Sint-Pietersabdij (Gent)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Sint-Pietersabdij
Onze-Lieve-Vrouw-Sint-Pieterskerk en de Sint-Pietersabdij op het Sint-Pietersplein
Onze-Lieve-Vrouw-Sint-Pieterskerk en de Sint-Pietersabdij op het Sint-Pietersplein
Plaats Gent
Portaal  Portaalicoon   Christendom

De Sint-Pietersabdij is een voormalige benedictijnenabdij in de Belgische stad Gent. Ze ligt op de 28 m hoge Blandijnberg (het hoogste punt van de stad), langs de oude loop van de Schelde. De abdij werd dan ook oorspronkelijk Blandinium genoemd. De gebouwen van de voormalige abdij worden momenteel gebruikt door de Kunsthal Sint-Pietersabdij en De Wereld van Kina.

Geschiedenis van de abdij[bewerken]

De abdij werd door Amandus van Gent of een van zijn volgelingen in de 7e eeuw gebouwd op een terrein dat ooit zou toebehoord hebben aan een Gallo-Romein, genaamd Blandinus. Amandus stichtte ook de andere abdij in Gent, de Sint-Baafsabdij. Karel de Grote liet de Sint-Pietersabdij heropbouwen in 811 en verleende haar eigendommen en macht.

De abdij was door haar rijkdom een aantrekkingspool voor belegeraars en ze werden beide door Karel de Grote betrokken in zijn verdedigingsgordel tegen de Vikingen. Deze invallers uit het noorden plunderden de abdij in de winter van 879-880.

De abdij met zijn gebouwen en afhankelijkheden zoals hoeven, tuinen, woningen en landerijen vormden een zogenaamd abdijdorp, het Sint-Pietersdorp. De abdij bezat over haar grenzen uitgestrekte domeinen waaronder Vlaamse en Zeeuwse schorrengebieden waarop schapen graasden. De inwoners van het abdijdorp dreven handel in wol waarbij ze gebruik maakten van de privileges die de abdij had bedwongen. Gent werd zo in de 11e eeuw een internationaal centrum van wol- en lakenhandel. Beide abdijen bezaten alle stadsgronden binnen de portus waarvoor de eigenaren jaarlijks belastingen moesten betalen.

Pas veel later breidde de stad Gent zodanig uit dat de abdij door haar werd opgeslorpt. De eerste abt was Florbertus van Gent, die door Amandus vanuit de abdij van Elnone naar Gent geroepen werd.

De eerste vijf graven van Vlaanderen (overleden tussen 879 en 1035) werden op de terreinen van de abdij begraven. Ook Godfried van Verdun vond hier zijn laatste rustplaats. Tijden van voorspoed waren de 14e en 15e eeuw. In 1566 kreeg de abdij zwaar te lijden van de Beeldenstorm. De Vlaamse dichter Cornelis Columbanus Vrancx werd in 1597 abt van de abdij. Haar huidig uitzicht heeft de abdij van de restauraties in de 17e en 18e eeuw.

Op 1 november 1796 werden de laatste monniken verdreven. De gebouwen werden ingericht als kazerne. Later, tot 1948 deden ze dienst als gevangenis. Nu dienen ze als tentoonstellingsruimtes en krijgen bezoekers de mogelijkheid om met Alison, een virtuele monnik, de abdij te bezoeken.

Op de helling naar de Schelde toe verbouwden de paters witte wijndruiven. Napoleon Bonaparte beëindigde die traditie. Nu (2008) groeien er opnieuw wijnranken op de zuidelijke helling.

Geschiedenis van de abdij- en parochiekerk[bewerken]

De oorspronkelijke Sint-Pietersabdijkerk in romaanse stijl werd in de 12e-13e eeuw gebouwd. Tussen 1629 en 1651 ontstond een barokke kerk naar ontwerp van de jezuïet Pieter Huyssens, met de steun van de aartshertogen Albrecht en Isabella. Het gebouw werd opgetrokken in zandsteen uit Balegem en Frankrijk.

In de onmiddellijke buurt van de abdij bestond reeds een Onze-Lieve-Vrouwekerk die de parochie bediende. Toen Gent te maken kreeg met de Franse Revolutie en confiscatie werd de parochiekerk toegewijd aan Onze-Lieve-Vrouw in 1799 afgebroken. De Sint-Pietersabdijkerk ontsnapte aan verwoesting door de interventie van de Gentenaar Karel van Hulthem. Het Concordaat van 15 juli 1801 gaf een deel van de abdijkerk terug aan de katholieke eredienst en daarna kon de abdijkerk ook als parochiekerk functioneren onder de dubbele naam Onze-Lieve-Vrouw Sint-Pieters.

Externe links[bewerken]