Viola da gamba

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Viola da gamba
Verschillende maten viola da gamba's
Verschillende maten viola da gamba's
Classificatie
Gerelateerde instrumenten
vedel, viola d'amore, octobas
Meer artikelen
fretten
Portaal  Portaalicoon   Muziek
speelwijze viola da gamba

De viola da gamba (Italiaans voor beenviool) is een familie van strijkinstrumenten die haar oorsprong heeft in de gitaar, meerbepaald de vihuela de arco. Het instrument verkreeg zijn huidige vorm in de 16e eeuw. Met name in Engeland waren in de 16e en 17e eeuw gambaconsorten (ensembles van verschillende gamba's) populair.

Stemming en instrument[bewerken]

De gamba heeft vijf tot zeven (meest zes) snaren, gestemd als volgt van hoog naar laag: re la mi do sol re Een zevende snaar (la) werd toegevoegd door Monsieur de Sainte-Colombe, deze liet een gevoeliger speelwijze toe. Het is niet ongebruikelijk om deze stemming aan te passen; met name in de tabulatuurtraditie is het soms noodzakelijk om een of meerdere snaren te herstemmen.[1]

Grotere gamba's worden tussen de benen geklemd. Hieruit heeft zich later de cello ontwikkeld. Een belangrijk verschil is dat de cello geen bundes heeft, dit zijn een soort verplaatsbare fretten en dat de gamba onderhands, en de cello bovenhands wordt gestreken. Deze techniek is ook in andere culturen de meest gebruikte strijkhouding zoals de Iraanse Kemanche.

Het corpus (klankkast) van de contrabas heeft dezelfde vorm, toch is deze geen familie van de gamba, maar van de viola da braccio.[1]

Ook de viola d'amore is een afstammeling van de violi da gamba (meervoud van viola da gamba).

Verschillen tussen de viola da gamba en de viola da braccio[bewerken]

De viola da braccio (bekend vanaf ca. 1480) was een instrument (een armviool) met vergelijkbare eigenschappen als de viola da gamba. Uit de viola da braccia ontwikkelde zich later de vioolfamilie. Er zijn echter verschillen in bouw:

Viola da gamba Viola da braccio
5-7 snaren 4 snaren
variabele stemming vaste stemming in kwinten
soms fretten (soms verplaatsbaar) geen fretten
toegespitst bovenblad niet toegespitst bovenblad
hoge zijranden lage zijranden
vlak onderblad gewelfd onderblad
geen overstekende rand overstekende rand
stompe hoeken langgerekte hoeken
C- of vlamgaten F-gaten
milde gedekte klank volle ronde klank
bespeling met hand onder de stok bespeling met hand boven de stok

Bekende gambaspelers[bewerken]

Nederland[bewerken]

België[bewerken]

Elders[bewerken]

Trivia[bewerken]


Bronnen, noten en/of referenties
  1. a b Karl H. Wörner - Geschiedenis der Muziek, 1974, p. 433 e.v., paragraaf 30.1