Nederlands in Duitsland

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands wereldwijd Vlag Nederlandse Antillen


Nederlands
Nederlandse creoolse talen:
Petjo, Javindo, Negerhollands,

Berbice-Nederlands, Afrikaans

Portaal:Portalenoverzicht
Portaal Nederlands

Op het grondgebied van het huidige Duitsland heeft Standaardnederlands in de loop van de geschiedenis een wisselende status gehad.

Inhoud

[bewerk] Verleden

In het gebied van Noord-België, Nederland en Duitsland bestond voor de invoering van het massaonderwijs een perfect dialectcontinuüm: de West-Germaanse dialecten liepen, met uitzondering van het Fries, vloeiend in elkaar over. In de meeste dialectcontinua in de wereld komt hoogstens één standaardtaal tot ontwikkeling. Door de politieke versplintering van het Heilige Roomse Rijk vormde er zich echter geen eenduidig machtscentrum dat zijn taal aan het hele gebied kon opleggen. Op het eind van de Middeleeuwen waren daar drie belangrijke rivaliserende standaardtalen aan het ontstaan: de Hoogduitse in het zuiden, de handelstaal van de Hanze in het noorden en de taal van de rijke Nederlanden in het westen. De invloed van die standaardtalen wisselde sterk en zo kon het gebeuren dat bepaalde gebieden die tegenwoordig Duits, dat wil zeggen: Hoogduits, als standaardtaal gebruiken omdat ze door een historisch toeval in de 19e eeuw bij het verenigde Duitse rijk gevoegd zijn, in de eeuwen daarvoor Nederlands als standaardtaal gebruikten. Daarbij moet bedacht worden dat zo'n standaardtaal alleen voor enkele welbepaalde activiteiten toegepast werd, zoals onderwijs of kerkdiensten. De normale spreektaal was in die tijd het plaatselijke (Nederlandse of Nederduitse) dialect.

Nederlandse (en Vlaamse immigranten) hadden zich in de 12 eeuw al in een aantal gebieden in Noord- en Centraal-Duitsland gevestigd, waaronder de streek tussen de Wezer- en Elberiviermonding, in Oost-Holstein en vooral in Brandenburg, Saksen en Thüringen. Dikwijls zijn Nederlandse immigranten vanwege hun vaardigheden als ambachtsmannen en kunstenaars, maar ook voor de bouw van dijken en de kolonisatie van Oost-Duitse grensgebieden door Duitse vorsten uitgenodigd. Enkele generaties lang heeft het Nederlands als de schrijf- en omgangstaal van hele dorpsgemeenschappen gediend, maar is uiteindelijk door Duits verdrongen. Kleine invloeden van Nederlands kunnen nog steeds in plaatselijke Duitse dialecten worden gevonden.

Functies en verbreiding van het Nederlands in Nederland, België, Frankrijk en Duitsland
Functies en verbreiding van het Nederlands in Nederland, België, Frankrijk en Duitsland

In de 16de en 17de eeuw had het Nederlands een belangrijke rol als cultuurtaal in Nederduitse gebieden gespeeld. Reizende toneelgezelschappen uit Nederland hadden hun opvoeringen in Noord-Duitsland in Nederlands aangeboden. In de Nederduitse en Pruisische kustgebieden, vooral in havensteden zoals Emden, Bremen, Hamburg, Lübeck, Rostock, Stettin, Dantzig (thans Polen) en Koningsbergen (thans Rusland), had het Nederlands daarnaast ook als correspondentie- en verkeerstaal en in de Scandinavische en Baltische gebieden als de taal van de scheepvaart gediend. Nederlandse scheeps-, zeemans- en navigatietermen is vanaf die "Gouden Eeuw" (omtrent 1650) tot bij de 19de eeuw ontleend. Voor het navigatie-onderwijs in Hamburg zijn in het tijdperk tussen 1749 en 1810 Nederlandstalige vakboeken gebruikt.


De gebieden waarom het voornamelijk gaat, zijn in de eerste plaats die welke toen bij De Nederlanden hoorden. De oostelijke staatsgrens van de Republiek en de Spaanse Nederlanden viel niet exact samen met de huidige oostgrens van het Koninkrijk. Op de tweede plaats waren er gewesten die net als de Noordelijke Nederlanden calvinistisch waren. In de loop van de 16e eeuw werd in Noord-Duitsland de taal van de Hanze, die vooral op Nedersaksische dialecten gebaseerd was, vervangen door het Hoogduits van de Bijbelvertaling van Maarten Luther. Gebieden die echter niet Lutheraans waren, gebruikten die vertaling niet en voor de aan de Nederlanden grenzende calvinistische gewesten Bentheim en Oost-Friesland was het natuurlijker Nederlands te gebruiken, zeker omdat dit als Nederduits in veel opzichten dichter bij hun Nedersaksische dialect stond.

In de derde plaats waren er gebieden aan de Nederrijn die Nederfrankische dialecten spraken die ten nauwste verwant waren aan het Brabants en Hollands waaruit het Nederlands zich ontwikkeld had. Het gewest Kleef maakte in ieder opzicht deel uit van de Nederlandse cultuurzone.

Al deze gebieden werden geleidelijk toegevoegd aan Pruisen en Hannover. De standaardtaal van deze staten was het Hoogduits en werd aldus ook aan de grensgewesten opgelegd. Heel langzaam werd zo het Nederlands als standaardtaal verdrongen. In 1830 gebruikte tachtig procent van de kerken en twintig procent van de scholen in het gewest Kleef nog Nederlands. Men sprak toen nog van "Pruisisch Vlaanderen". Het Nederlands was toen al wel in het bestuur en de rechtspraak vervangen door het Hoogduits. In het gebied rondom Kleef heeft de taal het het langst uitgehouden, totdat het zich rond 1900 economisch op het Ruhrgebied ging richten. Lange tijd zou het onder Nederlandse taalkundigen gebruikelijk blijven de Nederrijn als deel van het Nederlandse taalgebied te zien. Er liggen verschillende dorpen en steden met Nederlands aandoende, want Nederfrankische, namen. Veel plaatsen hebben zowel een Nederlandse als Duitse naam.

Pruisen voerde in de 19e eeuw niet echt een tegen het Nederlands gerichte taalpolitiek. Anders was dat voor de beweging van het Pangermanisme dat een vereniging van alle tot het deutsches Volkstum behorende gebieden nastreefde, waar het Nederlandstalige gebied ook bij gerekend werd. De belemmering dat er zich een aparte standaardtaal ontwikkeld had, wilde men overwinnen door het Standaardduits "zijn triomfantelijke opmars naar het westen" verder te laten voortzetten. Na de Tweede Wereldoorlog kwam er een tegengestelde beweging van Nederlandse kant. Als compensatie voor de tijdens de oorlog geleden schade wilde die grote delen van Duitsland aan Nederland toevoegen: het gebied ten westen van de Wezer en verder de Nederrijn. De meest radicale voorstanders gaven de voorkeur aan een deportatie van alle oorspronkelijke inwoners, zoals Polen en Tsjecho-Slowakije net hadden uitgevoerd. De meesten streefden een vernederlandsing van het gebied na door het opleggen van het Standaardnederlands, met onder andere als argument dat de plaatselijke dialecten toch al nauwer aan die standaard verwant waren. Deze plannen gingen niet door: slechts enkele kleine gebiedjes werden in 1949 bij Nederland gevoegd. Dat ze alleen bedoeld waren om later weer tegen het Duitse deel van de Dollard te ruilen, blijkt uit het feit dat in Elten en de Selfkant ook onderwijs in het Duits gegeven werd tot ze in 1963 weer terug werden gegeven.

[bewerk] Heden

In de Duitse staten Noord-Rijnland-Westfalen en Nedersaksen is het Nederlands momenteel een populaire taal om te leren. Het Nederlands wordt daar op veel scholen onderwezen en er zijn zelfs tweetalige scholen in de grensstreek. Veel Duitsers die dicht bij de grens wonen, zien in dat het Nederlands hun goed van pas komt. Ook vestigen zich in de grensstreken veel Nederlanders vanwege de lagere huizenprijzen. Deze Nederlanders blijven het Nederlands gebruiken en spreken soms zelfs geen Duits. In sommige dorpen wonen tegenwoordig meer Nederlanders dan Duitsers. Nederlandse ouders plaatsen hun kinderen dikwijls op scholen in Nederland, dit tot ergernis van de Duitsers. Duitse scholen proberen daarom hun scholen voor Nederlanders aantrekkelijker te maken door de lessen half in het Duits en half in het Nederlands te verzorgen. Volgens het Ministerie van Buitenlandse Zaken wonen er nu zo'n 115 000 Nederlanders in Duitsland, maar volgens makelaars zou dat aantal snel kunnen oplopen.

Er is echter wel een groot lerarentekort in Duitsland voor het vak Nederlands. Vooral in het toerisme en het zakenleven is beheersing van het Nederlands belangrijker voor de Duitsers geworden. In Bad Bentheim, een van de dorpen waar vooral Nederlanders gaan wonen, wordt geadverteerd in het Nederlands en staan er bij huizen "Te Koop"-borden zonder Duitse vertaling. Enkele andere plaatsen waar zich veel Nederlanders vestigen, zijn Kleef, Emmerik, Nordhorn en hun omgeving. Vooral in nieuwbouwwijken ontstaan Nederlandse enclaves; hier nemen sommige Nederlanders niet de moeite om pompbedienden of winkelpersoneel in het Duits aan te spreken. Nederlandstalige kranten als De Twentsche Courant Tubantia en Dagblad van het Noorden worden tegenwoordig ook over de Duitse grens bezorgd, zodat de Nederlanders hun Nederlandse krantje kunnen blijven lezen. De toenemende belangstelling van Duitsers voor het leren van het Nederlands wordt in Nederland niet beantwoord door een vergelijkbare belangstelling voor de Duitse taal. Steeds meer wordt het Engels nog als enige vreemde taal geleerd. Vergeleken met vroeger hebben zowel het Duits als het Frans veel terrein verloren, en is er voor die talen eveneens een lerarentekort ontstaan.

[bewerk] Kleverlands

Het Kleverlands.
Het Kleverlands.

In het gebied rond Kleef en in het gebied rond Nijmegen wordt het dialect Zuid-Gelders gesproken in Kleef het Kleverlands genoemd. Dit dialect lijkt veel op het Brabants.

Bijvoorbeeld:

  • "Ek heb noch efkes afgewaachd, ob dat, wach`e min seggen wold."
    • Ik heb nog (effkes*) afgewacht, of dat, wat je mij zeggen wou." * even
  • "Hej es vörr vier of säss wääke gestörwe."
    • Hij is vier of zes weken geleden gestorven.
  • "Gej mott hoart krässe, sönst verstätt hej ons nij."
    • Gij moet hard krijsen, anders verstaat hij ons niet.
  • "Wej sin müjj än häwwe dorst."
    • Wij zijn moe en hebben dorst.

[bewerk] Limburgs-Nederrijns

Zie Maas-Rijnlands voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
 
Persoonlijke instellingen