Alliteratie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Van alliteratie, ook stafrijm of letterrijm genoemd, spreekt men bij gelijkheid van de beginmedeklinkers van twee of meerdere beklemtoonde lettergrepen of woorden binnen een uitdrukking, prozazin of vers. Soms spreekt men van alliteratie in geval van gelijkheid van beklemtoonde beginklinkers. Alliteratie is een vorm van rijm. Alliteratie wordt ook wel Germaans rijm genoemd, vanwege het vele gebruik in de Germaanse en Noordse mythologie en literatuur, zoals Skaldenpoëzie.

Alliteratie wordt soms verkeerdelijk beginrijm genoemd, een term die geen vastomschreven betekenis heeft in de literatuurwetenschap, maar naar het voorrijm of naar de stijlfiguur anafoor verwijst.

Voorbeelden van alliteratie:

  • droomdorp
  • achter alles
  • heerlijk, helder
  • vriendelijke vriend
  • Presidentje pesten (De Groene Amsterdammer, 10-09-2004)

Guido Gezelle schreef de allitererende zin: Stafrijmen zijn stapstenen waarop men steunt met de stemme.

Een tweetal bekende voorbeelden van stafrijm zijn de rijmpjes Wie weet waar Willem Wever woont? en Liesje leerde Lotje lopen langs de lange Lindelaan, maar toen Lotje niet wilde lopen, toen liet Liesje Lotje staan (ook: Leentje leerde Lotje lopen ...). Een andere is De dunne dokter duwde de dikke dame door de draaideur. Ook de auteur G.K.van het Reve kon er wat van, zoals blijkt uit een anekdote waarin hem gevraagd wordt naar de schijnbare tegenstelling tussen de maagdelijkheid van Maria en haar moederschap: "Als Moeder van God, kan Maria -in mythische zin- niets anders zijn dan de Heilige Maagd", allitereert de schrijver, "Maar natuurlijk heeft Zij zich als mens, misdragen met de melkboer. Daar heb ik helemaal geen moeite mee"

Stafrijm komt vaak voor in zegswijzen: paal en perk, lief en leed, schots en scheef, met man en muis, huis en haard.

In de politiek wordt stafrijm gebruikt om duidelijk een boodschap over te kunnen brengen, die bovendien makkelijk te onthouden is. Tijdens de Belgische Opstand verscheen er in Brussel in de zomer van 1830 een geschrift, bekend als de 'twaalf w's': Wij Willen Willem Weg, Wilde Willem Wijzer Worden, Willen Wij Willem Weer. Ferdinand Domela Nieuwenhuis vatte de vijanden van het socialisme samen met de 'vijf k's': Koning, Kerk, Kapitaal, Kazerne en Kroeg.

Veel albums van Suske en Wiske hebben een titel met stafrijm, net als de boekenserie van Bob Evers. Een hoogtepunt hierin is het Suske en Wiske-avontuur De geverniste zeerovers (dat oorspronkelijk overigens De zonnige zageman heette), waarin op één halve pagina alleen maar woorden staan die met een V beginnen ("Verbrijzelen van verre vraagt van volwassen verschutters veel vakmanschap"). Een soortgelijke woordgrap is terug te vinden in het album De kale kapper, waarin Lambik eerst getuige is van de ontvoering van Delila. Voordat hij ingrijpt zegt hij: Snelle snoodaards schaken simpele sukkel!. Later in hetzelfde verhaal wil hij het haar van zijn vrienden stelen om het op zijn eigen kale hoofd te planten. Terwijl hij dreigend met een grote schaar op hen afkomt, zegt hij: Krullenbollen krijgen klapperende kiezen!.

Stafrijm is ook populair in namen van stripfiguren: Donald Duck, Guus Geluk, Willie Wortel, Mickey Mouse, Terpen Tijn, Bulle Bas, Bulletje en Bonestaak.

Bibliografie[bewerken]

Karel Witteveen. Creatief schrijven. Boom, Onderwijs, 1996.