Edgar P. Jacobs

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Edgar P. Jacobs
Afbeelding gewenst
Algemene informatie
Volledige naam Edgar Félix Pierre Jacobs
Geboren 30 maart 1904, Brussel
Overleden 20 februari 1987, Brussel
Land Vlag van België België
Beroep Stripauteur
Werk
Genre(s) Stripverhalen
Stroming Klare lijn
Uitgeverij(en) Le Lombard
Portaal  Portaalicoon   Strip

Edgar P. Jacobs (Brussel, 30 maart 1904 – aldaar, 20 februari 1987) was een Belgisch striptekenaar. Hij is bekend geworden vanwege de stripreeks Blake en Mortimer en zijn medewerking aan de Kuifjestripboeken van Hergé.

Inhoud

Stijl[bewerken]

Jacobs was een van de grondleggers van het realistische stripboek. Jacobs stripboeken kenmerkten zich door ingewikkelde plots, gewelddadige actiescènes en zeer realistische en gedetailleerde tekenstijl. Deze elementen zijn nu gebruikelijke in stripverhalen, maar waren in de jaren vijftig, bij het verschijnen van de boeken, vernieuwend.

Veel van zijn verhalen beginnen als een detectiveverhaal, maar hebben naar het einde toe, een futuristische ontknoping. Door een zeer uitgebreide pseudowetenschappelijke uitleg en het gebrek aan humor nam de lezer deze ontknoping altijd serieus. Doordat veel verhalen midden in de actie beginnen, is de lezer al vanaf het begin gegrepen door de spanning.

Wat betreft tekenstijl en inkleuring heeft Jacobs z'n invloed op de stripgeschiedenis gehad. Net als Hergé tekende hij in de zogenaamde klarelijnstijl; dit is een tekenstijl waarbij zo weinig mogelijk lijnen en nauwelijks plasticiteit, een voorstelling wordt getekend. Terwijl Hergé koos voor cartooneske personages tegen een realistische achtergrond, tekende Jacobs alles realistisch. Voor de kadering en enscenering, liet Jacobs zich inspireren door speelfilms: zijn plaatjes zijn getekend als camerashots van een film.

Terwijl in de jaren 50, veel strips nog in zwart-wit waren, koos Jacobs voor een zeer originele manier van inkleuren die sindsdien ontelbare malen is nagedaan. Om de spanning te vergroten gaf Jacobs de plaatjes, waarin sleutelmomenten uit het verhaal plaats vonden, een andere, niet realistische, kleur dan de andere plaatjes. Ook liet hij in sommige actiescènes bewust de achtergrond weg, om meer duidelijkheid te verschaffen en verving deze door een effen kleur. Soms gaf hij voorwerpen op de voorgrond een onrealistische kleur die complementair was aan de achtergrond, waardoor er meer diepte ontstond.

Carrière[bewerken]

Jeugd[bewerken]

Edgar Felix Pierre Jacobs werd op 30 maart 1904 in Brussel geboren en toonde al op jonge leeftijd een interesse in tekenen. Eind 1917, hij was toen 13 jaar, werd zijn artistieke toekomst een tweede keer beïnvloed door een voor hem uitzonderlijke gebeurtenis. Na zijn passie voor het tekenen ontdekt hij zijn passie voor de opera tijdens een voorstelling van de opera Faust (Gounod), uitgevoerd in het Théâtre des Galleries te Brussel.[1] Als 17-jarige (1922) wordt hij aangeworven als figurant door de Opera van De Munt. Eerst als gewoon lid van de groep figuranten (in Guillaume Tell van Gioacchino Rossini), maar vrij snel word hij opgemerkt en aangeduid voor meer “intelligente figuratie”.[2]

In 1919 volgde hij een opleiding tot kunstschilder aan de Academie voor Schone Kunsten in Brussel, die hij echter al in het begin van het tweede jaar afbrak. Jacobs kon op deze opleiding zijn draai niet vinden en begon uiteindelijk een opleiding als sieradenontwerper. In dezelfde periode begon hij een zeer sterke interesse in opera te krijgen.

Op 25 augustus 1922, tijdens de zomersluiting van de Opera van de Munt, tekent Jacobs zijn eerste contract als “koorlid kleine rollen”. Deze revue, een gastvoorstelling aangekondigd als La Revue du Casino de Paris, werd opgevoerd in het Alhambra-theater te Brussel (en dus niet in het theater met dezelfde naam in Parijs).[3] Gedurende deze hele periode zal Jacobs het tekenwerk overdag voortzetten. Hij wordt aangeworven door Les Grands Magasins de la Bourse, waarvoor hij publiciteitstekeningen (zie naast de reeds geciteerde boeken ook De Wereld van E.P. Jacobs, door Claude Le Gallo) voor de catalogi zal verzorgen.[4] Tijdens het opera-seizoen herneemt Jacobs zijn activiteiten als figurant bij De Munt.

Na zijn legerdienst in Duitsland besluit Jacobs een opleiding tot operazanger te volgen, hierin aangemoedigd door prominente figuren bij De Munt. Aanvankelijk volgt hij de cursus “zang” aan het Koninklijk Conservatorium te Brussel, maar deze cursus blijkt uiteindelijk niet te combineren met zijn beroepsactiviteiten. Jacobs schrijft zich daarom in voor de cursussen van de Muziekschool te Etterbeek, waar hij bij het beëindigen van zijn studies in 1929 de “Eerste prijs met uitmuntendheid” met unanimiteit van de jury, zal behalen en daarvoor een médaille van de Belgische regering ontvangt. Jacobs solliciteert daarop bij De Munt als solo-zanger, maar zal slechts worden aangenomen als koorlid. Door het feit dat zijn zangdiploma uitgereikt is door een muziekschool, en niet door het conservatorium, slaagt Jacobs er ook het volgend jaar niet in zich als solist door De Munt te laten engageren. Hij zal uiteindelijk onderdak vinden bij de Opéra de Lille, waar hij twee seizoenen zal blijven.[5][6]

Met het uitbreken van Tweede Wereldoorlog kwam er een einde aan de operacarrière van Jacobs. De Duitse bezetting maakte reizen van België naar Frankrijk heel moeilijk en ook werden alle subsidies aan de opera stopgezet. Om toch in zijn levensbehoefte te voorzien, viel Jacobs terug op zijn oude jeugdliefde: het tekenen.

Vroege stripcarrière[bewerken]

In 1940 begon Jacobs te werken als reclametekenaar en illustrator. Zo tekende hij kleding advertenties voor een modehuis, tekende hij kaften van pulp-romans en maakte filmposters. In 1942 kreeg hij een baan bij tijdschrift bij het blad Bravo; in dit blad werden korte verhalen gepubliceerd die dan door Jacobs werden geïllustreerd. In dit blad werd de feuilleton strip Flash Gordon gepubliceerd. Eén jaar later zette hij deze strip verder omdat door de nazibezetting er geen Amerikaanse strips gepubliceerd mochten worden. Jacobs' versie van de strip werd echter zelf na een aantal weken ook verschijningsverbod opgelegd.

Jacobs begon daarop een eigen science-fictionstrip, "Le Rayon U" (De U-straal). Iedere week verschenen er 2 pagina's van deze strip die ging over een expeditie op een verre planeet. De strip werd een enorm succes en wordt nu gezien als een klassieker in de stripgeschiedenis. Veel mensen beschouwen de U-straal als een soort voorstudie voor Blake and Mortimer.

Samenwerking met Hergé[bewerken]

Het succes van De U-straal trok de aandacht van Kuifjetekenaar Hergé en deze huurde Jacobs in als assistent. Hergé had in de jaren 30 een hele reeks strips uitgebracht in kranten en tijdschriften. De Kuifjestrips waren getekend met een beperkte achtergrond en waren niet ingekleurd. Hergé liep al lang met het idee rond om de strips in boekvorm uit te geven en, omdat hij het te druk had met het tekenen van nieuwe albums, vroeg hij aan Jacobs of deze de strips van een achtergrond en inkleuring wilde voorzien.[bron?]

Jacobs had een sterke interesse in architectuur, kostuums, oude beschavingen en verre culturen, en juist deze achtergrond leende zich perfect voor de aankleding van Kuifjestripboeken. Tussen 1944 en 1947 verzorgde hij de achtergronden en inkleuringen van 10 kuifje-albums (Kuifje in Afrika tot en met De Geheimzinnige Ster). Vanaf 1947 kreeg Hergé een eigen weekblad rondom de figuur van Kuifje. Het weekblad bevatte iedere week twee pagina's van het nieuwste Kuifjeverhaal, alsmede een reeks andere verhalen en advertenties. Om het blad verder te vullen vroeg Hergé aan Jacobs of hij ook zelf een feuilleton strip in het blad wilde publiceren.

Jacobs bedacht een futuristische strip over een professor en een geheim agent die vochten in een derde wereldoorlog. Hiermee was de geboorte van Blake en Mortimer een feit.

Jacobs werkte ook mee aan twee nieuwe albums: De Zeven Kristallen Bollen en De Zonnetempel. Jacobs invloed is in beide albums goed zichtbaar: zo begint het verhaal met een detectiveplot en krijgt het gaandeweg een bovennatuurlijke ontknoping. Ook typerend voor Jacobs is de fascinatie voor archeologie en oude beschavingen, in dit geval de Inca's.

Hergé vond dat Jacobs teveel invloed begon te krijgen en zette de samenwerking stop. [bron?] Vanaf Kuifje en het Zwarte Goud (1950) zou Bob De Moor altijd de vaste assistent van Hergé blijven.

Blake and Mortimer[bewerken]

1rightarrow.png Zie Blake en Mortimer voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Ondanks hun beëindigde samenwerking bleven Jacobs en Herge goede vrienden en de feuilleton strips van Blake en Mortimer, in het weekblad Kuifje, werden gewoon doorgezet.

Het eerste verhaal Het Geheim van de Zwaardvis, verschenen tussen 1946 en 1949, speelde zich af in een fictieve oorlog die was gemodelleerd naar de Tweede Wereldoorlog. In het tweede verhaal Het Mysterie van de Grote Piramide (1951 en 1952), werd een archeologisch avontuur verteld.

Het was echter het derde verhaal dat Jacobs in een klap wereldberoemd maakte. Het Gele Teken (1953-1954), een detectiveverhaal over een mysterieuze meesterdief die Londen terroriseert, zorgde voor een enorme hype in België. Overal in Brussel verschenen afbeeldingen van het Gele Teken en vrijwel iedere week waren alle exemplaren van het weekblad Kuifje meteen uitverkocht. Toen Het Gele Teken in 1956 in boekvorm werd uitgegeven brak het alle verkooprecords.

Het enorme succes van het stripverhaal zorgde ervoor dat vele andere striptekenaars op een soortgelijke manier gingen tekenen, waardoor er een soort aardverschuiving in de stripcultuur ontstond. De Europese waren vanaf nu realistischer, gewelddadiger en dynamischer getekend. De plots waren ingewikkelder, de kleuren expressiever en de achtergronden gedetailleerder. Ook gingen futuristische en bovennatuurlijke elementen een rol spelen.

Jacobs zelf tekende gretig door met nieuwe Blake en Mortimer avonturen als Het Raadsel van Atlantis (1956-1958) S.O.S Meteoren (1959-1961), De Valstrik (1962-1963) en Het Halssnoer van de Koningin (1965-1967) In deze strips perfectioneerde hij dezelfde stijl die hij in Het Gele Teken had geïntroduceerd, vrijwel alle strips groeiden uit tot klassiekers.

Nadagen van zijn carrière[bewerken]

In de nadagen van zijn carrière begon Jacobs productiviteit steeds meer af te nemen. De tekenaar vond het steeds moeilijker om nieuwe avonturen te bedenken en, omdat hij ieder album beter wilde tekenen dan het vorige, begon hij steeds perfectionistischer te werken. Jacobs schetste eindeloos lang, herschreef verhalen eindeloos vaak en experimenteerde soms dagenlang om de juiste inkleuring te bedenken.

Door zijn enorme perfectionisme publiceerde hij de laatste 20 jaar van zijn leven nog maar 2 albums: in 1973 herschreef en hertekende hij De U-straal zodat ook dat verhaal in boekvorm kon worden uitgegeven. In 1976 publiceerde hij het eerste deel van het tweeluik, De 3 Formules van Professor Sato. Dit was zijn enige stripverhaal dat niet in feuilletonreeks werd uitgegeven. Jacobs begon te werken aan een tweede deel van Professor Sato, maar door gezondheidsredenen kon hij dit niet voltooien. Het album bleef steken bij een manuscript en een reeks schetsen.

In 1981 publiceerde Jacobs zijn autobiografie en maakte hij plannen voor een verfilming van Het Gele Teken. Hij overleed in 1987.

Na Jacobs' dood[bewerken]

In tegenstelling tot Hergé, had Jacobs er geen problemen mee dat de reeks na zijn dood zou worden voortgezet. In 1990 voltooide Bob de Moor het laatste deel van De 3 formules van professor Sato, dit album werd slecht ontvangen door de critici en was geen succes.

Even leek het erop dat de reeks zou uitsterven, maar in 1996 maakte het stripduo Jean Van Hamme en Ted Benoit een nieuw album: De Zaak Francis Blake. Dit album werd een enorm succes en zorgde voor een hernieuwde belangstelling voor de oude stripboeken.

In 1997 werden de avonturen van Blake en Mortimer ook een 13-delige animatiereeks. De bestaande verhalen werden bewerkt voor afleveringen van 50 minuten. Naast de bestaande boeken (tot en met De affaire Francis Blake) werden er ook nieuwe verhalen geschreven. Deze zijn tot op heden niet als boek verschenen. De titels zijn: De erfenis van de Viking, De poort der Druïden, Het testament van de alchemist en Het geheim van Paaseiland. De nieuwe interesse deed verschillende teams van tekenaars en scenaristen de reeks verderzetten.

Status en trivia[bewerken]

  • Jacobs is in enkele albums van Kuifje te zien als cameo, meestal te herkennen aan zijn vlinderdas. In het eerste prentje van Kuifje in Afrika staat hij samen met Hergé en Quick en Flupke klaar om Kuifje uit te zwaaien. In De sigaren van de farao is hij al op de cover en ook binnenin te zien als één van de wetenschappers die gemummificeerd zijn geworden. Hij heet daar: E.P. Jacobini. Jacobini komt ook voor in het January Jones-album "De Schatten van Koning Salomo". In De scepter van Ottokar staat Jacobs samen met Hergé in uniform te kijken wanneer Kuifje door paleiswachters de zaal wordt uitgeleid waar zonet Bianca Castafiore stond op te treden.
  • Het Gele Teken is het bekendste album van Blake en Mortimer en wordt door stripkenners vaak genoemd als één van de invloedrijkste stripalbums ooit. Het werd in de jaren '90 door Belgische striplezers verkozen tot "Stripalbum van de eeuw".
  • Jacobs wordt gezien als één van de belangrijkste striptekenaars in Europa en België. Hij is één van de pioniers van het Belgisch stripverhaal wiens oeuvre deel uitmaakt van het "Uitstalraam van de Verbeelding" in het Belgisch Centrum Voor Het Beeldverhaal oftewel het Belgisch stripmuseum. Ondanks zijn kleine oeuvre worden zijn strips hoog aangeprezen op vlak van scenario en tekenwerk.
  • In 2005 werd hij genomineerd voor de titel van De Grootste Belg. In de Waalse versie van de wedstrijd eindigde hij op de 98ste plaats. In de Vlaamse versie viel hij buiten de officiële nominatielijst op nr. 158.


Bronnen, noten en/of referenties
  1. Un Opéra de papier (OP), E.P. Jacobs , Gallimard , 1981 (heruitgave 1996). p 30 ., p 34-36
  2. Un Opéra de papier (OP), E.P. Jacobs , Gallimard, 1981 (heruitgave 1996). p 38
  3. Un Opéra de papier (OP), E.P. Jacobs, Gallimard, 1981 (heruitgave 1996). p 39-40
  4. Un Opéra de papier (OP), E.P. Jacobs, Gallimard, 1981 (heruitgave 1996). p 41
  5. Un Opéra de papier (OP), E.P. Jacobs , Gallimard, 1981 (heruitgave 1996). p47-61.
  6. E.P. Jacobs, Témoignages inédits (TI), Viviane Quittelier, Mosquito, 2009. p 86-88, p 91-94.