Kuifje (weekblad)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Kuifje was een stripweekblad. Het was de Nederlandstalige tegenhanger van het Franstalige weekblad Tintin (ook Journal de Tintin genoemd), opgezet rond stripfiguur Kuifje en bestond van 1946 tot 1993. De ondertitel luidde: "Het superblad voor de jeugd van 7 tot 77 jaar"

Het eerste nummer van Kuifje en Tintin verscheen op 26 september 1946. Initiatiefnemers van dit weekblad waren Raymond Leblanc en Hergé.

In het blad verschenen voornamelijk vervolgstrips, waaronder de nieuwe avonturen van Kuifje van Hergé. De in Brussel gemaakte bladen Kuifje en Tintin hadden dezelfde redactie en waren inhoudelijk vrijwel identiek. De strips werden meteen vertaald en gelijktijdig in beide bladen gepubliceerd. De Franstalige versie bevatte wel een tijd een extra katern met onder meer lezersbrieven en diverse aankondigingen. Daarnaast verscheen er sinds 1948 een aparte uitgave van Tintin voor Frankrijk, maar met dezelfde strips.

Gedurende zijn hele bestaan concurreerde Kuifje met het andere grote stripweekblad Robbedoes. Beide bladen groepeerden de grote meerderheid van het Belgische striptalent. Terwijl Kuifje de Brusselse school vertegenwoordigde, was Robbedoes het bastion van de school van Marcinelle. Toch veranderden sommige striptekenaars van blad. Zo verlieten Jean Graton en Eddy Paape Robbedoes voor Kuifje, terwijl omgekeerd bijvoorbeeld Raymond Macherot en Berck overstapten naar Robbedoes. Alleen André Franquin, de bekendste tekenaar van Robbedoes, werkte een tijd voor beide bladen. In 1955 stapte hij na een ruzie over naar Kuifje, waar hij een contract van vijf jaar tekende. Franquin verzoende zich snel met Robbedoes, maar hij respecteerde zijn contract en creëerde voor Kuifje de reeks Ton en Tineke, die later door anderen werd voortgezet.

Tussen 1948 en 1959 verschenen er een achttal verhalen van Suske en Wiske van de hand van Willy Vandersteen, de Blauwe reeks. Om binnen het weekblad te passen moest Vandersteen daarvoor de stijl van de verhalen veranderen. Suske en Wiske zijn in deze verhalen duidelijk tieners en Lambik was intelligenter. Jerom en tante Sidonia komen er niet in voor. Een negende verhaal was gepland, maar vanwege meningsverschillen tussen Hergé en Vandersteen is dit verhaal niet gepubliceerd.[bron?]

Bezieler Leblanc lanceerde ook promotie-activiteiten voor het blad. Zo kwamen er de Kuifje's bons, die bij bepaalde producten te krijgen waren en die recht gaven op bepaalde voordelen. Heb blad organiseerde regelmatig wedstrijden voor de lezers en deed een tijd mee aan strandspelen.

In 1964 voerde Hergé verhitte gesprekken met hoofdredacteur Raymond Leblanc, een vriend van hem. Hergé vond dat de kwaliteit van het blad tanende was en naar zijn mening waren verscheidene vervolgstrips "vulgair". Om uit de impasse te geraken, stelde Hergé voor het hoofdredacteurschap te delen met Leblanc, die fel tegen was. Hergé wilde daarop als alternatief de functie van 'artistiek directeur' gaan innemen. Leblanc protesteerde, maar begin 1965 kreeg hij alsnog die positie. Datzelfde jaar vervalste de tekenaar Dino Attanasio een enquête over welke strip de lezer het populairst vond. Dat werd ontdekt en de maker van de strip Signor Spaghetti werd geschorst voor drie maanden. René Goscinny, de tekstschrijver ervan, bedankte daarop voor weekblad Kuifje. Ook de tekenaar Greg vertrok, maar hij stelde voor terug te komen als hij benoemd zou worden tot hoofdredacteur. Leblanc werd ontslagen en Greg nam op 1 oktober 1965 zijn positie in.[1]

Onder leiding van Greg werden vele nieuwe strips geïntroduceerd, waaronder Bernard Prince, Luc Oriënt en Comanche. Deze kenmerkten zich door de voor die tijd zeer moderne verhalen en het vernieuwende tekenwerk. Ook strips die verder nooit in album zouden verschijnen, waaronder Max (Bara), De gebroeders Bross (Hubuc) en vele andere korte verhalen vonden hun weg naar het blad, wat die periode tot de beste uit het bestaan maakte. De oplage steeg tot 600.000 exemplaren per week.

In de jaren zeventig verslechterde het niveau van het blad enigszins, maar nog altijd werden vele series van hoog niveau gepubliceerd. Ook geïmporteerde strips, zoals Corto Maltese en The Spirit, werden opgenomen, want er werd van alles geprobeerd om de lezers van 7 tot 77 jaar vast te houden.

In november 1988 stopte de publcatie van het blad Tintin, nadat de erfgename van Hergé zich tegen verder gebruik van de naam had verzet. De aparte Franse editie van Tintin, die al sinds 1972 onder diverse namen verscheen, verdween toen ook. Alleen Kuifje zelf bleef bestaan. Een nieuwe uitgeverij, Yéti Presse, begon toen met een apart Franstalig blad onder de titel Tnitin Reporter, dat al na zeven maanden verdween. Daarop (september 1989) verzorgde Le Lombard opnieuw een eigen Franstalige versie van Kuifje onder de titel Hello Bédé. Het niveau van de strips was echter al die tijd achteruit gegaan, zodat vier jaar later beslist werd er een punt achter te zetten. Het laatste exemplaar (nummer 26 van de 48e jaargang) verscheen op 29 juni 1993.

Veel van de series die tot dan toe waren voorgepubliceerd in het blad verdwenen daarna helemaal. Alleen grote series als Thorgal en Dommel werden verder gepubliceerd in albums.

Van het weekblad verscheen een uitgebreide bundelreeks die in de Vlaamse versie alle jaargangen omvatte, maar in de Nederlandse versie pas begin jaren 70 startte.

Belangrijkste medewerkers[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Peeters, Benoît (2012) Hergé, Son of Tintin, Baltimore: The Johns Hopkins University Press, p. 291-292