Walter Braunfels

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Walter Braunfels (Frankfurt am Main, 19 december 1882Keulen, 19 maart 1954) was een Duitse componist en muziekhoogleraar.

Leven[bewerken]

In deze tijd is de componist Braunfels praktisch in vergetelheid geraakt. Slechts in de laatste 10 jaar is er een lichte opleving in de belangstelling voor zijn composities dankzij enkele voortreffelijke CD-opnames. Enkele van zijn opera's zijn in recente jaren opgevoerd waaronder ‘Die Vögel’ en ‘Don Gil von den grünen Hosen’.

Braunfels studeerde piano aan het Dr. Hoch’s Konservatorium van Frankfurt en Wenen bij Theodor Leschetizky en reisde daarna door naar München waar hij zijn studie afrondde bij Ludwig Thuille. Van 1925 tot 1933 was hij directeur – samen met Hermann Abendroth – van de Keulse ‘Hochschule für Musik’. Hij werd door de Nazi's ontslagen om politieke redenen en zijn composities werden in de ban gedaan. Pas na de Tweede Wereldoorlog werd hij in staat gesteld deze functie weer te bekleden. Hij deed dit van 1945 tot 1950.

In Keulen wordt hij nog steeds gewaardeerd als een visionaire bestuurder en professor die een sterke hang had naar compromisloze kwaliteit. In Keulen worden mede daarom nog wel eens composities van Braunfels uitgevoerd.

Werken[bewerken]

Braunfels onderscheidde zich als componist vooral in opera en grootschalige vocale werken (oratoria en cantates). Hij schreef de libretti voor zijn opera’s veelal zelf. Als orkestraal componist is hij minder bekend. In zijn muziek bleef hij traditioneel en componeerde nooit in twaalftoonsmuziek. Als er een invloed op zijn werk moet worden genoemd, moet de naam Richard Strauss vallen. Hij was een meesterlijke instrumentator voor orkest en liet stemmen in zijn vocale werken nooit verdrinken in orkestrale uitbarstingen of effecten. Hij benaderde de stem altijd lyrisch, nooit declamatorisch.

Slechts enkele van zijn werken zijn op CD vastgelegd. Op het label Decca is een opname van Braunfels’ opera ‘Die Vögel’ verkrijgbaar; op EMI een opname van ‘Verkündigung’, op het label Marco Polo een live-opname van 'Prinzessin Brambilla' en op het label CPO twee orkestwerken: op. 20 en 25. In 2010 is de opera 'Szenen aus dem Leben der heiligen Johanna' door Decca opnieuw uitgebracht.

Lijst van composities[bewerken]

  • Opera’s
    • Prinzessin Brambilla, op. 12 (libretto naar Hoffmann), 1908;
    • Ulenspiegel op.23 (libretto naar Charles de Coster), 1913;
    • Die Vögel, op. 30 (libretto naar Aristophanes), 1919;
    • Don Gil von den grünen Hosen, op.35 (naar T. de Molina), 1923;
    • Galathea, op. 40, 1929;
    • Verkündigung, op. 50 (libretto naar Claudel), 1935;
    • Der Traum ein Leben, op. 51 (libretto naar Grillparzer), 1937;
    • Scenen aus dem Leben der heiligen Johanna, op. 57, 1943;
    • Der Zauberlehrling, op. 71, 1952;
    • Das Spiel von der Auferstehung des Herrn, op. 72 (naar H. Reinhart: Alsfeld Passion Play), 1954
  • Andere vocale werken
    • Offenbarung Johannis, op. 17, voor tenor, koor en orkest, 1909;
    • 3 chinesische Gesänge op. 19, voor sopraan of tenor en orkest, 1914;
    • Auf ein Soldatengrab, op. 26 (naar H. Hesse), voor bariton en orkest, 1922;
    • 2 Gesänge, op. 27 (naar F. Hölderlin), voor bariton en orkest, 1922;
    • Die Ammenuhr, op. 28, voor jongenskoor en orkest, 1919;
    • Te Deum, op. 32, voor sopraan, tenor, koor, orgel en orkest, 1921;
    • Concerto, op. 38, voor orgel, jongenskoor, 4 koperinstrumenten en strijkorkest, 1928;
    • Adventskantate, op. 45, voor bariton, koor en orkest, 1933;
    • Weihnachtskantate, op. 52, voor sopraan, bariton, koor en orkest, 1937;
    • Die Gott minnende Seele, op. 53, voor sopraan en kamerorkest, 1947;
    • Passionskantate, op. 54, voor bariton, koor en orkest, 1943;
    • Osterkantate, op. 56, voor sopraan, bariton, koor en orkest, 1944;
    • Romantische Gesänge, op. 58 (naar Brentano, Eichendorff), voor sopraan en orkest, 1947;
    • Der Tod der Kleopatra, op. 59, voor sopraan en orkest, 1946;
    • Von der Liebe süss und bittrer Frucht voor sopraan en orkest, 1947
  • Composities voor orkest
    • Symphonische Variationen über ein altfranzösisches Kinderlied, op. 15, 1919;
    • Ariels Gesang, op. 18, voor klein orkest, 1909;
    • Serenade, op. 20, 1909;
    • Klavierkonzert, op. 21, 1911;
    • Karnevals-Ouvertüre, op. 22 [uit de opera ‘Prinzessin Brambilla'], 1912;
    • Phantastische Erscheinungen über ein Thema von Hector Berlioz, op. 25, 1917;
    • Don Juan: eine klassisch-romantische Phantasmagorie, op. 34, 1923;
    • Prelude und Fugue, op. 36, 1926;
    • Divertimento, op. 42, 1930;
    • Schottische Fantasie, op. 47, voor altviool en orkest, 1933;
    • Konzertstück, op. 64, für Klavier und Orchester, 1946;
    • Musik für Bratsche, Violin, 2 Hörner und Streichorchester, op. 68, 1949;
    • Symphonia brevis, op. 69, 1948;
    • Hebriden-Tänze, op. 70, für Klavier und Orchester, 1950