Jacob van Maerlant

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Jacob van Maerlant, miniatuur in de Spieghel Historiael (ca. 1325-1335)
't Maarlant aangeduid op de kaart van Brill (Brielle/Den Briel), Atlas van Loon, 1649
Vreemde volkeren in Der naturen bloeme
God schept de wereld in de Rijmbijbel
Jacob van Maerlant voor het stadhuis van Damme (14 september 2004)

Jacob van Maerlant (Brugse Vrije, ca. 1235 – ca. 1300)[1] was een Vlaams dichter uit de dertiende eeuw en een van de belangrijkste Middelnederlandse auteurs. Met zijn meer dan 230.000 verzen was hij ook een van de productiefste middeleeuwse auteurs. Zijn belangrijkste werken zijn adaptaties uit het Frans en het Latijn. Van hem komen de gevleugelde uitdrukkingen "Wat Walsch is, valsch is"[2] en "Ende omdat ik Vlaminc ben".

Levensloop[bewerken]

Jacob van Maerlant werd geboren in de omgeving van Brugge en vestigde zich in het nabijgelegen Damme.[3] Omstreeks 1260 werd hij koster in het plaatsje Maerlant (van Mare-land, land aan de zee) op Voorne, vlak bij Brielle, waar hij met zijn schrijversactiviteit startte. Na zijn overlijden omstreeks 1300 werd hij begraven in de Onze-Lieve-Vrouwekerk van Damme. Op de grafplaat stond Jacob van Maerlant, bril op de neus, een boek op een lezenaar te bestuderen. Op deze lezenaar stond een uil afgebeeld, met de woorden Uyl en spieghel. Hierdoor ontstond het geloof dat dit om de grafsteen van Tijl Uilenspiegel ging, met een ware cultus als gevolg. Zelfs de tekst op de grafplaat werd in 1725 aangepast, naar Ghy voorbygaender, staet, siet hier Uylenspieghel; bidt Godt voor hem, hy was een recht cluytspeelder.[4]

Werk[bewerken]

In zijn eerste werken sloot Jacob van Maerlant aan bij de traditie van de ridderromans. Alexanders Geesten (geesten = heldendaden) was een biografie van Alexander de Grote in ruim 14.000 verzen. Andere werken in die traditie waren Historie van den grale, Merlijns boeck en de Istory van Troyen.

Rond 1270 keerde hij terug naar Damme. Daar ontstond Der naturen bloeme (naar De natura rerum van Thomas van Cantimpré), de eerste natuurencyclopedie in de volkstaal. In 1271 bewerkte hij de Historia scholastica van Petrus Comestor tot Rijmbijbel, een vertelling van de Bijbelse geschiedenis in de Nederlandse volkstaal. Hiertegen bestond in de leiding van de Rooms-katholieke Kerk weerstand, omdat zo de Bijbel voor grote groepen gelovigen leesbaar werd.

Van 1285 tot 1288 werkte Jacob van Maerlant aan zijn grootste werk, de Spieghel historiael, een bewerking van de Latijnse kroniek Speculum historiale van Vincent van Beauvais, waarin hij de wereldlijke geschiedenis op een didactische wijze beschreef.

In de loop der jaren zou Jacob van Maerlant zich steeds meer distantiëren van de Franse literatuur die hij historisch en tekstueel onbetrouwbaar achtte. In zijn ogen zouden de Franstalige poëzie en romans te veel de schoonheid en rijmelarij nastreven in plaats van de (feitelijke) waarheid weer te geven. Deze kritiek verwoordde hij op kernachtige wijze in de later vaak door flaminganten (zij het in een andere context) geciteerde slagzin "Wat Walsch is, valsch is".[5]

Het doctoraal onderzoek van Van Anrooij bracht aan het licht dat Jacob van Maerlant tevens de auteur is van het tot dan anonieme Van neghen den besten.[6] Dit zou zijn laatste werk zijn. Het is een van de weinige werken met Europese verspreiding waarvan de brontekst in het Middelnederlands is geschreven. Het werk heeft een verregaande en langdurige invloed gehad op de erecode van de West-Europese ridderlijke elite.

Over Van Maerlants afkomst (Noord- of Zuid-Nederlander) hoeft niet te worden getwijfeld. Behalve dat hij in de proloog van zijn hagiografie Sinte Franciscus' leven zichzelf aanduidt met de bekende zinsnede "Ende omdat ik Vlaminc ben" (oorspronkelijk bedoeld als verontschuldiging voor mogelijke dialectismen, sindsdien vaak in een soort van Guldensporengeest als wapenkreet gebruikt), wijst zorgvuldig onderzoek van zijn taaleigen en rijmen ondubbelzinnig in de richting van een West-Vlaamse geboortegrond.[7]

Doordat Jacob van Maerlant zich in zijn werken van de volkstaal bediende, droeg hij veel bij aan de verbreiding van kennis over allerlei zaken. De Antwerpse dichter Jan van Boendale noemt hem in 1330 'vader der Dietse dichtren algader', 'de vader van alle dichters in het Nederlands'.

Nagedachtenis[bewerken]

De Uilenspiegelverering rond het graf van Jacob van Maerlant liep volgens de pastoor van Damme aan het einde van de achttiende eeuw uit de hand. Om er een eind aan te stellen, liet hij de grafzerk van de schrijver omdraaien. In 1839 hield de Société d'Émulation l’histoire et les antiquités de la Flandre occidentale opgravingswerken in de hoop de steen terug te vinden. De werken waren al behoorlijk opgeschoten toen bleek dat zoeken eigenlijk vruchteloos was. De grafzerk was in 1829 namelijk verkocht aan een marmerwerker. De vereniging deed dan ook meteen een oproep om een standbeeld op te richten en begon fondsen in te zamelen. Er werd gehoopt in 1841 het beeld te kunnen inhuldigen.[4] De Messager des sciences historiques trad de Brugse vereniging bij. Bovendien werd voorgesteld een locomotief 'Maerlant' te noemen.[8]

Een locomotief zou Jacob van Maerlant niet krijgen. Het standbeeld op de Markt van Damme kwam er ook, maar in 1860. Het monument was een ontwerp van de Brugse beeldhouwer Hendrik Pickery.[9] In 1893 kwam er ook nog een nieuwe grafplaat in de zuidelijke torenmuur van de Onze-Lieve-Vrouw-Hemelvaartkerk. Ontwerper was opnieuw Hendrik Pickery. De schrijver werd - zoals op het verloren origineel - lezend afgebeeld, maar nu luidde de tekst slechts Hier ligt Jacob van Maerlant begraven.[10] In 2005 werd Maerlant genomineerd voor de Vlaamse versie van De Grootste Belg, maar hij strandde op een 182ste plaats buiten de officiële nominatielijst.

Overzicht van toegeschreven werken[bewerken]

in de traditie van de ridderromans

  • Alexanders Geesten
  • Historie van den grale
  • Merlijns boeck
  • Istory van Troyen

natuurencyclopedie

  • Der naturen bloeme (1270)

gewijde geschiedenis

niet-gewijde geschiedenis

hagiografie

  • Sinte Franciscus' Leven (tussen 1275 en 1280)

strofische gedichten

  • Wapene Martijn (ca. 1266) (Eerste Martijn) (een strijdgedicht)
  • Tweede Martijn
  • Van der Drievoudecheide (Derde Martijn)
  • Verkeerde Martijn
  • Der Kerken claghe (klacht tegen het zedenverval van de geestelijkheid)
  • Van den lande van overzee (ca. 1291) (oproep tot een nieuwe kruistocht)

andere

  • Heimelykheid der heimelykheden (1266) (Vorstenspiegel over de kunst van het regeren)
  • Lapidarijs (verloren gegaan werk over de genees- en toverkracht van gesteenten)
  • Leven van Ste. Clara
  • Sompniariis (verloren gegaan werk over droomuitlegging)
  • Torec (ca. 1262) (een Arthurroman)
  • Van neghen den besten (na 1291)

Bronnen

Voetnoten

  1. Geboortejaar en sterfjaar zijn niet onomstreden. Strikt genomen is er geen enkel biografisch houvast om ca. 1235 als geboortejaar te veronderstellen. Het probleem van zo'n circa-'oplossing' is dat onwetenden er kritiekloos in geloven, 'ca.' weglaten (omdat een 'tijdbalk' geen 'ca.' accepteert, en dit als een vaststaand feit beschouwen. Jacobs sterfdatum wordt doorslaggevend beïnvloed door zijn verondersteld auteurschap van het strofische gedicht "Vanden lande van over zee". Dat auteurschap is echter allerminst zeker. Wél zeker is dat Jacob in 1288 te moe, oud of ziek was om zijn werk aan de "Spiegel historiael" voort te zetten. Veiliger en misschien ook verstandiger is het om Jacob in dat jaar te laten sterven.
  2. Walsch is hier echter Frans, niet Waals. Van Maerlant distantieert zich in zijn in de volkstaal geschreven Spieghel historiael van de in zijn ogen nutteloze Franse dichtkunst met de uitspraak "die scone Walsche valsche poeten die meer rimen dan sie weten." Met zijn werk dacht hij Karel de Grote meer eer aan te kunnen doen dan de Franse dichters in hun ridderromans.
  3. De 'historische' relatie met Damme is volstrekt onbewezen. Uit taalkundig onderzoek van de bovenste plank blijkt dat Jacob vrijwel zeker geboren is in West-Vlaanderen, vermoedelijk (iets) ten zuiden van Brugge: Evert van den Berg & Amand Berteloot, 'Waar kwam Jacob van Maerlant vandaan?', in: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Academie voor Nederlandse taal- en letterkunde (nieuwe reeks). Jaargang 1993. Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde, Gent 1993
  4. a b C. CARTON, "Rapport présenté au comité directeur de la Société d'Emulation pour l'histoire et les antiquités de la Flandre Occidentale, sur les fouilles faites sous la tour de l'église de Damme, pour retrouver le tombeau de Jacques van Maerlandt", Annales de la Société d’émulation pour l’histoire et les antiquités de la Flandre occidentale, 1 (1839), 273-286.
  5. Van Mierlo, Jozef, Jacob van Maerlant. Zijn leven, zijn werken, zijn beteekenis, Proost, Turnhout, 1946 (dbnl)
  6. W. VAN ANROOIJ, Helden van weleer. De Negen Besten in de Nederlanden (1300-1700), Amsterdam, 1997.
  7. Van Oostrom, Frits: De vier best bewaarde geheimen over Jacob van Maerlant, Stichting Ons Erfdeel, Rekkem, 1993, p. 197
  8. "Monument à élever à Maerlant", Messager des sciences historiques de Belgique, 1839, 512-513.
  9. "Beeld van Jacob van Maerlant (ID: 78718)", Inventaris van het onroerend erfgoed, 2011 (http://inventaris.vioe.be/dibe/relict/78718, geraadpleegd op 18 februari 2011).
  10. "Onze-Lieve-Vrouw-Hemelvaartkerk (ID: 78708)", Inventaris van het onroerend erfgoed, 2011 (http://inventaris.vioe.be/dibe/relict/78708, geraadpleegd op 18 februari 2011).

Literatuur

  • C.A. Serrure, Jacob van Maerlant en zijne werken, Gent, 1867.
  • J. te Winkel, Maerlant's werken, beschouwd als spiegel van de dertiende eeuw, Leiden, 1877. (2de uitgave: Gent en 's-Gravenhage, 1892)
  • D.A. Stracke, In de leer bij Jacob van Maerlant. Voordracht uitgesproken op de Brugsche Cultuurdagen – 31 Mei 1942, Brugge, 1942.
  • J. van Mierlo, Jacob van Maerlant. Zijn leven, zijn werken, zijn beteekenis, Turnhout, 1946.
  • J. Janssens, De Mariale persoonlijkheid van Jacob van Maerlant: Jacob van Maerlants werken beschouwd in het licht van zijn Mariacultus en als resultante van de toenemende Mariaverering in de Middeleeuwen, Antwerpen, 1963.
  • R.E.O. Ekkart, De Rijmbijbel van Jacob van Maerlant. Een in 1332 voltooid handschrift uit het Rijksmuseum Meermanno-Westreenianum (Monographiën van het Museum van het Boek), 's-Gravenhage, 1985.
  • J. van Moolenbroek en M. Mulder red., Scolastica willic ontbinden. Over de "Rijmbijbel" van Jacob van Maerlant (Middeleeuwse studies en bronnen 25), Hilversum, 1991.
  • E. van den Berg en A. Berteloot, "Waar kwam Jacob van Maerlant vandaan?", Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 103 (1993), 30-77.
  • P. Berendracht, Proeven van bekwaamheid. Jacob van Maerlant en de omgang met zijn Latijnse bronnen (Nederlandse literatuur en cultuur in de Middeleeuwen 14), Amsterdam, 1996.
  • 'Maerlant-nummer', Queeste, tijdschrift over middeleeuwse letterkunde, 1996, afl. 2.
  • F.P. van Oostrom, Maerlants wereld, Amsterdam, 1996.
  • W. van Anrooij, Helden van weleer. De Negen Besten in de Nederlanden (1300-1700), Amsterdam, 1997.
  • K. van Dalen-Oskam, Studies over Jacob van Maerlants Rijmbijbel (Middeleeuwse studies en bronnen 57), Hilversum, 1997.
  • J.A.A.M. Biemans, Onsen Speghele Ystoriale in Vlaemsche. Codicologisch onderzoek naar de overlevering van de Spiegel historiael van Jacob van Maerlant, Philip Utenbroeke en Lodewijk van Velthem met een beschrijving van de handschriften en fragmenten (Schrift en schriftdragers in de Nederlanden in de Middeleeuwen II), 2 dln., Leuven, 1997.
  • J. Janssens en M. Meuwese red., Jacob van Maerlant, Spiegel Historiael. De miniaturen uit het handschrift Den Haag, Koninklijke Bibliotheek, KA XX, Leuven, 1997.
  • I. Biesheuvel, Maerlants werk. Juweeltjes van zijn hand, Amsterdam, Baarn en Leuven, 1998.
  • R.A. Harper, Als God met ons is ...: Jacob van Maerlant en de vijanden van het christelijke geloof (Nederlandse literatuur en cultuur in de Middeleeuwen 19), Amsterdam, 1998.
  • M. van der Voort, Dat seste boec van serpenten. Een onderzoek naar en een uitgave van boek VI van Jacob van Maerlants Der naturen bloeme (Middeleeuwse studies en bronnen 75), Hilversum, 2001.
  • W. Kuiper, "Die Destructie van Jherusalem in handschrift en druk", Voortgang, jaarboek voor de Neerlandistiek, (25) 2007, 67-88.
  • C.A. Chavannes-Mazel, Maerlants Rijmbijbel in Museum Meermanno. De kracht van woorden, de pracht van beelden. Met vertalingen uit het Middelnederlands van het handschrift 10 B 21 door Karina van Dalen-Oskam en Willem Kuiper, Den Haag, 2008.
Wikisource NL Meer bronnen die bij deze auteur horen, kan men vinden op de pagina Jacob van Maerlant op de Nederlandstalige Wikisource.