De geheimzinnige ster

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De geheimzinnige ster
Orig. titel L'Étoile mysterieuse
Stripreeks De avonturen van Kuifje
Volgnummer 10
Scenario Hergé
Tekeningen Hergé
Eerste druk 1942
Portaal  Portaalicoon   Strip

De geheimzinnige ster (originele titel: L'Étoile mystérieuse) is het tiende album uit de reeks de De avonturen van Kuifje van de Belgische tekenaar Hergé.

Er bestaan twee versies van dit boek: de originele versie uit 1942 en een licht aangepaste versie uit 1954. De eerste Nederlandse vertaling verscheen in 1947. In 1974 verscheen een nieuwe Nederlandse vertaling.

Verhaal[bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

Kuifje gaat raad vragen aan de sterrenwacht over een ster die zienderogen groter wordt. Professor Kalys vertelt hem dat het een meteoor is, die met enorme snelheid op de Aarde afkomt. Kuifje ziet door de telescoop ook een gigantische spin, maar dit blijkt een gewoon spinnetje te zijn dat toevallig over de lens liep. Als de vuurbal in botsing komt met de Aarde zal dat het einde van de wereld betekenen. Een krankzinnig geworden oud-collega van Kalys, Philippulus, gaat als een onheilsprofeet door de stad en kondigt de ramp aan als een straf van God. Philippulus verschijnt ook een keer in een droom van Kuifje, waarin hij Kuifjes huis is binnengedrongen en een poster met een reusachtige spin erop laat zien. Hij zegt dat dit de straf is.

Gelukkig mist de vuurbal de aarde op 45.000 km en veroorzaakt alleen een aardbeving. Een groot stuk belandt echter als meteoriet in de Noordelijke IJszee en blijft daar als een soort eiland drijven. Professor Kalys is eerst woedend omdat de meteoor niet is ingeslagen; het blijkt dat hij en zijn assistent ernaast zaten met hun berekeningen. Zijn kans om beroemd te worden lijkt hiermee verspeeld. Dan ontdekt hij dat er een onbekende metaalsoort in het in zee gestorte brokstuk van de meteoriet zit, die hij kalysium noemt. Professor Kalys organiseert een expeditie, waaraan meerdere Europese wetenschappers deelnemen. Ook Kuifje gaat mee als verslaggever. Ze varen aan boord van de Aurora, onder kapitein Haddock (die voorzitter is geworden van een bond voor zeevarende geheelonthouders, maar desondanks kisten met whisky aan boord meeneemt). Wanneer De Aurora op het staat te vertrekken blijkt ook Philippulus aan boord te zijn, hij is in de mast geklommen en zaait onrust. Uiteindelijk weet Kuifje hem naar beneden te lokken, waarna de man kan worden teruggebracht naar de inrichting waar hij uit is ontsnapt.

Er zijn echter kapers op de kust. Een grote bank uit Sao Rico heeft ook een expeditie uitgerust. De directeur van de bank, meneer Bohlwinkel, zet veel in het werk om de expeditie van de Aurora te saboteren of op te houden, zodat zijn schip, de Peary, eerder bij de meteoriet aan zal komen. Al vlak voor het vertrek wordt er een poging gedaan tot een bomaanslag op de Aurora en onderweg wordt het schip tijdens een zware storm bijna aangevaren; dit is duidelijk een mislukte aanslag. Wanneer de Aurora in IJsland olie moet bijtanken, verklaart de vertegenwoordiger van Golden Oil (die in deze haven de enige olieverkoper is) geen olie meer te hebben. Kuifje en Haddock lopen echter kapitein Chester tegen het lijf, een oude vriend van Haddock. Chester verklaart dat er nog genoeg olie is en dat Golden Oil eigendom is van de Bohlwinkel Bank; er is dus duidelijk sprake van een complot gericht tegen de expeditie van de Aurora. Chester weet een oplossing: hij moet ook tanken en sluist de olie die de Aurora nodig heeft daarbij stiekem door.

Verder naar het noorden varende, ontvangt de Aurora een vals noodsignaal van een schip dat zich een heel andere kant op zou bevinden, zodat de Aurora geen enkele kans meer zou hebben om als eerste bij de meteoriet te zijn als ze dit schip te hulp zouden schieten. Kuifje ontdekt al snel via de scheepsregisters dat het schip helemaal niet bestaat. De marconist onderschept tevens een bericht waaruit blijkt dat de Peary al vlak voor de meteoriet ligt. Met een watervliegtuig slaagt Kuifje erin om per parachute net iets eerder te landen. Iemand aan boord van de Peary probeert Kuifje nog neer te schieten, maar dit wordt door de kapitein van de Peary verhinderd.

Kuifje blijft op de meteoriet, in afwachting van de komst van de Aurora, die vanwege motorpech echter niet meteen kan terugkomen. De volgende dagen blijkt het buitenaardse kalysium vreemde effecten te hebben. Een klokhuis groeit razendsnel uit tot een reusachtige appelboom en een worm die uit de appel kwam is een dag later een reusachtige vlinder geworden. Overal verschijnen enorme ontploffende paddenstoelen en Kuifje wordt aangevallen door een reusachtige spin die de vorige dag uit zijn broodtrommel ontsnapte. Een zeebeving zorgt er uiteindelijk voor dat de meteoriet onder water begint weg te zakken. De piloot van het teruggekomen watervliegtuig weet Kuifje nog net op tijd te redden. Kuifje redt op zijn beurt net op tijd een brok kalysium voordat de meteoriet helemaal onder water verdwijnt.

De expeditie van Professor Kalys is uiteindelijk dus zeer succesvol want het door Kuifje geredde stuk kalysium kan verder worden onderzocht. Uit een radiobericht blijkt voorts dat de politie intussen onderzoek doet naar de sabotagepogingen gericht tegen de Aurora en dat het er niet best uitziet voor Bohlwinkel, want ze zijn hem op het spoor.

Publicatie[bewerken]

De geheimzinnige ster was het eerste album dat direct in kleur verscheen, in 1942, nadat het eerder in Le Soir, toen onder nazitoezicht, had gestaan. Het is één van de snelst getekende albums van Hergé. Het album werd afgewerkt in amper 7 maanden tijd.

Nieuwe versie[bewerken]

In een nieuwe versie (1954) veranderde Hergé New York door de fictieve plaats Sao Rico en werd de te Joods klinkende naam Blumenstein gewijzigd in Bohlwinkel (bollewinkel, een winkel voor snoepgoed). Wat Hergé niet wist, is dat ook Bohlwinkel een gebruikelijke Joodse naam is. De Amerikaanse vlag verdween van Bohlwinkels schip, maar de naam ervan, Peary, doet nog altijd Amerikaans aan en Bohlwinkel behield een dikke 'Joodse' neus.