Gij
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Gij of ge is een persoonlijk voornaamwoord van de tweede persoon enkelvoud en meervoud. Naast jij/je/jullie en u (de beleefdheidsvorm) is 'gij' een vorm die nu alleen nog gebruikt wordt in de spreektaal in het zuiden van het Nederlandse taalgebied (Brabant, Limburg en Vlaanderen). Gij heeft dan qua gevoelswaarde een tussenpositie tussen het (te) strenge 'U' en het (te) familiaire, wat gemaakte 'jij'. In andere Nederlandstalige gebieden wordt 'Gij' soms nog in (katholieke en protestantse) kerken gebruikt als aanspreekvorm voor God (vergelijk het Engelse 'Thou'). Daarbuiten wordt het als archaïsch opgevat.
Goed gebruik van 'gij' is moeilijk, omdat de meeste Nederlandstaligen hiervoor het gevoel zijn kwijtgeraakt. Zo eindigt de vervoeging in de verleden tijd altijd op -t en de klinker van het werkwoord wordt verdubbeld als de medeklinker waar de verledentijdsstam op eindigt geen -t of -d is. Dus:
- Gij hadt (hebben)
- Gij liept (lopen)
- Gij speeldet (spelen)
- Gij kwaamt (komen)
- Gij waart (zijn)
NB: de vervoeging van het werkwoord na de meervouds-gij is hetzelfde als die na de enkelvouds-gij.
Oorspronkelijk is 'gij' in de zestiende eeuw ontstaan als de beleefdsheidsvorm in de tweede persoon meervoud. Nog in dezelfde eeuw werd de vorm ook voor een tweede persoon enkelvoud gebruikt. Meer noordelijk werd 'jij' gebruikt. 'U' was aanvankelijk de accusatief van beide. In de periode dat 'gij' en 'jij' niet meer werden gebruikt als beleefdsheidsvorm, was er geen alternatieve beleefdsheidsvorm. Deze is sinds de zeventiende en achttiende eeuw gevormd uit 'Uedele' (uwe edelheid). Dit werd later afgekort tot 'U.E.' (uitgesproken als Uwe). Weer later werd 'Uwe' geschreven en zo ontstond 'u'.
[bewerken] Voorbeeld
Bij de Vlaamse vervoersmaatschappij De Lijn (begin 2008):
Onze 'Ge zijt nen engel'-wedstrijd, in het kader van de gelijknamige actie is voorbij. [...]

