvorm uit 1763 werd door haar ouders uit de handel genomen, omdat het een satire was op haar eigen milieu, de adel.[5][6]

Le Noble werd bewerkt door de Heer van Obdam & Cie (Jacob Jan en Carel George van Wassenaer Obdam, zonen van Unico Wilhelm van Wassenaer Obdam) tot opera buffa getiteld De Deugd is den Adel waerdig en uitgevoerd in de Fransche Comedie te 's Gravenhage op 2 maart 1769. [7] [8]

[bewerken] James Boswell

James Boswell kwam vanaf augustus 1763 aan de universiteit te Utrecht Latijnse colleges Burgerlijk recht volgen bij professor Trotz. Eind oktober noemde hij Belle voor het eerst in zijn dagboek. Hij noemde haar al Zélide, zoals zij zich in haar zelfportret genoemd had, en bleef haar zo noemen.

Op 18 juni 1764 ging hij op Grand Tour en verklaarde aan Belle niet verliefd op haar te zijn. Zij antwoordde: "Je hebt groot gelijk dat ik er niet voor zou deugen om je vrouw te worden, daarover zijn we het volkomen eens, ik heb geen talent voor ondergeschiktheid". [9] Echter 16 januari 1766 stuurde hij vanuit Parijs Belles vader een voorwaardelijke huwelijksaanzoek (van 16 pagina's), nadat hij daar een dag eerder gesproken had met Belles broer Willem René over hun bewondering en genegenheid voor Belle. Willem René vond hem een goede partij, gezien haar aanmerkelijke onverschilligheid voor een huwelijk met de Bellegarde naar zijn mening. Hij voegde er wijselijk aan toe: "Ik ken je manier van denken, maar niet je karakter." Boswells voorwaarden voor een huwelijk met Belle waren: Trouwen volgen de regels van de Kerk. Tevens de uitdrukkelijke afspraak, dat Belle moest zweren ook ten overstaan van haar vader en broers hem altijd trouw te blijven, nooit plannen te maken voor een ontmoeting of briefwisseling met iemand, die niet de goedkeuring zou kunnen wegdragen van haar echtgenoot en haar broers; en zonder hun toestemming geen literair werk te laten publiceren of laten opvoeren. Tenslotte zou ze moeten toezeggen nooit haar stem te verheffen tegen de gevestigde religie of gewoonten van het land waarin ze zich zou bevinden. Dan zou hij met haar trouwen, als ook beide vaders zouden instemmen. Hij vroeg om een snelle en eerlijke beslissing van Belles vader, als deze verwachtte dat Belle nog steeds de voorkeur aan hem zou geven. Hij wilde de brief graag terug en verzocht deze niet met zijn dochter te bespreken. [10] Beide vaders gingen niet akkoord met zijn huwelijksplannen.[11]

Vele huwelijkskandidaten uit binnen- en buitenland hebben zich bij haar vader gemeld. Bekend zijn Graaf Friedrich von Anhalt (1761); Christian von Brömbsen, baron van Holstein uit Lübeck (1762); Jean-Laurent Garcin (1762); neef Frits van Tuyll van Serooskerken (1762); de katholieke François Noyel, markies de Bellegarde, een vriend van David-Louis de Constant d'Hermenches (1764-66); James Boswell, Laird of Auchinleck (1766); Rijngraaf Frederik III van Salm-Kyrburg (1766); Graaf Georges Ernst von Sayn-Wittgenstein (1768); Baron Gijsbert Jan van Hardenbroek[12] (1768); David Wemyss, bekend als Lord Elcho (1770).

[bewerken] Charles-Emmanuel de Charrière

Belle van Zuylen ging in ondertrouw op 15 januari en trouwde op 17 februari 1771 te Zuilen met Charles-Emmanuel de Charrière (1735-1808), een Zwitser en voormalig huisleraar van haar broers (1763-1765). Op haar emigratie-reis, die in juli begon, verbleef het echtpaar twee maanden in Parijs. Het hoogtepunt was een nieuwe ontmoeting met Maurice Quentin de La Tour. Belle volgde tekenles bij hem. Hij maakte een pastel-schets van haar. Beeldhouwer Houdon vervaardigde een buste van haar. Hun postadres was bij de bank Thellusson, Necker & Cie. Haar man was bevriend met de Thellusson, die hen uitnodigde enige dagen te komen logeren. Daar ontmoetten ze Johan Govert Adolph van Hardenbroek, die aan zijn ouders schreef, dat Belle nu in het buitenland met Nederlanders Hollands sprak. Ze gingen met hem naar het theater. Tevens ontmoetten ze markies de Bellegarde in Parijs.

[bewerken] Zwitserland

In september reisden ze door naar Zwitserland. Het echtpaar vestigde zich in het familiehuis Le Pontet te Colombier (bij Neuchâtel). Belle woonde daar ook met haar schoonvader François (1697-1780) en haar twee ongetrouwde schoonzusters, Louise (1731-1810) en Henriette (1740-1814).

Het Kanton Neuchâtel had al lang een grotere godsdienstvrijheid dan andere kantons van Zwitserland, waarmee men nog geen confederatie vormde, en dan Frankrijk. Er kwamen dan ook vele vluchtingen naar het kanton zoals de grootvader van moederskant van Belles echtgenoot Béat Louis de Muralt (die in 1719 Le Pontet kocht), Jean Jacques Rousseau en David Wemyss. Ook toen het kanton van 1707 tot 1848 een Pruisisch vorstendom was.

In 1777 bracht zij een onaangekondigd bezoekje aan Voltaire in zijn huis te Ferney met een vriendin die vaker bij hem kwam. Hij trok zich onmiddellijk terug elders in huis.

In 1784 begon haar schrijfcarrière pas goed.

Ze verbleef ruim anderhalf jaar in Parijs (1786-1787), waar ze veel tijd besteedde aan componeren en klavecimbel spelen. Ze leerde daar Benjamin Constant (een neef van David-Louis Constant d'Hermenches en 27 jaar jonger dan Belle) kennen in een literaire salon.

Benjamin Constant ontmoette in 1794 in Lausanne Madame de Stael, die verscheidene malen op Le Pontet was geweest, en kreeg een verhouding met haar.

Op verzoek van Pierre-Alexandre Du Peyrou, woonachtig in het nabijgelegen Neuchâtel, met wie Belle geregeld correspondeerde, mecenas van Jean-Jacques Rousseau, werkte ze in 1789-1790 mee aan de correcte uitgave van het tweede deel van 'Bekentenissen', de autobiografie van Rousseau.

Belle van Zuylen overleed op 65-jarige leeftijd op Le Pontet. Bij de begrafenis waren haar echtgenoot en schoonzussen niet aanwezig. Eind 19e eeuw zijn de twee begraafplaatsen van Colombier geruimd. Men weet (nog) niet waar de restanten herbegraven zijn.

[bewerken] Werken van Isabelle de Charrière

[bewerken] Originele publicaties (selectie) en vertalingen ná de publicatie van de Oeuvres complètes

[bewerken] Moderne uitgaven van Isabelle de Charrière / Belle de Zuylen

[bewerken] Wetenschappelijke uitgaven van de originele teksten

Dit laatstgenoemde boek bevat o.a. 4 teksten en 27 brieven van en aan Belle van Zuylen, gevonden ná de publicatie van de 'Oeuvres Complètes', waaronder:

Na de brieven uit dit laatstgenoemde boek zijn nog de volgende brieven gevonden:

  • De brief van de Bisschop van Blois, de heer A-A. de Lauzières de Thémines, 31 augustus 1789.[16]
  • Haar brief aan de [5e] Graaf van Athlone [Frederik Christiaan Reinhard van Reede] vanuit Lausanne, 11 april 1772[17][18]
  • De brief van Michael Ludwig von Wagner, Bern, 5 januari 1800.[19]

[bewerken] Herdrukken

  • Une aristocrate révolutionnaire : écrits, 1788-1794, Éd. Isabelle Vissière; index et notes Jean-Louis Vissière. Paris, Édition des femmes, 1988.
  • Une liaison dangereuse : correspondance avec Constant d’Hermenches, 1760-1776, Éd. Isabelle et Jean-Louis Vissière. Paris, La Différence, 1991.
  • Lettres neuchâteloises, Éd. Isabelle et Jean-Louis Vissière, préf. Christophe Calame. Paris, La Différence, 1991.
  • Honorine d’Userche : nouvelle de l’Abbé de La Tour. Toulouse, Ombres, 1991.
  • Lettres trouvées dans des portefeuilles d’émigrés : 1793, préf. Colette Piau-Gillot. Paris, Côté-Femmes, 1993, (Des femmes dans l’histoire.)
  • Trois femmes. Éd Claire Jaquier. Lausanne, L’Âge d’Homme, 1996.
  • Correspondance Isabelle de Charrière et Benjamin Constant (1787-1805), Éd. Jean-Daniel Candaux. Paris, Desjonquères, 1996.
  • Sainte Anne, Éd. Yvette Went-Daoust, Amsterdam, Rodopi, 1998.
  • Sir Walter Finch et son fils William : suivi de lettre à Willem-René Van Tuyll Van Serooskerken, Éd. Valérie Cossy. Paris, Desjonquères, 2000.

[bewerken] Correspondentie (vertaald)

  • Rebels en beminnelijk. Brieven van Belle van Zuylen-Madame de Charrière (1740-1805) aan Constant d'Hermenches, James Boswell, Benjamin Constant en anderen 1760-1805. Uitgezocht, ingeleid en vertaald door Simone Dubois. Amsterdam, Arbeiderspers, 1971 / 1979. 178 p.
  • Ik heb geen talent voor ondergeschiktheid. Belle van Zuylen in briefwisseling met Constant d'Hermenches, James Boswell en Werner C.W. van Pallandt. Vertaling en nawoord Greetje van den Bergh. Amsterdam, G.A. van Oorschot, 1987 744 p.
  • Je bent een allerbeminnelijkste dwaas. Belle van Zuylen in briefwisseling met Benjamin Constant. Vertaling en voorwoord Greetje van den Bergh. Amsterdam, G.A. van Oorschot, 1990. 528 p.
  • Agnès à d'Hermenches. Lettre du 3 octobre 1768. Vertaald door Greetje van den Bergh. Woubrugge, Avalon Pers, 1990. 32 p. (Frans-Nederlands).
  • Lettre à James Boswell - brief aan James Boswell. Vertaald door Pierre H. Dubois. La Haye, Mikado Pers, 1994. 19 p. (Frans-Nederlands).
  • Brief aan [haar broer] Vincent [14.07.1780]. Vertaald door Pierre en Simone Dubois. Prent van Doortje de Vries. Apeldoorn, Eikeldoornpers, 1998. 14 p. (Frans-Nederlands).
  • Boswell en Holland met de volledige correspondentie met Belle van Zuylen. Vertaald, bewerkt en ingeleid door Jan Pieter van der Sterre m.m.v. C.D. van Strien. Amsterdam, Atlas, 2000. 456 p.

[bewerken] Composities

  • Composities van Belle van Zuylen. 1. Airs et Romances, 2. Menuetten, 3. Klaviersonates. Geredigeerd en ingeleid door Marius Flothuis. Amsterdam, Donemus, 1983.
  • Chansonette bretonne. Menuetto IV & Trio. Inleiding Wim Aerts & Els van Swol. In: Akkoord (2005), no. 3 (juni-juli), p. 19-22.

[bewerken] Bibliografie

  • Philippe Godet: Madame de Charrière et ses amis. Genève, A. Jullien, 1906 (xiii,519 p. + 448 p.)
  • Werkgroep 18e eeuw. Documentatiebladen 27, 28, 29: Actualité d'Isabelle de Charrière 1975. 300 p.
  • Constance Thompson Pasquali: Madame de Charrière à Colombier. Iconographie. Neuchâtel, Bibliothèque de La Ville, 1979. 48 p.
  • C.P. Courtney: A preliminary bibliography of Isabelle de Charrière (Belle de Zuylen). Oxford, Voltaire Foundation, 1980. 157 p.
  • C.P. Courtney: Isabelle de Charrière (Belle de Zuylen). A secondary bibliography. Oxford, Voltaire Foundation, 1982. 50 p.
  • Pierre Dubois en Simone Dubois: Zonder Vaandel. Belle van Zuylen 1740-1805, een biografie. Amsterdam, G.A. van Oorschot, 1993. 856 p.
  • C.P. Courtney: Isabelle de Charrière (Belle de Zuylen). A biography. Oxford, Voltaire Foundation, 1993. 810 p.
  • Association Suisse Isabelle de Charrière. Une Européenne: Isabelle de Charrière en son siècle. Neuchâtel, Attinger, 1994. 353 p.
  • C.P. Courtney: Belle van Zuylen and Philosophy. Utrecht, Universiteit Utrecht, 1995. 32 p.
  • Yvette Went-Daoust: Isabelle de Charrière: De la correspondance au roman épistolaire Amsterdam, Rodopi, 1995. 140 p.
  • Yvette Went-Daoust (red.): Belle de Zuylen / Isabelle de Charriere. Ecrivain des Lumieres. In: Rapports-Het Franse Boek, 70 (2000), p. 66-116.[20]
  • Jacquline Letzter and Robert Adelson: Women Writing Opera: Creativity and Controversy in the Age of the French Revolution. Berkeley CA, University of California Press, 2001. xvii, 341 p.
  • Vincent Giroud and Janet Whatley: Isabelle de Charrière. Proceedings of the international conference held at Yale University, 2002. New Haven CT. The Beinecke rare book and manuscript library, 2004. v, 151 p.
  • Monique Moser-Verrey: Isabelle de Charrière and the Novel in the 18th century. Utrecht, Universiteit Utrecht, 2005. 32 p.
  • Nicole Pellegrin: Useless or pleasant? Women and the writing of history at the time of Belle van Zuylen (1740-1805). Utrecht, Universiteit Utrecht, 2005.
  • Suzan van Dijk, Valérie Cossy, Monique Moser, Madeleine van Strien: Belle de Zuylen/Isabelle de Charrière: Education, Creation, Reception Amsterdam, Rodopi, 2006, 343 p. ISBN 978-90-420-1998-0

[bewerken] Geromantiseerde levensverhalen, Theater, Hoorspel en Film

  • Johan van der Woude, Belle van Zuylen. Amsterdam, De Spieghel / Mechelen, Het Kompas, [1934].
  • Dorothy Farnum. De godin van Oud-Zuilen. Amsterdam, Elsevier, 1960.
  • Joke J. Hermsen, De liefde dus. Roman over Belle van Zuylen. Amsterdam: Arbeiderspers, 2008.
  • Annemarie Prins. Schrijf aan mij, houd van mij. Amsterdam, Theatergroep Terzijde, 1976.
  • Ethel Portnoy, Belle van Zuylen ontmoet Cagliostro. Toneelstuk in twee bedrijven. Amsterdam, Meulenhoff, 1978.
  • Nelleke Noordervliet, Belle en Benjamin. Toneelstuk. Amsterdam, 1990.
  • Ineke ter Heege & Jan-Jaap Jansen, Belle of geen talent voor ondergeschiktheid. Monnickendam, Theatergroep de Kern, 1993.

- Omgewerkt door Audrey van der Jagt tot hoorspel op CD met muziek van Belle van Zuylen. Rumpt, Hoorspel Nú, 2011. Belle van Zuylen, een liefde in brieven.

- Ook bewerkt door Jan-Jaap Jansen tot theatermonoloog Belle, 2011.

  • Digna Sinke, Belle van Zuylen - Madame de Charrière. (Het Nederlands Scenario). Amsterdam, International Theatre & Film Books, 1993. 123 p. Film door Studio Nieuwe Gronden, 1993; Driedelige televisie-serie 1996. Video, Weesp, Arcade, 1996; Dvd, Amsterdam, Homescreen, 2005.

[bewerken] Varia

  • Johann Wolfgang Goethe heeft een recensie geschreven in de Frankfurter Gelehrten Anzeigen (03.11.1772) over het in het Duits vertaalde boek (van 'Le Noble') Die Vorzüge des alten Adels, (anoniem uitgegeven, vertaald door Johann Lorenz Benzler), Lemgo, Meyer, 1772.
  • August Wilhelm Schlegel heeft een recensie geschreven in de Allgemeine Literatur-Zeitung (04.10.1796) over het in het Duits vertaalde boek 'Honorine von Üserche, oder die Gefahr der Systeme. Eine Novelle von dem Abbé de la Tour', vertaald door Ludwig Ferdinand Huber, Leipzig, Peter Philipp Wolf, 1796.
  • Op de Belle van Zuylen Leerstoel van de Universiteit Utrecht zijn benoemd (met het onderwerp leven en werk van Belle van Zuylen): Cecil Courtney (1995), Monique Moser-Verrey (april 2005), Nicole Pellegrin-Postel (oktober 2005).
  • In 2004 werd Belle van Zuylen gekozen tot Grootste Held van Utrecht.
  • In 2007 is Belle van Zuylen gekozen in het Pantheon van het Letterkundig Museum: permanente expositie van de tophonderd van (overleden) schrijvers als hoogtepunten uit de literaire cultuur. (Opening expositie in maart 2010).
  • Omstreeks 2006 kwam er een plan om in Leidsche Rijn een toren met de naam Belle van Zuylen met een hoogte van 262 meter te bouwen. Dit plan is in januari 2010 geschrapt door de gemeente Utrecht en de projectontwikkelaar door de te hoge financiële risico's.
  • De gemeenten Alkmaar, Amstelveen, Apeldoorn, Arnhem, Castricum, Culemborg, Gilze-Rijen, Goirle, Gorinchem, Gouda, Haarlem, Heemstede, Hoofddorp, Huizen, Leiden, Maassluis, Oud-Zuilen, Pijnacker, Spijkenisse, Tilburg, Utrecht, Venray, Weert, Zoetermeer, en Zuid-Scharwoude hebben of een brink, een hof, een hove, een laan, een pad, een plein of een straat naar haar vernoemd.

[bewerken] Externe links


Referenties
  1. http://www.dbnl.org/tekst/moli015scho02_01/ Vertaling Het school voor de vrouwen 1753 bij DBNL
  2. http://www.hetutrechtsarchief.nl/collectie/handschriften/belle-van-zuylen/001
  3. http://www.hetutrechtsarchief.nl/collectie/handschriften/belle-van-zuylen/002
  4. Early writings. New material from Dutch archives (2005) p. 77-78
  5. http://www.womenwriters.nl/index.php/The_publication_history_of_Le_Noble
  6. http://www.belle-van-zuylen.eu/site-charriere/articles/noble.htm De Edelman in het Nederlands
  7. Le Noble als opéra bouffe. In: Lettre de Zuylen 3 (1978) p.7
  8. Zonder vaandel (1993) p. 104-106
  9. Ik heb geen talent voor ondergeschiktheid. (1987) p.93
  10. Boswell en Holland (2000) p. 331-339.
  11. Isabelle de Charrière (Belle de Zuylen). A biography (1993) p. 209-213.
  12. http://www.hetutrechtsarchief.nl/collectie/handschriften/belle-van-zuylen/011
  13. In 'The general Correspondence of James Boswell (1766-1769). ed. Richard Cole and Peter Baker, Edinburg University Pressp.40-41. en in: http://www.belle-van-zuylen.eu/PDFs/Lettre/L27.pdf 'Lettre de Zuylen et du Pontet' 27 (2002) p. 23.
  14. http://www.belle-van-zuylen.eu/PDFs/Lettre/L23.pdf 'Lettre de Zuylen en du Pontet' 23 (1998) p. 18-20
  15. in: Yvette Went-Daout 'Isabelle de Charrière. De la correspondance au roman épistolaire'. Amsterdam, Rodopi, 1995. p. 23-25.
  16. In 'Cahiers Isabelle de Charrière / Belle de Zuylen Papers' 4 (2009) p.73-74. Zoeken in de Index van de Oeuvres Complètes onder 'Thémines'.
  17. In 'Cahiers Isabelle de Charrière / Belle de Zuylen Papers' 6 (2011) p. 67-72.
  18. site Huygens ING digitaal editing http://www.textualscholarship.nl/?p=9154
  19. In 'Cahiers Isabelle de Charrière / Belle de Zuylen Papers' 6 (2011) p. 73-78.
  20. http://www.belle-van-zuylen.eu/site-charriere/ned/overbelle.htm Teksten uit Rapports
Wikisource Bronnen die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden op de pagina Belle van Zuylen op Wikisource
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren
In andere talen