Kuifje (weekblad)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Kuifje was een stripweekblad. Het was de Nederlandstalige tegenhanger van het Franstalige Tintin, opgezet rond stripfiguur Kuifje. Het verscheen vanaf 1946. Initiatiefnemers van dit weekblad waren Raymond Leblanc en Hergé. Het laatste exemplaar (nummer 26 van de 48e jaargang) verscheen op 29 juni 1993.

In het blad verschenen voornamelijk vervolgstrips, waaronder de nieuwe avonturen van Kuifje van Hergé.

Tussen 1948 en 1959 verschenen er een achttal verhalen van Suske en Wiske van de hand van Willy Vandersteen, de Blauwe reeks. Om binnen het weekblad te passen moest Vandersteen daarvoor de stijl van de verhalen veranderen. Suske en Wiske zijn in deze verhalen duidelijk tieners en Lambik was intelligenter. Jerom en tante Sidonia komen er niet in voor. Een negende verhaal was gepland, maar vanwege meningsverschillen tussen Hergé en Vandersteen is dit verhaal niet gepubliceerd.[bron?]

In 1964 voerde Hergé verhitte gesprekken met hoofdredacteur Raymond Leblanc, een vriend van hem. Hergé vond dat de kwaliteit van het blad tanende was en naar zijn mening waren verscheidene vervolgstrips "vulgair". Om uit de impasse te geraken, stelde Hergé voor het hoofdredacteurschap te delen met Leblanc, die fel tegen was. Hergé wilde daarop als alternatief de functie van 'artistiek directeur' gaan innemen. Leblanc protesteerde, maar begin 1965 kreeg hij alsnog die positie. Datzelfde jaar vervalste de tekenaar Dino Attanasio een enquête over welke strip de lezer het populairst vond. Dat werd ontdekt en de maker van de strip Signor Spaghetti werd geschorst voor drie maanden. René Goscinny, de tekstschrijver ervan, bedankte daarop voor weekblad Kuifje. Ook de tekenaar Greg vertrok, maar hij stelde voor terug te komen als hij benoemd zou worden tot hoofdredacteur. Leblanc werd ontslagen en Greg nam op 1 oktober 1965 zijn positie in.[1]

Onder leiding van Greg werden vele nieuwe strips geïntroduceerd, waaronder Bernard Prince, Luc Oriënt en Comanche. Deze kenmerkten zich door de voor die tijd zeer moderne verhalen en het vernieuwende tekenwerk. Ook strips die verder nooit in album zouden verschijnen, waaronder Max (Bara), De gebroeders Bross (Hubuc) en vele andere korte verhalen vonden hun weg naar het blad, wat die periode tot de beste uit het bestaan maakte. De oplage steeg tot 600.000 exemplaren per week.

In de jaren zeventig verslechterde het niveau van het blad enigszins, maar nog altijd werden vele series van hoog niveau gepubliceerd. Ook geïmporteerde strips, zoals Corto Maltese en The Spirit, werden opgenomen, want er werd van alles geprobeerd om de lezers van 7 tot 77 jaar vast te houden.

In de jaren 80 ging het verder bergafwaarts met het niveau, wat tot de opheffing van het blad in 1993 leidde. Dit betrof overigens niet alleen de Nederlandse variant, maar ook meteen de Franse. Veel van de series die tot dan toe waren voorgepubliceerd in het blad verdwenen daarna helemaal. Alleen grote series als Thorgal en Dommel overleefden het einde van het blad.

Van het weekblad verscheen een uitgebreide bundelreeks die in de Vlaamse versie alle jaargangen omvatte, maar in de Nederlandse versie pas begin jaren 70 startte.

Belangrijkste medewerkers[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Peeters, Benoît (2012) Hergé, Son of Tintin, Baltimore: The Johns Hopkins University Press, p. 291-292