Salland

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Icoontje doorverwijspagina Zie Salland (doorverwijspagina) voor andere betekenissen van Salland.
Het gebied dat Salland ongeveer bestrijkt

Salland (Nedersaksisch: Sallaand) is een landstreek in het westen van de Nederlandse provincie Overijssel.

De grenzen van deze streek zijn moeilijk aan te geven, maar over het algemeen wordt aangenomen dat Salland het Overijsselse gebied buiten de gemeenten van de Regio Twente en de gemeente Steenwijkerland, maar inclusief de gemeente Hellendoorn en de voormalige gemeentes Den Ham en Holten bestrijkt.

Uit de kaart "Transisalania Provincia Vulgo Over-Yssel" van 1740 is af te leiden dat het Drostampt van Sallandt zich uitstrekt over een gebied dat ruwweg loopt van Coevorden,[1] Hardenberg, Dalfsen, Staphorst,[2] Zwolle, Deventer, Holten, Hellendoorn en Den Ham.

Naam[bewerken]

De naam Salland werd traditioneel in verband gebracht met de Saliërs, een Frankische stam.[3] [4] Deze zouden dan in laat-Romeinse tijd (ca. 3e eeuw) verdreven zijn door de Saksen. De etymologie is echter omstreden.

In 814 wordt een gebied beschreven dat men Salahom noemt en is gelegen waar de rivier de Hisla uitmondt in de zee. In 1225 is er een bisschoppelijke schout aangesteld over het gebied Psallandia. Bisschop Jan Van Arkel vormt in 1346 een nieuwe bestuurlijke eenheid en noemt het landschap Salland.[5]

Dit landschap Salland, was verdeeld in het drostambt Salland, het schoutambt van Colmschate, het drostambt IJsselmuiden, het hoogschoutambt Hasselt en de heerlijkheid Zalk. Verder maakten de drie belangrijkste steden van Overijssel, Deventer, Zwolle en Kampen en de kleinere steden Grafhorst, Gramsbergen, Hasselt, Hardenberg en Ommen er deel van uit.

Ontstaan[bewerken]

Kaart van Salland uit 1757

Voor en tijdens de warmere periodes gedurende de ijstijden hebben de rivieren Rijn, Wezer en Elbe de basis gelegd voor het huidige Sallandse landschap door enorme hoeveelheden zand aan te voeren. Door Salland liep een brede rivier naar het noorden. Via het dal hiervan schoof gedurende de voorlaatste ijstijd een ijskap van soms tweehonderd meter dik naar het zuiden. Het dal werd hierdoor dieper en aan de randen ver omhoog geduwd. Zo ontstonden de stuwwallen die nu nog aanwezig zijn als de Sallandse heuvelrug en de Noordoost Veluwse heuvels. De schuivende ijsmassa bracht stenen en leem mee uit Scandinavië. Dit bleef achter toen het ijs smolt maar werd door de woeste smeltwaterrivieren al snel bedekt door een dikke laag grof zand en keien die het brede dal opvulden. Hier overheen kwamen in grote delen van Salland door verstuiving nog oude en jonge dekzanden. In het laatste stadium zijn deze neergelegd in de vorm van ruggen die, afgewisseld door beekdalen, vanuit het oosten in de richting van de IJssel lopen. Afwatering naar het noorden werd door de dekzandruggen geblokkeerd. Tienduizend jaar geleden, aan het begin van het huidige geologische tijdperk, ontwikkelde zich al vrij snel een gevarieerde vegetatie met veel loofbomen. Doordat het klimaat natter werd vormde zich zo'n vijfduizend jaar geleden in veel lagere gebieden een veenlaag die nu soms nog 50 centimeter dik is. Deze veenvorming stopte toen de IJssel weer veel Rijnwater kreeg af te voeren, er kwam daardoor een afzettingslaag van rivierklei over het veen heen. In minder mate geldt dit gegeven ook voor het Vechtdal. Vanaf de middeleeuwen zal de mens grote invloed gaan uitoefenen op het landschap door bedijking, ontbossing en het in cultuur brengen van steeds grotere delen van het gebied.

Karakteristiek[bewerken]

Salland is een landstreek die gedomineerd wordt door landbouw en veeteelt. Er zijn veel landgoederen te vinden met bijbehorende havezaten, landhuizen en kastelen. De voor het IJsseldal karakteristieke weteringen werden al in de Middeleeuwen gegraven omdat door stroomruggen en bedijking het water uit het gebied, dat voor een deel van de Sallandse heuvelrug afkomstig was, niet meer vrij naar de rivier kon wegstromen. In het oosten zijn grote 19e-eeuwse ontginningen van woeste gronden. Elders is vaak sprake van een kleinschalig coulisselandschap. Het Nationaal Park Sallandse Heuvelrug is een bijzonder recreatie- en natuurgebied waar het in Nederland ernstig bedreigde korhoen nog voorkomt.

De Sallanders spreken Sallands, een Nedersaksisch dialect dat meer Hollandse (westelijke) invloed onderging dan het Twents maar aanzienlijk minder dan het West-Veluws. In het noorden van het Salland - in en om Staphorst, Nieuwleusen, Dedemsvaart en Slagharen - spreekt men geen Sallandse maar Drentse dialecten.

Huidige grenzen[bewerken]

Volgens de provincie Overijssel behoren de gemeenten Zwolle, Kampen, Zwartewaterland, Staphorst, Hardenberg, Ommen, Dalfsen, Raalte, Olst-Wijhe, Deventer en Hellendoorn in hun geheel tot Salland, terwijl de gemeenten Twenterand en Rijssen-Holten er gedeeltelijk deel van uitmaken. In die visie spreekt men wel van Noord-, Oost-, en Zuid-Salland.

De streek langs de Overijsselse Vecht rond de plaatsen Gramsbergen en Hardenberg is altijd tot Salland gerekend, ondanks haar ligging ten opzichte van de rest van Salland. Het dialect van deze streek is een overgangsdialect tussen Sallands en Drents. Tegenwoordig wordt het gebied aan weerszijden van de Vecht, van Gramsbergen tot aan Dalfsen vaak aangeduid als het Vechtdal.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Coevorden ligt in Drenthe en behoort niet tot Salland.
  2. Staphorst wordt ook wel tot de Kop van Overijssel gerekend.
  3. Maurits Gysseling. Toponymisch Woordenboek van België, Nederland, Luxemburg, Noord-Frankrijk en West-Duitsland (vóór 1226) p. 885 (1960) "Germ. Salahum, dat. pl., "bij de Salahas", zeer waarschijnlijk nevenvorm van Salii"
  4. DBNL: J. te Winkel, Jaarboek Maatschappij Nederlandse Letteren, 1905
  5. Website provincie Overijssel