Weduwschap

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een weduwe is een vrouw wier echtgenoot of echtgenote is overleden. Een man wiens echtgenote of echtgenoot is overleden is een weduwnaar.

In vroegere tijden betekende de dood van een echtgenoot vaak armoede. De kerk leverde dan vaak financiële steun, net als rijke christelijke particulieren.

De Nederlandse AWW (Algemene weduwen- en wezenwet), die weduwen en wezen financieel steunde, is recent afgeschaft en vervangen door de ANW (Algemene nabestaandenwet).

Veel van de gebruiken rond het weduwschap zijn in de 20e eeuw verdwenen. In de 19e eeuw was het weduwschap nog lange tijd herkenbaar aan hun rouwkleding en ingetogen of door de dood geïnspireerde rouwsieraden. Sommigen legden hun rouw nooit af.

In de heraldiek is het Nederland, Engeland en Frankrijk nog steeds gebruikelijk dat een weduwe een Cordelière om haar wapenschild hangt.

Een adellijke weduwe wordt een "douairière" genoemd. Correct is het om in de adressering van een brief te spreken van (bijvoorbeeld) de "Douairière Anton graaf van Aldenburg". Wanneer men deze dame "Douairière Anton gravin van Aldenburg" zou noemen dan wordt de indruk gewekt dat zij de weduwe van een gravin is, een mogelijkheid die in een aantal landen sinds de invoering van het homohuwelijk sinds kort inderdaad bestaat. Tegen de juiste vorm bij het gebruik van het woord douairière wordt in de literatuur en in het dagelijks taalgebruik, door gebrek aan kennis van de etiquette, vaak gezondigd.

Ook in niet-adellijke kringen werd een weduwe vroeger vaak aangeduid met de naam van haar overleden echtgenoot, bijvoorbeeld "de weduwe Klaas-Jan de Jong". Als de eigenaar van een bedrijf overleed en zijn weduwe de zaak voortzette, werd vaak de afkorting Wed. aan de firmanaam toegevoegd. Een voorbeeld hiervan was de "Fa. Wed. A.W. de Haas" te Veenendaal.

Een Joodse weduwe scheurt, wanneer zij de traditie van haar volk volgt, de zomen en naden van haar kleding op ten minste één plaats stuk en brengt enige tijd klagend en "met de tenen in de as" door waarbij de familie en kennissen haar bezoeken. In Prediker 3:7 heet het daarom "(er is)een tijd om te scheuren, en een tijd om toe te naaien; een tijd om te zwijgen, en een tijd om te spreken"

De rouwkleur is in veel landen zwart maar wijkt ook af; men kan kiezen voor paars of wit. Vrijmetselaars kiezen voor wit, wat ook de Chinese rouwkleur is. Franse koninginnen hielden zich aan de voor hen gereserveerde "dœuil blanc". Zij kleedden zich in het wit en sloten zich op in een wit vertrek.

Zie ook[bewerken]