Monument (erfgoed)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Internationaal herkenningsteken van erfgoed dat is beschermd op grond van de Haagse Conventie (1954). Militairen mogen de hiermee aangeduide gebouwen niet gebruiken of beschadigen.
Aanduiding archeologisch monument

Een monument is een overblijfsel van kunst, cultuur, architectuur of nijverheid dat van algemeen belang wordt geacht om de historische, volkskundige, artistieke, wetenschappelijke, industrieel-archeologische of andere sociaal-culturele waarde.

Ook zijn er natuurmonumenten, landschapsmonumenten en aardkundige monumenten.

Een onroerend (bouwkundig) monument is het toonbeeld voor een bepaalde stijl van bouwen, of heeft anderszins een belangrijke betekenis als tekenend bouwwerk voor een bepaalde periode.

Bescherming van cultuurgoed bij gewapend conflict[bewerken]

Op veel monumenten (maar lang niet alle) treft men een blauw-wit schildje aan. Dat wordt vaak een monumentenschildje genoemd. Hetzelfde schildje kan men echter ook op sommige (moderne) museumgebouwen, bibliotheken en archieven aantreffen. Het is een internationaal erkend herkenningsteken, aangebracht op grond van het Verdrag van 's-Gravenhage van 1954, inzake de bescherming van cultuurgoed bij een gewapend conflict. In 1999 op initiatief van UNESCO en Nederland aangevuld met een tweede protocol waardoor het Cultuurgoederenverdrag ook van toepassing is bij interne conflicten. Aanleiding tot aanvulling waren de gebeurtenissen in voormalig Joegoslavië.

Monumenten in Nederland[bewerken]

De Dom van Utrecht, een bekend monument in Nederland

Monumenten met de status rijksmonument zijn beschermd op grond van een besluit van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW).

Er zijn ook provinciale en gemeentelijke monumenten in Nederland. Het besluit om deze monumenten te beschermen is door gedeputeerde staten respectievelijk het college van burgemeester en wethouders genomen. Vaak verkeert men in de veronderstelling dat deze monumenten een meer regionale of plaatselijke betekenis hebben. Dat klopt lang niet altijd. De selectie en bescherming van monumenten is niet zo geregeld dat de belangrijkste 'vanzelf' rijksmonument worden, de minder belangrijke automatisch provinciale of gemeentelijke. Er zijn zelfs nog vele, uit monumentenoogpunt (zeer) belangrijke gebouwen die in het geheel geen bescherming genieten. Kanttekening hierbij is dat 'belangrijkheid' sowieso geen 100% objectief begrip is. De leeftijd van een gebouw is echter wel objectief en kan als een punt per eeuw in een puntenwaardering worden opgenomen. De waardering kan worden verhoogd met :

  • Het passen in de omgeving.
  • De ruimtelijke kwaliteit van het gebouw. Als het zichtbare deel van een gebouw een plat vlak is, voorzien van ramen en deuren, dan is er voornamelijk sprake van een tweedimensionale gevel, die dus geen ruimtelijke kwaliteit heeft.
  • Goed in stijl uitgevoerde architectuur, waarbij een waarnemer met gevoel voor schoonheid, stijlfouten kan vaststellen.
  • De originaliteit, die vaak moeilijk is vast te stellen.
  • De bouwkundige staat, waarbij nadere oordeelkundige aangebrachte verbeteringen geen invloed mogen hebben op de leeftijd.
  • De functionele waarde. Blijft de monumentwaarde van een kerk gelijk, als er een boekhandel in wordt gevestigd ?

Het constructieve- en uitvoeringsniveau is meestal alleen vast te stellen door deskundigen, die in een monumentencommissie kunnen zitten, maar dat is niet de bedoeling van de onderhavige puntenwaardering. Wanneer een vier eeuwen oud gebouw een waarderingverhoging krijgt van een punt per bovenstaande toevoegingen, wordt de puntenwaardering 10 en kan dat gebouw als hoogwaardig monument worden aangemerkt.

Er bestaan subsidies voor onderhoud en restauratie en voor rijksmonumenten is er een fiscale regeling voor woonhuismonumenten. Subsidieregelingen voor gemeentelijke en provinciale monumenten zijn meestal veel beperkter of ontbreken in soms geheel. In tegenstelling tot rijksmonumenten, is er bij provinciale en gemeentelijke monumenten geen regeling om bij woonhuizen de instandhoudingskosten van de inkomstenbelasting af te trekken. Pogingen om deze rechtsongelijkheid op te heffen hebben tot op heden schipbreuk geleden bij het Ministerie van Financiën. Eigenaren van rijksmonumenten en soms ook die van provinciale en gemeentelijke monumenten kunnen ook gebruikmaken van laagrentende leningen van het Nationaal Restauratiefonds.

Om een beschermd monument (rijks-, provinciale- en gemeentelijke monumenten) te mogen wijzigen moet altijd een zogenaamde monumentenvergunning worden verkregen. (Let op: het gaat daarbij niet alleen om wijzigingen aan de buitenkant, maar ook om wijzigingen in het interieur.) Het loket om zo'n vergunning aan te vragen is de gemeente (of het stadsdeel). Burgemeester en wethouders (of de stadsdeelvoorzitter en de leden van het dagelijks bestuur van het stadsdeel) besluiten over zo'n vergunning. Ze worden daarbij geadviseerd door de gemeentelijke monumentencommissie en vaak ook door het gemeentelijke monumentenbureau of een gemeentelijke monumentenambtenaar. Om zo'n vergunningsaanvraag te kunnen beoordelen wordt, zeker bij meer ingrijpende plannen, steeds vaker gevraagd om een bouwhistorisch onderzoek. Om op een verantwoorde manier een plan voor een monument te kunnen opstellen is zo'n onderzoek welbeschouwd onmisbaar. De minister van OCW bemoeit zich maar in beperkte mate met monumentenvergunningen. Dat gebeurt alleen als het een rijksmonument betreft én het om een ingrijpende wijziging of een aanvraag om het monument te mogen slopen gaat. In dat geval adviseert ook de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (namens de minister) het college van B&W.

De vraag voor welke werkzaamheden men een monumentenvergunning nodig heeft is niet eenvoudig te beantwoorden. Normaal onderhoud mag altijd zonder vergunning worden uitgevoerd, dus het is absoluut niet zo - zoals soms wordt beweerd - dat men voor elke spijker in de muur een vergunning moet aanvragen. De grens tussen normaal onderhoud en een wijziging is echter niet eenvoudig te trekken. Herstelt men enkele voegen, dan is dat normaal onderhoud, voegt men een hele gevel, dan is dat een wijziging. Schilderen in dezelfde kleur als bestaand is normaal onderhoud, in een andere kleur is een wijziging. Gevelreiniging, hydrofoberen, en het aanpassen van kozijnen en beglazing (bijvoorbeeld enkel glas vervangen door isolerend glas) is altijd een wijziging waarvoor men een vergunning nodig heeft. Wil men een keukeninrichting van vijftien jaar oud vervangen door een moderne, dan zal dat meestal als normaal onderhoud worden beschouwd. Dan is geen vergunning nodig. Gaat het echter om een waardevolle historische keukeninrichting, dan zal men daarin niet zonder vergunning mogen wijzigen. De grens tussen onderhoud en wijzigen blijft echter moeilijk te trekken. In twijfelgevallen doet men er daarom goed aan om vooraf bij de gemeente te informeren. Als men wijzigt zonder monumentenvergunning kan het werk door de gemeente stilgelegd worden en kan worden geëist dat de wijzigingen ongedaan worden gemaakt. Goed en tijdig overleg met de gemeente kan veel narigheid voorkomen.

Bij aankoop van onroerend goed doet men er goed aan om bij de gemeente niet alleen naar het bestemmingsplan te informeren, maar ook na te gaan of sprake is van monumentenbescherming. De verkoper moet hier weliswaar over informeren, maar dat gebeurt niet altijd. Is sprake van een rijksmonument, dan is die status aangegeven bij het Kadaster.

Het mobiel erfgoed krijgt zelden subsidie, maar in enkele gevallen kan men laagrentende leningen krijgen ten behoeve van de restauratie ervan.

Schepen, het varend erfgoed, kennen een Nationaal Register Varende Monumenten. Een daarin opgenomen schip wordt een varend monument genoemd.

Binnen Caribisch Nederland kent men 'beschermde monumenten'.

Monumenten in België[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Cultureel erfgoed in België voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Voormalige stokerij Claes in Kuringen, 2001

Sinds 1989 wordt er een opdeling gemaakt tussen 'roerend' en 'onroerend' erfgoed en is de bescherming van monumenten en landschappen (onroerend erfgoed) een gewestelijke bevoegdheid.

Het roerend cultureel erfgoed omvat musea, beeldende kunsten, erfgoedcellen, archieven, e.d.m., maar ook het immateriële erfgoed: verhalen, volkscultuur, tradities, gebruiken, enz. Het roerend erfgoed valt onder de bevoegdheid van de minister van cultuur.

Het onroerend erfgoed valt onder de bevoegdheid van een eigen minister en omvat alles wat te maken heeft met archeologie, monumenten en landschappen, aangevuld met varend erfgoed, en een kleinere bevoegdheid: heraldiek.

Andere betekenissen[bewerken]

Een monument is ook een herdenkingsteken; een figuur, sculptuur, beeld bedoeld om de toeschouwer te herinneren aan iets.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Nederland

België