Hergé

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Hergé
Hergé signature.png
Algemene informatie
Volledige naam Georges Prosper Remi
Pseudoniemen Hergé
Geboren 22 mei 1907, Etterbeek
Overleden 3 maart 1983, Sint-Lambrechts-Woluwe
Land Vlag van België België
Beroep Stripauteur
Werk
Jaren actief 1925-1983
Stroming Klare lijn
Bekende werken Kuifje, Quick en Flupke
Uitgeverij Casterman
Dbnl-profiel
Website
Portaal  Portaalicoon   Strip

Hergé is het pseudoniem voor Georges Prosper Remi Remi (Etterbeek, 22 mei 1907Sint-Lambrechts-Woluwe, 3 maart 1983). Hergé was een Belgische striptekenaar, die vooral bekend is als schepper van De avonturen van Kuifje.

Ontstaan van de naam[bewerken]

Remi gebruikte voor zijn pseudoniem de initialen van zijn naam Georges Remi. Als de G.R. omgekeerd wordt en op zijn Frans wordt uitgesproken, klinkt dat als er-gee. Remi maakte er de schrijfwijze Hergé van.

Werk[bewerken]

Hergé is, naast Willy Vandersteen, Franquin en Goscinny, een van de grote scheppers van de Europese humoristische avonturenstrip van de 20e eeuw. Zijn bekendste creatie is Kuifje, een jonge krantenverslaggever die over de hele wereld avonturen beleeft. Kenmerkend voor deze wereldberoemde stripreeks is het humanistische karakter, het grondige onderzoek waarmee de maker zijn karikaturale verhalen realistisch weet te maken en de heldere tekenstijl, de zogenaamde klare lijn. Ook wemelt het van de satirische verwijzingen naar de (politieke) geschiedenis van de 20e eeuw. Voor De Blauwe Lotus werd Hergé geïnspireerd door het beruchte Mukden-incident, dat leidde tot de Chinees-Japanse oorlog die in 1934 begon. Het verhaal De scepter van Ottokar heeft de Anschluss van Oostenrijk als overduidelijke inspiratiebron. En De zaak Zonnebloem is een portret over de gevoeligheden van de Koude Oorlog.

Beknopte biografie[bewerken]

Georges Remi groeide op in Etterbeek, een toen al verstedelijkte gemeente van de Brusselse agglomeratie. Zijn ouders, de Waal Alexis Remi (1882-1970) en de Vlaamse Élisabeth Dufour (1882-1946), behoorden tot de middenklasse en leefden in een voor die tijd betrekkelijke luxe. In 1912 werd een tweede zoon geboren, Paul Remi.

Remi's lagere-schooltijd viel goeddeels samen met de Eerste Wereldoorlog en de Duitse bezetting van Brussel. Van Duitse soldaten die gelegerd waren in de Etterbeekse kazernes maakte hij, in de kantlijnen van zijn schoolschriftjes, onbeholpen tekeningen. Tekenen leek al vroeg in zijn bloed te zitten. Maar het zou nog tot 1925 duren voor hij zijn eerste echte beeldverhaal publiceerde: een tekstloos stripje over een wielrijder met bandenpech. Hergé was toen al actief lid van de katholieke scouting waarvoor hij ook talrijke tekeningen maakte, onder andere in Le boy scout. In dat blad en in andere scoutingbladen publiceerde hij vanaf 1926 het stripfeuilleton Totor, P.L. van de Meikevers.

In 1927 ging Hergé werken op de abonnementenafdeling van het dagblad Le Vingtième Siècle, de spreekbuis van het francofone, conservatieve, rooms-katholieke en anti-communistische establishment. Hij vond het er dusdanig saai dat hij vervroegd in militaire dienst ging. Nadat hij afzwaaide begon hij in januari 1929 in de donderdagse jeugdbijlage Le Petit Vingtième van de krant Le Vingtième Siècle aan het allereerste avontuur van Kuifje: Les Aventures de Tintin, reporter du Petit "Vingtième", au pays des Soviets (De avonturen van Kuifje, reporter van de Kleine "Twintigste", in het land van de Sovjets).[1] In 1930 begon Hergé aan de strip Kwik en Flupke, eveneens in hetzelfde blad.

Tot aan zijn dood in 1983 verschenen 23 albums met de avonturen van Kuifje, zijn hond Bobbie en bijfiguren als kapitein Haddock, professor Zonnebloem en de detectives Jansen en Janssen. Postuum werd het onvoltooide Kuifje en de Alfa-kunst uitgegeven. Hergé tekende de strips in eerste instantie helemaal zelf, maar in 1943 riep hij de hulp in van Edgar P. Jacobs. In 1950 startte hij de fameuze Studios Hergé. Bekende medewerkers als Bob De Moor en Jacques Martin namen hem veel werk uit handen en hielden zich onder andere bezig met het tekenen van achtergronden en het hertekenen van de oude albums. Naast Kuifje werkte Hergé aan andere stripsreeksen, zoals Leo en Lea bij de Lapino's, Jo, Suus en Jokko en Kwik en Flupke, waarvan van de laatste tot 1955 355 verhalen en een tekenfilmserie verschenen.

In juni 2009 opende in Louvain-la-Neuve het Hergé-museum rond het leven en werk van de striptekenaar. Dit museum kwam er door de inzet van Hergé's tweede vrouw en voormalige medewerkster in zijn studio, Fanny Vlamynck.

Creaties[bewerken]

De volgende stripreeksen en -figuren zijn door Hergé bedacht en getekend en in het openbaar verschenen:

  • Totor, P.L. van de Meikevers, vanaf 1926
  • Kuifje, vanaf 1929
  • De guitenstreken van Kwik en Flupke, vanaf 1930
  • Leo en Lea, vanaf 1934
  • Jo, Suus en Jokko, vanaf 1936
  • Tom Colby, 1947

Kritiek[bewerken]

De Blauwe Lotus is een beslissend album in het leven van Hergé en in de ontwikkeling van Kuifje. Dit was het eerste avontuur waarvoor Hergé nauwgezet onderzoek deed naar de wereld waarin zijn verhalen zich afspeelden. Daarvoor verzon hij auto's, schepen en gebouwen vaak zelf en maakte hij culturen en volken tot stereotypen. Juist door deze stereotypen wordt Hergé nog weleens van racisme beticht.[2] Zo werd in 2007 het album Kuifje in Afrika door de Britse Raad voor Gelijkheid als 'racistisch' bestempeld.[3] Omstreeks diezelfde tijd eiste een Congolees student in Brussel (vergeefs) een verbod op het album.[4] Hergé, en later ook de woordvoerders van zijn Studio, hebben altijd volgehouden dat de stereotiepe typeringen in vooral de vroege Kuifje-albums louter een weerspiegeling zijn van de visie in die tijd in heel Europa op de rest van de wereld.

Een andere 'gevoelige' titel is De geheimzinnige ster. Amerikanen waren de boeven in dit avontuur dat verscheen in het dagblad Le Soir onder het toeziend oog van de Duitse bezetter. De schurk was een gewetenloze joodse oliemagnaat met de naam Blumenstein. Omdat Hergé tijdens de oorlog publiceerde in deze Duitsgezinde krant werd hem collaboratie met de nazi's in de schoenen geschoven. Na de bevrijding van Brussel op 3 september 1944 werd hij door verschillende verzetsgroepen tot vier keer toe opgepakt en weer vrijgelaten.

Vanwege het publiceren in Le Soir en zijn contacten met beruchte collaborateurs en ultraconservatieve rooms-katholieken wordt hem na de oorlog een beroepsverbod opgelegd. Tijdens de ondervragingen verbleef hij één nacht in een cel.[5] Tot september 1946 mochten de avonturen van Kuifje in geen enkele krant worden gepubliceerd. Dat Hergé tijdens zijn verdere leven bloot bleef staan aan kritiek heeft zeker ook te maken met zijn omgang met de Belgische fascistenleider Léon Degrelle. Feit is echter dat Hergé zich nimmer hardop heeft uitgesproken over dit soort zaken en dat bijvoorbeeld een vooroorlogs album als De scepter van Ottokar toch vooral kan worden gelezen als een anti-fascistische parabel.

Privéleven en overlijden[bewerken]

Voluit luidt de echte naam van Hergé: Georges Prosper Remi Remi. De Nederlandse publicist Huib van Opstal wees er in zijn biografie op dat door het verkeerd lezen van de geboorteakte de identieke voornaam veelvuldig wordt genegeerd.

Hergé huwde in 1932 Germaine Kieckens (1906-1995), van wie hij in 1977 scheidde. In datzelfde jaar huwde hij Fanny Vlamynck (geboren 1934), die hij al kende sinds ze in 1955 als coloriste bij hem was komen werken.[6] Al vanaf toen hielden ze er een geheime relatie op na. In 1960 ging hij met Fanny samenwonen. Kieckens wilde echter lange tijd van geen echtscheiding weten en Hergé had zonder haar instemming geen wettelijke mogelijkheid daartoe.

De geestelijke vader van Kuifje had geen kinderen. Volgens zijn biograaf Pierre Assouline niet alleen omdat hij onvruchtbaar was, maar ook "omdat hij niet van kinderen hield". Assouline refereert aan een adoptie van een zeven- of achtjarige wees door de tekenaar en zijn toenmalige vrouw Germaine Kieckens, eind jaren veertig: "Maar omdat hij (Hergé) deze nieuwe aanwezigheid en de beroering die dit in zijn dagelijkse leven met zich meebracht, niet kon verdragen, gaf hij het na twee weken terug …"[7]

Hergé leed aan leukemie. Hij stierf daar officieel aan. Zijn testament bestond uit één enkele zin; dat zijn vrouw de enige erfgename was. Uit interviews die hij gegeven had, viel op te maken dat hij absoluut niet wilde dat iemand zijn creatie Kuifje zou voortzetten. Hij zei dat iemand anders het misschien beter of slechter zou doen, maar dat hij zichzelf als de enige zag die Kuifje op papier tot leven kon wekken. Zijn weduwe besloot die wens te respecteren. Hergé ligt begraven op de Begraafplaats van Dieweg in Ukkel.

Eerbetoon[bewerken]

Nederlandstalige biografieën[bewerken]

  • Huib van Opstal - Essay RG (Hilversum, 1994)
  • Pierre Assouline - Hergé. Biografie (Amsterdam/Leuven, 1996)
  • Benoît Peeters - Hergé, Zoon van Kuifje (Amsterdam/Antwerpen, 2002)
  • Stanislas Barthélémy - "Avonturen van Herge" (tekening), met Jean-Luc Fromental en José-Louis Bocquet (scenario), Oog & Blik, 1999

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Grossey, Ronald (2013) Bob De Moor. De klare lijn en de golven; een biografie, uitgeverij Vrijdag, p. 26
  2. Tintin: list of 'racist' complaints. The Telegraph (3 november 2011) Geraadpleegd op 3 augustus 2012
  3. 'Racistisch' Kuifje-album verhuist naar volwassenenafdeling. De Standaard Geraadpleegd op 3 augustus 2012
  4. Klagende partijen 'Kuifje in Afrika' in beroep. De Morgen (13 februari 2012) Geraadpleegd op 3 augustus 2012
  5. Coblence, Jean-Michel en Yifei Tchang (2003) Tchang! Vriendschap verzet bergen, éditions Moulinsart, p. 142 + 144
  6. Coblence, Jean-Michel en Yifei Tchang (2003) Tchang! Vriendschap verzet bergen, éditions Moulinsart, p. 147-148
  7. Assouline, Pierre (1996) Hergé. Biografie, Amsterdam/Leuven, p. 428