Ros Beiaard (Dendermonde)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Ros Beiaardommegang 1975 in Dendermonde met de gebroeders De Jonghe.
Ros Beiaardommegang 2000 in Dendermonde met de gebroeders Coppieters.
Ros Beiaardommegang 2010 in Dendermonde met de gebroeders Van Damme.
Standbeeld van het Ros Beiaard
Hoofd van het Dendermondse Ros

Ros Beiaard van Dendermonde is een folkloristisch paard. Van de grond tot de top van het hoofd meet het 4 meter 85 cm, zonder de sierpluim. Het verschilt van de andere paarden die het Ros Beiaard voorstellen omdat Dendermonde geen connectie heeft met het Ros Beiaard buiten de stoet die slechts om de tien jaar plaats vind en omdat het paard door mannen (de pijnders) gedragen wordt. Het Ros Beiaard van Dendermonde staat op de Lijst van Meesterwerken van het Orale en Immateriële Erfgoed van de Mensheid van de Unesco.

De sage van het Ros Beiaard[bewerken]

Dit is de sage zoals ze in de Dendermondse overlevering bestaat. Voor een volledige beschouwing van dit onderwerp in de literatuur, zie Vier Heemskinderen.

Aymon, heer van Dendermonde, leefde jarenlang in ruzie met Karel de Grote. Er kwam pas verzoening toen heer Aymon huwde met Adelheid, een nicht van Karel De Grote. Het echtpaar zette vier kloeke zonen op de wereld: Ritsaert, Writsaert, Adelaert en Reinout. Hun vader sloeg hen tot ridder en gaf ze elk een paard. Reinout was evenwel zo sterk dat hij zijn rijdier met één vuistslag velde. Een tweede paard werd hem aangeboden, maar reeds bij de eerste rit brak hij het de lenden. Omdat een ridder toch een paard moest hebben, bracht heer Aymon zijn zoon naar een burcht waarin het door iedereen gevreesde Ros Beiaard zat opgesloten. Na een heroïsch gevecht wist Reinout het dier aan zijn wil te onderwerpen.

Tijdens een hoog oplopende discussie aan het hof van Karel de Grote onthoofdde Reinout met één slag van zijn zwaard Karels zoon Lodewijk. De Vier Heemskinderen (verbastering van Aymonskinderen), gezeten op Beiaard, sloegen op de vlucht. Vanuit hun sterke burcht verdedigden de vier ridders zich tegen de steeds aanvallende legerbenden van Karel de Grote. De vier broers zagen echter de ongelijke strijd in en Beiaard bracht hen terug naar het ouderlijk verblijf in Dendermonde. Ze troffen er hun rouwende moeder aan. Heer Aymon was namelijk in de handen van Karel de Grote gevallen. Karel wilde enkel vrede sluiten als het duivelse Ros Beiaard aan hem werd uitgeleverd. Reinout weigerde op dit voorstel in te gaan. Uiteindelijk zwichtte hij onder de smeekbede van zijn moeder.

Het Ros werd naar de Dendermonding (Schelde) gebracht, kreeg een aantal zware molenstenen rond de nek en werd in het water gestort. Het Ros verbrijzelde tot tweemaal toe de stenen en zwom hinnikend naar de oever waar Reinout stond. Het tragische schouwspel werd hem te machtig en hij wendde het hoofd af. Het Ros Beiaard dat voor een derde keer boven water kwam, dacht dat zijn meester hem verloochende en verdronk.

't Peird van Dendermonde[bewerken]

Het Ros Beiaard uit Dendermonde wordt elke 10 jaar onder massale belangstelling door de stad gedragen door een gilde van dragers, Pijnders genoemd. Geheel volgens de legende nemen dan vier jeugdige broers uit Dendermonde, de Vier Heemskinderen, op het Paard plaats getooid in ridderuitrusting. Hun fysieke prestatie is al even bewonderenswaardig als die van de Pijnders, gezien hun positie op de brede rug van het paard en de duur van de ommegang. In deze ommegang wordt ook de sage van Ros Beiaard verteld.

Maten en gewichten[bewerken]

Van op de grond tot het hoogste gedeelte van het hoofd meet het Ros Beiaard 4,85 meter. Rekent men daar nog de sierpluim bij, dan bereikt het een hoogte van 5,8 meter. Van de neus tot de staart is het Ros 5,2 meter lang. De breedte bedraagt precies 2 meter. De kop van het Ros Beiaard is van eikenhout, 120 centimeter lang, van oor tot bovenlip, en zijdelings 50 centimeter breed, van oog naar keel. De kop is hol en bestaat vooral uit twee wangen die door zwaluwstaarten verbonden zijn op schedel en bovenkaakbeen. Het paard weegt 800 kg, zonder heemskinderen. Het houten geraamte bevat drie ruimtes en biedt plaats voor 12 dragers of Pijnders die binnenin worden aangevoerd door hun ploegleider.

Het verhaal van het hoofd van het Ros Beiaard[bewerken]

Experts zijn het er over eens dat de kop tamelijk oud moet zijn. Volgens sommigen werd hij gebeeldhouwd in 1754. Andere bronnen verklaren dat hij in de 15e eeuw werd vervaardigd.

De Dendermondse traditie wil dat het nog steeds dezelfde kop is, die eens werd gebeiteld door Lieven Van de Velde. Die Dendermondse kunstenaar bracht veel van zijn tijd door in herbergen. Hij was verslaafd aan alcohol en verwaarloosde zijn gezin. Toen zijn geld opraakte, smeedde hij plannen om een jonge man te overvallen en zijn geld te roven. Helaas bleek hij het verkeerde slachtoffer te hebben uitgekozen en werd hij opgesloten. De rechters veroordeelden hem tot de strop.

Ondertussen werd het nieuws bekendgemaakt dat het Ros Beiaard opnieuw zijn ronde zou maken in de stad van Dendermonde. Er was echter een probleem. De kop van het beroemde Ros Beiaard was door houtwormen herleid tot brandhout.

Er bleek maar één kunstenaar in de stad te zijn die op een korte tijd een nieuwe kop kon beitelen, met name Van de Velde. In ruil voor zijn vrijlating zou hij een nieuwe kop beitelen. Daarna leefde Van de Velde, nog steeds volgens de overlevering, nog een voorbeeldig leven. Volgens sommige versies van het verhaal heeft men de ogen van de kunstenaar uitgestoken om te vermijden dat hij een tweede dergelijk kunstwerk zou maken.

De Vier Heemskinderen[bewerken]

Bij de tienjaarlijkse ommegang heeft de keuze van de Vier Heemskinderen (Aymons kinderen) heel wat voeten in de aarde. De selectiecriteria zijn niet min:

  • Het moeten vier opeenvolgende broers zijn, zonder meisje ertussen.
  • Ze moeten in Dendermonde geboren zijn.
  • De ouders en de grootouders moeten in Dendermonde geboren zijn.
  • Ze moeten tussen de 7 en 21 jaar zijn op de dag van de ommegang.
  • Woonachtig in Dendermonde of een deelgemeente.

19e eeuw[bewerken]

In 1807 werd het Ros bereden door Pieter-Emmanuel, Pieter-Frans, Pieter-Jan en Bernard-Jozef Blomme. Men wilde met de ommegang de geboortedag van Napoleon I en van het Concordaat herdenken.

In 1850 waren het Edmond, Désiré, Henri en Lodewijk Spanoghe. Hun ouders baatten in de Torenstraat de bakkerij "De Vier Koppen" uit. Met de ommegang werd het vijftigjarig bestaan van de Rechtbank en van de Akademie voor Schone Kunsten gevierd. Ook werd geschiedschrijver David Lindanus herdacht. De ommegang werd bijgewoond door koning Leopold II.

Naar aanleiding van de inhuldiging van het standbeeld van Pater De Smet in 1878 waren de ridders: Isidoor, Omer, Petrus en Frans Willems. Meteen werd ook de inwijding van het nieuwe sas aan de monding van de Dender gevierd.

Toen Polydore De Keyser, Lord Mayor van Londen, een bezoek bracht aan zijn geboortestad Dendermonde in 1888 waren de Vier Heemskinderen Henri, Lodewijk, Gustaaf en Alfons Pieters.

In 1899 werd het Ros Beiaard bereden door Pieter, Adhemar, Lucinthe en Leo Dieltjens. Men zette deze ommegang op poten naar aanleiding van de voltooiing van de Scheldekaden en de opening van een nieuwe brug over de Schelde.

20e eeuw[bewerken]

In 1914 viel de eer te beurt aan Jan, Leo, Pieter en Edward De Bruyn. Zij waren de kleinzonen van oud-burgemeester en oud-minister Leo De Bruyn-Schellekens. Toen trok het Ros Beiaard door de centrumstraten naar aanleiding van de aanstelling van burgemeester Leo Bruynincx.

In 1930 vierde men het eeuwfeest van de Belgische onafhankelijkheid en werd het Ros bereden door Henri, Jean, Pierre en Albert Van Damme.

In 1952 viel de keuze op Jozef, Rafaël, Pieter en Jan Bombay. Het stadhuis aan de Grote Markt bestond 500 jaar en dat was voldoende reden om het Ros Beiaard van stal te halen.

In het kader van de Wereldtentoonstelling in Brussel in 1958 klommen de gebroeders Emiel, Albert, Jozef en Luc Leybaert op de rug van het Ros Beiaard.

In 1975 zaten de gebroeders Dirk, Wim, Boudewijn en Kris De Jonghe op de brede rug van het Ros Beiaard.

De gebroeders Veldeman waren de Heemskinderen van de ommegang in 1990.

In 2000 voldeden de gebroeders Roy, Nick, Ken en Dean Coppieters aan de scherpe criteria. Na de ommegang werden ze opgenomen in de gilden en verheven tot ereburgers van Dendermonde omwille van de zware fysieke inspanning. De ommegang werd in 2000 extra bemoeilijkt doordat het die dag erg koud was en er een bijtende wind stond.

21e eeuw[bewerken]

In 2010 werd de ommegang op zondag 30 mei gehouden[1]. De gebroeders Michiel, Dieter, Niels en Maarten Van Damme mochten dan plaatsnemen op het paard.

De eerstvolgende uittocht van het Ros Beiaard zal gebeuren tijdens de ommegang op zondag 31 mei 2020.

De Heemskinderen wacht een zware taak. Zij moeten op de zeer brede rug van het paard plaatsnemen gedurende enkele uren. Dit geeft een grote belasting voor de beenspieren, het bekken, de liezen en de onderrug. De Heemskinderen krijgen dan ook begeleiding gedurende enkele maanden door een kinesist om de spieren en pezen te rekken tot een zo groot mogelijke spreidstand.

De Pijnders[bewerken]

Het pijndersambacht, ontstaan in de 14e eeuw, had het monopolie over lossen en laden van schepen en kelderen van wijn en bier. Vandaag zijn de Pijnders de exclusieve dragers van het Ros Beiaard in de Ommegangen. De leden zijn verenigd in de gilde der Vrije Pijnders met aan het hoofd de gildedeken Gustaaf Mannaert.

De taak van de Pijnders is niet te onderschatten. Als dragers van het Ros hebben zij een hoofdrol. Zij hebben niet alleen de verantwoordelijkheid over de veiligheid van de Vier Heemskinderen, maar de bewegingen van het Ros Beiaard moeten ook gesynchroniseerd gebeuren met de regie-aanwijzingen. Tempo en aangepaste snelheid zijn van hoofdbelang. Al die belangrijke details worden voor elke ommegang ingestudeerd. De Pijnders bestaan uit drie groepen van twaalf dragers. Elke ploeg wordt aangevoerd door een ploegleider die de cadans bepaalt en het bevel geeft om te steigeren, te groeten of te wijken. Naast de eigenlijke dragers worden een aantal reservedragers achter de hand gehouden.

Naast de dragers leveren de Pijnders ook enkele andere functies aan de Ommegang. De vier schragendragers zetten bij elk oponthoud van het Ros de schragen neer waarop het Ros rust. De twee ladderdragers zorgen dat de ladder wordt meegedragen waarmee de Vier Heemskinderen het Ros op- en afstijgen. De twee zuipdragers hebben de belangrijke taak om dragers van het Ros Beiaard onderweg te voorzien van drank.

Maandenlang wordt geoefend aan de kazerne waar het Paard zijn rustplaats heeft. Het dragen van het paard is fysiek zeer zwaar daar elke Pijnder meer dan 85 kg moet dragen. Niet het dragen op zich is het grote probleem, wel de manoeuvres zoals het steigeren van het paard en het lopen over een niet altijd even stabiele ondergrond waardoor de lasten niet altijd gelijk verdeeld zijn. Bij het steigeren van het paard moeten de pijnders vooraan in het paard heffen en gelijktijdig gaan de achterste dragers door de knieën.

De hymne[bewerken]

De legende wordt verhaald in de stadshymne van Dendermonde. De hymne maakt ook een allusie op de rivaliteit met buurstad Aalst, die het Dendermondse paard zou benijden.

De eeuwenoude vete met Aalst[bewerken]

Het Dendermondse paard is een doorn in het oog voor de Aalstenaars. Aalstenaars vinden het nogal een pathetisch schouwspel dat er zoveel ophef wordt gemaakt over een paard dat één keer om de zoveel tijd "rondjes" maakt en daarbij heel wat volk tot tranen toe beweegt. Bovendien is het Dendermondse paard van hout, terwijl dat van Aalst van balatum gemaakt is. De Dendermondse carnavalisten spreken dan ook smalend over Ros Balatum.

Het is bij de Aalstenaars een sport geworden om - vooral tijdens Carnaval - de spot te drijven met dat paard, tot grote verontwaardiging van de Dendermondenaars. Ieder jaar rijdt met carnaval het Ros Balatum door de straten van Aalst. Bijgevolg is er al jaren een "vete" tussen de Ajuinen van Aalst en het Peird van Dendermonde.

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
Wikisource Bronnen die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden op de pagina 't Ros Beiaard op Wikisource