Bob De Moor (striptekenaar)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Bob De Moor
Bob De Moor in 1980
Bob De Moor in 1980
Algemene informatie
Volledige naam Robert Frans Marie De Moor
Geboren 20 december 1925
Overleden 26 augustus 1992
Land Vlag van België België
Beroep Stripauteur
Werk
Genre Stripverhalen
Stroming Klare lijn
Uitgeverij Le Lombard, Casterman
Portaal  Portaalicoon   Strip

Bob De Moor (Antwerpen, 20 december 1925 - Brussel, 26 augustus 1992) was een Vlaams striptekenaar, vooral bekend als medewerker aan Hergés strip Kuifje en voor zijn reeksen Meester Mus, Barelli en Cori, de scheepsjongen.

Vroege carrière[bewerken]

Bob De Moor studeerde aan de Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen en begon als animator te werken in studio Afim. In 1945 debuteerde hij met de strip "Bartje" in "De Kleine Zondagsvriend", op de voet gevolgd door "Inspecteur Marks", "Professor Hobbel" en meer opzichzelfstaande strips. Hij publiceerde ook in de bladen "Week-End" ("Professor Quick") en in "'t Kapoentje" waar hij De Lustige Kapoentjes verzorgde. In 1947 verscheen zijn eerste Franstalige album, 'Le Mystère du Vieux Château Fort', op scenario van John van Looveren. Ook andere Vlaamse magazineverhalen zoals "Monneke en Johnekke", "Janneke en Stanneke", "Bloske en Zwik", "De Koene Edelman" en "Het Leven van J.B. de La Salle" bleven in omloop. Spoedig verschenen de Moors strips in "Het Handelsblad", "De Nieuwe Gazet", "De Volksmacht", "Overal", "Pum-Pum", "Het Wekelijkse Nieuws", "De Nieuwe Gids", "De Zweep" en "Ons Volkske".

Kuifje[bewerken]

In 1949 begon De Moor voor het weekblad Kuifje te werken waar hij de op Hendrik Consciences boeken gebaseerde strips De Leeuw van Vlaanderen en "De Kerels van Vlaanderen" maakte. Datzelfde jaar lanceerde hij er ook de gagstrips "Bouboule et Noireaud" en 'Professeur Troc" (later "Monsieur Tric" (Meneer Mus). De Moor zou de komende jaren ook nog "Conrad le Hardi" illustreren en de reeks "Barelli" opstartten. Ook zijn meest befaamde reeks "Cori, de scheepsjongen" ("Cori, le Moussaillon") vond hier vruchtbare bodem in 1952, al zou ze pas in 1977 een vervolg krijgen. "Cori" is in zekere zin De Moors meesterwerk. De verhalen spelen zich af in de 16de en 17de eeuw in het zeevaardersmilieu waardoor zijn passie voor de zee en scheepvaart prachtig tot uiting komt. Andere reeksen die hij nog voor het blad zou tekenen waren "Pirates d'Eau Douce" (1959) en vanaf 1965 de gagstrip Balthazar.

Vanaf 1950 begon De Moor voor Studio Hergé te werken en werd al gauw Hergés eerste assistent. Hij hield zich bezig met het hertekenen van de oudste Kuifjealbums en verzorgde ook de achtergronden. Enkele van zijn bekende ingrepen zijn onder meer de meer modernere inkleding van het album De Zwarte Rotsen en de Beefeater-kostuums voor de wachters in De scepter van Ottokar. Ook de afgeleide merchandisingskunst werd aan hem toevertrouwd. De Moor stak veel tijd in dit werk en het is mede hierdoor dat zijn eigen strips meer en meer in de schaduw van Hergés oeuvre belandden.

Voor Jacques Martin tekende hij nog een episode uit diens reeks "Lefranc" en in 1989 werkte hij "Mortimer vs. Mortimer" af, het tweede deel van "De Drie Formules van Professor Sato" in de reeks Blake en Mortimer na de dood van Edgar P. Jacobs. Datzelfde jaar werd hij ook artistiek directeur van uitgeverij Le Lombard en mededirecteur van het Belgisch Stripmuseum waar zijn strips overigens ook tentoongesteld staan en hijzelf geroemd wordt als één van de pioniers van de Belgische strip.

Toen hij in 1992 overleed, werkte zijn zoon Johan De Moor zijn laatste stripverhaal "Dali Capitain" van de reeks Cori, de scheepsjongen af. Johan De Moor tekent zelf ook strips, onder meer "Gaspard de la nuit" (Kasper).

In albums verschenen[bewerken]

In populaire cultuur[bewerken]

Hij heeft een cameo als een letterlijke Moor in de woestijn in het album "De Kastarrally" (1987) in de stripreeks Kramikske.