Maria Walewska

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Maria Walewska

Maria Walewska (Brodne bij Łowicz, 7 december 1786Parijs, december 1817) was een Poolse adellijke gravin en een minnares van keizer Napoleon I Bonaparte. In haar laatste jaren trouwde ze met graaf Philippe Antoine d'Ornano, een invloedrijke napoleontische officier.

Jongere jaren[bewerken]

Maria was een kind van rijke adel. Haar vader, een rijke landeigenaar, overleed voordat ze was geboren. Haar moeder behoorde tot de rijke Zoborowski-familie. De ouders van Maria kregen naast Maria nog zes kinderen: Benedykt Jozef, Hieronim, Teodor, Honorata, Katarzyna en Urszula-Teresa. In het ouderlijk huis waar ze opgroeide kreeg ze les van Nicolas Chopin, de vader van componist Frédéric Chopin.

Op 18-jarige leeftijd trouwde ze met de 70-jarige grootgrondbezitter Anastasius van Walewice-Walewski. Hij was ooit kamerheer geweest van de laatste Poolse koning, Stanislaus August Poniatowski. Samen kregen ze in 1805 een zoon, Antoni Rudolf Bazyli Colonna-Walewski. Sommige historici beweren dat dit echter een buitenechtelijk kind is; ze zou al zwanger zijn geweest voordat ze in het huwelijk trad.

Napoleon[bewerken]

Maria ontmoette Napoleon Bonaparte voor het eerst in 1806 in Błonie, of in Jabłonna. Ze sprak daar kort met Napoleon, maar later nodigde hij Maria uit in Warschau, mogelijk met de bedoeling om een affaire te beginnen met haar. Napoleon zou eens gezegd hebben dat ‘alle Poolse vrouwen schitterend zijn’. In haar eigen memoires beschrijft ze dat ze naar het Bal in Warschau is gegaan, doordat ze overtuigd werd door maarschalk G. Duroc en een aantal Poolse aristocraten. Die hoopten dat de keizer voor Maria Polen zou steunen in de strijd om onafhankelijkheid van Pruisen.

Maria was aanvankelijk terughoudend om Napoleons minnares te worden, maar ze was overtuigd door, zoals ze zelf beschrijft, zuiver patriottische redenen.

"Het offer is voltooid. Het was allemaal omwille van het oogsten van het fruit, om gelijkwaardwaardigheid te bereiken [overtuig Napoleon om de Poolse onafhankelijkheidsbeweging te ondersteunen]. Dat voer ik aan als excuus. Dit was de gedachte die mij bezat. Beslissing over mijn zal het niet mogelijk mij te vallen onder het gewicht van mijn slechte bewustzijn en verdriet."

De affaire werd aanvankelijk geheim gehouden, maar in de hogere kringen van Warschau was het algemeen bekend. De relatie vorderde toen Napoleon verhuisde naar zijn hoofdkwartier in Schloss Finckenstein in West-Pruisen (nu: Kamieniec Suski, Polen), Maria volgde hem en verhuisde naar zijn aanwonende appartement. Maria vond de geheimhouding uiterst belangrijk en weigerde om gezamenlijk met Napoleon uit het huis te vertrekken. In 1809 volgde Maria Napoleon tijdens zijn reis naar Wenen, waar ze woonde in een huis in de buurt van Schloss Schönbrunn, Napoleons woonverblijf.

Tijdens het verblijf in Wenen werd ze zwanger en keerde terug naar Walewice om te bevallen van haar tweede zoon, Alexandre Joseph. Hij was duidelijk een zoon van Napoleon maar hij werd erkend door de oude graaf Athenasius. Alexandre Joseph droeg ik diens naam: Graaf Alexandre Colonna-Walewski. In 1810 keerde Napoleon terug naar Parijs, waar hij al snel werd vergezeld door Maria. Ze vestigde zich in een pand in de Rue de Montmorency en kreeg een bedrag van 120.000 frank en de toestemming om alle keizerlijke musea te bezoeken. De relatie met Napoleon eindigde echter.

Napoleon was van plan om van Josephine te scheiden en te trouwen met Marie Louise, hertogin van Parma. Het onderhouden van een relatie met een andere vrouw leek hem in het licht van het aanstaande huwelijk ongepast. Maria en haar zoon waren in de toekomst volledig vrijgesteld van kosten, door toekenning van grote landerijen in het Koninkrijk Napels.

Latere jaren en haar dood[bewerken]

Haar man overleed in 1814 en in datzelfde jaar reisden Maria en haar zoon Alexander naar Elba, waar Napoleon naartoe verbannen was. Tijdens de Honderd Dagen voegde zij zich ook weer bij hem.

In 1816 trouwde Maria met haar bewonderaar en minnaar Philippe Antoine d'Ornano, graaf d'Ornano. Ze woonden in het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, in Luik. D'Ornano wilde niet naar Parijs terugkeren vanwege zijn pro-napoleontische gezindheid. In 1817 beval Maria van hun zoon, Rudolph Augustus. Maria overleed kort daarna als gevolg van een langdurige nierziekte. Voor haar dood voltooide ze haar memoires, die waren gericht aan haar man. Op verzoek van haar Poolse familieleden werd haar lichaam opgegraven van de begraafplaats Cimetière du Père-Lachaise in Parijs en verhuisde naar haar familie in de crypte Kiernozia. Haar hart werd geplaatst in de crypte van de d’Ornano familie in Parijs.