Eerste Kamer der Staten-Generaal

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

(Doorverwezen vanaf Eerste Kamer)
Ga naar: navigatie, zoeken
Nederlandse Politiek
Coat of arms of the Netherlands.png

GrondwetStatuut
Nederlandse regering
Staten-Generaal
Hoge Raad
Overige Hoge Colleges van Staat
Decentrale overheden
Buitenlands beleid

De Eerste Kamer der Staten-Generaal vormt, tezamen met de Tweede Kamer, de Staten-Generaal van het Koninkrijk der Nederlanden. De kamer heeft 75 zetels (tot 1956 50 zetels). Vergeleken met de Tweede Kamer heeft de Eerste Kamer of Senaat minder rechten en bevoegdheden. Hun voornaamste bezigheden liggen elders; slechts één dag in de week (op dinsdag) komen ze bijeen om de wetsontwerpen die al door de Tweede Kamer zijn aangenomen nog eens te bespreken. Ze letten daarbij vooral op de technische kanten van het voorstel: de deugdelijkheid van de wet en de samenhang met andere wetten.

Inhoud

[bewerken] Bevoegdheden

In tegenstelling tot de Tweede Kamer heeft de Eerste Kamer geen recht van amendement. Ze kan de wetten die zijn goedgekeurd door de Tweede Kamer niet meer wijzigen, doch slechts goed- of afkeuren. Maar doordat de debatten met de bewindslieden deel uitmaken van de wetsuitleg, kunnen de toezeggingen van de ministers en staatssecretarissen wel gebruikt worden in rechtszaken wanneer deze iets zeggen over de toepassing van de wet. De Kamer kan in praktijk de minister ook dwingen een novelle, een aanvulling / wijziging op het wetsvoorstel, in te dienen bij de Tweede Kamer. De Eerste Kamer stelt de stemming over de wet dan uit tot de Tweede Kamer de novelle heeft goedgekeurd, en de Eerste Kamer over beide kan stemmen. In praktijk is dit dus een wijziging van het wetsvoorstel, hoewel het aan de regering of de Tweede Kamer blijft om die novelle in te dienen.

De Eerste Kamer kan in tegenstelling tot de Tweede Kamer ook geen initiatiefwetsvoorstel indienen.

De Eerste Kamer heeft wel net als de Tweede Kamer het recht op informatie, wat betekent dat de leden Kamervragen kunnen stellen (doch in tegenstelling tot de Tweede Kamer alleen schriftelijke), een debat met de minister kunnen aanvragen, het interpellatierecht, en hierbij moties kunnen indienen. Het recht op informatie betekent ook dat de Kamer een parlementaire enquête kan opstarten - hoewel de Eerste Kamer dit nog nooit heeft gedaan - en het budget van de regering dient goed te keuren. Dit laatste is een belangrijk dwangmiddel om de regering te dwingen te luisteren naar het parlement.

Een motie van afkeuring of wantrouwen kan ook in de Eerste Kamer worden aangenomen. Over de vraag of een motie van wantrouwen ertoe dient te leiden dat de minister aftreedt bestaat nog onenigheid in de literatuur.[1]

[bewerken] Verkiezingen

Anders dan de Tweede Kamer wordt de Eerste Kamer niet rechtstreeks door de Nederlandse bevolking gekozen. De 75 leden worden aangewezen door de leden van alle Provinciale Staten, kort na de verkiezingen voor die provinciale bestuurslichamen.

De leden van de Eerste Kamer worden in getrapte verkiezingen voor vier jaar gekozen door de Provinciale Staten. De Eerste Kamerleden worden dus niet rechtstreeks door de burgers gekozen, en staan daardoor wat verder van de dagelijkse politiek af. Zij voeren dan ook geen verkiezingscampagne. Sinds de Grondwetsherziening in 1983 wordt de Eerste Kamer eens in de vier jaar gekozen. Dit gebeurt binnen drie maanden na de verkiezingen voor Provinciale Staten.

Alle Statenleden stemmen op één van de kandidaten voor de Eerste Kamer. Niet elk Statenlid heeft een even zware stem. Er wordt een 'weging' uitgevoerd waarbij een relatie wordt gelegd met het inwonertal van de provincie. Het inwonertal wordt gedeeld door het honderdvoud van het aantal Statenleden van de provincie. De uitkomst heet de stemwaarde. Zo had de provincie Groningen op 1 januari 2003 573.225 inwoners. Dit aantal wordt gedeeld door 100 × 55 (Statenleden). De uitkomst daarvan is 104.

De op een partij in een provincie uitgebrachte stemmen worden vermenigvuldigd met de stemwaarde. De uitkomst van deze som heet stemcijfer. De zetelverdeling in de Eerste Kamer geschiedt met behulp van de kiesdeler. Deze wordt berekend door de som van de stemcijfers van alle provincies te delen door het aantal beschikbare zetels (75). Voor iedere partij wordt gekeken welk stemcijfer zij in totaal heeft behaald (in feite dus hoeveel stemmen zij heeft gekregen en welke stemwaarde die stemmen hadden). Dat totaal wordt gedeeld door de kiesdeler. De uitkomst van die deling levert het zetelaantal per partij op. Omdat de uitkomst niet altijd een rond getal oplevert, blijven er reststemmen over, die kunnen leiden tot aanwijzing van een restzetel. Deze worden verdeeld aan de hand van een systeem van grootste gemiddelden.

Op woensdag 7 maart 2007 waren er verkiezingen voor de Provinciale Staten.

[bewerken] Geschiedenis

Voor 1848 benoemde de Koning de leden van de Eerste Kamer voor het leven. Pas bij de grondwetsherziening van 1848 werd bepaald dat de Provinciale Staten de leden zouden kiezen.

Tot 1983 was de zittingsduur niet vier maar zes jaar, en werd elke drie jaar de helft van de leden door de helft van de provincies gekozen.

[bewerken] Voorzitter

De senatoren kiezen voor de duur van een zittingsperiode een voorzitter uit hun midden. Vanaf 6 oktober 2009 is dit René van der Linden, die Yvonne Timmerman-Buck opvolgde omdat zij benoemd werd bij de Raad van State.

1rightarrow.png Zie ook: Lijst van voorzitters van de Eerste Kamer

[bewerken] Leden

Samenstelling Eerste Kamer vanaf 12 juni 2007

Vanaf 12 juni 2007 is de samenstelling van de Eerste Kamer aldus:

CDA 21 zetels
VVD 14 zetels
PvdA 14 zetels
SP 12 zetels
ChristenUnie 4 zetels
GroenLinks 4 zetels
SGP 2 zetels
D66 2 zetels
PvdD 1 zetel
OSF 1 zetel

Voor de historische samenstelling van de Eerste Kamer, zie Historische zetelverdeling Eerste Kamer.
Voor de huidige samenstelling van de Eerste Kamer, zie Huidige samenstelling Eerste Kamer.

[bewerken] Griffier

De Eerste Kamer benoemt een griffier. Deze geeft leiding aan het ambtelijk apparaat dat de Kamer ten dienste staat. Sinds 1 september 2006 is dat Geert Jan Hamilton.

1rightarrow.png Zie ook: Lijst van griffiers van de Eerste Kamer

[bewerken] Tegenstanders van de Eerste Kamer

Verschillende partijen in de Nederlandse parlementaire geschiedenis hebben gepleit voor het opheffen van de Eerste Kamer. Voor de Tweede Wereldoorlog was de Bond van Christen-Socialisten hier voorstander van, tegenwoordig de SP,[2] GroenLinks,[3] D66,[4] en de PVV.[5]

[bewerken] Zie ook

[bewerken] Noten

  1. Het proefschrift van mr. Frank de Vries 'De staatsrechtelijke positie van de Eerste Kamer' (handelseditie uitgegeven mei 2000) verdedigt de stelling dat de vertrouwensregel ook geldt t.a.v. de Eerste Kamer. Dit geldt eveneens voor de 15e druk van het Handboek van het Nederlandse staatsrecht van Van der Pot (laatstelijk bewerkt door prof. mr. D.J. Elzinga en prof. mr. R. de Lange, met medewerking van mr. H.G. Hoogers). De 14e druk (toen nog Van der Pot/Donner geheten) verdedigde de stelling dat de vertrouwensregel niet geldt t.a.v. de Eerste Kamer.
  2. "‘Wij zijn voor een zo helder mogelijk parlementair stelsel – en daarom voor een eenkamerstelsel’, stelt Tiny Kox, de voorman van de SP in de senaat." Uit: De Kamer die zich niet laat opheffen, de Volkskrant, 7 maart 2007. Geraadpleegd op 7 december 2009.
  3. "GroenLinks staat overigens kritisch ten opzichte van de Eerste Kamer zelf. Per saldo zou er weinig aan verloren gaan als de senaat zou worden opgeheven." Van: eerstekamer.groenlinks.nl, geraadpleegd op 19 november 2009.
  4. Eerste Kamer afschaffen. Van: D66.nl, geraadpleegd op 7 december 2009.
  5. "Afschaffen Eerste Kamer". Uit: Verkiezingspamflet, PVV.nl, geraadpleegd op 7 december 2009.

[bewerken] Externe links

Persoonlijke instellingen