Maria Louise van Savoye, Prinses de Lamballe

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Marie Louise de Savoie, Prinses de Lamballe
Signature of Princess Marie Louise Thérèse of Savoy, Princess of Lamballe.png
De menigte vermoordt de Prinses de Lamballe buiten het Prison de La Force
Wapen van Maria Louise van Savoye als prinses Lamballe

Marie-Thérèse Louise de Savoie, Prinses de Lamballe (Turijn, 8 september 1749 - Parijs, 2 september 1792) was een Franse hofdame, en een van de bekendste slachtoffers van de Franse Revolutie.

Ze werd geboren in Turijn als dochter van prins Lodewijk Victor van Savoye. Ze groeide op ver weg van het woelige Franse hofleven. Ze kende een vrome en devote jeugd tot ze werd uitgehuwelijkt aan Lodewijk Alexander van Bourbon, Prins de Lamballe. In 1767 huwt ze de prins, die een afstammeling is van de Graaf van Toulouse en Madame de Montespan.

Ondanks het fortuin van de prins kent het koppel niet veel voorspoed. Hij verlaat zijn echtgenote die haar toevlucht zoekt bij haar schoonvader. Plots sterft haar echtgenoot aan een venerische ziekte en wordt ze op 19-jarige leeftijd weduwe. Ze blijft bij haar schoonvader die haar betrekt bij devotie en naastenliefde. In 1770 huwt Lodewijk XVI met Marie-Antoinette, dit is de eerste keer dat deze twee jonge dames elkaar ontmoeten. Vanaf 1771 gaat de prinses steeds vaker naar het hof in Versailles, waar ze de jonge Marie-Antoinette gezelschap houdt. De twee jonge vrouwen komen overeen en er ontstaat een hartelijke vriendschapsband. Ondanks de geruchten aan het hof van seksuele activiteit tussen de twee dames, blijft Marie-Louise zeer trouw en eerlijk in tegenstelling tot de Dauphine die in haar naïviteit steeds frivoler wordt. In 1775 ontvangt ze de titel van cher Cœur, ze staat sindsdien aan het hoofd van de hofhouding van de kroonprinses en is daarmee haar Eerste Hofdame. Ze krijgt de taak om feestjes en diners te organiseren, maar de koningin ontdekt al snel dat ze de verkeerde heeft uitgekozen en gaat naar Madame de Polignac. De prinses verlaat ontgoocheld het paleis van Versailles en gaat naar het platteland, waar ze op adem komt. Ze blijft aan naastenliefde doen en wordt lid van de vrijmetselaars. In 1781 is ze de grootmeesteres van alle Schotse Loges. Algauw begint de Revolutie vorm te krijgen en Marie-Antoinette beseft de ernst van de situatie; ze laat haar oude vriendin naar Versailles komen terwijl Madame de Polignac Versailles wijselijk ontvlucht.

Als het hof wordt ontbonden en de koninklijke familie naar Parijs is gevoerd blijft Marie-Louise trouw aan Marie-Antoinette en schenkt ze haar steun in het Paleis van de Tuilerieën. Als de koningin samen met Lodewijk probeert te vluchten naar Varennes-en-Argonne slaagt ze erin om naar Engeland te vluchten. Vandaar voerde ze nog correspondentie met de vorstin. De koningin voelt zich alleen en is zeer bang, ze schrijft:

j'ai besoin de votre tendre amitié et la mienne est à vous depuis que je vous ai vue

De koningin smeekt haar vriendin niet naar Parijs terug te keren, tevergeefs. De prinses is trouw aan haar vriendin en keert terug. In 1792 wordt het paleis bestookt door woedende revolutionairen en de koninklijke familie wordt berecht. De leden van de koninklijke familie worden gescheiden van hun vrienden en noodgedwongen moeten de twee dames van elkaar afscheid nemen. Marie-Louise wordt in de Prison de La Force gevangengezet, waar zij op gruwelijke wijze vermoord wordt. Sommige bronnen hebben het over verminking en verkrachting. Volgens de overlevering leefde de prinses nog toen zij haar achter een wagen door de straten van Parijs sleurden. Later wordt ze onthoofd, haar hoofd wordt gespiest en naar de Tour du Temple gebracht door een opgewonden menigte. De koningin hoort het lawaai en vraagt aan een bewaker wat er scheelt, deze antwoordt:

Men wil U het hoofd van Madame de Lamballe tonen.

Nadat haar lichaam een dag getoond was en bespot door Parijs weet haar schoonvader het te redden om daarna eervol in het familiegraf te laten bijzetten.