Platonische liefde

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Plato-raphael.jpg
Onderwerpen gerelateerd aan
Plato
Plato's jeugdjaren
Werken
Ideeënleer
Platonische liefde
Plato en Griekse religie
Plato's theologie
Plato's staatkunde
Plato-commentaren
Akademeia
Anamnese
Maieutiek
Hermeneutiek
Platonisme / Neoplatonisme
Allegorieën en metaforen
Atlantis
Allegorie van de grot
Het verhaal van Er
Ring van Gyges

Platonische liefde of een platonische relatie is in het hedendaagse denken een liefdesrelatie waaraan geen seksueel handelen (lichamelijke liefde) of begeerte te pas komt: een innige vriendschap, een liefde zonder lichamelijke wensen.

Achtergrond[bewerken]

Het begrip platonische liefde gaat terug op de Griekse filosoof Plato, die er evenwel iets anders onder verstond en het in zijn dialoog Symposion uitvoerig beschreef. Hij brengt het daar in verband met het begrip 'eros', waar ons woord 'erotiek' van afstamt.

Volgens Plato was echte liefde alleen mogelijk tussen 'gelijken'. Gelijken waren diegenen die over gelijke rechten en status beschikten, of konden beschikken. Vrouwen hoorden hier in het oude Athene niet bij, en daarom was volgens Plato echte liefde tussen man en vrouw niet mogelijk. Gelijken waren in die tijd alleen mensen van hetzelfde geslacht.

Naar Plato's idee was de platonische liefde de hoogste trap van liefde, in tegenstelling tot lichamelijk begeren en seks, die hij als een eerste trap beschouwde. Van daaruit kon de mens een hogere trap bereiken door de liefde voor de juiste levensinstellingen, voor de wetenschap, en voor goede gedachten. De platonische liefde was de hoogste trap: het in elk mens aangeboren streven en begeren naar zaken als schoonheid, waarheid, en uiteindelijk goddelijkheid. Deze trap bereikten slechts weinig mensen. Diegenen die zich intensief met dit streven bezighielden noemde Plato filosofen.

Plato realiseerde zich dat voortplanting door middel van de lichamelijke liefde tussen twee personen van verschillend geslacht een noodzakelijke voorwaarde was voor het voortbestaan van de mensheid, maar wie deze eerste trap aanzag voor de hoogste vorm van liefde, stond gelijk aan de dieren. Die namen in Plato's hiërarchie een lagere plaats in dan de mens, omdat volgens hem alleen de mens (de man) een ziel heeft en de hoogste trap van liefde alleen kan bestaan tussen zielen.

Na Plato sprak als eerste de neoplatonistische renaissancefilosoof Marsilio Ficino (1433-1499) over het idee van de "amor platonicus" (platonische liefde). Zijn uiteenzettingen hierover in De amore (Over de liefde) vormen de synthese van Plato's ideeën met die van de Christelijke filosofie.