Algemene nabestaandenwet

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Algemene nabestaanden wet (Anw of ANW) is een Nederlandse volksverzekering die in bepaalde gevallen na het overlijden nabestaanden recht geeft op een uitkering.

Nabestaandenuitkering[bewerken]

Als gehuwd of als echtgenoot wordt mede aangemerkt de ongehuwde meerderjarige die met een andere ongehuwde meerderjarige een gezamenlijke huishouding voert, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad.

De wet geeft na overlijden van één van beide de ander recht op een uitkering, als deze een kind jonger dan 18 jaar verzorgt dat al geboren was of waar de nog levende partner al zwanger van was op de dag van overlijden. Tevens recht op een uitkering heeft de nog levende partner die minstens 45% arbeidsongeschikt is, of geboren is vóór 1950. De uitkering eindigt bij het weer gaan voeren een gezamenlijke huishouding anders dan ten behoeve van de verzorging van een hulpbehoevende (zie ook huisbezoek). De uitkering eindigt definitief als de uitkeringsgerechtigde in het huwelijk treedt en na 6 maanden samenwonen, en verder als het jongste kind 18 jaar wordt (als een of meer kinderen de grond waren voor de uitkering), en bij het bereiken van de AOW-leeftijd.

De uitkering bedraagt excl. vakantietoeslag netto € 889,62 per maand (70% van het wettelijk minimumloon), bruto € 1.121,95. Inkomen "in verband met arbeid", zoals een WAO-uitkering, wordt geheel gekort op de Anw-uitkering; bij inkomen uit arbeid wordt een bruto bedrag van € 717,60 per maand helemaal niet gekort en het meerdere voor twee derde; zoeken of accepteren van werk is niet verplicht. Inkomsten uit vermogen worden vrijgelaten en het vermogen zelf is ook geen beletsel.

De uitkering eindigt bij het niet meer verzorgen van een kind jonger dan 18 jaar. Als de uitkering eindigt door het niet meer minstens 45% arbeidsongeschikt zijn of door te veel verdienen, en bij korter dan 6 maanden samenwonen, herleeft de uitkering als die omstandigheid zich niet meer voordoet.

Het criterium "geboren is vóór 1950" is vanaf 1 april 2015 niet meer aan de orde omdat dit dan impliceert dat men de AOW-leeftijd heeft bereikt. Deze aflopende bepaling komt tegemoet aan oudere weduwen omdat vroeger getrouwde vrouwen niet gewend waren hun arbeidsmarktpositie op peil te houden. Voor oudere weduwnaren geldt dit niet, maar ten behoeve van de gelijke behandeling is de bepaling geslachtsneutraal. Dat ze hier voordeel van zouden kunnen hebben wordt op de koop toe genomen. Het onbedoelde voordeel is beperkt door de inkomenstoets. Het werken wordt ook niet helemaal ontmoedigd door de vrijlating van een deel van de arbeidsinkomsten.

Geen recht op nabestaandenuitkering heeft de nabestaande wiens echtgenoot is overleden binnen één jaar nadat hij met die echtgenoot is gehuwd en de gezondheidstoestand ten tijde van de huwelijkssluiting zulks redelijkerwijs moest doen verwachten.

Toekomst[bewerken]

Volgens het Regeerakkoord 2012 wordt per 1 juli 2014 voor nieuwe instroom de uitkeringsduur beperkt tot één jaar. De reden is dat de Anw niet aanzet tot werken. Wanneer de betrokkene inderdaad niet werkt dan zal als de uitkering ophoudt omdat het jongste kind 18 wordt de arbeidsmarktpositie van de betrokkene slechter zijn geworden.[1] Volgens de Begrotingsafspraken 2014 gaat deze beperking de uitkeringsduur niet door.

Halfwezenuitkering[bewerken]

Wie één of meer halfwezen jonger dan 18 jaar verzorgt heeft recht op één halfwezenuitkering, onafhankelijk van zijn of haar inkomen, of van gehuwd zijn of samenwonen. Het netto bedrag is 20% van het netto minimumloon. De uitkering is een tegemoetkoming voor het feit dat degene overleden is die normaal gesproken zou meebetalen aan het kind of de kinderen.

Wezenuitkering[bewerken]

Een wees jonger dan 16 jaar, en onder voorwaarden een wees jonger dan 21 jaar, heeft recht op wezenuitkering, die afhankelijk van zijn of haar leeftijd bruto 32, 48 of 64% bedraagt van het bruto minimumloon.

Premie[bewerken]

De Anw-premie behoort tot de premies volksverzekeringen. Het is een vast percentage van het inkomen in de eerste en tweede schijf van box 1 van de Wet inkomstenbelasting 2001 (2012: 1,1 %), zie inkomsten in box 1 als grondslag voor andere heffingen. Evenals de premies voor de AOW en AWBZ wordt de Anw-premie normaal gesproken door de werkgever al ingehouden als onderdeel van de loonheffing.

Geschiedenis[bewerken]

Een eerder, in maart 1991 ingediend wetsvoorstel (dossier 22013) werd door de Tweede Kamer aangenomen, maar door de Eerste Kamer opgehouden. Dit werd later ingetrokken en vervangen door een nieuw voorstel, dat werd ingediend in mei 1995.

Dit wetsvoorstel is per amendement zo gewijzigd dat ook recht heeft op een uitkering degene die met de overledene een gezamenlijke huishouding voerde.[2]

De Anw verving per 1 juli 1996 de Algemene Weduwen- en Wezenwet (AWW), die is ingevoerd in 1959. De AWW voorzag oorspronkelijk alleen in een uitkering aan een vrouw als haar man overleed. Tot 1994 waren alleen mensen onder de AOW-leeftijd premie verschuldigd.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties