Cimetière du Père-Lachaise

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Ingang van de begraafplaats
Een laan op Père-Lachaise
Columbarium
Crematorium
Het graf van Honoré de Balzac
Het graf van Guillaume Apollinaire
Het graf van Gilbert Bécaud
Het graf van Édith Piaf
Het graf van Jim Morrison
Het graf van Jean-François Champollion
Het graf van Alain Kardec
Het graf van Édouard Branly
Gedenkteken voor Maria Callas
Het graf van Marcel Proust
Het graf van Frédéric Chopin
Crypte en monument voor de tijdens de Eerste Wereldoorlog in Frankrijk gesneuvelde Belgische soldaten

Het Cimetière du Père-Lachaise is de grootste begraafplaats van Parijs. Ze is gelegen op en rondom de heuvel Champ-l'Évêque in het 20e arrondissement, vlak bij metrostation Père Lachaise.

Met meer dan drie miljoen bezoekers per jaar is Père-Lachaise het de meest bezochte begraafplaats ter wereld. Dat komt vooral doordat er zoveel beroemdheden zijn begraven.

Geschiedenis[bewerken]

De huidige begraafplaats was oorspronkelijk een landgoed waarop in 1430 een buitenhuis werd gebouwd. In de zeventiende eeuw verwierven de jezuïeten het en maakten er een rusthuis van. De bekendste bewoner was pater François d'Aix de La Chaise, de invloedrijke biechtvader van koning Lodewijk XIV, die er meer dan dertig jaar verbleef.

In 1762 verkochten de jezuïeten het landgoed om schulden te kunnen afbetalen. Het wisselde daarna regelmatig van eigenaar en raakte verwaarloosd. In 1804 werd het ingericht als een van de vier nieuwe begraafplaatsen van Parijs die, volgens nieuwe opvattingen, buiten de stadsmuren moesten. De naam van de begraafplaats luidde Cimetière de l'Est, omdat hij bestemd was voor de bewoners van de oostelijke arrondissementen.

De toenmalige stadsarchitect Alexandre-Théodore Brongniart richtte het 18 hectare groot terrein in als een Engelse tuin. Aanvankelijk was de begraafplaats geen succes. Voorname mensen zagen het niet zitten om zich buiten de stadsmuren en in een arme en volkse buurt te laten begraven. Acht jaar na de opening waren er amper 833 graven. Om de begraafplaats meer prestige te geven werden in 1817 de resten van enkele beroemdheden overgebracht: Molière en La Fontaine, terwijl Abélard en Héloïse er - bijna zeven eeuwen na hun dood - naast elkaar werden begraven.

Van toen af was de reputatie van de begraafplaats verzekerd. In 1830 waren er 33.000 graven. De gegoede burgerij van Parijs liet in de jaren die volgden, geïnspireerd door de romantische tijdgeest, menig grafmonument op het terrein verrijzen. De begraafplaats werd vijfmaal vergroot en bereikte in 1850 de huidige oppervlakte van 43,93 hectare. Sinds 1860 ligt hij op het grondgebied van de stad Parijs.

De begraafplaats van Père-Lachaise was onmiddellijk het prototype van de extra-muros begraafplaats. In de hele westerse wereld werd het voorbeeld gevolgd. In diverse steden in de Verenigde Staten werden 'rural cemeteries' aangelegd. Ten noorden van Londen werd in 1839 de beroemde Highgate Cemetery aangelegd.

In mei 1871, tegen het einde van de strijd tegen de Commune van Parijs, was Père-Lachaise het toneel van zware gevechten. De aanhangers van de Commune werden er belegerd door de troepen van Versailles en vochten er achter de grafstenen tot het bittere einde. De 147 die zich uiteindelijk overgaven werden ter plekke gefusilleerd voor een muur die sindsdien bekend staat als de mur des Fédérés.

De afzonderlijke ruimten voor joodse en islamitische graven werden in 1881 afgeschaft toen een wet dergelijke afzonderlijke ruimten volgens geloofsovertuiging verbood. Het grote kruis op de begraafplaats werd een paar jaar later verwijderd. Kort daarna werd er een crematorium gebouwd. Hier vond in 1889 de eerste crematie in Frankrijk plaats.

Huidige situatie[bewerken]

Tegenwoordig telt het Cimetière du Père-Lachaise 69.000 grafzerken. Er zijn 5300 bomen. De begraafplaats wordt beheerd door de stad Parijs. De voorwaarden om er te worden begraven zijn dezelfde als die van de vijftien andere begraafplaatsen binnen de stad (Parijs heeft daarnaast nog vijf begraafplaatsen extra muros): men moet in Parijs gedomicilieerd zijn, er zijn overleden, of kunnen worden begraven in een bestaand grafmonument. Sinds de jaren vijftig is het terrein helemaal vol, zodat er alleen maar een nieuw grafmonument kan komen als een bestaande grafconcessie vervalt. De concessies worden toegekend voor tien, dertig of vijftig jaar of zijn eeuwigdurend. Veel graven van bekende personen worden door bewonderaars onderhouden.

Zowat 30.000 grafmonumenten hebben de status van historisch monument. Daaronder de meeste grafmonumenten van voor 1900. De grafmonumenten van onder meer Abélard en Héloïse, Molière, La Fontaine, Chopin en Oscar Wilde zijn beschermd.

Beeldhouwkunst[bewerken]

Beroemde voorbeelden van Romantische beeldhouwkunst zijn op Père-Lachaise te zien.

Vermeldenswaard zijn onder andere

Gedenktekens[bewerken]

Naast de grafmonumenten zijn er op Père-Lachaise tientallen gedenktekens. Ze herdenken diverse groepen slachtoffers van oorlogen, van een aantal concentratiekampen of van rampen, zoals een aantal grote branden en vliegtuigongevallen. Aan de mur des Fédérés is een gedenkteken aangebracht voor de 147 verdedigers van de Commune van Parijs die daar werden doodgeschoten. Elk jaar, op 1 mei, wordt hier hulde gebracht door socialisten, communisten, vakbondsmilitanten, vrijmetselaars en vrijdenkers.

Graven van beroemdheden[bewerken]

Inhoud
  A · B · C · D · E · F · G · H · I · J · K · L · M · N · O · P · Q · R · S · T · U · V · W · X Y Z  

A[bewerken]

B[bewerken]

C[bewerken]

D[bewerken]

E[bewerken]

F[bewerken]

G[bewerken]

H[bewerken]

I[bewerken]

J[bewerken]

K[bewerken]

L[bewerken]

M[bewerken]

N[bewerken]

O[bewerken]

  • Andranik Ozanian (1865-1927), Armeens generaal, politicus en vrijheidsstrijder (lag hier 72 jaar begraven, maar werd in 2000 elders herbegraven)

P[bewerken]

Q[bewerken]

R[bewerken]

S[bewerken]

T[bewerken]

U[bewerken]

V[bewerken]

W[bewerken]

XYZ[bewerken]

Crypte Belgische soldaten 1914 - 1918[bewerken]

Een crypte met monument voor de tijdens de Eerste Wereldoorlog in Frankrijk gesneuvelde Belgische soldaten bevindt zich bij de hoofdingang aan de Avenue du Père Lachaise. In 1922 werden alle Belgische soldaten die in Parijse ziekenhuizen gestorven waren aan tijdens de oorlog opgelopen verwondingen en vervolgens op verschillende begraafplaatsen in Parijs waren begraven, herbegraven in een gezamenlijk grafmonument op de begraafplaats Père Lachaise. Het graf bevat naast het stoffelijk overschot van een onbekende Belgische soldaat, dat van 102 soldaten wiens identiteit wel bekend is. Hun namen staan gegraveerd in de rondingen van het monument.

Literatuur[bewerken]

  • Luijters, Guus, Beroemde doden van Père Lachaise en andere begraafplaatsen van Parijs. Soesterberg: Aspekt, 2004

Externe links[bewerken]