Oostvaardersplassen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Oostvaardersplassen
Oostvaardersplassen
Oostvaardersplassen
Situering
Stroomgebiedslanden Nederland
Coördinaten 52° 27′ NB, 5° 21′ OL
Basisgegevens
Oppervlakte 36 km²
Foto's
Oostvaardersplassen
Oostvaardersplassen
Portaal  Portaalicoon   Geografie

De Oostvaardersplassen vormen een jong natuurgebied van zo'n 5600 ha (56 km²) tussen Almere en Lelystad in de Nederlandse provincie Flevoland. De Oostvaardersplassen zijn van internationaal belang als moerasgebied en overwintergebied voor vogels. Het gebied is ruwweg in twee gedeelten te onderscheiden: een nat (ca. 3600 ha) en een droog (ca. 2000 ha) gedeelte. Het droge gedeelte is een geschikt habitat voor grote grazers.

Het gebied is beperkt toegankelijk voor bezoekers en geniet wettelijke bescherming. Het is vrijwel geheel aangewezen als Vogelrichtlijngebied (5505 ha) en Staatsnatuurmonument (5600 ha). Sinds 1999 bezitten de Oostvaardersplassen het Europees diploma voor natuurbeheer, een erkenning die iedere vijf jaar moet worden geëvalueerd namens de Raad van Europa.

De Oostvaardersplassen worden beheerd door Staatsbosbeheer. In het gebied leven inmiddels al meer dan 25 jaar groepen uitgezette runderen, paarden en edelherten. Deze grote planteneters of hun verwante voorouders worden geacht ook in het verre verleden in Nederland te zijn voorgekomen en mede vorm te hebben gegeven aan het landschap. Men probeert deze zogenaamde grote grazers in dit natuurgebied op een "volledig natuurlijke manier" te laten leven, waarbij bijvoorbeeld kadavers van dode dieren blijven liggen en de dieren ook bij grote voedseltekorten niet wordt bijgevoerd. Dit voor Nederland bijzondere beheersexperiment heeft verschillende malen tot discussie geleid.

Oorsprong[bewerken]

De Oostvaardersplassen zijn het gevolg van het niet aanleggen van de Markerwaard. De al voltooide Oostvaardersdijk werd de buitendijk van de Flevoland-polders. Het Oostvaardersdiep, een diepe zandige plek waar vroeger de schepen van de Vereenigde Oostindische Compagnie voor anker gingen, was in de oorspronkelijke plannen bedoeld als scheepvaartroute naar Amsterdam. Doordat de dijk van de Flevolanden nu noordwestelijker kwam te liggen werd deze diepte toch ingepolderd. De diepe plekken kwamen als plassen in de polder te liggen. Het gebied was cultuurtechnisch minder interessant vanwege de lage en dus natte ligging en de weinig vruchtbare zandige bodem. Dit deel van Zuidelijk Flevoland dat in 1968 droog viel was daarom bestemd tot industrieterrein en kassengebied. Het natte terrein met veel zandputten werd snel begroeid met moerasvegetatie als riet, lisdodde en wilg. Vogels, waaronder de grauwe gans, lepelaar, eenden en het toen zeldzame baardmannetje, hadden er een uitgelezen biotoop aan. Vanwege deze ontwikkeling, en vooral omdat de geplande industrie er geen behoefte aan had, werd de bestemming van de plassen gewijzigd in natuurontwikkelingsgebied. De nieuwe spoorlijn Almere-Lelystad werd er met het zogeheten badkuiptracé in een boog omheen gelegd.

Ontwikkeling van het natuurgebied[bewerken]

Na het droogvallen van Zuidelijk Flevoland werd er vanuit vliegtuigjes riet uitgezaaid. Dit kwam, samen met het zaad van de wilg, snel tot ontwikkeling. In de Oostvaardersplassen ontstonden zo grofweg drie gebieden: rietland, wilgenbroek en water. Het droge gebied werd gedeeltelijk gecultiveerd, gedraineerd en ingezaaid met gras. Toen dit gebied de bestemming natuurgebied kreeg, werden sloten gedicht en poelen gegraven. Er ontstond een ruigte die na enige tijd door grote grazers werd begraasd, te weten herten, half-wilde paarden en half-wilde runderen. Door deze natuurlijke begrazing werden het droge rietland, alsmede de houtachtige opstanden omgezet in een meer halfopen tot open grasachtig landschap.

Edelhert

In het droge gedeelte lopen inmiddels grote kuddes heckrunderen en koniks (paarden) en edelhertroedels. Deze grote grazers horen waarschijnlijk van nature thuis in een gebied als dit. Door hun gegraas blijft het landschap open en ontstaat er geen ruigte.

Oorspronkelijk was er in de nieuwe polder een speciaal terrein voor ganzen gepland, die immers massaal naar de Oostvaardersplassen trokken. Het terrein dat nu door Staatsbosbeheer wordt beheerd, is voorzien van allerlei poelen, zodat ook reigerachtigen dicht bij de broedgebieden voedsel kunnen vinden.

Bezoekers[bewerken]

Voor het publiek is er aan de Knardijk een bezoekerscentrum met een wandelroute van vijf kilometer. Ten noordoosten van de Oostvaardersplassen ligt een gebied van 260 hectare waarin de verschillende milieus met de flora en fauna zoals in het reservaat voorkomen aan bezoekers getoond worden. Ook bij het Fluitbos is een observatiemogelijkheid. Halverwege Almere en Lelystad ligt een aanlegplaats voor de pleziervaart met een uitkijkpunt dat zicht geeft over de Oostvaardersplassen.

Omgeving[bewerken]

Topografie[bewerken]

Topografische kaart van de Oostvaardersplassen, maart 2014

Bij de Oostvaarderplassen liggen enkele gebieden die bij het natuurgebied betrokken zijn:

  • Het Hollandse Hout bij Lelystad is een multifunctioneel bos, dat uiteindelijk een eenheid moet gaan vormen met de Oostvaardersplassen. De bomen vermeerderen zich inmiddels al vanuit het Hollandse Hout in de Oostvaardersplassen.
Zonsondergang in het Markermeer gezien vanaf de Oostvaardersdijk
  • Aan de Almeerse kant tegen het industrieterrein aan, ligt het voormalige Fluitbos, nu bekend als Oostvaardersbos. Edelherten en reeën hebben reeds hun weg naar het Oostvaardersbos gevonden. De invloed van edelherten op het bos is zichtbaar door onder andere de vraat aan de bomen. Op termijn zal het onnatuurlijk dicht aangeplante bos opener worden en een natuurlijkere aanblik krijgen. Als bos zal het in stand blijven, maar wel een opener karakter krijgen.
  • De ecologische verbindingszone richting de Lepelaarsplassen is uitgebreid met een bufferbos, dat een buffer vormt met het Almeerse industrieterrein de Vaart. De bestaande fietspaden langs de rand van de Oostvaardersplassen sluiten hierop aan. Met de inrichting van het bufferbos werd eind 2004 begonnen.

In 2003 werd begonnen met de verhoging van de Oostvaardersdijk tot Deltahoogte. De dijk aan de kant van het Markermeer wordt 1,60 m verhoogd bij Lelystad en 0,20 m bij Almere. Hierdoor vermindert de natuurwaarde van de begroeiing langs de dijk en zal ook de vogeltrek worden beïnvloed. Als compensatie voor het verdwijnen van een stuk Oostvaardersplassen wordt er buitendijks een 10 ha groot luwtegebied aangelegd. Dit gebied krijgt daarnaast een functie als paaiplaats voor vissen.

Ontwikkelingen in flora, fauna en milieu[bewerken]

In een jong gebied als de Oostvaardersplassen zijn allerlei processen aan de gang waardoor het gebied aan snelle verandering onderhevig is. Juist dit proces van verandering maakt de Oostvaardersplassen voor velen interessant.

Flora[bewerken]

Het oorspronkelijke wilgenbos begint door stormen, vraat en ziekte steeds opener te worden. In het veld komt op verschillende plaatsen meidoorn op. Waar koeien en paarden het riet hebben weggevreten, ontstaat grasland. Langzamerhand beginnen ook klavers en andere planten hierin hun plaats te vinden. De massaal opgekomen vlier is op zijn retour. Deze wordt alleen door het edelhert gegeten.

Fauna[bewerken]

Het gebied telt circa 30 belangrijke soorten vogels. Hiertoe behoren zeldzame vogels als de roerdomp en de kleine zilverreiger, maar ook algemene soorten als de grauwe gans, waarvan er gemiddeld 33.000 te vinden zijn. De inrichting van het poelengebied blijkt hierin een belangrijke rol te spelen: het aantal nesten van de zilverreiger en lepelaar gaat gestaag omhoog.

In 2002 is voor het eerst een nest door een paar juveniele visarenden gebouwd. Het is voortijdig uit de bomen gewaaid, maar toch voedt dit de hoop dat de visarend in de toekomst in het gebied tot broeden gaat komen. Ook de zwarte ooievaar en de zeearend laten zich met zekere regelmaat in de Oostvaardersplassen zien. De zeearend heeft zich in 2006 als broedvogel gevestigd.

De ringslang komt nu voor in het gehele gebied en de bever heeft zich gevestigd nabij de aalscholverkolonie.

De Oostvaardersplassen zijn arm als het om vis gaat. Slechts 15 soorten vis zijn bekend: aal, brasem, driedoornige stekelbaars, lederkarper, pos, baars, ruisvoorn, schubkarper, serpeling, snoekbaars, spiegelkarper, tiendoornige stekelbaars, winde en zonnebaars. Trek van vissen van en naar de Oostvaardersplassen is niet mogelijk.

Anno 2009 zijn de wateren van de Oostvaardersplassen vol met volwassen karpers. Er is praktisch geen predatie op deze vis. De komst van de Europese otter en de Europese meerval zou de diversiteit kunnen verhogen. Dit zou gunstig kunnen zijn voor dieren als de zeearend en de visarend.

Abiotisch milieu[bewerken]

De Oostvaardersplassen zijn ontstaan in een nieuwe polder. Nog steeds is er sprake van inklinking van de klei. Het natte gedeelte is daardoor steeds hoger komen te liggen ten opzichte van het omliggende gebied. Door dit natte gebied te omdijken blijven de droge gedeelten droog en de natte gedeelten nat.

In het droge gedeelte is de bovenste laag van de bodem langzaam verarmd. Dit leidt er toe dat de omstandigheden voor allerlei kruiden veranderen zodat successie plaatsvindt. Planten die eenmaal aangeslagen zijn, kunnen met hun diepere wortels nog steeds de voedselrijke kleibodem vinden.

Nieuwe vestiging van soorten[bewerken]

Middels ecologische verbindingszones is er contact met de Lepelaarplassen en het Pampushout. Het ligt in de bedoeling om ook een verbinding te maken met de Veluwe; men hoopt dat de grote grazers van de Veluwe via het Horsterwold de Oostvaardersplassen zullen bereiken. Het wild zwijn, de das en de eekhoorn zullen dan waarschijnlijk ook een plaats vinden in het Oostvaardersplassen gebied. Vogels zullen zich in principe vanzelf vestigen, maar andere dieren als de adder, de boomkikker en de grote modderkruiper komen niet vanzelf in de polder en zouden geïntroduceerd kunnen worden.

ganzen edelherten edelherten konikpaarden

Grazers[bewerken]

De eerste grazers werden in de jaren 1980 uitgezet en in 1992 werden 40 edelherten losgelaten. Voor dieren die leven in een gebied groter dan 5000 hectare geldt, dat zij de status van "wild" hebben. Er is geen eigenaar, de dieren zijn geen "gehouden dieren" en vallen derhalve ook niet onder de Veewet. De Flora- en faunawet is hier van toepassing. Deze stelt dat een ieder in het wild levende dieren de nodige zorg dient te geven. Staatsbosbeheer voldoet hieraan volgens een gerechtelijke uitspraak uit 2006. Volgens de Flora- en Faunawet is het bijvoeren van wild verboden. Doordat de dieren in de Oostvaardersplassen als wild beschouwd worden is er geen verplichting om kadavers van dode dieren op te ruimen. De kadavers zijn een welkome voedselbron voor kraaien, raven, arenden en eenmaal, in 2005, zelfs een monniksgier.

Er is sinds 2005 nog een aanzienlijke groei van de kuddes opgetreden. Anno 2011 leefden er in het gebied 3300 edelherten, 1150 konikpaarden, 360 Heckrunderen[1] en 100 reeën. De sterfte onder edelherten was in 2009 ongeveer 27%. De jaarlijkse sterfte concentreert zich uiteraard in de koude en voedselarme wintermaanden, en dan met name in maart. Staatsbosbeheer heeft gekozen voor een beheer waarbij de natuur haar gang gaat en grijpt nauwelijks in. Dit heeft tot gevolg dat veel van de 4000 dieren gedurende strenge winters verzwakken en overlijden. Om vermijdbaar lijden te voorkomen worden dieren waarvan verwacht mag worden dat ze niet lang meer te leven hebben afgeschoten.

In de winterperiode (1 december tot 30 april) van 2011-2012 stierven 1481 grazers (heckrund, konik en edelhert), in de winter van 2012-2013 waren dat er 1684.[2]

Effect biodiversiteit[bewerken]

Een gevolg van de landschappelijke verandering is de verdwijning van diverse vogelsoorten uit het gebied, mede als gevolg van de grote grazers. Dit is ook op veel andere plaatsen in Nederland gebeurd. Het leidde in de Oostvaardersplassen tussen 1997 en 2002 bij een stijgende populatie grote grazers tot de verdwijning van dertig tot honderd procent van de broedvogels van de open ruigtes, weidegebieden en droge rietlanden. Ook de variatie aan planten is afgenomen Onder biologen is discussie ontstaan over de wenselijkheid van dit neveneffect van het natuurlijke beheer met grazers.

Discussie voedsel en dierenwelzijn[bewerken]

Het beleid van Staatsbosbeheer met grote grazers is omstreeks 2005 ter discussie gesteld. Op verzoek van de Tweede Kamer heeft een internationaal samengestelde commissie zich gebogen over deze problematiek. Dit International Committee on the Management of large herbivores in the Oostvaardersplassen (IMCO) adviseerde sterfte van grazers te accepteren in het kader van de doelstelling van natuurlijk terreinbeheer. De discussie is daarna echter niet verstomd.[3]

Tegenstanders wijzen er op dat de begraasbare oppervlakte te klein is voor dergelijke grote aantallen dieren. Migratie is niet mogelijk vanwege het afgesloten terrein, zodat de grazers niet de mogelijkheid hebben minder voedselarme gebieden op te zoeken.[4] Voorstanders van de grote grazers wijzen er juist op dat in oorspronkelijke natuurlijke situaties er ook veel hindernissen zijn die migratie vrijwel onmogelijk maken, zoals rivieren, moerassen en bergketens. Dit zijn "natuurlijke hekken". Er is dus ook in een natuurlijke situatie een beperkte hoeveelheid voedsel.

Onder deskundigen is een discussie ontstaan over de vragen of de dieren voldoende voedsel hebben en of dieren lijden bij een verminderd voedselaanbod. Sommige deskundigen[bron?] menen dat de meeste dieren in de winter kunnen teren op hun vetvoorraad. Een klein deel van de dieren bouwt onvoldoende vet op en zal daardoor sterven. Dat dieren in de winter op een ander dieet overschakelen, zou gunstig zijn voor hun spijsvertering en niet wijzen op een tekort aan voedsel. Dit zou bovendien zonder lijden gepaard gaan. Ten onrechte, zo zeggen zij, worden magere dieren als zielig beschouwd. Dergelijke kwalificaties zouden te veel menselijke interpretaties zijn, die te veel tot emotionele discussies leiden. Andere deskundigen[bron?] menen echter dat herkauwers die sterk vermagerd zijn al ernstig geleden hebben onder het voedselgebrek.[5]

Ook is er discussie over de vraag of voedselgebrek in de winter er toe leidt dat dieren zich minder voortplanten[6] Sommigen menen dat de voedselomstandigheden in dit gebied in de zomer zo uitbundig zijn dat de prikkel om zich niet voort te planten grotendeels vervallen is in de bronsttijd.[7]

Proeftuin voor modern natuurbeheer[bewerken]

De Oostvaardersplassen geldt als een bijzonder natuurgebied. Het is een van de belangrijkste gebieden in Nederland waar op relatief grote schaal met natuurontwikkeling ervaring wordt opgedaan. De introductie van grote grazers is vanaf het begin daarvan onderdeel geweest, enerzijds met het doel om tot een alternatieve manier van begrazing te komen, anderzijds om tot aanzetten voor een zelfregulerend ecosysteem te komen. Het is dus in verschillende opzichten een experiment dat onvermijdelijk tot discussie onder deskundigen heeft geleid. Ook verschillende maatschappelijke organisaties hebben posities ingenomen in dit debat dat paradigmatisch is geworden voor het probleem van de introductie en het beheer van grote grazers in Nederland. Dierenwelzijnsorganisaties wijzen preventief beheer door afschot categorisch af,[8][9] terwijl jagers stellen dat beheersjacht minder dierenleed veroorzaakt omdat er geen periode van lijden aan vooraf gaat.[10] De Koninklijke Maatschappij voor Diergeneeskunde onderschrijft de zogenaamde zorgplicht voor grote grazers maar wil meer discussie over de wijze waarop dat moet gebeuren.[11] Natuurbeschermingsorganisaties staan over het algemeen positief tegenover begrazing met grote grazers, al is er wel enige zorg over de mogelijke achteruitgang van de biodiversiteit.

De beheersexperimenten met grote grazers hebben verscheidene malen tot felle publieksreacties geleid. Ook de Tweede Kamer mengde zich in 2010 weer in het debat nadat het TV-programma EénVandaag stervende grazers toonde. Minister Gerda Verburg van LNV zegde toe de evaluatie van het experiment met zelfregulerend beheer nog in 2010 zou plaatsvinden. Bovendien besloot de Tweede Kamer dat na de strenge winter van 2010 overgegaan moest worden tot bijvoederen van de grote grazers. De opvolger van Verburg, staatssecretaris Henk Bleker, deelde in november 2010 mee dat hij aan de hand van het rapport van de evaluatiecommissie onder leiding van Dzsingisz Gabor het experiment aan de Oostvaardersplassen als mislukt beschouwt. Hij pleitte voor het reduceren van de wildstand met 30% door het afschieten van oude en zwakke dieren en noemde dit "vroegtijdig reactief beheer".

Waterhuishouding[bewerken]

De waterhuishouding van de Oostvaardersplassen is onderverdeeld in diverse niveaus. Het belangrijkste verschil ligt tussen het natte moeras deel en het deel waar de grote grazers lopen. Oorspronkelijk was het natte deel lager dan het grazige gedeelte. Door het inklinken van de grond werd het droge deel natter en het natte deel droger. Om te voorkomen dat het moeras zou verdwijnen, is er een dijk omheen gelegd. Tevens is er een tijd lang een waterniveau aangehouden ten gunste van een vaste waterstand.

De problemen die zich hierdoor gingen voordoen waren dat steeds meer riet verdween. In een experiment waarbij een deel van het natte gedeelte mocht droogvallen bleek, dat het droogvallen van het moeras leidt tot de oorspronkelijke situatie waarin pioniersplanten opkomen. Tijdens de droge periode rijpt de klei waardoor het water helderder is nadat het water terugkeert en de omstandigheden geschikt worden voor waterplanten. Bij het droogvallen kwamen veel volwassen schubkarpers om hierdoor kwam er weer ruimte voor jonge vis, wat zeer gunstig bleek voor de visetende vogels.

Waterpeilbeheer[bewerken]

Er zijn tegenstanders van een natuurlijk waterpeilbeheer; tijdens de droge jaren was er in de Oostvaardersplassen minder ruimte voor allerlei vogels zoals de lepelaar. Omdat het hier om beschermde vogels gaat, werd al gauw gesteld dat dit onaanvaardbaar is. Veel van de vogels hebben hun heil elders gezocht en hierdoor zijn op allerlei plaatsen vogels tot broeden gekomen die daar tot dan toe niet voorkwamen. Het gevolg is dat een aantal jaren later geconstateerd kan worden dat de verspreiding van sommige soorten vergroot is waardoor de risico's voor het soort verminderd zijn.

Wanneer het moeras droog valt, zal de grond inklinken. De dijken om het moeras heen zullen echter hun hoogte houden waardoor de waterstand in de Oostvaardersplassen aanzienlijk kan stijgen. Het is daarom belangrijk dat na een droge periode, de hoogte van de uitstroompunten herzien wordt. Veel water van de Oostvaardersplassen stroomt via de ecologische verbindingszone naar het Wilgenbos weg. De capaciteit van de verbindingszone is echter kleiner dan de maximale uitstroomcapaciteit van de Oostvaardersplassen, hierdoor kan er wateroverlast ontstaan in het nabij gelegen industriegebied.

Vogelstand[bewerken]

In de tijd gezien zijn er tot het jaar 2000 drie ingrijpende periodes geweest in het moerasgebied: droogte in 1987 tot en met 1990, het weer met water vollopen in periode van 1991 tot 1994, en een waterpeilverhoging in 1998. Uit waarnemingen gedurende al de jaren blijkt dat elke vogel zijn optimale waterstand kent. Een dodaars wil meer dan veertig centimeter waterdiepte, een baardman tussen tien en veertig centimeter en voor de rietgors is minder dan tien centimeter te prefereren. Wisselingen in de waterstand en periodieke droogval leiden tot een meer dan evenredige toename van vogelsoorten. De verschillende soorten pieken na elkaar. Een ideale situatie voor alle soorten is niet mogelijk, de opeenvolging van af- en toename van soorten is volgens Frans Vera juist kenmerkend voor een gebied als de Oostvaardersplassen.

Visstand[bewerken]

De ecologische verbindingszone is functioneel voor planten en dieren, voor vissen zijn de sluisjes echter onneembaar. Er zijn geen vistrappen waardoor vis de Oostvaardersplassen in en uit kan komen. Een gevolg is dat trekkende vis als de paling in dit gebied uitsterft. Ook het stekelbaarsje kan in het voorjaar niet meer binnen zwemmen. Het grootste probleem is echter de leeftijdsopbouw van de karper. Er is nauwelijks predatie op de volwassen vis mogelijk, en als gevolg hiervan bestaat de visstand vooral uit volwassen vis.

Doordat met name de Europese meerval, aanwezig in de Flevolandse vaarten, in de Oostvaardersplassen ontbreekt, zal de onnatuurlijke visstand zich handhaven. Hierdoor is er minder prooi voor vogels als de kwak, ralreiger en het woudaapje. Het is waarschijnlijk dat met predatie op volwassen karpers, deze vogels in aantal zullen toenemen.

Film[bewerken]

Op 23 september 2013 ging De Nieuwe Wildernis in première, een natuurfilm van regisseur Ruben Smit. De bioscoopfilm geeft, ondersteund met muziek van het Metropole Orkest, een overzichtsbeeld van het leven in de Oostvaardersplassen.[12]

De film oogstte niet alleen waardering maar lokte ook veel discussie uit. Kritische geluiden zijn onder andere te horen in de zogenaamde 'tegendocumentaire' 'De nieuwe Wildernix' van Sjoerd Schaper. Deze laat tegenstanders van het 'nieuwe wildernisbeleid' aan het woord en toont beelden van de keerzijde van het in de film getoonde natuurbeheer van de Oostvaardersplassen.[13]

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Referenties[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. cijfers Staatsbosbeheer Dossier Oostvaardersplassen mutaties 2011
  2. Lange winter voor grazers in de Oostvaardersplassen, bericht van Staatsbosbeheer, 17 juni 2013
  3. Handelingen Tweede Kamer 28-1-2010
  4. Frankenhuis NRC Handelsblad 21-1-2010
  5. The Merck Veterinary Manual 2008
  6. Interview F. Vera NRC 19-1-2010
  7. Advies Wintersterfte 2004-2005 Raad voor Dierenaangelegenheden 18-8-2005
  8. www.dierenbescherming.nl nieuws 19-1-2010
  9. weblog Frank Dales, directeur dierenbescherming 18-3-2010 (http://weblog.dierenbescherming.nl)/
  10. Reactie NOJG op drama Oostvaardersplassen www.nojg.nl Nieuws en Actualiteiten 17-3-2010
  11. www.KNMvD.nl: Actueel 11-3-2010
  12. Bioscoopfilm Nieuwe Wildernis in première, NOS, 23 september 2013
  13. 'De Nieuwe Wildernis' maakt reacties los Bespreking op Vroege vogels, met link, van De Nieuwe Wildernix, documentaire van Sjoerd Schaper
Overzicht van de 162 Natura 2000-gebieden in Nederland

Aamsveen (gebiedsnummer 55) · Abdij Lilbosch & voormalig Klooster Mariahoop (151) · Abtskolk & De Putten (162) · Achter de Voort, Agelerbroek & Voltherbroek (47) · Alde Feanen (13) · Arkemheen (56) · Bakkeveense Duinen (17) · Bargerveen (33) · Bekendelle (63) · Bemelerberg & Schiepersberg (156) · Bergvennen & Brecklenkampse Veld (46) · Biesbosch (112) · Binnenveld (voorheen Bennekomse Meent) (65) · Boddenbroek (52) · Boetelerveld (41) · Boezems Kinderdijk (106) · Borkeld (44) · Boschhuizerbergen (144) · Botshol (83) · Brabantse Wal (128) · Broekvelden, Vettenbroek & Polder Stein (104) · Brunssummerheide (155) · Bunder- en Elsloërbos (153) · Buurserzand & Haaksbergerveen (53) · Canisvlietse Kreek (125) · Coepelduynen (96) · De Bruuk (69) · De Wilck (102) · Deelen (14) · Deurnsche Peel & Mariapeel (139) · Dinkelland (49) · Donkse Laagten (107) · Drents-Friese Wold & Leggelderveld (27) · Drentsche Aa-gebied (25) · Drouwenerzand (26) · Duinen Ameland (5) · Duinen Den Helder-Callantsoog (84) · Duinen en Lage Land Texel (2) · Duinen Goeree & Kwade Hoek (101) · Duinen Schiermonnikoog (6) · Duinen Terschelling (4) · Duinen Vlieland (3) · Dwingelderveld (30) · Eemmeer & Gooimeer Zuidoever (77) · Eilandspolder (89) · Elperstroomgebied (28) · Engbertsdijksvenen (40) · Fochteloërveen (23) · Gelderse Poort (67) · Geleenbeekdal (154) · Geuldal (157) · Grensmaas (152) · Grevelingen (115) · Groot Zandbrink (80) · Groote Gat (124) · Groote Peel (140) · Groote Wielen (9) · Haringvliet (109) · Havelte-Oost (29) · Hollands Diep (111) · IJsselmeer (72) · Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld & Twiske (92) · Kampina & Oisterwijkse Vennen (133) · Kempenland-West (135) · Kennemerland-Zuid (88) · Ketelmeer & Vossemeer (75) · Kolland & Overlangbroek (81) · Kop van Schouwen (116) · Korenburgerveen (61) · Krammer-Volkerak (114) · Kunderberg (158) · Landgoederen Brummen (58) · Landgoederen Oldenzaal (50) · Langstraat (130) · Lauwersmeer (8) · Leekstermeergebied (19) · Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux (136) · Lemselermaten (48) · Lepelaarplassen (79) · Leudal (147) · Liefstinghsbroek (21) · Loevestein, Pompveld & Kornsche Boezem (71) · Lonnekermeer (51) · Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen (131) · Maasduinen (145) · Manteling van Walcheren (117) · Mantingerbos (31) · Mantingerzand (32) · Markermeer & IJmeer (73) · Markiezaat (127) · Meijendel & Berkheide (97) · Meinweg (149) · Naardermeer (94) · Nieuwkoopse Plassen & De Haeck (103) · Noorbeemden & Hoogbos (161) · Noordhollands Duinreservaat (87) · Noordzeekustzone (7) · Norgerholt (22) · Oeffelter Meent (141) · Olde Maten & Veerslootslanden (37) · Oostelijke Vechtplassen (95) · Oosterschelde (118) · Oostvaardersplassen (78) · Oude Maas (108) · Oudegaasterbrekken, Fluessen en omgeving (10) · Oudeland van Strijen (110) · Polder Westzaan (91) · Polder Zeevang (93) · Regte Heide & Riels Laag (134) · Roerdal (150) · Rottige Meenthe & Brandemeer (18) · Sallandse Heuvelrug (42) · Sarsven en De Banen (146) · Savelsbos (160) · Schoorlse Duinen (86) · Sint-Jansberg (142) · Sint Pietersberg & Jekerdal (159) · Sneekermeergebied (12) · Solleveld & Kapittelduinen (99) · Springendal & Dal van de Mosbeek (45) · Stelkampsveld (60) · Strabrechtse Heide & Beuven (137) · Swalmdal (148) · Teeselinkven (59) · Uiterwaarden IJssel (38) · Uiterwaarden Lek (82) · Uiterwaarden Neder-Rijn (66) · Uiterwaarden Waal (68) · Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht (36) · Ulvenhoutse Bos (129) · Van Oordt's Mersken (15) · Vecht- en Beneden-Reggegebied (39) · Veerse Meer (119) · Veluwe (57) · Veluwerandmeren (76) · Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek (132) · Vogelkreek (126) · Voordelta (113) · Voornes Duin (100) · Waddenzee (1) · Weerribben (34) · Weerter- en Budelerbergen & Ringselven (138) · Westduinpark & Wapendal (98) · Westerschelde & Saeftinghe (122) · Wieden (35) · Wierdense Veld (43) · Wijnjeterper Schar (16) · Willinks Weust (62) · Witte en Zwarte Brekken (11) · Witte Veen (54) · Witterveld (24) · Wooldse Veen (64) · Wormer- en Jisperveld & Kalverpolder (90) · Yerseke en Kapelse Moer (121) · Zeldersche Driessen (143) · Zoommeer (120) · Zouweboezem (105) · Zuider Lingedijk & Diefdijk-Zuid (70) · Zuidlaardermeergebied (20) · Zwanenwater & Pettemerduinen (85) · Zwarte Meer (74) · Zwin & Kievittepolder (123)


Externe link: Gebiedendatabase Ministerie Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit