Viola da gamba
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
De Viola da gamba (Italiaans voor beenviool) is een familie van strijkinstrumenten die zijn oorsprong heeft in de gitaar. Het instrument verkreeg zijn huidige vorm in de 16e eeuw.
De gamba had zes snaren, was gestemd in kwarten en werd op de knie gehouden. Een zevende snaar werd toegevoegd door Monsieur de Saint-Colombe, deze liet een gevoeliger speelwijze toe.
Grotere soorten werden tussen de benen geklemd. Hieruit heeft zich later de cello ontwikkeld. Een belangrijk verschil is dat de cello geen bundes heeft, dit zijn een soort verplaatsbare fretten en dat de gamba onderhands, en de cello bovenhands wordt gestreken.
De contrabas is weer een verder vergrote vorm van de gamba. De octobas is dan weer een nog grotere versie.
Ook de Viola d'amore is een afstammeling van de gamba's

