Kinderdijkse molens
| Molens bij Kinderdijk/Elshout[1] | ||
| Werelderfgoed cultuur | ||
| Land | ||
| UNESCO-regio | Europa en Noord-Amerika | |
| Criteria | i, ii, iv | |
| Inschrijvingshistorie | ||
| UNESCO-volgnr. | 818 | |
| Inschrijving | 1997 (21e sessie) | |
| UNESCO-werelderfgoedlijst | ||
De molens van Kinderdijk betreffen negentien molens in het noordwesten van de Alblasserwaard, een streek in de provincie Zuid-Holland. Alhoewel ze worden aangeduid als behorend tot het dorpje Kinderdijk (gemeente Molenwaard) ligt één molen net daarbuiten (De Blokker), in de gemeente Alblasserdam. Het gaat om poldermolens, die een molengang vormen en een grote (ook internationale) toeristische trekpleister zijn. Alle negentien molens van het complex zijn eigendom van de Stichting Werelderfgoed Kinderdijk. Sinds 1997 staan ze op de Werelderfgoedlijst van UNESCO en het gebied is tevens een beschermd dorpsgezicht. De molenrijen zijn slechts te voet of per fiets goed te bezichtigen. Eén van de molens, vrij dicht bij het bebouwde gedeelte van Kinderdijk, is ook van binnen te bezichtigen (in de winterperiode alleen in het weekend).
De molens bij Kinderdijk zijn gebouwd vanaf het einde van de veertiende eeuw, maar de overblijvende molens dateren uit 1738 en 1740.
Inhoud |
Functie [bewerken]
De molens van Kinderdijk zijn gebouwd om het water uit de polder te pompen. Het zijn vrijwel allemaal grondzeilers. Onder in elke molen bevindt zich een scheprad, dat het water omhoog brengt, vaak met een hoogteverschil van 140 centimeter. Door het inklinken van de bodem van de polders van de Alblasserwaard en het stijgen van het waterpeil in de rivier de Lek waren er steeds meer molens nodig. Er staat tussen de molens van Kinderdijk ook één wipmolen (De Blokker).
De molens verplaatsen het water uit de Alblasserwaard (met een oppervlakte van 24.000 ha) in twee trappen. Eerst wordt het water van een lage boezem (het polderniveau) naar een hoge boezem gepompt, die door de gehele Ablasserwaard loopt. Bij de tweede trap wordt het water naar een reservoir gepompt. Hiervandaan wordt het water via sluizen in de rivier gelaten als het water het hoogste punt bijna nadert. De molens worden dan ook boezemmolens genoemd.
Het molencomplex bestaat uit:
- acht bakstenen windmolens die vroeger eigendom waren van het voormalige waterschap Nederwaard, gebouwd in 1738. Deze molens zijn vrijwel gelijk aan elkaar, maar verschillen in details, omdat ze door verschillende aannemers zijn gebouwd. De lengte van de wieken (de vlucht genoemd) varieert tussen 27,5 en 28 meter. De schepraderen zitten onderin de romp van de molen. Een molenaar bewoonde de molen met zijn gezin.
- acht met riet bedekte windmolens, die vroeger eigendom waren van het voormalige waterschap Overwaard, gebouwd in 1740. Deze molens zijn achtkantig en hebben een vlucht van 28,6 tot 29,5 meter. Het schoepenrad van deze molens heeft een diameter van 6,70 meter. Net als bij de molens van Nederwaard kunnen deze molens het water over een hoogte van 1,40 meter verplaatsen.
- Deze beide rijen molens zorgden, onafhankelijk van elkaar, voor de afwatering van de Alblasserwaard.
- twee achtkante windmolens van de polder Nieuw-Lekkerland gebouwd in 1760. Deze heten resp. De Hoge Molen (gebouwd in 1740) en De Lage Molen (1761). Beide zijn achtkante, met rietgedekte molens gebouwd op muren van baksteen. De Hoge Molen maalt met een vijzel van 1,8 meter diameter, die dateert uit 1962. Daarvoor had het een scheprad, net als de Lage Molen.
- en één wipmolen, de Blokweerse Wip of De Blokker, van de polder Blokweer die gebouwd is in 1620 en in 1997 afbrandde. De molen is geheel hersteld en weer operationeel sinds 2000. Al rond 1400 stond hier een molen, die in 1575 door de Spaanse troepen in brand is gestoken.
Oorspronkelijk stond er nog een 20e molen. Deze was één van de drie molens van Nieuw-Lekkerland. Halverwege de 20e eeuw is de molen ingestort. De wieken draaiden te hard, wat de molen niet kon dragen. De molen is niet meer opgebouwd.
Op 7 juli 2008 startte de restauratie van 11 van de 19 molens, die door achterstallig onderhoud in verwaarloosde staat verkeerden. Met een subsidie van het Ministerie van OCW van 2,5 miljoen euro en een subsidie van een miljoen euro van de provincie Zuid-Holland en het waterschap Rivierenland kan het herstelwerk plaatsvinden. Dat varieert van de fundering tot aan het dak en de wieken. Het ligt in de bedoeling dat eind 2010 alle 19 molens weer kunnen malen.[2] [3]
Geschiedenis [bewerken]
De molens van Kinderdijk werden gebouwd, omdat er moeilijkheden waren met de afwatering van de Alblasserwaard. Dit gebied was op grote schaal ontgonnen. Via sloten en weteringen werd het water afgevoerd. Eerst waren er meer natuurlijke waterlopen, maar uiteindelijk bleven hiervan alleen de Alblas en de Giessen over. Oorspronkelijk kon het water daarvan vrij in de rivieren (waaronder de Lek) uitlopen, maar door de afwatering klonk de bodem in, en ontstonden problemen, als het rivierwater hoog stond.
Veengrond kan door dit soort effecten wel een meter per eeuw dalen, en dat gebeurde hier dan ook. De polderbesturen moesten samen gaan werken en maakten daartoe twee grote afwateringseenheden:
- Het waterschap De Overwaard (globaal in het oosten en noorden van de Alblasserwaard, uitwaterend langs de Giessen)
- Het waterschap De Nederwaard (ten zuiden en westen hiervan; uitwaterend via de Alblas).
Floris V richtte tevens in 1277 het Hoogheemraadschap van de Alblasserwaard op. Dit legde een ringdijk aan rond het gehele gebied, met sluisjes in de Giessen en de Alblas. Bij laag water kon hierdoor op de Merwede geloosd worden. Op den duur was dat ook niet meer voldoende. Daarom maakte men uitwatering op de plaats met de laagste waterstand buiten de polder, op de meest noordwestelijke punt van de Alblasserwaard, bij Kinderdijk.
In 1366 verlegde men de afwatering via de Giessen hierheen, en in 1370 ook de afwatering via de Alblas. Dat vergde nieuwe afwateringskanalen van 17 kilometer lengte in het geval van de Giessen. Beide afwateringskanalen lopen bij Kinderdijk parallel, en zijn gescheiden door een smalle kade, waarover het voetpad loopt.
Tweehonderd jaar later voldeed dit ook niet meer. De capaciteit voor de waterberging werd vanaf 1620 vergroot. Maar nog 100 jaar later bleek dit opnieuw onvoldoende. Vanaf dat moment (1739 voor Nederwaard, 1740 voor Overwaard) werd het water door de boezemmolens opgepompt naar de waterberging in de hoge boezems. Bij lage waterstand werd het water uitgelaten in de rivier.
De negentien windmolens [bewerken]
In en rond Kinderdijk zijn de volgende negentien windmolens te vinden:
Externe links [bewerken]
- (en) Kinderdijkse molens op de website van
UNESCO Werelderfgoed - Werelderfgoed Kinderdijk
- Molens Kinderdijk
- 360° Panorama's op UNESCO WHTour
| Zie de categorie Kinderdijk molens van Wikimedia Commons voor meer mediabestanden. |
Bronnen, noten en/of referenties
|
| Kinderdijkse molens |
|---|
|
Nederwaard: Nederwaard No.1 · Nederwaard No.2 · Nederwaard No.3 · Nederwaard No.4 · Nederwaard No.5 · Nederwaard No.6 · Nederwaard No.7 · Nederwaard No.8 |