Leylijn

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een leylijn is een rechte lijn die wordt getrokken door meerdere punten van geografisch belang, waarmee verwezen wordt naar een vermeend verband tussen die punten. Het gaat daarbij om prehistorische locaties, archeologische vindplaatsen en oude kerken. Esoterici geloven dat leylijnen energiebanen zijn.

Alfred Watkins[bewerken]

Watkins-meter

Op 30 juni 1921 merkte de Britse amateur-archeoloog Alfred Watkins in Herefordshire op, dat bepaalde paden daar rechte verbindingen door het landschap leken te vormen. Toen hij dit naging op een kaart, zag hij dat verscheidene belangrijke plaatsen op één lijn lagen. Hij kreeg het plotselinge inzicht dat er overal lijnen door het landschap konden lopen die allerlei punten van belang verbonden: menhirs, steencirkels, dolmens, hunebedden, grafheuvels, heilige bomen, kerken, kloosters en andere bouwwerken (meestal heiligdommen). Bij zijn onderzoek naar deze lijnen kwam hij veel plaatsen tegen met het begrip 'ley' erin (op verschillende manieren gespeld), wat volgens hem bescherming of luwte betekende.

De meeste wetenschappers schenken weinig aandacht aan leylijnen omdat nog nimmer wetenschappelijk is aangetoond dat ze enige betekenis hebben. Rechte lijnen zijn bij elke willekeurige groep punten aan te wijzen zoals uit verschillende publicaties blijkt, zie de externe links onderaan dit artikel. Een ander punt van kritiek is het feit dat de verschillende plekken waardoor leylijnen worden getrokken vaak ontstaan zijn in verschillende perioden, die soms duizenden jaren uiteen liggen.

Antropologisch[bewerken]

Omdat zijn eerste waarneming voetpaden betrof, nam Watkins aan dat het om zo recht mogelijke handelsroutes uit de Britse prehistorie ging. Hij publiceerde zijn ideeën in twee boeken, Early British Trackways en The Old Straight Track, die bij archeologen sceptisch werden ontvangen. Over het algemeen wordt nu aangenomen dat zijn verklaring weerlegd wordt door het feit dat in heuvellandschappen een rechte lijn zelden de beste reisroute is.

Een andere theorie is dat de oorspronkelijke bewoners van Groot-Brittannië met de leylijnen complexe astronomische gegevens hebben vastgelegd. Ook deze theorie is nog niet echt bewijsbaar. Een soortgelijke stelling geldt ook voor Stonehenge en lijkt in dat geval zeer aannemelijk te maken.

Ook worden leylijnen in verband gebracht met ruimtevaart, door andere volkeren dan de prehistorische mens. Interessant in dit verband zijn de Nazca-lijnen in Peru, die door de mens gemaakt zijn, en van hoog boven de aarde waarneembaar moeten zijn.

Geologisch[bewerken]

Verschillende theorieën verklaren de leylijnen uit eigenschappen van de aarde, waarbij de mens bewust of onbewust bouwt op leylijnen, of bij voorkeur op knooppunten van leylijnen. Van leylijnen wordt dan gezegd dat het magnetische banen zijn, energiebanen, of mystieke banen. Volgens de mensen die daarin geloven, zijn deze leylijnen niets anders dan kaarsrechte banen van energie, waar in een ver verleden christenen en anderen hun heiligdommen op bouwden: lijnen van 10 centimeter, maar ook van een meter breed. Bekend zijn in dit verband de lijnen tussen de staande stenen van Stonehenge, de Egyptische piramiden en de Drentse hunebedden. Dat zouden knooppunten zijn van zulke krachtlijnen.
Door een aantal personen die geloven in leylijnen wordt veelal aangenomen dat er naast de banen die 'zichtbaar' zijn door de aanwezigheid van een leylijn nog meer banen zijn. Dat op die banen geen leylijnen ontstaan zijn zou dan komen doordat die minder krachtig zijn. Aanhangers van dergelijke theorieën die er van overtuigd zijn dat hun verklaring de enige juiste is, maken soms geen onderscheid meer tussen het fenomeen en de verklaring, en duiden dan ook die banen aan als leylijnen.

Natuurwetenschappelijke meetinstrumenten kunnen deze banen niet vastleggen of aantonen. Mensen die in leylijnen geloven, beweren dat ze wel met de wichelroede aan te tonen zijn. Vanwege het feit dat leylijnen 'wetenschappelijk' niet te meten zijn, worden vaak wichelroedelopers daarvoor ingezet, die ze dan opsporen.

Jörg Purner bracht in 1982 een publicatie uit waarin hij poogde het bestaan van leylijnen aan te tonen, maar hij slaagde er niet in. In 1982 promoveerde Jörg Purner als eerste radiësthesist (wichelroedeloper) met het proefschrift Radiästhetische Untersuchungen an Kirchen und Kultstätten aan de Universiteit van Innsbruck, Oostenrijk, faculteit architectuur. In 1988 verscheen van zijn hand Radiästhesie - Ein Weg zum Licht? waarin verslag werd gedaan van de opgedane ervaringen.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]