Industrieel erfgoed

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Mijnschacht van de vroegere Oranje Nassaumijn, nu Nederlands Mijnmuseum te Heerlen.
Lichtfabriek van Philips te Eindhoven.
Silocomplex Coöperatieve Op- en Overslagvereniging "Combinatie Deventer-Lochem" (C.D.L.), thans huisvesting Stichting Industrieel Erfgoed Deventer (SIED)

Onder industrieel erfgoed wordt verstaan: de voortbrengselen van de mens ten behoeve van de dagelijkse arbeid, denk aan: fabrieksgebouwen, bruggen, sluizen, molens, boortorens en dergelijke - en in globo alle materiële sporen van de industriële maatschappij. Mobiele elementen van industrieel erfgoed zoals turfschepen schaart men onder mobiel erfgoed.

Deze culturele uitingen worden steeds in hun voortbestaan bedreigd wanneer zij van hun oorspronkelijke functie 'ontheven' zijn. Het gaat hier vaak om sporen uit een andere tijd die door hun eenmaligheid het behouden waard zijn omdat zij een goed beeld geven van hoe men de dingen vroeger aanpakte.

Er zijn in Nederland, België en andere landen meerdere stichtingen die zich inzetten voor het behoud van industrieel erfgoed.

Nederland[bewerken]

In Nederland zijn veel organisaties verenigd in: de Stichting Federatie Industrieel Erfgoed Nederland (FIEN).

België[bewerken]

In België bestaat sedert 1978 de Vlaamse Vereniging voor Industriële Archeologie, die daarmee één van de oudste organisaties op dit vlak in Europa is. De VVIA is actief in Vlaanderen en in Brussel.

De vereniging lag sedert haar ontstaan aan de basis van de meeste ontwikkelingen en verenigingen in Vlaanderen, en richt zich vooral tot lokale organisaties en vrijwilligers waarvan ze de activiteiten en campagnes ondersteunt. VVIA organiseert regelmatig belangrijke studiedagen zoals over nucleair erfgoed, herbestemming van bedrijfsgebouwen, industrieel toerisme, etc. Ze staat ook in voor een jaarlijkse cursusmodule 'inleiding tot de industriële archeologie' (elk jaar in een andere provincie). Belangstellenden kunnen gratis inschrijven voor een elektronische nieuwsbrief.

De Vlaamse Vereniging voor Industriële Archeologie is sedert 1989 verbroederd met de Catalaanse zustervereniging, de Associació del Museu de la Ciéncia i de la Técnica i d'Arqueologia Industrial de Catalunya (Vereniging voor het Museum van Wetenschap en Techniek en voor de Industriële Archeologie van Catalonië).[1] Daarnaast onderhoudt VVIA goede contacten en werkt ze samen met gelijkaardige organisaties in Noord-Frankrijk en Groot-Brittannië. In samenwerking met de Nederlandse collegae publiceert VVIA het Vlaams-Nederlandse tijdschrift 'Erfgoed van Industrie en Techniek' (zie verder).

VVIA is mede-oprichter van de Europese Federatie van Verenigingen voor Industrieel en Technisch Erfgoed (E-FAITH).[2]

Naast VVIA ontstond ook SIWE. Het Steunpunt Industrieel en Wetenschappelijk Erfgoed, of kortweg SIWE vzw, werd opgericht op 5 april 1996 in het Arenbergkasteel te Heverlee (Leuven). Uitgangspunt was de nood aan een Vlaamse patrimoniumvereniging die naast industrieel en technisch erfgoed aandacht heeft voor wetenschappelijke objecten. SIWE vzw koos in alle benamingen de term erfgoed (het Engelse Heritage), omdat de term archeologie veeleer een ander wetenschappelijk werkveld betreft.

Korte tijd na de oprichting in 1996 werd SIWE gehuisvest in de Molens van Orshoven aan de Vaartkom in Leuven. In 2002 werd SIWE vzw tijdelijk erkend door de Vlaamse Overheid als koepelvereniging voor industrieel en wetenschappelijk erfgoed in Vlaanderen en Brussel. SIWE geeft SIWE-Magazine uit en een gratis elektronische SIWE-Nieuwsbrief, te verkrijgen op eenvoudige aanvraag. De erkenning (én subsidiering) van SIWE loopt eind 2011 af. Of SIWE hierna nog als rechtspersoonlijkheid (vzw) blijft bestaan is zeer de vraag.

In Vlaanderen is er sinds 1991 het museum MIAT[3] (Museum voor Industriële Archeologie en Textiel) aan de Minnemeers in Gent. Het MIAT is een bruisend museum, gelegen in een prachtig industrieel pand. Je beleeft er expo’s, workshops, filmzondagen, matinees en soirees… met als rode draad industrie, arbeid en textiel. Het MIAT geeft een driemaandelijks museumtijdschrift uit: TIC.[4]

Sinds de middeleeuwen is Gent een belangrijke ambachtelijke en pre-industriële stad. Het was op het einde van 18de eeuw de uitvalsbasis voor de eerste industriële revolutie op het vasteland. Vele getuigenissen van de eerste en tweede industriële revolutie werden verschroot en gesloopt vanaf de jaren 1970. Het Gentse stadsbestuur spande zich in om machines en objecten te bewaren. Voor het eerst was er sprake van een museum waarin de symbolen van de industriële cultuur een plaats zouden krijgen. Oorspronkelijk was de administratie van het MIAT gehuisvest in het Stadsarchief van Gent, waarna het verhuisde naar het Gewad. Tot slot kreeg het een definitief onderdak in de voormalige katoenspinnerij Desmet-Guequier.

Op meer dan 1800 m² geeft het MIAT een historisch overzicht van de industriële samenleving. Je duikt 250 jaar terug in de tijd. Het verhaal van de eerste industriële revolutie en de opkomst van de machine verneem je in de tentoonstelling 'Ons industrieel verleden'.[5] De gevolgen van deze revoluties ontdek je in de recent vernieuwde expo 'WereldWijdWerken'.[6] Katoenkabaal[7] focust op de industriële productie. Met als voorbeeld de verwerking van de katoenplant tot een afgewerkt katoenproduct.

Op vrijdag 25 juni 2010 werd in Brussel onder curatele van FARO, het officiële steunpunt van de Vlaamse overheid voor de (roerende) erfgoedsector, de stichtingsvergadering gehouden van de vzw ETWIE. Dat letterwoord staat voor Expertisecentrum voor Technisch, Wetenschappelijk en Industrieel Erfgoed. De groep van zestien stichtende leden bestaat uit onderzoekers, erfgoedwerkers en experten die op professionele basis of als vrijwilliger actief zijn in de genoemde themadomeinen van het culturele erfgoedveld in Vlaanderen. Ze streven ernaar om de kersverse vzw in de komende maanden binnen de erfgoedsector een breed draagvlak te bezorgen om als intermediaire faciliterende organisatie vanaf 2012 de rol van erkend expertisecentrum voor de genoemde deeldomeinen te kunnen opnemen. Oudgediende organisaties zoals VVIA of SIWE maken geen deel uit van ETWIE. FARO zorgde er ook voor dat ETWIE erkend werd en subsidies kon ontvangen, wat ten nadele ging van SIWE.

Tussen Vlaanderen en Nederland bestaat er goede samenwerking inzake industrieel erfgoed. Zo werden de tijdschriften van Vlaamse en Nederlandse organisaties in 2000 samengesmolten tot het Vlaams-Nederlandse tijdschrift Erfgoed van Industrie en Techniek[8] en vindt jaarlijks een Vlaams-Nederlandse Ontmoetingsdag voor Industriële Archeologie plaats, om de beurt in Vlaanderen en Nederland.

Voor schepen maakt zich in Europees verband sterk de European-Maritime-Heritage[9] en in Nederland de Stichting Federatie Oud Nederlandse Vaartuigen (FONV).[10] In Vlaanderen is er dan Watererfgoed Vlaanderen vzw dat de handschoen opneemt.

De stichtingen ter behoud van industrieel erfgoed stellen dat deze bijzondere artefacten uit onze historische werkomgeving op waardevolle wijze een voorbijgegaan verleden kunnen documenteren.

Lijst van een selectie van monumenten[bewerken]

Nederland[bewerken]

België[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]


Bronnen, noten en/of referenties