Twents (dialect)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
In donkergroen het Twents taalgebied; in lichtgroen het gebied waar Twents-Graafschaps wordt gesproken

Het Twents is een dialect van het Nedersaksisch. Nedersaksisch is een van de drie erkende streektalen in Nederland (de andere zijn het Limburgs en het Fries). Het gebruik van het Twents wordt minder van generatie op generatie, omdat veel ouders hun kinderen bij voorkeur in het Nederlands opvoeden. In de drie steden Enschede, Hengelo en Almelo is veel meer dialectverlies dan op het platteland.

Dialect[bewerken]

Twents wordt gesproken in de meeste Twentse gemeenten, maar niet overal: de meest westelijke plaatsen (o.a. Hellendoorn en Nijverdal) hebben een Sallands dialect. Sprake van één homogeen dialect in de rest van het gebied is er evenmin. Woorden en uitdrukkingen kunnen per dorp of stad verschillen. Het meest afwijkend is het Vriezenveens, dat veel van het Sallands heeft maar eigenlijk noch bij het Twents, noch bij het Sallands kan worden ingedeeld. Het Vriezenveens bevat veel oudere elementen, zoals de Westfaalse breking, die te horen is in woorden zoals waver (over, in andere soorten Twents "oaver" of "oawer") en jätn (eten, in andere soorten Twents "eetn" of "etn"). De meest oostelijke plaatsen (Denekamp, Oldenzaal etc.) kennen naast iej nog doe voor "jij" (elders in Twente alleen iej). Een ander regionaal verschil is neet of nit (in het westen) tegenover nich (in het oosten) voor niet. Almelo, Hengelo en Enschede liggen tegenwoordig ten westen van de doe/iej-lijn maar grotendeels nog ten oosten van de neet/nich-lijn. Halbertsma vermeldt in een handschrift uit 1850 dat neet werd gezegd in Rijssen, Vriezenveen, Almelo, Zenderen, Delden, Haaksbergen, Achterhoek, Markelo, Almelo, Borne, Goor en het omringende platteland van westelijk Twente.

Dagelijks gebruik[bewerken]

Het dagelijks gebruik van het Twents ligt volgens de Taaltelling Nedersaksisch uit 2005 van Henk Bloemhoff et al. op zo'n 62% van de bevolking. 75% van de Twentenaren zegt regelmatig Twents te spreken. Doordat jongeren met de Nederlandse taal worden opgevoed, maar de ouders onderling zelf Twents spreken, krijgen de jongeren in feite een tweetalige opvoeding. Dit heeft als gevolg dat Twentse jeugd veel code-switcht; zinnen worden bijvoorbeeld in het Twents begonnen, maar in het Nederlands geëindigd, of vice versa. Bij clubs en verenigingen is het gebruik van het Twents vaak een bindende factor, zowel voor jong als oud. In de zorg, de agrarische sector en de bouw is het Twents nog altijd de hoofdtaal.

De woordenschat van het Twents is aan sterke invloed van het Nederlands onderhevig. Veel traditioneel Twentse woorden vervallen, terwijl er een Nederlands of Engels woord voor terug komt, al dan niet met vertwentste uitspraak. Vaak handelt het hier om woorden die cultureel bepaald zijn. Een voorbeeld hiervan is het Twentse woord voor "wasknijper". het traditionele woord hiervoor is tuugpinne, maar omdat het woord tuug (klederdracht) niet meer wordt gebruikt (omdat de mensen geen klederdracht meer dragen), is tegenwoordig het vertwentste wasknieper gebruikelijker. Dit verschijnsel is niet nieuw; tijdens de Franse tijd in Nederland werden veel woorden uit het Frans ontleend. Denk bijvoorbeeld aan woorden als accorderen, negociëren en trottoir, die soms zelfs zo anders uitgesproken worden, dat het inheemse woorden lijken. Vóór de Franse tijd stond vaak het Latijn model.

Twents wordt steeds vaker ingezet in marketingstrategieën. Meer en meer bedrijven kiezen voor een Twentse slogan. Daarnaast zijn er bedrijven, zoals bijvoorbeeld de Regiobank en het online factureringsbedrijf Moneybird, die hun reclames in verschillende Nederlandse talen laten vertalen, zoals in het Fries, Limburgs en het Twents.

Twents in gecultiveerde vorm[bewerken]

Naast diverse plaatselijke heemkundeverenigingen, zetten de Oudheidkamer Twente en het voormalige Van Deinse Instituut zich in om meer te weten te komen over heden en verleden van Twente wat betreft streekcultuur, volkskunde, streektaal, cultuurgeschiedenis en landschap. Men verzamelt, onderhoudt, bestudeert en presenteert een uitgebreide collectie materiële getuigenissen uit het verleden van Twente. Het Van Deinse Instituut is inmiddels met het Enschedese Natuurmuseum en het Textielmuseum Jannink opgegaan in het museaal centrum TwentseWelle dat in april 2008 openging.

In september 2010 ging de Twentse Taalbank van start, een meerjarig project van de Oudheidkamer Twente dat gericht is op het lokaliseren, verzamelen, inventariseren, bestuderen, duiden en middels een website en andere publicaties toegankelijk maken van alle mogelijke Twentse taaluitingen uit met name de 19e en 20e eeuw. Initiatiefnemer en conservator is Goaitsen van der Vliet.

De Kreenk vuur de Twentse Sproak houdt zich onder andere bezig met dialectbijeenkomsten, de spelling van het Twents, een (inmiddels door Anne van der Meiden voltooide) Twentse bijbelvertaling en het Twents in de media. Daarnaast is er sinds 1994 een meer literair-creatieve groep schrijvers rond het blad in t plat De Nieje Tied en het interactieve digitale woordenboek Dialexicon Twents van Goaitsen van der Vliet die in plaats van de Kreenk-schriefwieze de Standaard Schriefwieze hanteren.

RTV Oost bracht in 2005 een succesvolle Twentstalige soapserie op tv, Van Jonge Leu en Oale Groond. Hieraan werkte onder meer Herman Finkers mee, die eerder twee van zijn theatershows in het Twents vertaalde.

Sinds 1977 zijn Fred en Angie Rootveld bezig met het vastleggen van wat minder 'salonfähige' uitingen in het Twents. Dat deden ze door Twentse conferenciers op LP en later op CD en DVD vast te leggen onder de naam Twente Plat. Dit waren o.a. Gait oet 't Klooster, Naats oet Hengel, Mans en Graads en Duo Christenhusz. Twente Plat gaat jaarlijks op tournee met een avondvullende Twentse voorstelling.

Er zijn ook enkele bekende stripalbums in het Twents vertaald: het eerste Asterix-album Asterix den Galliër (Asterix de Galliër), Kats in t plat! (1997) door Frank Löwik en Goaitsen van der Vliet, vervolgens Suske en Wiske met de albums 't Zulveren Heurnke (De ringelingschat) en 't Witte Wief (Het witte wief) door Gerard Vaanholt en tenslotte Kuifje (Tuufke in het Twents) met 't Smokweark van Bianca Castafiore (De juwelen van Bianca Castafiore) door Ben Siemerink.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Wikipedia-logo-v2.svg Zie de Twents (dialect)e uitgave van Wikipedia.