Willy Vandersteen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Willy Vandersteen
Afbeelding gewenst
Algemene informatie
Volledige naam Willebrord Jan Frans Maria
Vandersteen
Geboren Antwerpen, 15 februari 1913
Overleden Edegem, 28 augustus 1990
Land Vlag van België België
Werk
Genre Strips
Bekende werken Suske en Wiske
De Rode Ridder
Robert en Bertrand
Jerom
De Geuzen
Pats
Uitgeverij Standaard Uitgeverij
Dbnl-profiel
Portaal  Portaalicoon   Literatuur
Strip

Willy Vandersteen (Antwerpen, 15 februari 1913Edegem, 28 augustus 1990) was een Belgische striptekenaar, vooral bekend van de stripreeks Suske en Wiske.

Biografie[bewerken]

Jeugd[bewerken]

Geboortehuis in de Seefhoek.

Willy Vandersteen, geboren op het Stuivenbergplein als Willebrord Jan Frans Maria Vandersteen, groeide op in de Antwerpse volkswijk De Seefhoek als zoon van een beeldhouwer/ornamentmaker. Zijn tekenaanleg en fantasie waren tijdens zijn kindertijd al opvallend. Hij tekende wielerwedstrijden op de stoep van de August Sniedersstraat en bedacht verhalen en toneelstukjes die zijn leeftijdsgenoten vervolgens naspeelden. De jongen verslond boeken en droomde op school regelmatig weg tijdens de lessen geschiedenis. Toen hij eens over de kruistochten geleerd had, trokken hij en enkele kinderen uit de buurt verkleed als ridders naar de kerk om er zich te laten zegenen. De onderpastoor zei hen echter dat het Heilige Graf al bevrijd was. [1]

Zijn leraren berispten hem regelmatig met de woorden: "Het enige waar jij goed in bent, is tekenen en opstellen schrijven, maar daar kan je later immers toch nooit je brood mee verdienen!" [2]

Terwijl hij avondlessen tekenen volgde aan de Antwerpse Academie voor Schone Kunsten hielp Vandersteen ook regelmatig zijn vader in diens werkatelier. Hij was zeker getalenteerd genoeg om in zijn voetsporen te treden. Toen in de jaren dertig de meer moderne en sobere architectuur van de art deco haar intrede deed, was de ornamentkunst plots uit de mode. Vandersteen besloot daarop timmerman te worden tot hij besloot dat decorateur meer iets voor hem was. Als etalageontwerper bij het Antwerpse warenhuis Innovation kreeg de jongeman op een dag de opdracht een model uit een Amerikaans modetijdschrift op een paneel over te tekenen. Vandersteen las het magazine eerst even door en stuitte toen per toeval op een artikel over strips. Het stuk boeide hem zo enorm dat hij besloot striptekenaar te worden.

Vroege carrière[bewerken]

Onder het pseudoniem "Wil" tekende Vandersteen De lollige avonturen van Pudifar voor Wonderland, de kindereditie op woensdag van het blad "De Dag". Tijdens de bezetting waren alle Amerikaanse strips door de nazi's verboden en daarom was de hoofdredacteur blij met werk dat door een Vlaming getekend was. Omdat de nazi's echter mensen ronselden voor hun werkkampen moest Vandersteen een veiliger beroep zoeken. Via zijn schoonbroer vond hij een baan als grafiek-omzetter in een landbouw- en voedingsbedrijf, maar omdat dit zo'n saaie job was begon hij uit verveling in de marges van de bladen te tekenen. Vandersteen wekte de sympathie op van zijn collega's en afdelingschef en mocht het vakblad van de slagers illustreren. Ook de wachtkamer en de personeels- en vergaderzalen mocht hij onder handen nemen. Zo kwam hij in contact met J. Meuwissen, een Nederlander die sinds 1936 het blad Bravo uitgaf en op zoek was naar Vlaams en Nederlands tekentalent nu er geen Amerikaanse strips meer mochten gepubliceerd worden. Vandersteen mocht nu wekelijks een pagina vol tekenen rond Sindbad de zeerover, Thor de holbewoner en Lancelot. Het waren stuk voor stuk erg onbeholpen, maar charmante strips die de lezers wel op de lachspieren werkten. Het werk was zwaar: Vandersteen pendelde elke weekdag tussen Antwerpen en Brussel en was meestal pas om 9 uur thuis waarna hij dan pas aan het tekenwerk kon beginnen.

Op een dag liep hij op de vlucht tijdens een bombardement op de stad een oude scoutsvriend tegen het lijf. Deze was inmiddels uitgever geworden en vroeg Vandersteen of hij voor hem een gans stripalbum kon tekenen. In een week tijd tekende Vandersteen zo een gans album rond Piwo, het houten paard vol. Het boek zou pas later verschijnen uit papiergebrek, maar Vandersteen werd wel betaald en de opdracht gegeven nog twee titels bij elkaar te tekenen, wat hij ook prompt deed.

Een andere scoutskameraad van Vandersteen was drukker geworden en zocht hem op met de vraag of hij niet enkele jeugdverhalen kon tekenen voor hem. Er volgden 4 kleurrijke boekjes; Zoo ik een Indiaantje was, Zoo ik een Eskimootje was, Zoo ik een Zeerovertje was en Zoo ik een Riddertje was. De verhalen werden door Casterman in het Frans vertaald.

Suske en Wiske[bewerken]

Met de ervaringen die hij nu had opgedaan trok Vandersteen in 1944 naar de Standaard Uitgeverij met een nieuw stripverhaal rond twee nieuwe figuren; Suske en Wiske. Naar Amerikaans voorbeeld wilde hij zijn strips in de krant laten verschijnen opdat ze zo een vast publiek zouden vinden. Het duurde een jaar vooraleer de uitgever de tijd rijp achtte om het verhaal uit te geven. Op 30 maart 1945 was de strip voor het eerst in een krant te lezen, al had de uitgever de reeks wel omgedoopt in Rikki en Wiske. Rikki en Wiske werden meteen een succes, temeer omdat er toen op Vlaamstalig stripgebied amper concurrentie was. De herkenbare situaties, het Antwerpse taalgebruik, het volkse karakter, de humor, spanning en knipoogjes naar de naoorlogse actualiteit vielen erg in de smaak bij de lezers. Ook Vandersteen zelf wist dat hij toen juist op het goede moment kwam:

"Het succes was voornamelijk aan drie factoren toe te schrijven. In de eerste plaats het tijdstip. Na vijf jaar oorlogsmisère hadden we hier behoefte aan iets luchtigs, iets ontspannends. Geen zwaartillende literatuur, we hadden in de oorlog allemaal zelf romans genoeg meegemaakt. We hadden hier behoefte aan een glimlach bij het ontbijt. In de tweede plaats kregen Suske en Wiske een eigen volksaard mee. Als er gehekeld wordt, dan is dat een soort hekelen zoals de volksmens dat doet: goedmoedig kafferen op lokale wantoestanden. En ook de humor is bekend, de zalf van grauwe tijden. Ten slotte kwam er in die periode meer geld in omloop en er was meer vrije tijd. Er ontstond ruimte voor een tekenverhaal. Dat was mijn geluk."[3]

Vandersteen was echter niet gelukkig met het eerste avontuur; De avonturen van Rikki en Wiske (het album Rikki en Wiske in Chocowakije). De naam "Rikki" was hem niet volks genoeg en bovendien was de manier waarop hij getekend was te veel op Kuifje geïnspireerd. Rikki was daarbovenop Wiskes oudere tienerbroer, terwijl Vandersteen Wiske liever een jongen die even oud als zij was als tegenspeler gaf. Zo verscheen Suske ten tonele in het tweede verhaal Op het eiland Amoras. Tante Sidonia (toen nog Tante Sidonie) had al in het vorige album haar opwachting gemaakt en nu maakten ook Professor Barabas en het spook Sus Antigoon hun debuut. Lambik zou in 1947 zijn opwachting maken in De sprietatoom, Jerom in De dolle musketiers (1952) en booswicht Krimson in Het rijmende paard (1962). De teletijdmachine werd voor het eerst gebruikt in De tuf-tuf-club (1952).

Suske en Wiske werden zo'n succes dat mensen alleen de kranten kochten om de strips. [4] Toen Vandersteen in 1947 naar de krant "De Standaard" overstapte, volgden zo'n 250 abonnees hem op de voet.[5] In de loop der jaren werd het in Vlaanderen een traditie de krant van achter naar voren te lezen. Eerst las men wat er die dag met Suske en Wiske gebeurd was voor men het overige nieuws doornam. Ook andere kranten moesten nu hun eigen strips hebben om de concurrentie met "De Standaard" aan te kunnen. Zo maakte Vandersteen de weg vrij voor Marc Sleen, Jef Nys en vele andere striptekenaars in Vlaanderen. [6]

Van 1959 tot 1967 verschenen de albums van Suske en Wiske in slechts twee kleuren (zwart en een rode steunkleur). De eerste 66 albums zijn niet meer verkrijgbaar in hun oorspronkelijke uitgave. De huidige nummering van de reeks begint daarom vanaf het albumnummer 67. Alle voorgaande albums werden weliswaar integraal overgenomen in deze vierkleurenreeks; beter bekend als De Rode Reeks.

Vanaf eind jaren vijftig, begin jaren zestig spraken zijn figuren ook geen Vlaams meer, maar Algemeen Nederlands zodat de reeks ook in Nederland een succes kon worden. In Suske en Wiske werden zelfs de namen van enkele hoofdpersonages veranderd: Tante Sidonie werd Sidonia en Wiskes pop Schabolleke (in sommige albums Schalulleke - dit staat voor lente-ui) werd Schanulleke. Ook begonnen veel albums allitererende titels te krijgen en moraliserende eindes.

In 1974 gaf hij Suske en Wiske uit handen. Paul Geerts zou tot 2002 de reeks voortzetten, sporadisch afgewisseld vanaf 1988 door Marc Verhaegen die in 2005 wegens twisten over een Suske en Wiske-strip rond de Holocaust door de studio aan de deur werd gezet.

De Bruegel van het beeldverhaal[bewerken]

Het succes van de reeks was zo groot dat hij in 1948 door het weekblad Kuifje benaderd werd met de vraag of hij ook voor hen wilde komen tekenen. Dankzij Vandersteen werd het blad ook buiten Franstalig België een succes. Hij zou van 1948 tot 1959 voor het weekblad verscheidene verhalen rond Suske en Wiske tekenen die later bijna allemaal in een blauwe kaft gebundeld zouden worden en daarom bekendstaan als de Blauwe reeks. Omdat Hergé wilde dat Vandersteen een meer gladde professionele stijl hanteerde die bij de rest van het blad paste zien de figuren er heel anders en minder volks uit dan in de krantenstrips uit die dagen. Alles was technisch knapper getekend, Wiske kreeg een ander kapsel en werd net als Suske meer een tiener dan een kind, Lambik werd minder dom en allemaal hadden ze een veel gespierder uiterlijk. Tante Sidonia, professor Barabas en Jerom kwamen in deze reeks niet voor. De scenario's werden realistischer en de absurde en fantastische elementen verdwenen bijna volledig. De verhalen uit deze befaamde blauwe reeks worden gezien als enkele van de beste die Vandersteen ooit tekende: Het Spaanse spook, De bronzen sleutel, De Tartaarse helm, De schat van Beersel, Het geheim van de gladiatoren (ook wel Goud voor Rome genoemd), De gezanten van Mars, De groene splinter en Het gouden paard. De albums werden later in de Vierkleurenreeks hernomen, meestal in een verkorte uitgave. De hoge eisen die Hergé aan Vandersteens tekenstijl stelde zouden het tekenniveau van zijn krantenstrips later ook bevorderen. Hergé noemde Vandersteen zelfs "De Bruegel van het Beeldverhaal".

Studio Vandersteen[bewerken]

Vandersteens strips verschenen nu in "De Standaard", maar ook in de afgeleide weekbladen van die krant: "Ons Volk", "Ons Volkske", "'t Kapoentje". Ook in "Kuifje", "Overal" en "De Bond" verschenen zijn tekeningen. Veel van de verhalen waren eenmalige vertellingen die in een meer realistische stijl getekend waren, zoals Tijl Uilenspiegel, The Strange Case of Dr Jekyll and Mr Hyde en meer historische, sciencefiction en detectiveverhalen. Maar ook gagstrips zoals De familie Snoek, Het plezante circus, De grappen van Lambik, De vrolijke bengels en 't Prinske bleven uit zijn potlood rollen. Omdat veel van deze reeksen nooit in albums verschenen zijn zijn ze ook nu nog gekoesterde verzamelobjecten voor stripliefhebbers. Vandersteen tekende al deze stripreeksen alleen en begon daarom in te zien dat hij wat hulp kon gebruiken. Zijn vrouw inkte al de tekeningen en spoedig nam hij talloze medewerkers in dienst die het inkten, kleuren, de lettering en het decors tekenen van hem overnamen. Zo ontstond in 1959 Studio Vandersteen. De reeksen die niet aansloegen, liet hij vallen of overnemen door zijn medewerkers.

Andere reeksen[bewerken]

In 1954 begon Vandersteen de westernstrip Bessy. De collie was duidelijk gebaseerd op de populaire televisiehond Lassie en verscheen in het begin onder de schuilnaam "Wirel" (een samenvoeging van Vandersteens voornaam en die van naast medewerker Karel Verschuere). De reeks werd later ook een enorm succes in Duitsland, waar uiteindelijk meer dan 1000 verhalen verschenen.

Vandersteen liep ook al een paar jaar rond met het idee een ridderstrip te maken. Van jeugdschrijver Leopold Vermeiren kreeg hij de toestemming diens romanfiguur De Rode Ridder te gebruiken. Zo ontstond in 1959 een van zijn meest populaire reeksen, die hij in 1967 door Karel Biddeloo liet overnemen.

De komende decennia zou Vandersteen nog regelmatig nieuwe reeksen beginnen, vaak gebaseerd op romans die hij als kind graag gelezen had en waar hij dan zijn eigen verhalen rond bedacht (Karl May (verhalen van de schrijver Karl May rond Old Shatterhand en Winnetou), Biggles en Robert en Bertrand). Maar ook puur eigen creaties zoals Jerom, en Pats/Tits. Veel van deze reeksen waren minder populair en werden zo gauw hij de serie beu was doorgegeven aan zijn medewerkers.

Vandersteen zou zich tijdens de laatste jaren van zijn leven onophoudelijk bezighouden met het bedenken van nieuwe reeksen en als adviseur optreden bij de series die hij aan zijn medewerkers had overgeleverd. De laatste reeks die hij begon was De Geuzen 1985-1990, een serie waar tien albums van verschenen en die hij nooit uit handen wilde geven.

Op 28 augustus 1990 overleed Vandersteen. In zijn testament liet hij weten dat hij graag wilde dat zijn strips werden voortgezet. Zijn werk is nog altijd erg populair en behoort tot het Vlaamse culturele erfgoed en de meest geliefde tekenverhalen in het Nederlandstalig taalgebied. Veel Vlaamse striptekenaars leerden het vak bij zijn studio of werken er. Ondanks de veelgehoorde kritieken dat de strips die er getekend worden veeleer ongeïnspireerd bandwerk zijn geworden en vooral Suske en Wiske niet meer zo leuk of spannend zijn als weleer verkopen de strips nog altijd goed. Van de oude succesreeksen weten echter alleen De Rode Ridder en Suske en Wiske zich nog staande te houden.

Ook na zijn dood kreeg Willy Vandersteen nog erkenning, zo eindigde hij in 2005 op nr. 29 tijdens de Vlaamse versie van de verkiezing van De Grootste Belg.

Kaproen[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Kaproen (cartoonist) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In 2005 staken geruchten de kop op dat Willy Vandersteen betrokken zou zijn geweest bij de culturele collaboratie. Juist in de periode dat er een gat was in Vandersteen zijn werk, half 1942 tot voorjaar 1943, was er onder de naam Kaproen een striptekenaar actief met een gelijkaardige stijl als die van Vandersteen. Deze viel op door zijn antisemitische en nazistische spotprenten, die onder meer werden gepubliceerd in Volk en Staat, De Nationaal-Socialist en de brochure Zoo zag Brussel de Dietsche militanten van de Dietsche Militie-Zwarte Brigade. Het bewijs dat Vandersteen deze Kaproen was, werd echter niet geleverd. Vandersteen heeft bij leven altijd ontkend dat hij had meegewerkt aan de collaborerende publicaties, bijvoorbeeld tegenover zijn biograaf Peter Van Hooydonk. Alleen de timing en de tekenstijl wijzen er mogelijk op. Contacten tussen de publicaties en Vandersteen werden niet gevonden. Hoogstens vage aanwijzingen, zoals dat Vandersteen tekende voor De Dag, een flamingantische krant die steeds verder in de collaboratie kwam. Vandersteens biograaf Peter Van Hooydonck meende echter niettemin dat Vandersteen Kaproen geweest zou kunnen zijn.[7] Uit de eerste fase van een door Vandersteens familie geïnitieerd onderzoek in het Rijksarchief, verricht door "een universiteitsprofessor", zou echter blijken dat tegen Vandersteen nooit een klacht is ingediend. Algemeen directeur Eric Willems van De Standaard verklaarde hierover: "Dat is al heel wat. Het feit dat er nooit een formele klacht geweest is betekent dat er nooit iets zwaarwichtigs geweest kan zijn dat in Vandersteens nadeel spreekt."[8]

Omdat de geruchten bleven aanhouden, besloot de familie Vandersteen samen met de Standaard Uitgeverij om een onderzoek in te stellen naar het oorlogsverleden van Vandersteen. Het bewijs werd gevonden in het juridische dossier dat na de oorlog werd aangelegd voor een proces tegen de krant Volk en Staat. Daarin vonden onderzoekers van het historisch onderzoeksbureau Geheugen Collectief betalingsbewijzen aan Vandersteen voor zijn tekeningen.[9] Ook vonden zij een lijst van welke medewerkers zich van welke pseudoniemen bedienden.[10]

Stijl[bewerken]

Veel van Vandersteens strips bevatten humor en spanning. De verhalen spelen zich niet zelden af in een historische context en putten ook graag uit oude volkslegenden en sagen. Tot midden jaren zestig werd er in "Suske en Wiske" ook af en toe naar de actualiteit verwezen. Omdat dit in een krant beter werkte dan in de albums, waar dat soort grappen tegen dan vaak allang gedateerd waren verdween dit aspect uit de reeks. Zeker in "Suske en Wiske" speelde Vandersteen ook graag met taal door leenwoorden uit andere talen te verwerken in de namen en/of het woordgebruik van sommige personages. Ook rijm, pseudo-Oudnederlands, achterstevoren uitgesproken zinnen, woordspelingen, alliteraties en vervormingen van het Antwerpse dialect komen veelvuldig voor. De ondertoon van vele albums is conservatief maatschappijkritisch.

Populariteit en invloed[bewerken]

  • In 1948 bewerkte Karel Weyler (poppenspeler) van Pats' Poppenspel een aantal Suske en Wiske-verhalen voor het poppentheater die later ook op televisie werden uitgezonden.
  • In 1955 volgde er zelfs een reeks primitieve filmpjes op de beeldbuis. Er ontstond een stroom van merchandising en pogingen de reeks in andere landen te doen aanslaan. De verhalen bleken echter veel te Vlaams/Nederlands.
  • In 1978 kregen Suske en Wiske een standbeeld in de Antwerpse Zoo.
  • Eind jaren 80 werden enkele Suske en Wiske albums tot tekenfilms bewerkt. De animatie werd echter over het algemeen nogal traag en houterig bevonden.
  • Van 1993 tot 2003 verscheen er een weekblad rond Suske en Wiske.
  • Van 1993 tot 1999 werden ook de oude Suske en Wiske verhalen in hun oorspronkelijke krantenverschijning opnieuw uitgebracht in de Klassiek Reeks.
  • In 1994 en 2002 volgden er de musicals Suske en Wiske - De musical en De spokenjagers. Ook het verhaal De Circusbaron werd tot een musical bewerkt.
  • In 2004 kwam de verfilming van het album De duistere diamant.
  • In 2005 werd Vandersteen genomineerd als een van de 111 kanshebbers op de titel De Grootste Belg in de Vlaamse versie. Hij eindigde op nr. 29.
  • In 2009 kwam er een 3D-film uit van Suske en Wiske: De Texas Rakkers.
  • Bijna iedereen in Vlaanderen heeft in zijn jeugd of later minstens "Suske en Wiske" gelezen. Ook in Nederland en Suriname is de reeks erg geliefd. Ook Vandersteens andere reeksen beïnvloedden vrijwel elke striptekenaar in Vlaanderen: Marc Sleen, Jef Nys, Merho, Willy Linthout en Urbanus, Jan Bosschaert, Jean-Pol, Marc Legendre, Jeroom en Kamagurka. Als een van de klassiekers uit de stripwereld is Vandersteen ook doorheen de jaren een geliefd doelwit voor satire en parodie geweest. In 1983 verscheen er een beruchte pornografische parodie (De glunderende gluurder) rond Suske en Wiske waar Vandersteen naar verluidt ook een exemplaar van gekocht zou hebben. In "Urbanus" en de strips van Kamagurka, Gummbah en Jeroom is Vandersteens stijl ook al vaak gepersifleerd. Zo is Ridder Bauknecht van Jeroom een parodie op De Rode Ridder.
  • In Kalmthout-Heide ligt er een Willy Vandersteenplein[11]

Stripprijs[bewerken]

In 2010 werd er een Willy Vandersteenprijs ingesteld. Het is een Vlaams-Nederlandse albumprijs in het leven geroepen door het Vlaams-Nederlandse huis deBuren in Brussel, Stripdagen Haarlem en Strip Turnhout.

Cameo's[bewerken]

Bibliografie[bewerken]

Externe links[bewerken]

Voorganger:
Hoofdtekenaar van Suske en Wiske
1945-1972
Opvolger:
Paul Geerts
Bronnen, noten en/of referenties
  1. Willy Vandersteen in: Ik vier het elke dag, 65 door Erik Durnez, Standaard Uitgeverij, 1978
  2. Willy Vandersteen in: Ik vier het elke dag, 65 door Erik Durnez, Standaard Uitgeverij, 1978
  3. Willy Vandersteen in: Ik vier het elke dag, 65 door Erik Durnez, Standaard Uitgeverij, 1978
  4. Willy Vandersteen in: Ik vier het elke dag, 65 door Erik Durnez, Standaard Uitgeverij, 1978
  5. Willy Vandersteen in: Ik vier het elke dag, 65 door Erik Durnez, Standaard Uitgeverij, 1978
  6. Willy Vandersteen in: Ik vier het elke dag, 65 door Erik Durnez, Standaard Uitgeverij, 1978
  7. Vrij Nederland, 7 mei 2005 - Robert van de Griend: Suske en Wiske en de dampende doofpot
  8. Stripschrift, 24 februari 2006 - Geert de Weyer: Onderzoek naar oorlogsverleden zou Vandersteen vrijpleiten
  9. Persbericht Geheugen Collectief Kaproen (13 september 2010) Geraadpleegd op 29 september 2010
  10. Willy Vandersteen tekende antisemitische spotprenten - stripturnhout.be, 13-09-2010, geraadpleegd op 14-09-2010
  11. Willy Vandersteenplein wordt op 15 september officieel ingewijd Het Nieuwsblad 06 09 2007