Kabinet-Balkenende III

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kabinet-Balkenende III
ZetelsBalkenendeIII.svg
Coalitie CDA, VVD
Zeteltal TK 44 + 27 = 71
Premier Jan Peter Balkenende
Beëdiging 7 juli 2006
Demissionair 22 november 2006
Ontslagdatum 22 februari 2007
Voorganger Balkenende II
Opvolger Balkenende IV
Overzicht kabinetten
Portaal  Portaalicoon   Politiek

Het kabinet-Balkenende III werd beëdigd op 7 juli 2006 na een crisis in en het daaropvolgende ontslag van het kabinet-Balkenende II. Dit minderheidskabinet bestaande uit het Christen-Democratisch Appèl (CDA) en de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie (VVD) werd onderhandeld door voormalig minister-president Ruud Lubbers. De belangrijkste taken voor dit rompkabinet was het voorbereiden van de vervroegde verkiezingen op 22 november 2006 en van de begroting van 2007. Op 22 februari 2007 werd het kabinet opgevolgd door het kabinet-Balkenende IV, bestaande uit het Christen-Democratisch Appèl (CDA), de Partij van de Arbeid (PvdA) en de ChristenUnie (CU).

Hoewel slechts een minderheid van de leden van de Tweede Kamer werd vertegenwoordigd in het kabinet, had het kabinet alle macht om wetten voor te stellen, die elk een meerderheid nodig hadden in het parlement. De partijen van het derde kabinet-Balkenende hadden wel een meerderheid (38 zetels tegenover 37 zetels) in de Eerste Kamer.

Minderheidskabinetten zijn zeldzaam in de Nederlandse politiek: het vorige minderheidskabinet was het kabinet-Van Agt III en het eerstvolgende was het eerste kabinet van Mark Rutte.

Kabinetsformatie[bewerken]

De kabinetsformatie verliep als volgt:

Samenstelling[bewerken]

Het kabinet bestond uit de volgende ministers en staatssecretarissen:

Groepsfoto.

Ministers[bewerken]

  Ministerschap Minister Partij Opmerking(en)
Balkenende Dutch politician kabinet Balkenende IV.jpg Minister-President en Minister van Algemene Zaken Jan Peter Balkenende CDA
Gerrit Zalm 2006.jpg Vicepremier en Minister van Financiën Gerrit Zalm VVD
Bernardbot cropped.jpg Minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot CDA
Agnes van Ardenne.jpg Minister voor Ontwikkelingssamenwerking Agnes van Ardenne CDA
Donner Dutch politician kabinet Balkenende IV.jpg
Hirsch Ballin Dutch politician kabinet Balkenende IV.jpg
Minister van Justitie Piet Hein Donner CDA afgetreden 21 september 2006
Ernst Hirsch Ballin CDA vanaf 22 september 2006 (vanaf 13 december incl. Vreemdelingenzaken)
Rita Verdonk.jpg Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie Rita Verdonk VVD tot 13 december 2006
Rita Verdonk.jpg Minister voor Integratie, Jeugdbescherming, Preventie en Reclassering Rita Verdonk VVD vanaf 13 december 2006
JRemkes.jpg Minister van Binnenlandse Zaken Johan Remkes VVD
Atzo.jpg Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties Atzo Nicolaï VVD
VanderHoeven Dutch politician kabinet Balkenende IV.jpg Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap(pen) Maria van der Hoeven CDA
Kamp cropped.jpg Minister van Defensie Henk Kamp VVD
SDekker.jpg
Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer: Sybilla Dekker VVD afgetreden 21 september 2006
Pieter Winsemius VVD vanaf 26 september 2006
Karla Peijs.jpg Minister van Verkeer en Waterstaat Karla Peijs CDA
Joop Wijn Minister EZ.jpg Minister van Economische Zaken Joop Wijn CDA
Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit Cees Veerman CDA
AardJandeGeus.jpg Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Aart Jan de Geus CDA
HHoogervorst.jpg Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Hans Hoogervorst VVD

Staatssecretarissen[bewerken]

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap(pen) Bruno Bruins VVD
Defensie Cees van der Knaap CDA
Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer Pieter van Geel CDA
Verkeer en Waterstaat Melanie Schultz van Haegen VVD
Economische Zaken Karien van Gennip CDA
Sociale Zaken en Werkgelegenheid Henk van Hoof VVD
Volksgezondheid, Welzijn en Sport Clémence Ross-van Dorp CDA

Verloop[bewerken]

De twee voornaamste taken van dit kabinet waren

Voormalig staatssecretaris Joop Wijn van Financiën werd in het nieuwe kabinet de nieuwe minister van Economische Zaken, als opvolger van de D66'er Laurens Jan Brinkhorst. Minister Alexander Pechtold (Bestuurlijke Vernieuwing) werd opgevolgd door Atzo Nicolaï, tot dan toe staatssecretaris van Europese zaken.

Een groot deel van de oppositie van de Tweede Kamer was geen voorstander van dit minderheidskabinet dat moest regeren met - afhankelijk van het onderwerp - de steun van de LPF, ChristenUnie en de SGP; voor het belastingplan kon het kabinet Balkenende III ook, ironisch, rekenen op de steun van D66. Het kabinet-Colijn V, ook een minderheidskabinet, werd al bij zijn eerste optreden door de Kamer weggestemd. Dat kabinet was echter gevormd zonder dat de oppositiepartijen (die dus de meerderheid vormden) geraadpleegd waren.

D66-fractievoorzitter Lousewies van der Laan kondigde op de dag van benoeming van de formateur van dit kabinet aan te overwegen tijdens het debat over de regeringsverklaring een motie van wantrouwen in te dienen tegen het nieuwe minderheidskabinet. Zij wilde dat doen om duidelijk te maken dat zij een kabinet met Rita Verdonk als minister niet aanvaardbaar vond. In het openingsdebat omtrent de regeringsverklaring werd deze dreiging echter niet in praktijk gebracht.

Op 21 september 2006, ruim twee maanden na de start van de regeringsperiode, werd het eindrapport van de Onderzoeksraad Voor Veiligheid over de Brand in het cellencomplex van Schiphol bekendgemaakt. Naar aanleiding hiervan maakten de ministers Donner (Justitie) en Dekker (VROM) bekend aan de Koningin te verzoeken hun ontslag te verlenen. Op 22 september 2006 werd bekend dat hun opvolgers respectievelijk Ernst Hirsch Ballin en Pieter Winsemius werden.

Op 13 december dreigde voor Balkenende III een crisis na een aangenomen motie van afkeuring tegen minister Rita Verdonk (Vreemdelingenzaken) wegens haar weigering om een meerderheidsbesluit van de Tweede Kamer uit te voeren. VVD-fractievoorzitter Mark Rutte had al voor de stemming gedreigd met het opstappen van de VVD-ministers in het geval een dergelijke motie aangenomen zou worden.[1] Na lang kabinetsberaad werd besloten dat de VVD in het belang van het land in de regering zou blijven, en dat de portefeuille vreemdelingenzaken onder verantwoordelijkheid van minister Hirsch Ballin zou komen te vallen.

Ontslagaanvraag[bewerken]

Het kabinet bood op 22 november 2006 zijn ontslag aan, zoals gebruikelijk bij de ontbinding van de Tweede Kamer als gevolg van nieuwe verkiezingen, en werd zodoende demissionair. Het ontslag werd verleend op 22 februari 2007, toen het kabinet-Balkenende IV in functie trad.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties