Vier Heemskinderen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De Vier Heemskinderen in een 14e-eeuws manuscript.

De Vier Heemskinderen (Frans: Les quatre fils Aymon) zijn de hoofdpersonen van de gelijknamige Frankische roman, deel van de fragmentarisch bewaarde cyclus Renaud de Monteban.

Ontstaansgeschiedenis[bewerken]

Aan het verhaal werden in de loop der tijden verschillende episoden toegevoegd, totdat het uiteindelijk in de 13e eeuw in de vorm van een gedicht op schrift werd gesteld. Van het 13e-eeuwse gedicht zijn een aantal fragmenten bewaard gebleven, die gezamenlijk 2000 regels tellen. Het verhaal bleef echter bewaard doordat het rond 1490 werd herdrukt in de vorm van een roman, die eeuwenlang populair bleef.

Het volksboek Vier Heemskinderen werd in 1872 opnieuw uitgegeven door Jan Carel Matthes, die in 1875 ook Reinout van Montalbaen opnieuw uitgaf (herdrukt in 1910). In 1939 werd het gedicht opnieuw uitgegeven door Pieter Johan Jurriaan Diermanse, in 1966 door D. van Maelsaeke en in 1998 door Hessel Adema.

Het verhaal[bewerken]

Le rocher Bayard in Dinant. Volgens de legende werd de rots door de hoef van het Cheval Bayard gespleten.

De ridder Aymon (ook wel Haymijn of Aymes, in het Nederlands verbasterd tot Heems) van de Ardennen was een trouwe leenman van Karel de Grote. Hij zou getrouwd geweest zijn met Aye, een zuster van Karel. Zij schonk haar echtgenoot vier zonen: Ritsaert, Writsaert, Adelaert en Reinout. Van het viertal was Reinout de sterkste. De vier zonen kregen van hun vader, naar oude traditie, elk een paard als geschenk. Reinout was echter zo sterk, dat hij zijn rijdier per ongeluk doodde. Toen werd hem een tweede paard aangeboden, maar brak hij het reeds bij de eerste rit de lendenen.

Heer Aymon wist echter raad. Omdat een ridder toch een paard moest hebben, bracht hij zijn zoon naar een burcht waarin de beruchte hengst Bayard (het Ros Beiaard) opgesloten zat, een driftig beest dat door iedereen gevreesd werd en nog nooit zijn meester gevonden had. Onverschrokken trad Reinout het briesende paard tegemoet, dat hem onmiddellijk met een fikse trap enkele meters verder gooide. Reinout wilde het echter niet opgeven, en na een heroïsche strijd slaagde hij erin het wonderbare paard aan zijn wil te onderwerpen. Vanaf dat moment zou het Ros Beiaard ridder Reinout blindelings gehoorzamen.

Maar er ontstond een ernstige vete tussen Karel de Grote en Aymon en zijn zonen. Tijdens een partijtje schaak aan het hof volgde een hoogoplopende ruzie tussen Reinout en zijn neef Lodewijk, Karels zoon, waarbij de driftige Reinout in zo'n woede ontstak, dat hij alle stukken omver gooide en zijn tegenspeler een dodelijke dreun op het hoofd gaf met het zware zilveren schaakbord. Karel zwoer dat hij Lodewijk zou wreken, en hij achtervolgde de vier broers, die wegvluchtten op de rug van het ros Beiaard en zich verborgen in het ontoegankelijke Ardense woud. Vanuit hun sterke burcht Montalbaen verdedigen de vier ridders zich tegen de aanvallende legerbenden van hun oom.

Intussen was hun vader Aymon in de handen van Karel de Grote gevallen. Karel was enkel bereid vrede te sluiten en Aymon vrij te laten, indien het duivelse Ros Beiaard aan hem werd uitgeleverd. Reinout weigerde aanvankelijk op dit voorstel in te gaan, maar zwichtte uiteindelijk toch onder de smeekbeden van zijn moeder. Omdat het paard de reputatie had onoverwinnelijk te zijn, besloot Karel het te verdrinken. Met gebroken hart en lede ogen moest Reinout lijdzaam toezien hoe het naar de rivier werd gebracht en met zware molenstenen om de nek in het water werd gegooid. Tot tweemaal toe verbrijzelde het paard met één hoefslag de stenen en zwom het terug naar de oever, waar Reinout stond te kijken. Bij een derde poging werden de stenen verzwaard, maar toch kwam het Ros Beiaard weer boven water, reikhalzend naar zijn meester, maar die kon het het lijden van het beest niet meer aanzien en wendde zijn hoofd af. Denkend dat zijn meester niets meer van hem wilde weten, liet het nobele dier zich verdrinken.

Voortleven[bewerken]

De vier Heemskinderen tijdens de ommegang in 2010 in Dendermonde
Een beeld van de vier Heemskinderen vlak naast de Grote Kerk in Nijkerk

Vooral in de Maasvallei houden vele verhalen de sage van de Vier Heemskinderen in leven. De rivier waarin het Ros Beiaard werd verdronken, wordt geïdentificeerd met de Maas. De burcht van Montalbaen is volgens sommigen Montauban sous Buzenol, nabij Virton (niet te verwarren met Montauban in Frankrijk) waar zich inderdaad ruïnes bevinden. Maar ook het kasteel Poilvache wordt ermee in verband gebracht. Volgens de plaatselijke legende zou het Ros Beiaard de beroemde Rocher Bayard, een naaldvormige rotspunt nabij Dinant, tijdens de vlucht van de Vier Heemskinderen met één hoefslag gespleten hebben.

Ook in de Franse Ardennen (onder meer in de omgeving van Monthermé en Revin) herinneren verschillende plaatsnamen nog aan de heldendaden van de Vier Heemskinderen.

In Vlaanderen bestaat nog een lokale variant: dáár was Aymon de heer van Dendermonde, en het Ros Beiaard zou niet in de Maas maar in de Schelde verdronken zijn. Alleszins spelen de Vier Heemskinderen en het Ros Beiaard een grote rol in de plaatselijke folklore van Dendermonde.

Alle figuren (zowel de hoofd- als bijfiguren) uit Karel ende Elegast kunnen op enigerlei wijze worden herleid tot figuren uit de Historie van de vier Heemskinderen: zo is de christelijke ridder-tovenaar Elegast in feite de christelijke ridder-tovenaar Malegijs.[1]

In Nijkerk, vlak naast de Grote Kerk, staat een beeld van de Vier Heemskinderen op het Ros Beyaard. Ook in Geldrop staat op de Laan der vier Heemskinderen een zelfde soort beeld.

Trivia[bewerken]

In de Tweede Wereldoorlog werd in België het stuk Les Quatre Fils Aymon tot toneelstuk bewerkt, het mocht echter van de Duitse bezetters niet opgevoerd worden. Het werd in het ondergrondse circuit een groot succes.

Externe links

Noten

  1. Faes, Leo (2009). Elegast is Malegijs, Ingelheim is Tongeren. Almere/Enschede: Van de Berg, ISBN 9789055123131.