Afrikaanse wilde hond

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Afrikaanse wilde hond
IUCN-status: Bedreigd[1] (2012)
Afrikaanse wilde hond in het North Carolina Zoological Park
Afrikaanse wilde hond in het North Carolina Zoological Park
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Mammalia (Zoogdieren)
Orde: Carnivora (Roofdieren)
Familie: Canidae (Hondachtigen)
Geslacht: Lycaon
Brookes, 1827
Soort
Lycaon pictus
(Temminck, 1820)
Leefgebied Afrikaanse wilde hond
Leefgebied Afrikaanse wilde hond
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Zoogdieren

De Afrikaanse wilde hond of hyenahond (Lycaon pictus) is een wilde hondachtige uit de orde der roofdieren (Carnivora). Alhoewel de soort veel lijkt op de hond, zijn de twee geen nauwe verwanten. Onze gedomesticeerde hond is namelijk meer verwant aan de wolf dan aan de Afrikaanse wilde hond.

Uiterlijke kenmerken[bewerken]

De Afrikaanse wilde hond is een grote, gevlekte hond met een lang, slank lichaam en lange poten, grote afgeronde oren en een lange, volle staart. De kop is vrij kort en breed, met krachtige kaken. Hij heeft een donkerbruine tot zwarte vacht met onregelmatige roomkleurige, witte en geelbruine vlekken. Het vlekkenpatroon en de kleur van de vlekken verschilt zeer per individu, maar onder verwante dieren en dieren uit dezelfde regio zijn gelijkenissen te vinden. De staartpunt is bijna altijd wit, en de snuit meestal zwart. Jonge dieren zijn meer zwart van kleur met verspreid enkele witte vlekken, voornamelijk op de poten.

De Afrikaanse wilde hond heeft een sterke, herkenbare geur. De gemiddelde Afrikaanse wilde hond heeft een kop-romplengte van 76 tot 112 cm, een staartlengte van 30 tot 41 cm en weegt zo'n 15 tot 36 kg.

Verspreiding en leefgebied[bewerken]

De Afrikaanse wilde hond leeft in savannes, licht beboste streken, steppen en graslanden, zowel in laagland als in bergen. Hij kwam oorspronkelijk algemeen voor in een groot deel van Afrika ten zuiden van de Sahara, in alle gebieden met voldoende prooidieren. Hij ontbrak enkel in de dichte bossen in West- en Centraal-Afrika. Door toedoen van de mens is zijn leefgebied echter versnipperd geraakt. Deze versnippering is een grote bedreiging voor deze diersoort, die namelijk veel ruimte nodig heeft.

Voedsel[bewerken]

De Afrikaanse wilde hond jaagt voornamelijk op middelgrote antilopen als impala, Thomsongazelle, blauwe gnoe en grote koedoe. Hij is echter ook in staat grotere dieren als zebra's en giraffes te doden. Afrikaanse wilde honden jagen gezamenlijk op hun prooi. Ze jagen voornamelijk in de schemering. Hun specialiteit is niet zozeer snelheid maar uithoudingsvermogen. Hij kan over een afstand van vijf kilometer een gelijkmatig tempo van 48 km/u volhouden. In een korte sprint kunnen ze snelheden van 60 km/u bereiken.

De troep achtervolgt een prooi en hapt naar de achterzijde en de flanken van het prooidier totdat deze vermoeid raakt. In tegenstelling tot katachtigen zoals de leeuw grijpen de Afrikaanse wilde honden hun prooi niet bij de keel maar in de buik. Ze rukken de ingewanden eruit en hierdoor komen de prooidieren niet door verstikking maar meestal door een shocktoestand om het leven. Dit klinkt barbaars en daarom werden Afrikaanse wilde honden tot in het recente verleden beschouwd als verderfelijk. Recent onderzoek heeft echter aangetoond dat de prooien van Afrikaanse wilde honden sneller overlijden dan die van leeuwen en luipaarden.

Sociaal gedrag en voortplanting[bewerken]

Het zijn zeer sociale dieren, die een strikte hiërarchie in hun groep hebben. De kern van een groep is een dominant paartje. Enkel het dominante paartje mag zich voortplanten en het territorium met urine markeren. Andere volwassen dieren helpen mee met de zorg voor de jongen, onder andere door voedsel op te braken.

Een groep bestaat tegenwoordig meestal uit ongeveer zes volwassen mannetjes en vier volwassen vrouwtjes. Vroeger waren groepen veel groter, en zijn er groepen waargenomen van enkele honderden wilde honden. Grotere groepen hebben grotere territoria dan kleinere groepen. Ook hebben welpen in grotere groepen een hogere overlevingskans. Het territorium van een groep kan zeer groot zijn, 200 tot 2000 km². In groepsverband doorkruisen ze het territorium.

De Afrikaanse wilde hond is meestal zwijgzaam. Als contactroep dient een laag, doordringend en herhalend krassend geluid, bij opwinding in de groep laat hij een staccato gepiep horen.

Een volwassen Afrikaanse wilde hond vertoont in zijn omgang met andere wilde honden binnen een groep opvallend vaak infantiel gedrag als bedelen. Op deze manier kan een wilde hond bij een potentieel agressief dier meer zorgzame reacties teweegbrengen, waardoor dit niet zal aanvallen.

De Afrikaanse wilde hond krijgt van alle hondachtigen de grootste worpen: gemiddeld tien welpen per worp. De meeste welpen worden geboren aan het einde van de regentijd in een ondergronds hol, meestal het verlaten hol van een aardvarken. De welpen zijn bij de geboorte blind en hulpeloos. Na een maand komen ze voor het eerst buiten het hol. Na vijf weken gaan ze van moedermelk over op opgebraakt voedsel. Na negen weken gaan ze met de andere volwassen honden mee op jacht, en na een jaar zijn ze volgroeid.

Na het ontwaken, vroeg in de ochtend of laat in de middag, ontstaat er een soort samenkomstceremonie, waarbij jonge wilde honden samenscholen en andere dieren lastigvallen door om ze heen te cirkelen. Dieren die niet lastiggevallen willen worden sluiten tijdelijke vriendschappen met andere dieren, waarbij ook zij samenscholen in grotere groepen. Deze ceremonie zorgt voor het mobiliseren en verbinden van individuele dieren in een jachttroep.

De Afrikaanse wilde hond wordt meestal niet oud: veel dieren sterven voor hun tiende levensjaar.

Bedreiging[bewerken]

Een Afrikaanse wilde hond knaagt aan een bot

Van alle grote Afrikaanse roofdieren is de verspreiding van de Afrikaanse wilde hond de laatste jaren het sterkst afgenomen. Een belangrijke bedreiging is het afnemen van geschikte habitat door de oprukkende landbouw, met versnippering tot gevolg. Behalve de versnippering van het leefgebied heeft hij ook veel te lijden van ziekten die zij opdoen van de gedomesticeerde hond, en wordt er op de soort gejaagd omdat hij wel eens vee vangt. Er zijn niet meer dan 2500 volwassen exemplaren over en de soort wordt tegenwoordig als bedreigd beschouwd.

Naam[bewerken]

De naam lycaon komt van mythologische persoon: Lycaon, die in een (weer)wolf werd veranderd door Zeus.

Bronnen, noten en/of referenties