Zeeuws

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zeeuws
Nederlands dialect
Het Zeeuws in kaart gebracht
Het Zeeuws in kaart gebracht
Gesproken in Nederland
Taalgebied Zeeland en Goeree-Overflakkee (Zuid-Holland)
Streekdialecten Goerees, Flakkees, Schouwen-Duivelands, Philipslands, Thools, Noord-Bevelands, Walchers, Zuid-Bevelands, Land-van-Axels, Land-van-Cadzands
Stadsdialecten Burgerzeeuws
Taalcodes
ISO 639-3 zea
Portaal  Portaalicoon   Taal
Nederlands
Zeeuwstalig schildje op het dorpshuis in Nisse

Zeeuws is de overkoepelende term voor een groep Friso-Frankische taalvariëteiten die in het zuidwesten van Nederland - in hoofdzaak delen van de provincie Zeeland - een dialectcontinuüm vormen dat door sommige taalkundigen als een variant van de Nederlandse taal en door anderen als een aparte streektaal gezien wordt (zie Status als taal, dialect of variant).

Naam[bewerken]

De naam Zeeuws is al oud: het woord stamt uit de Middeleeuwen en is zélf een zuidwestelijk dialectwoord. In de talige betekenis treft men het ook al vroeg aan. Een door deskundigen van het Zeeuws vaak aangehaald citaat van Jacob van Maerlant (uit zijn heiligenleven van Sint-Franciscus) luidt:

Men moet om de rime te souken
Misselike tonghe [verscheidene talen] in bouken:
Duuts, Diets, Brabants, Vlaemsch, Zeeus;
Walsch, Latijn, Griex ende Hebreeus

Sindsdien is de benaming "Zeeuws" voor de tongval van Zeeland in gebruik gebleven. Er zijn evenwel veel andere benamingen, waarvan er sommige gebruikelijker zijn. De spreker kan naar zijn dialect verwijzen met de naam van zijn streek (Walchers, Zuud-Bevelands) of woonplaats (Wasschappels, Eintjessands). Die gewoonte komt waarschijnlijk van de idee dat men in elk dorp een ander dialect spreekt, dat een plaats verderop al niet meer te verstaan is, en dat "het" Zeeuws al helemaal niet bestaat (voor een behandeling van dit vraagstuk zie onder). Een spreker van Goeree-Overflakkee zal zijn taal (Goerees en Flakkees) zelfs nooit als Zeeuws aanduiden. Vanouds noemen de Zeeuwen hun eigen taal "boers" en het Nederlands "(op z'n) burgers"; deze benamingen raken uit de mode. Ook de naam plat komt voor, echter minder dan in bijvoorbeeld het oosten van het land.

Verbreiding en plaatsbepaling[bewerken]

Behalve in Zeeland spreekt men het Zeeuws ook op het eiland Goeree-Overflakkee. In het Land van Hulst en in een smalle zuidelijke streek van het Land van Axel spreekt men dialecten die in taalkundig opzicht niet als Zeeuws, maar als Oost-Vlaams gezien moeten worden. De dialecten in de rest van Zeeuws-Vlaanderen heten gewoonlijk wel Zeeuws; deze wijken echter zo af dat men ze met evenveel recht varianten van het West-Vlaams kan noemen. Feitelijk gaan het Zeeuws en het West-Vlaams vloeiend in elkaar over, en hoezeer beide talen oppervlakkig (op het eerste gehoor) ook verschillen, intern zijn ze zeer nauw verwant doordat ze een verwante ontwikkeling hebben doorgemaakt. Soms worden het Zeeuws en het West-Vlaams daarom ook wel beschouwd als varianten van dezelfde streektaal.

In zekere zin is er ook een dialectcontinuüm met het Hollands, wat het duidelijkst merkbaar is op Voorne-Putten. Ook het Hoeksche Waards en zelfs het Rotterdams hebben nog Zeeuwse invloeden. Met het Brabants echter is dit niet het geval: de grens tussen Zeeland en Noord-Brabant vormt een van de sterkste isoglossenbundels van Nederland. Alleen in de dorpen Oud-Vossemeer (gemeente Tholen, Zeeland) en Nieuw-Vossemeer (gemeente Steenbergen, Noord-Brabant) zijn de dialecten wederzijds beïnvloed.

Afgeleide talen[bewerken]

Drie op het Nederlands gebaseerde creooltalen, namelijk het Skepi, het Berbice-Nederlands en het Negerhollands, gaan terug op Zeeuwse dialecten. Vaak wordt beweerd dat ook het Afrikaans beïnvloed werd door het Zeeuws, maar dit idee is inmiddels achterhaald. Opvallende voornaamwoorden, klankverschijnselen en inhoudswoorden van het Zeeuws zijn niet terug te vinden in het Afrikaans.

Taalgeschiedenis[bewerken]

Zoals de hele kuststrook van de Nederlanden was Zeeland (en West-Vlaanderen) in de vroege Middeleeuwen Ingveoonstalig: dat wil zeggen dat er Fries of een sterk verwant Germaans dialect gesproken werd. Onder de Merovingen en zeker onder de Karolingen begon de Frankische expansie: veel door de Franken veroverde gebieden gaven hun taal op ten gunste van het Frankisch. In Zeeland gebeurde dit al vrij vroeg. Een Ingveoons substraat is er echter altijd achtergebleven, mogelijk mede door de banden met Holland.

Na de Frankische expansie volgde de Vlaamse expansie: later in de Middeleeuwen werd Vlaanderen het leidende gewest in de Nederlanden. De taalveranderingen die hier optraden werden door heel de Nederlanden verspreid, zij het niet allemaal in dezelfde mate. Belangrijke veranderingen waren het veranderen van combinatie -ft in -cht, en de consequente umlaut van [u:] in [y:]. Daardoor zegt men nu in Zeeland buuk, niet boek zoals in het Twents en Limburgs, voor "buik".

In de late Middeleeuwen verloor Vlaanderen zijn positie meer en meer aan Brabant. Dit gewest had weer andere klankveranderingen doorgevoerd: de uu en ii werden gediftongeerd tot ui en ij. Om diverse redenen deed het Zeeuws niet mee aan deze zogeheten Brabantse expansie, terwijl het Hollands de veranderingen snel overnam. Sindsdien raakten de klanken ii en uu in toenemende mate met het Zeeuws geassocieerd. Er was wel invloed van het Hollands - Holland werd in de Gouden Eeuw tenslotte het alles overheersende gewest - maar het Zeeuws bleef hier grotendeels van gevrijwaard, uitgezonderd in de steden Middelburg en Vlissingen. Op afgelegen plaatsen als Zuid-Beveland en zeker Zeeuws-Vlaanderen drong het Nederlands als daktaal zelfs bijna niet door en raakte het dialect verder en verder van de opkomende Nederlandse standaardtaal verwijderd.

Pas met de invoering van de Leerplichtwet in 1900 keerde het tij. Sindsdien groeiden de dialecten langzaamaan naar het Nederlands toe, terwijl het relatief aantal sprekers duidelijk terugliep. Het Zeeuws is echter (indien het inderdaad als een aparte taal mag worden beschouwd) voorlopig nog geen bedreigde taal (zie onder).

Status als taal, dialect of variant[bewerken]

Het Zeeuws geniet geen landelijke erkenning. De lokale overheid bleek echter wel zo ver te krijgen om een straat in Westkapelle een Zeeuwse naam te geven.

Vanouds wordt het Zeeuws als een dialect van het Nederlands, niet als aparte taal gezien. Dit is uiteraard een kwestie van definitie: het Standaardnederlands en het Zeeuws zijn beide volwaardige, zelfstandige taalsystemen. Er is sprake van wederzijdse verstaanbaarheid tussen beide taalvarianten, zij het doorgaans met enige moeite.[bron?] Zoals boven gesteld heeft het Zeeuws aan twee grote taalveranderingen in het Nederlands meegedaan maar heeft het de laatste overgeslagen - in die zin staat het Zeeuws dichter bij het Nederlands dan het Limburgs, dat ook de Vlaamse expansie grotendeels heeft overgeslagen, maar verder ervan af dan het Afrikaans en het Brabants.

In het licht van de dialectrenaissance en de trend steeds meer inheemse taalvormen als aparte talen te beschouwen hebben sommigen gezocht het Zeeuws uit zijn traditionele context van Nederlands dialect te halen. Men heeft recentelijk geprobeerd het Zeeuws, in navolging van het Limburgs en het Nedersaksisch, op nationaal niveau als streektaal te erkennen. Dit initiatief is in 2004 bij de minister van Binnenlandse Zaken gestrand; men beschouwde de Zeeuwse dialecten als "behorende tot het Nederlands", al heeft het geen noemenswaardige bijdrage aan de Nederlandse standaardtaal geleverd.

Ethnologue beschouwt het Zeeuws echter wel als een aparte taal, en deze visie is door ISO in de ISO/DIS-639-3-codes overgenomen; de code is zea. In dit artikel wordt beurtelings met de woorden "taal", "dialecten" en "variant" naar het Zeeuws verwezen; dit is niet bedoeld als stellingname voor één der zienswijzen. Ook het verwijzen naar de Nederlandse standaardtaal met "Nederlands" zonder meer heeft geen politieke achtergrond.

Kenmerken[bewerken]

Onder deze kop zullen voornamelijk de verschillen met het Standaardnederlands besproken worden. Veel van wat hier gesteld zal worden zal geen betrekking hebben op alle dialecten, in het bijzonder niet op die uit Zeeuws-Vlaanderen. Dit zal niet steeds in detail aangetekend worden - men neme dit in acht. In de afzonderlijke artikelen over de subdialecten (hieronder opgesomd) wordt hierop dieper ingegaan.

Klankleer[bewerken]

Klinkerverschijnselen[bewerken]

De voornaamste klanken zijn de uu en de ii (geschreven ie) op de meeste plaatsen waar het Nederlands ui en ij heeft. Dit treedt in alle als Zeeuws beschouwde dialecten op. Dientengevolge verschijnt uit er als uut, buiten als buten, zwijgen als zwiege(n) en tijd als tied. In enkele woorden komt de Nederlandse ui of ij wel terug, bijvoorbeeld ruilen. Bij ijs en ies is er in sommige dialecten sprake van betekenisverschil: het eerste slaat op consumptie-ijs, het tweede op natuurlijk ijs.

In vier of vijf woorden komt de Nederlandse ij in het Zeeuws terug als een uu, dit als gevolg van klinkerronding. Het gaat om de woorden bluve(n) ("blijven"), pupe ("pijp"), twuvel ("twijfel", al komt twievel ook voor), vuuf/vuve ("vijf") en wuuf ("wijf"). Ronding treft men ook aan in een aantal woorden die van oorsprong een korte e hadden, vooral als die door een l gevolgd wordt. Schelp werd schulp, en tegen een sloot zegt men dulve (vgl. Nederlands Delft en delven).

Het omgekeerde, ontronding, vond plaats in veel woorden met van oorsprong een u: put werd pit, rups is rispe en het Nederlandse rug vertaalt men in veel Zeeuwse dialecten met rik. Ook bij lange vocalen komt ontronding een enkele keer voor: vuur is vier geworden, sturen klinkt als stiere(n).

Een klank die sterk met het Zeeuws wordt geassocieerd is de ae voor de Standaardnederlandse aa. Deze mutatie komt echter niet in alle Zeeuwse dialecten voor: ze ontbreekt ten zuiden van de Westerschelde, en is grotendeels afwezig in Middelburg en Vlissingen. Bovendien komt ze nergens op alle plaatsen waar in het Nederlands een aa staat voor. Vooral in vreemde woorden hoort men hier een ao (uitgesproken als [A:], soms als [O:]). Inheemse woorden waarin dat gebeurt zijn onder meer vaoder en praote(n). "Hollanders" die Zeeuws proberen te spreken maken hier vaak fouten in. De ae wordt uitgesproken als [E:] (dat wil zeggen de è in het Franse mère), maar zo niet op Zuid-Beveland: daar verkleurt hij verder naar [I:] (de ee uit beer).

Deze ae-klank is in feite een geval van umlaut. Behalve de aa worden ook de korte o en lange oo in een aantal woorden van umlaut voorzien, zodat ze in u respectievelijk eu veranderen. Naarmate men verder naar het zuiden gaat komt dit verschijnsel vaker voor. Op Zuid-Beveland (en in Arnemuiden en Nieuw- en Sint Joosland) wordt de eu tot een u verkort. Een "zomer in Zeeland" is op Overflakkee en Schouwen-Duiveland dus een zomer, op Walcheren en in Goedereede en Ouddorp een zeumer en op Zuid-Beveland een zummer. De zon wordt vaak zunne genoemd.

De Oudgermaanse ai en au zijn in het Nederlands geheel tot monoftongen ee en oo ontwikkeld. In de meeste Zeeuwse dialecten hebben deze woorden een rudiment van een tweeklank bewaard: Het Nederlandse boom (<Ogrm. *baumjô) bestaat er als boôm: de klinker is een open o met lichte naslag ([bO@m], soms [bOAm] of zelfs [buAm]). Eén (<Ogrm. *ainaz) heeft als cognaat eên (uitspraak [I@n], [IAn] of [iAn]). De boven beschreven klank komt vreemd genoeg ook terug in veel woorden die niet op een Oudgermaanse au teruggaan, zoals doôs. Op Walcheren worden bovendien in veel dorpen juist de woorden als "boom" met een Nederlandse, gesloten oo uitgesproken.

De korte e verkleurt vaak in hoge mate naar een a-achtege klank, zodat werken tot waarke(n) wordt. De klinker ae in het woord baede (bed) klinkt als de Brits-Engelse klank [æ] als in bad.

Medeklinkerverschijnselen[bewerken]

Zeeland is deel van het grote h-loze gebied in het zuidwesten van het Nederlandse-taalgebied. De h wordt er dus niet uitgesproken, zodat woorden als huis, horen en hemel gerealiseerd worden als uus, oôre en emel. Alleen in moderne leenwoorden kan de h opduiken. In het verleden hadden sprekers van het Zeeuws zeer grote moeite deze klank te produceren als ze Standaardnederlands moesten spreken. Vaak werd die klank overdreven tot een "g". Heden ten dage lukt het de meeste Zeeuwen wel die klank te produceren. De h-deletie ontbreekt op Goeree-Overflakkee, behalve in de dorpen Achthuizen en in Oude-Tonge.

In sommige beschrijvingen wordt het Zeeuws een "zachte g" toegeschreven. Dit is fonologisch gezien niet juist; een betere naam zou zijn "zwakke g". De Zeeuwse g wordt op dezelfde plaats in de keel gevormd als de Hollandse g, maar de keel wordt hierbij minder vernauwd. Hierdoor gaat de klank in de richting van de h, hoewel slechts weinigen haar helemaal als een Nederlandse h in "hond" uitspreken. Niettemin noteren veel dialectauteurs deze letter wel: men schrijft dan Hod voor "God" en noemt de plaats Goes Hoes.

De r wordt geëlideerd voor een s. Dit verschijnsel komt in de gehele provincie voor maar treedt in de stadsdialecten van Middelburg en Vlissingen niet meer zo vaak op. Een kers wordt een kes, hersenen worden assens. Gos/hos betekent "gras", ontstaan uit de variant "gors".

Grammatica[bewerken]

Morfologische eigenheden[bewerken]

De Zeeuwse vormleer wijkt niet fundamenteel af van de Nederlandse, maar een aantal verschillen is wel aan te wijzen.

In de Zeeuwse dialecten is nog een duidelijk rudiment van de drie woordgeslachten mannelijk, vrouwelijk en onzijdig overgebleven. Mannelijke woorden krijgen, conform de bdht-klinker-regel en zoals in het Brabants, het bepaald lidwoord d'n ("En d'n boer zeide tot de boerinne..."). Vrouwelijke woorden die vanouds op een klinker eindigen hebben in het Zeeuws een -e behouden, waar deze in het Hollands en Brabants verloren is gegaan: men denke onder meer aan verve ("verf"), weie ("wei, weide"), vraeke ("wraak"), schieve ("schijf, cd"), pupe ("pijp") en vrouwe ("mevrouw"). Het aantal woorden dat deze -e behouden heeft is zeer groot en er is niet of nauwelijks sprake van dat dit systeem in onbruik raakt. Wel worden soms vrouwelijke woorden die niet op een -e eindigen als mannelijk behandeld.

In de werkwoordsvervoeging valt een aantal dingen op. Zo hebben veel Zeeuwse dialecten twee infinitieven: een gewone op -e en een verzwaarde op -en, die na het woordje te en bij zelfstandig gebruik van een werkwoord ingezet wordt. Dit verschijnsel, dat men dieper in het binnenland, bijvoorbeeld op Zuid-Beveland, niet aantreft (daar eindigen alle infinitieven op -en), komt overeen met het Fries en is al zeer oud. Verder eindigt de jie-vorm zelden op een -t. In plaats daarvan gebruikt men de uitgang -e(n) of helemaal geen uitgang. "Je maakt" wordt in het Zeeuws je maeke(n) of je maek. Ook de -t voor de derde persoon enkelvoud kan frequent uitvallen: Ie loôp naer-uus en kiek hlad nie achteromme. Soms heeft de eerste persoon enkelvoud nog de zeer archaïsche uitgang -e: 'k Volge 't voetballen al 'n jaer nie. De imperatief kan een -t als uitgang hebben of geen uitgang krijgen; hierbij bestaat er geen onderscheid tussen enkelvoud en meervoud (Zie(t) is wat-at er gebeurd is!).

Geheel onregelmatig vervoegd worden de werkwoorden hebben en zijn. Hier volgt een beknopt overzicht van hun vormen in het Walchers.

è(n) [hebben]
  • ik è (ebbe)
  • jie ei
  • ie/ze ei(t)
  • ons, julder, ulder è (ebbe)
  • ik, ie ao
  • jie ao(d)
  • ons, julder, ulder aodden
  • ik è g'aod
weze(n) [zijn]
  • ik bin(ne)
  • jie bin(ne)
  • ie is
  • ons, julder, ulder bin
  • ik, jie, ie was
  • ons, julder, ulder waeren
    (op Zuid-Beveland: wazzen)
  • ik bin geweêst

Veel werkwoorden hebben een van het Nederlands afwijkende verleden tijd. Erg opvallend is het frequent voorkomen van sterke vormen waar deze van oorsprong niet voorkwamen, bijvoorbeeld maeke(n) - miek - gemaekt, vege(n) - voog - gevogen, erve(n) - orf - he-orve en jaege - joeg - gejogen.

Syntactische eigenheden[bewerken]

Net als de meeste streektalen in Nederland en Vlaanderen bouwt het Zeeuws zijn voegwoorden en betrekkelijke voornaamwoorden door er dat (soms ook als of of) aan toe te voegen. Dit wordt gerealiseerd als a(t). Concreet uitgedrukt heeft dit tot gevolg dat een woord als wanneer in het Zeeuws terugkomt als oeneer-a: Vraeg me nie oeneer-at 'n vromme komt ("Vraag me niet wanneer hij terugkomt"), en die als die-a: D'n dominee, die-a gister in de kerke stoeng was 'n hoeie spreker ("De dominee die gisteren in de kerk stond was een goede spreker"). Voegwoordvervoeging, een fenomeen typisch voor de Nederlandse streektalen waar al veel dialectologen zich het hoofd over gebroken hebben, komt in de meeste Zeeuwse dialecten rijkelijk voor: als het woord dat er op volgt in het meervoud staat krijgt het voegwoord of betrekkelijk voornamwoord een "meervoudsvorm". Voorbeelden: Ze bluve maer zeie dan ze der niks mee te maeken è; Ik vraeg m'n eigen af of-an me dat wel goed doeë; Ie was al klaer vòdan julder binnekwaemen.

Net als alle streektalen uit het westen en noorden van Nederland en Vlaanderen kent het Zeeuws het wederkerend voornaamwoord zich niet. Men gebruikt de wederkerende voornaamwoorden m'n eige, j'n eige, z'n eige etc.

Woordenschat[bewerken]

De meeste Zeeuwse dialecten bewaren tot in onze tijd veel van hun ideosyncratische karakter. Toch lijdt de woordenschat van de Zeeuwse dialecten veel meer onder de vernederlandsing dan de uitspraak en de grammatica. De mate waarin de dialecten hun typische woordenschat kwijtraken verschilt sterk per plaats: de stadsdialecten van Middelburg, Vlissingen en (in mindere mate) Goes zijn al sinds de dagen van de Republiek aan een sterke vernederlandsing onderworpen. De dialecten van de boerengemeenschappen (veruit in de meerderheid) beginnen in onze tijd naar elkaar toe te groeien. De dialecten van vissersplaatsen als Ouddorp, Arnemuiden, Bruinisse en Westkapelle evenwel kennen nog zeer veel typische woorden, die vaak een dorp verder al niet meer verstaan worden.

De woorden die als typisch Zeeuws gelden hebben doorgaans een veel groter verspreidingsgebied. Veel woorden komen ook in het Vlaams voor, andere waren vroeger algemeen in het Hollands maar zijn daar nu verouderd. Een opvallend grote groep woorden is van Frans-Picardische oorsprong.

Het heeft geen zin hier een uitputtend overzicht te geven van Zeeuwse woorden. Er volgt alleen een korte indruk.

  • ambras, drukte
  • aerebezem, aardbei (op Zuid-Beveland en Goeree-Overflakkee)
  • frinze, aardbei (op Walcheren)
  • glad, helemaal
  • juun, ui of uien
  • kachel, veulen
  • murpel, knikker
  • perebie, wesp
  • petaote, aardappel (op Zuid-Beveland)
  • puut, kikker
  • stuitje, tijdje
  • stuke(n), vallen
  • touter, schommel
  • vromme, terug
  • dulf, sloot


In 2004 hield men in Zeeland, in navolging van Friesland en Limburg, een verkiezing van het "mooiste Zeeuwse woord". Winnaar werd platte zeuge, dat "keukenborstel" of "pissebed" betekent. De gedoodverfde winnaar was eigenlijk het woord hosternokke, een bastaardvloek, maar dit woord kwam uiteindelijk op een gedeelde vijfde plek terecht.

Dialecten[bewerken]

In principe heeft ieder dorp zijn eigen dialect, en zoals hierboven reeds aangegeven kan een enkele plaats al een volkomen afwijkende spraak hebben. Toch valt er een redelijke onderverdeling in regiolecten te maken; de meeste beslaan één voormalig eiland. Voor verdere informatie raadplege men (voor zover aanwezig) de artikelen over de respectieve dialecten zelf.

Zealandic dialects.PNG
  1. Oostvoorns (dikwijls tot het Hollands gerekend)
  2. Goerees
  3. Flakkees
  4. Schouwen-Duivelands
  5. Philipslands
  6. Thools
  7. Noord-Bevelands
  8. Walchers
  9. Burgerzeeuws
  10. Zuid-Bevelands
  11. Land-van-Axels
  12. Land-van-Cadzands (zie West-Vlaams)

Zeeuws in gecultiveerde vorm[bewerken]

Hier en daar vindt men opschriften in het Zeeuws, zoals de naam van dit bedrijfje nabij Serooskerke (Veere)

Opschriften en slogans[bewerken]

Al sinds lange tijd worden er boerderijen en andere woonhuizen, dorpshuizen, (mini-)campings e.d. van Zeeuwse opschriften voorzien. De spelling is soms nog sterk op het Nederlands geënt (er wordt bijvoorbeeld "huus" in plaats van "uus" geschreven). Een enkele keer treft men een Zeeuwse straatnaam aan.

Het Zeeuws werd in de reclame onsterfelijk gemaakt door het plat pratende Zeeuws Meisje uit de campagne voor het gelijknamige margarinemerk, die de uitspraken Ons bin zuneg en Geên cent te vee, oor! liet horen.

Muziek[bewerken]

De streektaalmuziek heeft ook in Zeeland op bescheiden schaal wortel geschoten. De meeste artiesten die zich in het Zeeuws uiten bedienen zich van het luisterliedgenre. Bekende namen zijn Peter Dieleman (uit Wilhelminadorp), Dingeman de Visser (Biggekerke), Engel Reinhoudt ('s-Heerenhoek), Bei Cok (Kruiningen, een pionier), Anja Kopmels (Kortgene), Ries de Vuyst (Breskens) , Piet Brakman (Groede) en Adrie Oosterling (Groede, die ook in het Nederlands zingt). Er wordt echter ook rockmuziek gemaakt, door Surrender, een band naar het model van Normaal, en de feestrockband Du Driefstang, beide van Zuid-Beveland, door de eind 2006 opgeheven groep De Lamaketta's uit Terneuzen , door de Walcherse Rockband Dønder en door de Zeeuws-Brabantse rockband Bennie Hek & De Houdoe's (die ook in het Nederlands zingen).

Originele literatuur en vertalingen[bewerken]

De literatuur in het Zeeuws staat volkomen in de kinderschoenen. Er is een literair tijdschrift, het blad Noe, dat vrijwel de gehele literatuur in deze taal op zich neemt. Het zijn voornamelijk korte gedichten, die door gelegenheidsdichters uit de hele provincie geschreven worden. Historicus Jan Zwemer (Oostkapelle) publiceerde een boekje met klassieke sprookjes die op een eigenaardige manier bewerkt waren. In de Provinciale Zeeuwse Courant is een rubriek "streektaal", aan het Zeeuws gewijd.

Er zijn ook enkele werken in het Zeeuws vertaald, met name bijbelfragmenten. In 2000 publiceerde Wim Joosse (Nieuw- en Sint Joosland) de integrale psalmen in zijn moedertaal. Een paar jaar later verschenen er, onder de titel 'k Za je dát vertelle, enkele andere bijbelfragmenten in drie verschillende dialecten. In Kats bracht de plaatselijke amateurtoneelvereniging een vertaling van Herman Heijermans' toneelstuk Brief in schemer ("Brief in d'n duuster") op de planken.

Wikipedia[bewerken]

Sinds 1 oktober 2006 bestaat er een Zeeuwse editie van Wikipedia. Op 3 sep 2012 waren er 3.313 artikelen te vinden. Zie ook: Zeeuwse Wikipedia.

Organisaties[bewerken]

Veel dialectactiviteiten worden georganiseerd door de Stichtieng Zuudwest 7, die onder andere het blad Noe (zie boven) uitgeeft. Veel ouder en dieper geworteld is de Zeeuwsche Vereeniging voor Dialectonderzoek. Deze publiceert veel studiemateriaal en organiseert jaarlijks een symposium in en over het dialect. Ook leveren ze lagere scholen lesmateriaal over het dialect.

Taalverlies en -behoud[bewerken]

Zoals met veel streektalen het geval is staat ook het gebruik van het Zeeuws op de helling. Gelet op de nabijheid van de Randstad en de sterke associatie die het dialect heeft met de plattelandsbevolking is de conservatiegraad van het Zeeuws echter nog vrij hoog. Een uitgebreid onderzoek, gehouden in de jaren negentig, leverde op dat binnen het Zeeuwse-taalgebied nog ruim zestig procent van de bevolking de taal frequent gebruikt. De taal bleek nog aanwezig op Goeree-Overflakkee, Zeeuws-Vlaanderen, Tholen en Schouwen-Duiveland. In en om de steden (Middelburg, Vlissingen, Goes en Terneuzen) bleek het slechts in de marge te leven - volgens de voornoemde studie spreekt maximaal een derde van de stedelijke bevolking het Zeeuws. Ook in toeristische plaatsen als Zoutelande en Renesse is het gebruik van het dialect door toerisme afgenomen. In de vanouds Zeeuwstalige dorpen op Voorne raakt het dialect hoe langer hoe meer in onbruik, vanwege de sterke immigratiedruk vanuit de regio Rotterdam. Voor de rest van de provincie echter geldt dat de dorpsgemeenschap, inclusief de jongeren, in principe het plaatselijk dialect spreekt. Uitschieters zijn Yerseke, Arnemuiden, Westkapelle, Bruinisse, Ouddorp en een groot aantal plaatsen in Zeeuws-Vlaanderen, waar Zeeuws zelfs nog door meer dan negentig procent van de jongeren gesproken zou worden.

Het Zeeuws wordt doorgaans met de boerenstand en het "gewone" volk geassocieerd. Een werkelijk slecht imago heeft het dialect echter niet: veel Zeeuwen houden vast aan hun taal, die zij "De mooiste taele van oalemaele" plegen te noemen. Zulke waardering is bij het behoud van een taal of dialect cruciaal.

Voorbeeld[bewerken]

Het Onze Vader in het Zeeuws (i.c. Walchers) kan als volgt luiden:

Onzen Vaoder, die in d'n emel zeit,
Laet Je naem heileg henoemd ore
Laet Je konienkriek komme
Laet Je wille hedaen ore
Op de aerde juust zôôas in d'n emel.
Heeft ons heden ons daegeleks brôôd,
Verheeft ons onze schulden,
Juust zoôan ok ons onze schuldenaers verheve è.
En brieng ons nie in verleidienge
Mae verlos ons van d'n Duvel.
Want van Joe is 't konienkriek,
De macht en de grôôteid tot in't einde van d'n tied.
Amen

Zie ook[bewerken]


Wikipedia-logo-v2.svg Zie de Zeeuwse uitgave van Wikipedia.

Externe links[bewerken]

Wikibooks Wikibooks heeft een studieboek over dit onderwerp: Zeeuws.
Icoontje WikiWoordenboek Zoek Zeeuws op in het WikiWoordenboek.
Wikipedia-logo-v2.svg Zie de Zeeuwse uitgave van Wikipedia.