Kuifje en het Zwarte Goud
| Kuifje en het Zwarte Goud | ||||
| Orig. titel | Tintin u pays de l'or noir | |||
| Stripreeks | De avonturen van Kuifje | |||
| Volgnummer | 15 | |||
| Scenario | Hergé | |||
| Tekeningen | Hergé | |||
| Eerste druk | 1950 | |||
|
||||
Kuifje en het Zwarte Goud (Tintin au pays de l'or noir) is het vijftiende album uit de stripreeks De avonturen van Kuifje van de Belgische tekenaar Hergé. Er bestaan twee versies van dit boek. De originele versie uit 1950 en de vernieuwde versie uit 1972 waarin het oorlogsthema is gewijzigd. In 1977 verscheen een nieuwe Nederlandse vertaling.
Een eerdere zwart-wit versie verscheen al in 1939-1940 maar werd niet afgemaakt door de Tweede Wereldoorlog. Deze versie eindigt op pagina 26 van de moderne versie, maar bevatte andere verhaalelementen.
Inhoud |
Personages die in dit album geïntroduceerd worden [bewerken]
Verhaal [bewerken]
Kuifje wil weten wat waarom de laatste tijd opvallend veel benzine ontploft. Hij reist naar Khemed, een Arabische oliestaat, waar sjeik Bab el Ehr aan de macht probeert te komen. Bij toeval stuit Kuifje op enkele mensen die een pijpleiding opblazen. Hij mengt zich in die groep en bemerkt dat zijn oude vijand dr. Müller in het complot zit ...
Oorsprong [bewerken]
Hergé begon met dit verhaal meteen nadat hij De scepter van Ottokar had voltooid. Net als in dat vorige album speelt de oorlogsdreiging, die aan het einde van jaren 1930 reëel was, een grote rol. Alles draait rond geheimzinnige sabotage van de olietoevoer op het ogenblik dat een oorlog dreigt uit te breken.
Het verhaal verscheen vanaf 1939 onder te ditel Au Pays de l’or noir wekelijks in Le petit vingtième, de jeugdbijlage van de krant Le vingtième siècle. Meteen na de Duitse inval werd de publicatie van deze zeer patriottische krant voorgoed stopgezet. Hergé maakte daarop andere Kuifje-verhalen voor de collaborerende krant Le Soir. Het was toen ondenkbaar om deze politiek gekleurde strip (met Britse soldaten, militante joden en een slechterik met een Duitse naam: Müller) verder te zetten. Pas na de oorlog, in 1948, verscheen het verhaal opnieuw - ditmaal in kleur - in het weekblad Kuifje, en in 1950 als album.
Haddock en Zonnebloem [bewerken]
Het is het enige verhaal na De krab met de gulden scharen waarin Kapitein Haddock geen belangrijke rol speelt. Hij wordt aan het begin van het verhaal opgeroepen voor mobilisatie en verschijnt onverwacht weer ten tonele aan het einde van het verhaal. Alhoewel hij meermaals Kuifje probeert uit te leggen waarom hij uiteindelijk toch naar Khemed gereisd is wordt hij wanneer één van Abdallahs klapsigaren explodeert zo razend dat hij kwaad wegstapt, waardoor de lezers de eigenlijke reden nooit te weten komen. De werkelijke reden is dat Kapitein Haddock nog niet voorkwam in de strips toen de eerste versie van "Kuifje en het zwarte goud" in weekafleveringen verscheen. Toen Hergé na de oorlog de draad weer opnam, was Haddock een vast personage geworden in de Kuifjestrips en Hergé zag zich gedwongen hem alsnog een kleine rol in het verhaal te geven. Professor Zonnebloem, die intussen ook een vaste waarde van de avonturenreeks was geworden, verschijnt niet in dit verhaal, maar aan het einde ontvangt Kuifje wel een brief van hem.
Latere aanpassingen [bewerken]
In 1969 werd met het oog op de internationale uitgaven het verhaal opnieuw aangepast. In de versie uit 1939 speelde het Joods-Palestijnse conflict een grote rol, toen Palestina nog een Brits mandaatgebied was. De Britse uitgever van dit verhaal vond de scènes met Britse troepen in Palestina verouderd. Hergé veranderde het verhaal. De Britse soldaten die Kuifje arresteren, werden vervangen door Arabische soldaten. De passage waarin Kuifje door Joodse activisten uit Britse gevangenschap wordt bevrijd (omdat ze hem voor een van hen aanzien), werd geschrapt. Daardoor is de laatste versie van dit verhaal iets korter dan de traditionele 64 pagina's van de Kuifje-albums.[1]
Trivia [bewerken]
- De Arabisch klinkende naam van emir Ben Kalisj Ezab in dit stripverhaal is een woordspeling die verwijst naar het Brusselse dialectwoord kalichesap, sap van zoethout. Ook komt er een waterbron in een oase voor, die Bir El Ambik heet. Het Arabische bi'r betekent waterput; de naam is een woordspeling op het bière (=bier) dat lambic heet. Sjeik Bab El Ehrs naam is gebaseerd op het woord "babbeleir" (="babbelaar"). Yussuf Ben Moelfrids naam verwijst naar "moules frites" (frieten en mosselen). De stad Wadesdah is gewoon een verbastering van "Wat is dat?".
- Het personage Abdallah was gebaseerd op een jeugdfoto van Faisal II van Irak.
Bronnen, noten en/of referenties
|