Hergé
| Hergé | ||||
| Algemene informatie | ||||
| Volledige naam | Georges Prosper Remi | |||
| Pseudoniem | Hergé | |||
| Geboren | 22 mei 1907, Etterbeek | |||
| Overleden | 3 maart 1983, Sint-Lambrechts-Woluwe | |||
| Land | ||||
| Beroep | Stripauteur | |||
| Werk | ||||
| Jaren actief | 1925-1983 | |||
| Stroming | Klare lijn | |||
| Bekende werken | Kuifje, Quick en Flupke | |||
| Uitgeverij(en) | Casterman | |||
| Dbnl-profiel | ||||
| Website | ||||
|
||||
Georges Prosper Remi Remi (Etterbeek, 22 mei 1907 – Sint-Lambrechts-Woluwe, 3 maart 1983) was een Belgische striptekenaar die werkte onder het pseudoniem Hergé. Hij is vooral bekend geworden als schepper van De avonturen van Kuifje.
Inhoud |
Ontstaan van de naam[bewerken]
Wanneer men de volgorde van de initialen G.R. van zijn naam omkeert en dan op z'n Frans uitspreekt, klinkt dat als er-gee wat men in het Frans kan schrijven als Hergé.
Werk[bewerken]
Hergé is, naast Willy Vandersteen, Franquin en Goscinny, een van de grote scheppers van de Europese humoristische avonturenstrip van de 20e eeuw. Zijn bekendste creatie is Kuifje, een jonge krantenverslaggever die over de hele wereld avonturen beleeft. Kenmerkend voor deze wereldberoemde stripreeks is het humanistische karakter, het grondige onderzoek waarmee de maker zijn karikaturale verhalen realistisch weet te maken en de heldere tekenstijl, de zogenaamde klare lijn. Ook wemelt het van de satirische verwijzingen naar de (politieke) geschiedenis van de 20e eeuw. Voor De Blauwe Lotus werd Hergé geïnspireerd door het beruchte Mukden-incident dat leidde tot de Chinees-Japanse oorlog van 1934. Het verhaal De scepter van Ottokar heeft de Anschluss van Oostenrijk als overduidelijke inspiratiebron. En De zaak Zonnebloem is naast een spannend avontuur ook een portret van de gevoeligheden van de Koude Oorlog.
Beknopte biografie[bewerken]
Georges Remi groeide op in Etterbeek, een toen al verstedelijkte gemeente van de Brusselse agglomeratie. Zijn ouders, de Waal Alexis Remi (1882-1970) en de Vlaamse Élisabeth Dufour (1882-1946), behoorden tot de middenklasse en leefden in een voor die tijd betrekkelijke luxe. In 1912 werd een tweede zoon geboren, Paul Remi.
Remi's lagere-schooltijd viel goeddeels samen met de Eerste Wereldoorlog en de Duitse bezetting van Brussel. Van Duitse soldaten die gelegerd waren in de Etterbeekse kazernes maakte hij, in de kantlijnen van zijn schoolschriftjes, onbeholpen tekeningen. Tekenen leek al vroeg in zijn bloed te zitten. Maar het zou nog tot 1925 duren voor hij zijn eerste echte beeldverhaal publiceerde: een tekstloos stripje over een wielrijder met bandenpech. Hergé was toen al actief lid van de katholieke scouting waarvoor hij ook talrijke tekeningen maakte, onder andere in Le boy scout. In dat blad en in andere scoutingbladen publiceerde hij vanaf 1926 het stripfeuilleton Totor, P.L. van de Meikevers. In 1927 kwam Hergé als bedrijfstekenaar in vaste dienst bij de uitgever van onder andere het dagblad Le Vingtième Siècle, de spreekbuis van het francofone, conservatieve, katholieke en anti-communistische establishment. Voor het donderdagse jeugdbijvoegsel Le Petit Vingtième begon hij in januari 1929 aan het allereerste avontuur van Kuifje: Les Aventures de Tintin, reporter du Petit "Vingtième", au pays des Soviets (Kuifje in het land van de Sovjets). In 1930 begon Hergé aan de strip Kwik en Flupke, eveneens in Le Petit Vingtième.
Tot aan zijn dood in 1983 verschenen 23 albums met de avonturen van Kuifje de jonge reporter, zijn hond Bobbie en onsterfelijke bijfiguren als kapitein Haddock, professor Zonnebloem en het detectiveduo Jansen en Janssen. Postuum werd later nog het onvoltooide Kuifje en de Alfa-kunst uitgegeven. Hergé tekende de strips in eerste instantie zelf, maar in 1943 riep hij de hulp in van Edgar P. Jacobs. In 1950 startte hij de fameuze Studio Hergé. Bekende medewerkers als Bob De Moor en Jacques Martin namen hem veel werk uit handen en hielden zich onder andere bezig met het tekenen van achtergronden en het hertekenen van de oude albums. Naast Kuifje werkte Hergé ook aan andere reeksen zoals Leo en Lea bij de Lapino's, Jo, Suus en Jokko en Kwik en Flupke, waarvan van de laatste tot 1955 355 verhalen en een tekenfilmserie van verschenen.
In juni 2009 opende in Louvain-la-Neuve het Hergé-museum rond het leven en werk van de striptekenaar. Dit museum kwam er door de inzet van Hergé's tweede vrouw en medewerkster in zijn studio, Fanny Vlamynck.
Creaties[bewerken]
De volgende stripreeksen en -figuren zijn door Hergé bedacht en getekend en in het openbaar verschenen:
- Totor, P.L. van de Meikevers, vanaf 1926
- Kuifje, vanaf 1929
- De guitenstreken van Kwik en Flupke, vanaf 1930
- Leo en Lea, vanaf 1934
- Jo, Suus en Jokko, vanaf 1936
- Tom Colby, 1947
Kritiek[bewerken]
De Blauwe Lotus is een beslissend album in het leven van Hergé en in de ontwikkeling van Kuifje. Dit was het eerste avontuur waarvoor Hergé ook nauwgezet onderzoek deed naar de wereld waarin zijn verhalen zich afspeelde. Daarvoor verzon hij auto's, schepen en gebouwen vaak zelf en maakte hij culturen en volken tot stereotypen. Juist door deze stereotypen wordt Hergé nog weleens van racisme beticht.[1] Zo werd in 2007 het album Kuifje in Afrika door de Britse Raad voor Gelijkheid als 'racistisch' bestempeld.[2] Omstreeks diezelfde tijd eiste een Congolees student in Brussel (vergeefs) een verbod op het album.[3] Hergé, en later ook de woordvoerders van zijn Studio, hebben altijd volgehouden dat de stereotyperingen in vooral de vroege Kuifje-albums louter een weerspiegeling zijn van de visie in die tijd in heel Europa op de rest van de wereld.
Een andere 'gevoelige' titel is De geheimzinnige ster. Amerikanen waren de boeven in dit avontuur dat verscheen in het dagblad Le Soir onder het toeziend oog van de Duitse bezetter. De schurk was een gewetenloze joodse oliemagnaat met de naam Blumenstein. Omdat Hergé tijdens de oorlog publiceerde in deze Duitsgezinde krant werd hem collaboratie met de nazi's in de schoenen geschoven. Na de bevrijding van Brussel op 3 september 1944 werd hij door verschillende verzetsgroepen telkens weer opgepakt en ook weer vrijgelaten. Veroordeeld werd hij niet, maar de avonturen van Kuifje mochten tot september 1946 in geen enkele krant worden gepubliceerd. Dat Hergé tijdens zijn verdere leven bloot bleef staan aan kritiek heeft zeker ook te maken met zijn omgang met de Belgische fascistenleider Léon Degrelle. Feit is echter dat Hergé zich nimmer hardop heeft uitgesproken over dit soort zaken en dat bijvoorbeeld een vooroorlogs album als De scepter van Ottokar toch vooral kan worden gelezen als een anti-fascistische parabel.
Privéleven en overlijden[bewerken]
Hergé huwde in 1932 Germaine Kieckens (1906-1995), van wie hij in 1977 scheidde. In datzelfde jaar huwde hij Fanny Vlamynck (°1934), die hij al kende sinds ze in 1956 als artistieke medewerkster was gestart. Al vanaf toen hielden ze er een geheime relatie op na. Na zijn dood is Fanny Vlamynck in 1993 hertrouwd met Nick Rodwell.
Hergé had geen kinderen.
Hergé stierf aan de gevolgen van leukemie. Dat was jarenlang de officiële lezing over zijn dood. Een andere mogelijkheid die zijn (on)geautoriseerde biografen[4] opperen is dat de tekenaar overleden is aan de gevolgen van het hiv, waarmee hij via de vele, destijds nog ongecontroleerde bloedtransfusies zou zijn besmet. Hergé ligt begraven op de Begraafplaats van Dieweg in Ukkel.
Eerbetoon[bewerken]
- In 2005 werd Hergé genomineerd als een van de 111 kansmakers op de titel "De Grootste Belg". In de Vlaamse versie eindigde hij op nr. 24, in de Waalse op nr. 8.
- Ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van zijn geboorte werd in België in 2007 een zilveren herdenkingsmunt met een nominale waarde van 20 euro uitgebracht.
- Op de dag voor zijn honderdste verjaardag legde zijn weduwe (en tweede vrouw Fanny Vlamynck) de eerste steen voor het 'Musée Hergé' in Louvain-la-Neuve, dat in juni 2009 werd geopend.
- In 2006 ontving de Hergé Foundation uit handen van de veertiende dalai lama de Light of Truth Award, voor zijn verschillende werken over Kuifje in Tibet.
- Hergé werd afgebeeld in elke aflevering van de tweede tekenfilmreeks en in de Kuifjefilm The Adventures of Tintin: The Secret of the Unicorn.
Trivia[bewerken]
- Voluit luidt de echte naam van Hergé: Georges Prosper Remi Remi. De Nederlandse publicist Huib van Opstal wees er in zijn biografie op dat door het verkeerd lezen van de geboorteakte de identieke voor- en achternaam veelvuldig wordt genegeerd.
- De geestelijke vader van Kuifje had zelf geen kinderen, volgens zijn biograaf Pierre Assouline niet alleen omdat hij onvruchtbaar was, maar ook ‘omdat hij niet van kinderen hield’. Desalniettemin refereert Assouline aan een adoptie van een zeven- of achtjarige wees door de tekenaar en zijn toenmalige vrouw Germaine Kieckens, eind jaren veertig: "Maar omdat hij (Hergé) deze nieuwe aanwezigheid en de beroering die dit in zijn dagelijkse leven met zich meebracht, niet kon verdragen, gaf hij het na twee weken terug …"[5]
Nederlandstalige biografieën[bewerken]
- Huib van Opstal - Essay RG (Hilversum, 1994)
- Pierre Assouline - Hergé. Biografie (Amsterdam/Leuven, 1996)
- Benoît Peeters - Hergé, Zoon van Kuifje (Amsterdam/Antwerpen, 2002)
- Stanislas Barthélémy - "Avonturen van Herge" (tekening), met Jean-Luc Fromental en José-Louis Bocquet (scenario), Oog & Blik, 1999
Externe links[bewerken]
Bronnen, noten en/of referenties
|