Schokland

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Schokland en omgeving
Werelderfgoed cultuur
Schokland3.JPG
Land Vlag van Nederland Nederland
Coördinaten 52° 39′ NB, 5° 47′ OL
UNESCO-regio Europa en Noord-Amerika
Criteria iii, v
Inschrijvingsverloop
UNESCO-volgnr. 739
Inschrijving 1995 (19e sessie)
Kaart
Schokland
Schokland
UNESCO-werelderfgoedlijst
Topografische kaart van Schokland; sept. 2014
Hervormde Kerk van Middelbuurt
Middelbuurt gezien vanuit de polder
De ruïne van de kerk van Ens
De ruïne van de vuurtoren
Schoklander klederdracht
Zwerfsteen bij ingang museum-restaurant

Schokland is een dorp en voormalig eiland in de Noordoostpolder, Nederlandse provincie Flevoland, dat in 1859 werd ontruimd vanwege de onveilige situatie en omdat de instandhouding van het eiland te duur was. De gemeente Schokland werd per 10 juli 1859 opgeheven en bij de gemeente Kampen gevoegd.

Tot 1932 lag Schokland als een echt eiland in de Zuiderzee, die na de voltooiing van de Afsluitdijk in 1932 het IJsselmeer werd. Sinds de drooglegging van de Noordoostpolder in 1942 maakt Schokland deel uit van het vasteland.

Schokland ligt precies tussen de dorpen Nagele en Ens aan de N352. Het gebied wordt beheerd door stichting Het Flevolandschap. Op Schokland bevindt zich een museum waar de geschiedenis van het voormalige eiland zichtbaar wordt gemaakt. Jaarlijks bezoeken circa 40.000 mensen het museumdorp. Schokland werd in 1995 op de Werelderfgoedlijst van UNESCO geplaatst.

Geologie[bewerken]

Schokland is in de loop van het Holoceen ontstaan, onder invloed van de zeespiegelstijging, die leidde tot veenvorming in een groot gebied in en rondom het huidige IJsselmeer. Het veen van Schokland bedekt een landschap uit het einde van de laatste ijstijd, met onder andere een rivierduin (zand dat door de overheersend westenwind uit omliggende rivierbeddingen is opgestoven). De oudste vermeldingen van eilanden in het tegenwoordige IJsselmeer (de veenrest Schokland en de keileem-opduiking Urk) stammen uit de Romeinse tijd.

Schokland is het enige nog resterende voormalige veeneiland in de voormalige Zuiderzee en daardoor van grote geomorfologische en bodemkundige waarde.[1]

Geschiedenis[bewerken]

Schokland is één eiland. Toch werd er tot aan het begin van de 19e eeuw gesproken van de eilanden Emmeloord en Ens. Het noordelijke Emmeloord behoorde in de Middeleeuwen toe aan de heren van Kuinre die het eiland gebruikten als uitvalsbasis voor hun rooftochten. Ze sloegen er zelfs hun eigen munten. Na lange tijd privé-bezit geweest te zijn, werd Emmeloord in 1660 opgekocht door de stad Amsterdam. Kerkelijk hoorde het onder het aartsdiakonaat van Deventer. Naar dit dorp is de huidige plaats Emmeloord genoemd, die enkele kilometers noordelijker ligt.

Op het zuidelijke deel lagen twee woonterpen: Middelbuurt (of Molenbuurt) en het kleine Zuidert (Zuiderbuurt). Verder was hier de Zuidpunt met kerkhof en lichtbaken. De buurtjes hoorden bij de provincie Overijssel en vormden tezamen het dorp Ens. De benaming Ens is levend gehouden in de benaming van het nieuwe dorp Ens ten zuidoosten van het huidige Emmeloord. Deze naam komt waarschijnlijk van "Endesea" wat eendenzee zou betekenen. De benaming Zuidert ziet men terug in een woonwijk in Emmeloord-zuid genaamd, "De Zuidert".

Pas in de Franse tijd, in 1806, werden de twee delen van het eiland een bestuurlijk geheel onder de naam Schokland. De naam Schokland kwam wel al eerder voor en is waarschijnlijk afgeleid van 'schokke', een rietplag of gedroogd stuk koemest dat als brandstof diende. Omdat schokken werden beschouwd als turf voor de armen, zal de naam spottend bedoeld zijn.

De jarenlange tweedeling van het eiland heeft ook gezorgd voor religieuze verschillen. Na de reformatie ging het zuidelijke Overijsselse deel van het eiland in meerderheid over op het protestantisme, terwijl het noordelijke Emmeloord haast volledig rooms-katholiek bleef. Dit was mogelijk doordat Amsterdam op religieus gebied toleranter was en weinig druk uitoefende op de bevolking om protestants te worden.

De protestanten waren bevreesd voor invloeden uit het katholieke Emmeloord en verboden hun kinderen bij katholieke families te werken of in te wonen. Gemengde huwelijken, hier 'gespikkelde huwelijken' genoemd, zijn uit den boze. De protestanten bezoeken aanvankelijk de middeleeuwse kerk op de zuidpunt, totdat in 1717 een nieuwe kerk wordt gebouwd in Middelbuurt. De oude kerk raakt in verval en wordt later afgebroken. Op de zuidpunt blijft alleen de begraafplaats in gebruik. Vanaf de 17e eeuw stond in Emmeloord een katholieke kerk.

De bevolking van Schokland had door haar isolement een eigen cultuur en sprak ook eigen dialecten, bekend als het Schokkers. Feitelijk ging het om twee dialecten: het Emmeloords was sterk verwant aan het Urkers, en het Ensers leek veel op Huizers. Dit tekent het wederzijdse isolement waarin de twee geloofsgemeenschappen leefden. Vooral de Schokker klederdracht is beroemd.

Tijdens de stormvloed van 1825 werd Schokland zwaar getroffen. Het hele eiland kwam onder water te staan. Er werd meer dan 2 km aan zeedijk vernield en de paalwering raakte zwaar beschadigd, evenals de twee kerken. Ook de vuurtoren op de Zuidpunt werd volkomen vernield. De bewoners moesten naar de zolders van hun woningen vluchten. Er vielen 13 doden, 20 huizen spoelden weg en tientallen andere woningen liepen ernstige schade op.[2] Het eiland werd niet heel lang daarna ontruimd, in 1859. Er woonden op dat moment ca. 650 mensen.[3]

Ontruiming[bewerken]

Schokland was in de middeleeuwen veel groter dan nu. Door zware stormen en landafslag werd het eiland steeds kleiner. In 1855 werd om deze reden Zuiderbuurt ontruimd. Vanwege de onveilige situatie en omdat de instandhouding van het eiland te duur was, werd in 1859 op bevel van koning Willem III het gehele eiland ontruimd. Ironisch genoeg is het eiland na 1859 nauwelijks kleiner geworden en zelden door stormen bedreigd. Reden voor de ontruiming was naast de onveilige situatie vooral de armoede. De visserij was vanaf het begin van de 19e eeuw nauwelijks levensvatbaar en Schokland was de armste gemeente van Nederland. Regelmatig waren er inzamelingen voor de Schokkers. Ook de inteelt op het eiland zou een rol gespeeld hebben.

Op 1 maart 1859 maakte burgemeester Gerrit Jan Gillot op aanplakborden bij het gemeentehuis van Schokland bekend dat de bewoners het eiland binnen vier maanden moesten verlaten. Het eiland werd in dat jaar bewoond door 650 personen.

Hoewel een ruime meerderheid van de eilandbevolking katholiek was, evacueerde maar een klein deel van de inwoners naar de katholieke enclave Volendam. Het merendeel verhuisde naar Vollenhove en naar het dorp Brunnepe bij Kampen, waar de Schokkerbuurt gebouwd werd. Brunnepe is nu een wijk van Kampen. Een deel van deze Schokkerbuurt is nagebouwd in het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen. De katholieke kerk van Emmeloord werd steen voor steen afgebroken en vrijwel exact weer opgebouwd in Ommen.

Nog voor de ontruiming werd bij Koninklijk Besluit van 16 december 1858 met ingang van 10 juli 1859 de gemeente Schokland opgeheven en het grondgebied bij de gemeente Kampen gevoegd.

Na de ontruiming[bewerken]

Na 1859 bleven slechts enkele mensen (rijksambtenaren) op het eiland wonen: een lichtwachter op de zuidpunt, een arbeider om de kustverdediging te onderhouden in de Middelbuurt en enkele havenmeesters van de haven bij Emmeloord. De haven werd nog zeer regelmatig bezocht en er werd in Emmeloord zelfs vis verhandeld op een visafslag. Ieder jaar kwamen er seizoensarbeiders naar het eiland: dijkwerkers en rietsnijders, die onderdak vonden in de kerk van Middelbuurt. Schokland werd ook een populaire trekpleister voor dagjesmensen uit Kampen en Urk.

Pas nadat de dijk om de Noordoostpolder in 1941 wordt gesloten en er begonnen wordt met het droogpompen van de polder, verlaten de laatste bewoners Schokland. Met het droogvallen van de Noordoostpolder in 1942 werd het eiland volledig omgeven door land. Schokland werd datzelfde jaar onderdeel van het nieuw opgerichte Openbaar Lichaam "De Noordoostelijke Polder". In 1962 ontstond hieruit de huidige gemeente Noordoostpolder.

Van de drie dorpen is alleen de bebouwing van Middelbuurt deels bewaard gebleven, met de uit 1834 daterende kerk. De woningen waren van hout met een lemen vloer en een stro- of rietdak. In de jaren '80 van de 20e eeuw zijn er enkele houten huizen in "Zuiderzeestijl" gebouwd. Daar is nu een museum gevestigd, met een permanente tentoonstelling over de vondst van onder meer mammoeten bij het eiland. Sinds 1 november 2008 geniet Middelbuurt na 150 jaar officieel weer de status van dorp, nu onder de naam Schokland [3] met een eigen postcode: 8319. De Zuiderbuurt (of Zuidert) was de kleinste woonterp op het eiland. Het had weinig voorzieningen. Een waterput werd in 2003 gerestaureerd.

Een vereniging van nazaten van Schokkers, de Schokkervereniging, werd in 1985 opgericht en telde in 2008 750 leden. Ze bewaakt de belangen van Schokland en de Schokkers.

In 1995 werd Schokland toegevoegd aan de UNESCO-Werelderfgoedlijst. Op 30 juni 2007 werd op Schokland het Akkoord van Schokland gepresenteerd. Bedrijven en personen die hun handtekening hieronder zetten, geven aan zich te willen beijveren voor de realisering van de Millenniumdoelstellingen van de Verenigde Naties.

In 2007 is er bij de lichtwachterswoning een kunstwerk "Markering begraafplaats Emmeloord" aangebracht, gemaakt door Annet Bult en Marianne Meinema. Hierin zijn de volgende op Schokland veel voorkomende achternamen verwerkt: Botter, Karel, Bien, Konter, Broodbakker, Klappe, Kok, Blankvrees, Visscher, Kluessien, Mommende, Schoon, Net, Ouderling, Buijs, Koek, Corjanus, Bape, Veen, Kwakman, de Boer, Ruiten, Klein, Scholten, Baentjes, Toeter, Jongsma, Koridon, Hofman, Goosen, Grootjen, de Vries, Koot, Sul, Legebeke, Kamper, Been, van der Molen, Stroeve, Mossel, Diender, de Graaf, Tromp, van Kleef en Zalm.

Scheepvaart[bewerken]

Van oudsher was Schokland een belangrijk oriëntatiepunt voor de scheepvaart in de Zuiderzee. Het lag aan de monding van de IJssel op een druk bevaren scheepvaartroute.

De middeleeuwse kerk op de zuidpunt van het eiland werd aanvankelijk als baken gebruikt door schippers en vissers. Na het vallen van de duisternis was het de gewoonte vissersvuren aan te steken om schepen veilig de haven binnen te loodsen. In de 17e eeuw werd er op de zuidpunt een vuurbaak geplaatst, een gebouwtje met een takel en een korf waarmee brandende turf omhoog gehesen kon worden. In 1635 wordt op dezelfde plaatse een 'vuurboete' gebouwd, een stenen gebouw met een rooster op het platte dak waar een open kolenvuur gestookt werd. Om de bouw en het onderhoud van deze vuurboete te bekostigen werd lange tijd tol geheven, het zogenaamde 'Ensergeld'.

Nadat in 1825 de vuurboete door de storm werd verwoest, bouwde Rijkswaterstaat een nieuwe, ronde vuurtoren. De fundamenten hiervan zijn nog steeds zichtbaar op de zuidpunt. De laatste vuurtorens op Schokland waren open ijzeren constructies, zowel op de zuidpunt als op de terp Emmeloord. Beide zijn na de drooglegging afgebroken.

Bij storm zochten de schepen beschutting aan de oostkant van het eiland. Schippers die hier voor anker lagen, kwamen geregeld met kleine bootjes aan land, wat voor reuring en economische activiteiten zorgde.

De haven van Emmeloord aan de noordkant van het eiland is gedeeltelijk gereconstrueerd.

De toekomst van Schokland[bewerken]

De bodem van Schokland bestaat uit een dunne laag klei op een dikke laag veen. Met het verlagen van de grondwaterspiegel ten behoeve van de omliggende Noordoostpolder, oxideerde het veen en werd het compacter (inklinking). Het oppervlak van het eiland is hierdoor sinds de drooglegging al zo'n anderhalve meter gezakt. Zulke inklinking is onomkeerbaar: bij vernatting van het veen zet de ondergrond niet meer uit. Sinds de jaren '90 worden wel plannen gerealiseerd om de oostkant van het eiland te vernatten en zodoende verdere inklinking en verlaging van het voormalige eiland te voorkomen.

Wetenswaardigheden[bewerken]

  • Nabij Schokland ligt een gesteententuin waarin stenen zijn te bekijken uit de ijstijden
  • De lotgevallen van Schokland zijn door Harry Mulisch verwerkt in de novelle De sprong der paarden en de zoete zee (1955)

Enkele cijfers[bewerken]

Lengte: 4 km
Breedte: 100 – 500 m
Oppervlakte: ca. 150 ha
Inwoners: 5 (01-10-2010)

Uitkomsten van de volkstellingen op het eiland Schokland
Jaar 1795 1830 1840 1849
Gezinnen Inwoners Gezinnen Inwoners
Buurt Totaal Katholieken Hervormden Overigen Totaal Katholieken Hervormden Overigen
Emmeloord 315 87 389 370 19 -
Ens 328 57 252 88 162 2
- Middelbuurt 43 188 71 115 2
- Zuiderbuurt 14 64 17 47 -
SCHOKLAND 643 676 144 695 506 189 - 144 641 458 181 2
Bron: http://www.volkstelling.nl

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • Schokland en omgeving, Leven met water, door Gerrit van Hezel en Aaldert Pol. Uitgave Stichting Matrijs, Utrecht, 2008. ISBN 978-90-5345-336-0
  • Schokland, de historie van een weerbarstig eiland, door dr. A.J. Geurts. Uitgeverij De Twaalfde Provincie, 1997. ISBN 90-72380-58-4
Werken: Amsteldiepdijk (1920-1925) · Proefpolder Andijk (1927) · Wieringermeerpolder (1927-1930) · Afsluitdijk (1927-1932) · Noordoostpolder (1937-1942) · Knardijk · Oostelijk Flevoland (1950-1957) · Zuidelijk Flevoland (1959-1968) · Houtribdijk (1963-1976) · Markerwaard
Sluizen: Lorentz · Stevin · Houtrib
Wateren: Zuiderzee · Waddenzee · IJsselmeer · Markermeer · Randmeren
Eilanden: Wieringen · Urk · Schokland · Marken
Personen: Hendrik Stevin (1614-1668) · W.F. Leemans (1841-1929) · Cornelis Lely (1854-1929) · Gerard Vissering (1865-1937) · Hendrik Lorentz (1853-1928) · Victor de Blocq van Kuffeler (1878-1963) · Hendrik Wortman (1859-1939) · Sikke Smeding (1889-1967) · W.M. Otto (1919-2008)
Organisaties: Zuiderzeevereeniging · Zuiderzeeraad · Commissie Wortman · Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders · Openbaar Lichaam Zuidelijke IJsselmeerpolders · Openbaar Lichaam De Noordoostelijke Polder
Gemalen: Buma · Colijn · De Blocq van Kuffeler · Leemans · Lely · Lovink · Smeenge · Vissering · Wortman