De juwelen van Bianca Castafiore
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
De juwelen van Bianca Castafiore (Les Bijoux de la Castafiore) is het eenentwintigste album uit de reeks Kuifje strips van de Belgische tekenaar Hergé. Het is voor het eerst verschenen in 1963.
Inhoud |
[bewerk] Achtergrond
Hergé heeft met dit album geprobeerd of hij de lezer van het begin tot het eind kon boeien zonder dat er, zoals in de andere albums, naar verre oorden wordt afgereisd. Het verhaal speelt zich helemaal "thuis", af, op kasteel Molensloot, waar kapitein Haddock woont. Ook geweld en misdaad zijn afwezig. In plaats van de gebruikelijke barre tochten, achtervolgingen, verkeerde regimes en verdorven tegenspelers zien we alleen huiselijke ongemakken en verwikkelingen: een verstuikte enkel, een losse traptrede, onuitstaanbare gasten, enz.
Ook de personages lijken niet helemaal in hun gewone doen: Haddock wil uit zichzelf naar Milaan reizen, Kuifje schrikt van een doodgewone uil, Zonnebloem is verliefd.
Elementen voor spanning zijn er genoeg: een tweetal geheimzinnige figuren dat rond het kasteel sluipt, de verdwijning van een smaragd, een vingerhoedje en een gouden schaartje. De lezer wordt met deze elementen voortdurend op het verkeerde been gezet. Ook de slapstick is goed vertegenwoordigd, met bv. de traptrede waar iedereen over valt, en het gezang van La Castafiore waar Haddock zelfs nachtmerries van krijgt.
[bewerk] Verhaal
Het verhaal in De juwelen... begint als Bianca Castafiore, beroemd operazangeres, zichzelf op kasteel Molensloot uitnodigt. Haddock verslikt zich haast in zijn whisky, en wil meteen de benen nemen naar Milaan (waar hij nooit naartoe durfde te gaan uit angst die zingende donderstorm tegen te komen). Nu wil het dat er een traptrede stuk is, terwijl de scherf steeds teruggelegd wordt. Haddock glijdt uit en verstuikt zijn enkel. De dokter zegt hem een aantal weken rust te houden (U boft nog, dat het niet gebroken is – Wat bof ik toch).
En dan komt Bianca Castafiore binnen, die besloten heeft om zich op het rustige Molensloot terug te trekken - met kamermeisje, begeleider, piano, voortdurende zangoefeningen (de Juwelenaria uit de opera Faust van Gounod), rondzwermende persmuskieten, en zelfs een TV-opname. Haddock wordt er volkomen gek van, maar kan bij de diva geen woord inbrengen. Ook is er nog een zigeunerkamp opgezet op het landgoed Molensloot. De zigeuners worden van diefstal beschuldigd, en dan verdwijnt ook nog de grote smaragd van La Castafiore. Maar Kuifje's scherpzinnigheid laat hem niet in de steek: de smaragd blijkt gestolen te zijn door een ekster (La gazza ladra van Rossini).
[bewerk] Stijl
[bewerk] Publicatie
[bewerk] Brusselse vertaling
Hoewel veel Kuifje-albums verwijzingen bevatten naar het Brussels (bijvoorbeeld in Syldavische woorden) is men pas recent ertoe gekomen Kuifje-verhalen in het Brussels te vertalen. De juwelen van Bianca Castafiore was het eerste album dat naar het Brussels vertaald werd, als De bijoux van de Castafiore. Later volgde een versie in "Franstalig Brussels": regionaal Frans doorspekt met Brusselse woorden en letterlijk vertaalde Vlaamse uitdrukkingen. Deze vertaling heet Les stiene de la Castafiore.
[bewerk] Twentse vertaling
Van dit album is ook een Twentse vertaling verschenen, 't Smokweark van Bianca Castafiore. Kuifje heet hier Tuufke. De vertaler, Ben Siemerink, heeft een paar zaken in het verhaal zo veranderd dat het zich in een Twentse omgeving afspeelt: kasteel Molensloot is nu kasteel Twickel (te Delden, gemeente Hof van Twente) en de pianist van La Castafiore, in het origineel Wagner, heet nu Unico Wilhelm van Wassenaer, naar een achttiende-eeuwse amateurcomponist die inderdaad op Twickel geboren is. Overigens praten niet alle karakters Twents, in het bijzonder Bianca Castafiore niet.
| De Avonturen van Kuifje |
|---|

