Wethouder

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nederlandse politiek
Wapen van Nederland
Grondwet · Statuut
Nederlandse regering
Staten-Generaal
Hoge Raad
Overige Hoge Colleges van Staat
Decentrale overheden
Buitenlands beleid

Portaal  Portaalicoon  Politiek
Portaal  Portaalicoon  Nederland

Een wethouder is een openbaar bestuurder binnen een Nederlandse gemeente.

Beschrijving[bewerken]

De functie van wethouder is enigszins te vergelijken met die van politieke ambtsdragers op landelijk en provinciaal niveau, respectievelijk een minister en een gedeputeerde. Met de burgemeester vormen de wethouders het college van burgemeester en wethouders (vaak college van B&W genaamd), het dagelijks bestuur van de gemeente.

Tezamen met de gemeenteraad vormen zij het gemeentebestuur. De gemeenteraad is ook het politieke orgaan dat na de gemeenteraadsverkiezingen de wethouders kiest. In regel geldt hun verkiezing/benoeming voor een periode van vier jaar, gelijk aan de zittingstermijn van de gemeenteraad.

De functie van wethouder bestaat sinds 1813. Daarvoor kenden steden soms meer dan een burgemeester ondersteund door een aantal schepenen.

Wethouders worden gekozen door de gemeenteraad. Tot 2002 bestond het monistische systeem, dat wil zeggen dat wethouders uit de raad werden gekozen en er ook lid van bleven,[1] daarmee waren zij ook automatisch inwoners van de betreffende gemeente. Sinds 2002 mogen wethouders geen lid meer zijn van de gemeenteraad (zie: Wet dualisering gemeentebestuur) en kunnen zij ook van buiten de gemeenteraad en zelfs van buiten de gemeente worden aangetrokken.

Aantal[bewerken]

Het aantal wethouders hangt in de regel samen met het inwonertal van een gemeente. Een gemeente moet minimaal twee wethouders hebben, maar mag er niet meer hebben dan 20% van het aantal raadsleden (of niet meer dan 25% als een of meer wethouders in deeltijd werken). In praktijk is dat meestal tussen de 2 en 6 (c.q. 8).

Portefeuille[bewerken]

Elke wethouder heeft zijn of haar eigen portefeuille, een term die aangeeft welke beleidsgebieden een wethouder behartigt. Voorbeelden zijn:

  • Financiën, Personeel & Organisatie
  • Ruimtelijke Ordening & Openbare Werken (Grondgebiedzaken)
  • Volkshuisvesting, Milieu
  • Economische Zaken, Toerisme & Evenementen
  • Sociale Zaken, Onderwijs, Welzijn & Sport (Bewonerszaken)

Ook heeft een wethouder veelvuldig overleg met de directeuren van diensten dan wel hoofd van ambtelijke afdeling die (deels) aansluit bij zijn takenpakket/werkvelden.

Taakpakket[bewerken]

Een wethouder is gehouden te werken volgens wat de gemeenteraad kaderstellend dan wel controlerend van hem verlangt. Vaak worden veel voorkomende zaken gedelegeerd door de raad aan het college van B & W, wat deze vervolgens weer mandateert aan het ambtelijk apparaat. Hij dient de raad en de raadscommissies alle inlichtingen te verschaffen die voor een goed bestuur noodzakelijk zijn.

Voor 2002 was een wethouder soms ook nog voorzitter van een functionele raadscommissie(s), dit is sindsdien gewijzigd (wet Dualisering en lokale democratie) Meestal zitten nu raadsleden de raadscommissies voor.

Ondersteuning[bewerken]

Soms heeft de wethouder een eigen staf, te vergelijken met het Kabinet van de Burgemeester, die kan bestaan uit: een (ambtelijk) secretaris/secretaresse, communicatieadviseur, persoonlijk medewerker en/of een (politiek) assistent.

Schepen[bewerken]

In België wordt een wethouder schepen genoemd. In Nederland werd deze term tot 1795 gebruikt in het kader van de schout en de schepenen, die toen het dagelijks bestuur van een gemeente vormden.

Bronnen, noten en/of referenties