Falsifieerbaarheid

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
"Alle zwanen zijn wit" is een falsifieerbare bewering, omdat het bestaan van zwarte zwanen (de antithese) kan worden bewezen.

Falsifieerbaarheid of falsificeerbaarheid is een eigenschap van een wetenschappelijke of andere theorie, indien er criteria kunnen worden aangegeven op grond waarvan de theorie zou moeten worden verworpen. Het falsificationisme is een wetenschapstheorie, bedacht door Karl Popper waarin falsificatie centraal staat.

Algemeen[bewerken]

Anders geformuleerd heet een theorie falsifieerbaar als het mogelijk is een experiment uit te voeren, waarvoor geldt dat voorafgaand aan het uitvoeren van het experiment exact aan te geven valt, bij welke uitkomst van het experiment er aanleiding zou bestaan om de geldigheid van de theorie te verwerpen. De zwaartekrachttheorie voldoet hieraan: als een onderzoeker een experiment uitvoert door een baksteen los te laten en die valt omhoog, in plaats van omlaag zoals de theorie voorspelt, of hij blijft zweven, is diens voorstelling van zwaartekracht kennelijk onjuist.

Het idee van "falsifieerbaarheid" is door Karl Popper als een kernpunt van wetenschappelijke theorievorming (falsificationisme) aangewezen en blijft nog steeds heel belangrijk, hoewel latere filosofen (Thomas Kuhn, Imre Lakatos en Paul Feyerabend) weer andere accenten legden.

Een belangrijk gevolg van Poppers opvatting is dat een theorie nooit kan pretenderen de uiteindelijke, zekere waarheid te zijn: het blijft immers altijd mogelijk dat in de toekomst een nieuw experiment de theorie weerlegt.

Falsificationisme[bewerken]

Falsificationisme is een wetenschapstheorie, bedacht door Karl Popper waarin falsificatie centraal staat. Volgens het falsificationisme van Popper is een wetenschappelijke theorie gedoemd om een hypothese te blijven totdat ze weerlegd wordt. Door de falsifieerbaarheid van een theorie kunnen we spreken van een wetenschappelijke theorie, juist omdat ze openstaat voor weerleggingspogingen. Eén bewijs dat een theorie kan weerleggen is veel significanter dan duizend voorbeelden waarbij de theorie klopt. Dientengevolge zijn volgens Popper allerlei theorieën onwetenschappelijk, omdat ze niet te weerleggen zijn. Dit geldt bij uitstek voor veel religieuze theorieën. Falsificationisten gebruiken onder andere Russels theepot om ten aanzien van religie een agnostisch standpunt in te nemen.

Voorbeelden[bewerken]

  • De algemeen voor juist gehouden wetenschappelijke theorie over de zwaartekracht op aarde blijft dus een hypothese. Zolang een steen terugvalt nadat deze omhoog wordt geworpen en niet blijft doorvliegen of zweven, blijft de hypothese staan. Op de dag echter dat een steen zou blijven vliegen, is deze theorie weerlegd.
  • De Freudiaanse theorieën over de persoonlijkheid en het denken waarin de geest een Es, een Ich (ego) en een Über-ich (superego) bevat zijn volgens Popper niet falsifieerbaar en in die zin dus ook niet wetenschappelijk.

Kritiek[bewerken]

Poppers falsificationisme kreeg van verschillende kanten kritiek. Eén probleem met het falsificationisme is dat veel theorieën uit de wetenschap in de praktijk niet falsifieerbaar zijn. Dat komt doordat deze theorieën niet in isolatie te testen zijn, maar alleen in combinatie met andere theorieën. Als in zo'n geval een experiment een negatieve uitkomst heeft, is het aan de wetenschapper om te beslissen welke van deze theorieën hij laat vallen of als foutief aanmerkt. In de praktijk blijkt dan vaak dat juist de theorie die getest zou worden wordt aangehouden door de wetenschapper, terwijl deze een "minder belangrijke" theorie laat vallen.

Zo zou in het bovenstaande voorbeeld over zwaartekracht een experiment waarbij een steen blijft zweven er nooit toe leiden dat de theorie van de zwaartekracht als weerlegd wordt beschouwd. De wetenschapper die het experiment uitvoert zal niet concluderen dat, aangezien de steen blijft zweven, de zwaartekrachttheorie onjuist is en zich afvragen waarom stenen in andere situaties dan wel terugvallen. Hij zal er integendeel juist alles aan doen om te verklaren waarom de steen in de specifieke situatie van het experiment niet terugvalt, en zo proberen de zwaartekrachttheorie te behouden.

Een ander probleem met Poppers falsificationisme is dat inductie binnen de wetenschap als een geldige bewijsvorm wordt gezien en dat wetenschappers gericht zijn op het bewijzen van theorieën en niet op het falsificeren van theorieën. Dat lijkt er op te duiden dat Poppers falsificationisme enkel beschrijft hoe wetenschap zou moeten werken, maar niet hoe ze daadwerkelijk werkt.

Literatuur[bewerken]

  • Kuhn, Thomas S. The Structure of Scientific Revolutions, University of Chicago Press, Chicago, IL, 1962. 2nd edition 1970. 3rd edition 1996.
  • Popper, Karl. The Logic of Scientific Discovery, Basic Books, New York, NY, 1959.
  • Popper, Karl. Conjectures and Refutations, Routledge, London, 1963.

Externe links[bewerken]