Standaardnederlands

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Standaardnederlands is de gestandaardiseerde variant van het Nederlands die wordt onderwezen op scholen en wordt gebruikt door de autoriteiten en media in Nederland, België, Suriname, Curaçao, Sint Maarten, Caribisch Nederland en Aruba.

Het bewaken en beschrijven van het Standaardnederlands is door de Nederlandse, Vlaamse en Surinaamse overheid toevertrouwd aan de Nederlandse Taalunie. De Taalunie publiceert werken waarin de normen van het Standaardnederlands zijn vastgelegd.

Het begrip Standaardnederlands[bewerken]

Het woord Standaardnederlands staat zo (en niet als bijvoorbeeld Standaard-Nederlands, standaard-Nederlands of standaardnederlands) in het Groene Boekje. Met name officiële instanties, waaronder overigens soms ook de Taalunie, schrijven ook standaard Nederlands (met een spatie). De Taalunie spreekt ook van de Nederlandse standaardtaal.[1]

Geschiedenis[bewerken]

Tot de jaren zeventig werd officieel de benaming ABN gebruikt, de afkorting van Algemeen Beschaafd Nederlands. Tussen ca. 1970 en 2015 werd de benaming Algemeen Nederlands (AN) gebruikt.

De jaren vijftig en zestig kenden zogenaamde ABN-kringen, studiegroepen op scholen die zuiver taalgebruik bepleitten en welsprekendheidstoernooien organiseerden. Er was een ABN-centrale die allerlei initiatieven nam, onder andere het uitbrengen van de film Moeder, wat zijn we rijk in 1957. Uit deze benaming is — aanvankelijk alleen onder neerlandici — de B weggehaald, omdat 'beschaafd' kon suggereren dat mensen die andere varianten van het Nederlands spreken niet beschaafd zouden zijn.

Vaste regels?[bewerken]

Ook binnen het Standaardnederlands zelf bestaat nog behoorlijk veel uitspraakvariatie. De meeste taalkundigen zijn het er dan ook over eens dat er geen volledig sluitend regelsysteem valt te geven voor de uitspraak. Hans van de Velde onderzocht in 2006 het taalgebruik van een aantal standaardtaalsprekers. Hij concludeerde onder andere dat vrijwel geen enkele spreker de officiële regels voor het uitspreken van de slot-n (die te horen dient te zijn tussen een sjwa en een klinker aan het begin van het volgende woord) in alle gevallen daadwerkelijk naleeft. Daarnaast had geen enkele spreker slechts één manier van articuleren van de liquida r. Andere in het verleden opgelegde regels voor de uitspraak en schrijfwijze van de Nederlandse standaardtaal, zoals het in de 17e eeuw bedachte hen/hun-onderscheid, blijken dermate gekunsteld dat veel sprekers en schrijvers ze in de praktijk nooit consequent toepassen.

Taalkundige Jan Stroop wijst in een artikel uit 2006 over de Nederlandse standaardtaal terloops op het feit dat een zeer basaal Nederlands woord als het in de gesproken taal bijna uitsluitend gerealiseerd wordt als een enkele t.[noten 1]

Verandering in uitspraak en steeds nieuwe variëteiten[bewerken]

Stroop wijst ook op het grote verschil in de huidige uitspraak van hèt Standaardnederlands en die welke enkele decennia eerder als de norm hiervoor gold. Hij merkt ook op dat doordat de posities van hoorder en spreker per definitie samenvallen, het taalgebruik van veel individuele personen die destijds ABN spraken gewoon is meeveranderd met de aangepaste norm, waardoor ze voor eenieders gevoel ook nu weer gewoon ABN spreken.

Ook voorspelt Stroop dat binnen hooguit twee generaties het zogeheten Poldernederlands het nieuwe Standaardnederlands binnen heel Nederland zal zijn. Voor Vlaanderen voorziet hij een soortgelijke opruk van het Verkavelingsvlaams.

Standaardnederlands versus dialecten[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie ook Nederlandse dialecten

Een wijdverbreide gedachte is dat het Haarlems het dichtst bij het Standaardnederlands ligt.[2] Onderzoek van dialectoloog Harrie Scholtmeijer van het Meertens Instituut uit 1999 wees echter uit dat Drontense jongeren het meest accentloze Nederlands spraken.[3]

Zie ook[bewerken]

  • Stroop, Jan, Van dialect naar ABN naar Poldernederlands en Velde, Hans v d, Hoe klinkt het Standaardnederlands?, in: Wat iedereen van het Nederlands moet weten en waarom (Amsterdam: Bert Bakker, 2006) ISBN 9789035130838

Referenties

  1. Omschrijving van het begrip standaardtaal
  2. D. Smakman, R. van Bezooijen, "Een verkenning van populaire ideeën over de standaardtaal van Nederland", Taal en Tongval, themanummer 10, 1997
  3. ABN niet in Haarlem, maar in Dronten (archive.org)

Noten

  1. Volgens Stroop zou de geschreven taal meer in overeenstemming moeten worden gebracht met de alledaagse gesproken taal in plaats van andersom. Concreet betekent dit bijvoorbeeld dat nieuwslezers volle vormen als het zouden moeten mijden ten gunste van de gereduceerde vormen.

Externe links