Septembermoorden

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een gevangenis in de Rue Saint-Antoine

De Septembermoorden vonden plaats in Parijs van 2 tot 6 september 1792. Omdat het revolutionaire Frankrijk in de Eerste Coalitieoorlog betrokken was met Oostenrijk en Pruisen, en de buitenlandse legers Parijs bedreigden, heerste een paniekstemming in de stad. Een hysterische menigte trok van de ene naar de andere gevangenis om tegenstanders van de Franse Revolutie uit de weg te ruimen. Elfhonderd gevangenen werden afgeslacht, onder wie 30 aristocraten, 250 priesters en drie bisschoppen. Het merendeel van de slachtoffers waren evenwel gewone gedetineerden, misdadigers, bedelaars, onder wie vrouwen, kinderen en geestelijk gestoorden om ruimte in de gevangenissen te creëren. De prostituees zouden zijn vrijgelaten.[1] Bovendien vielen er 150 slachtoffers op het platteland, van wie naar schatting een kwart priester was. Al gauw deden er verhalen de ronde in het buitenland dat er 12.000 slachtoffers zouden zijn gevallen.

De politieke leiders: Robespierre, Danton, Pétion, de bierbrouwer Santerre, Roland, de minister van Binnenlandse Zaken hadden het bloedbad kunnen voorkomen, maar sloten de ogen. Er is geprobeerd Danton en Jean-Paul Marat van alle blaam te zuiveren.[1][2] De officiële geschiedschrijver (Jules Michelet) poogde later de moorden te minimaliseren, te vergoelijken, of ze terug te voeren op spontane incidenten, omdat er geen geschreven bevelen gevonden werden. Niet iedere historicus[3] volgt deze naïeve stelling: de moorden gebeurden simultaan op verschillende plaatsen, en tijdens de verkiezingen voor de Convention. Heel wat kiezers (de stemming was niet geheim) werden geïntimideerd door de moorden en de toekomstige Conventieleden waren wel degelijk onder de indruk van de realiteit van de dreigementen van de Montagnards. Men kan dus wel een doel en een zekere mate van coördinatie vermoeden. De Septembermoorden hebben ertoe geleid dat bij de verkiezingen van de Nationale Conventie sommige tegenstanders van de regering waren uitgesloten.[4]

Context [bewerken]

Het Revolutionair Tribunaal
Septembermoorden

De buitenlandse dreiging werd zo groot geacht dat op 11 juli 1792 de mobilisatie van de Nationale Garde werd afgekondigd: La Patrie en danger! Het land was in gevaar, zo verklaarde men.

Op 10 augustus werden de Tuilerieën aangevallen. Drie dagen later werd de koninklijke familie opgesloten in het fort Tour du Temple. Vanaf half augustus vond een groot aantal arrestaties plaats onder de royalisten en geestelijken die niet bereid waren een eed af te leggen op een republikeinse Franse Grondwet. Op 17 augustus werd het Revolutionair Tribunaal opgericht.

Het Pruisische leger had op 19 augustus bij Rédange de grenzen overschreden: Longwy capituleerde op de 26e en Thionville werd omsingeld. Rijsel werd zwaar gebombardeerd door de Oostenrijkers. Op 28 augustus begonnen de huiszoekingen naar wapens bij verdachte burgers.[5] Er zouden 3.000 personen worden gearresteerd.

Het nieuws van de val van Verdun op 29 augustus of 2 september (in handen van de Oostenrijkers en Pruisen) leidde tot een golf van paniek. De stadspoorten werden gesloten, en de kerkklokken werden geluid. De regeringsleiders dachten erover Parijs te verlaten.[5] Op zondag 2 september 's middags begonnen de gruwelijkheden bij het transport van 24 weerspannige priesters naar de gevangenis. Twee uur later werd in verschillende andere gevangenissen waar vermeende 'verraders' opgesloten zaten, huisgehouden. Om zes uur 's avonds waren 115 personen met sabels en pieken afgeslacht. De Parijse Commune van 1792 stelde een soort volksrechtbanken in; de ondervragingen door de voorzitter Maillard waren kort. De slachtoffers werden naar buiten gesleurd en geëxecuteerd. Voor meer details zie het artikel over de Septembermartelaren. De lynchpartij ging door tot vier uur 's ochtends.

Een van de slachtoffers was Prinses de Lamballe, een goede vriendin van Marie Antoinette. Haar lichaam werd op brute wijze aan stukken gereten. Zij had haar leven kunnen redden door een eed van haat af te leggen tegen de koning, de koningin en de monarchie, maar weigerde.

De autoriteiten schijnen verrast te zijn geweest, en wisten niet hoe ze moesten reageren. De montagnards probeerden na afloop gebruik te maken van de ontstane situatie en de girondijnen in een kwaad daglicht te stellen. De krant van Jacques Pierre Brissot was de enige die de Septembermoorden veroordeelde.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. a b Flake, O. (1968) De Franse Revolutie, 1789-1799, p. 108.
  2. Dowd, D.L. (z.j.) De Franse Revolutie, p. 95.
  3. Winock, L’échec au roi, 1791-1792, Olivier Orban, 1991 p. 312.
  4. Flake, O. (1968) De Franse Revolutie, 1789-1799, p. 109.
  5. a b Soboul, A. (1979) De Franse Revolutie I, p. 211.