Berbice-Nederlands
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
| Nederlands wereldwijd |
|---|
|
| Portaal |
Berbice-Nederlands is een uitgestorven creooltaal, die gesproken werd in Berbice, aan de kust van Guyana. Na de verovering van Guyana door de Nederlanders in 1664 en de officiële overdracht ervan door de Engelsen in ruil voor Nieuw-Amsterdam (New York), raakte de streek van Berbice onder Nederlandse invloed. De slaven van Zeeuwse plantagehouders spraken een op het Zeeuws gebaseerde creooltaal, die ook na de overdracht van het gebied in 1815 aan de Britten bleef standhouden. De taal is uitgestorven sinds de laatste sprekers overleden in het eerste decennium van de 21e eeuw.[1] Het Berbice-Nederlands is niet onderling verstaanbaar met het Skepi.
Inhoud |
[bewerken] Enkele zinnen in het Berbice-Nederlands
- O glof bi di tau kán bitjo. (Hij geloofde dat de slang hem niet kon bijten.)
- Watsa ju bringgite? (Wat heb je meegebracht?)
- Snorka kεkso ka! (Niet zo snurken!)
[bewerken] Classificatie
- Creoolse talen
- Nederlands-gebaseerde talen
- Petjo (Nederlands-Indië)
- Javindo (Nederlands-Indië)
- "Mohawk Dutch" (Verenigde Staten)
- "Negro Dutch" (Verenigde Staten)
- Leeg Duits ("Low Dutch", "Albany Dutch", "Jersey Dutch"; Verenigde Staten)
- Negerhollands (Amerikaanse Maagdeneilanden)
- Skepi (Guyana)
- Berbice-Nederlands (Guyana)
- Afrikaans (Zuid-Afrika; doorgaans niet als creooltaal aangeduid)
- Nederlands-gebaseerde talen
[bewerken] Literatuur
- Kouwenberg, S. (1993). A grammar of Berbice Dutch Creole. Mouton de Gruyter.
- Kouwenberg, S.. Pidgins and Creoles: An Introduction, John Benjamins, 1994, “Berbice Dutch”, p. 233–243