Eduard Bomhoff

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Eduard Bomhoff
Eduard-bomhoff-1350273015.jpg
Algemene informatie
Naam Eduard Jan Bomhoff
Geboren 30 september 1944 in Amsterdam
Partij PvdA (1972-2002)
LPF (2002)
Titulatuur dr.
Politieke functies
2002 Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
2002 Vicepremier
Parlement & Politiek - biografie
Portaal  Portaalicoon   Politiek
Nederland

Eduard Jan Bomhoff (Amsterdam, 30 september 1944) is een Nederlandse econoom en hoogleraar die minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport was in het eerste kabinet Balkenende.

Biografie[bewerken]

Bomhoff volgde het Vossius Gymnasium te Amsterdam en later het Stedelijk Gymnasium Leiden, waar hij in 1962 het diploma gymnasium β behaalde en een jaar later ook het diploma gymnasium α. Na een universitaire studie wiskunde te Leiden promoveerde hij tot doctor in de economie en ging monetaire economie doceren aan de Nederlandse Economische Hogeschool. Na van 1981 tot 1994 hoogleraar in de monetaire economie geweest te zijn aan datzelfde instituut (inmiddels Erasmus Universiteit geheten), werd hij achtereenvolgens directeur van de Rochester Erasmus Executive MBA-opleiding (1986 - 1989) en hoogleraar financiële economie aan de Universiteit Nyenrode (1994 - juli 2002). In 1995 richtte hij het onderzoekinstituut NYFER op, als antwoord op het Centraal Planbureau, dat naar zijn idee te strakke rekenmodellen hanteerde. Sinds 1989 tot aan zijn ministerschap was hij als columnist verbonden aan het NRC Handelsblad.

Als columnist uitte hij zich herhaaldelijk kritisch over zijn eigen toenmalige partij (de PvdA), en over de kloof tussen kader en achterban van deze partij. Hij constateerde een "misplaatste visie op de samenleving" waarbij een "overtuigende vertaling van de idealen van de partij" ontbrak: aan de ene kant was er een beginselprogram dat opriep tot solidariteit met de derde wereld en met de achtergestelde landgenoten; anderzijds waren er ministers en Kamerleden die "in de geheimtaal van de insiders" spraken over "bestendiging in de verhouding actieven-niet actieven".[1]

Op 22 juli 2002 werd Bomhoff als niet-lid van de Tweede Kamer aangetrokken als vicepremier en minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van Kabinet-Balkenende I voor de Lijst Pim Fortuyn. Dit was een opmerkelijke stap omdat hij tot 2002 lid was van de PvdA en als PvdA-econoom bekendstond. In zijn boek Blinde Ambitie (Uitgeverij Balans 2002) schreef hij dat hij Pim Fortuyn langer had gekend dan bijna alle andere LPF-leden en Fortuyn had bewonderd om zijn kritiek op het Nederlandse regentendom. Ook voelde Bomhoff een speciale verbintenis met Fortuyn omdat Jan Nagel van Leefbaar Nederland hem in 2001 de positie als lijsttrekker had aangeboden waarmee Pim Fortuyn later in de landelijke politiek trad. Zowel in zijn functie van directeur van NYFER als in zijn columns in het NRC had hij meermaals gepleit voor een miljardeninvestering in volksgezondheid. Als minister kreeg hij de verantwoordelijkheid voor die sector. In september 2002 moest hij het dreigement van aftreden hanteren om een aanzienlijk hoger budget te beschermen in de rijksbegroting voor 2003. In de troonrede van Prinsjesdag 2002 zei Koningin Beatrix voor het eerst dat de regering een "recht op zorg" erkende. Dat was de aanzet tot de afbouw van de wachtlijsten in de zorg. Bomhoff maakte daarmee als minister een begin door de operaties voor staar, knieën en heupen vrij te geven zodat ziekenhuizen en klinieken meer patiënten konden helpen.

In het kabinet kwam Bomhoff in conflict met minister van Economische Zaken Herman Heinsbroek, toen Heinsbroek openbaar kritiek uitte op Bomhoff's rol als vicepremier en met journalisten sprak over een mogelijke nieuwe politieke partij onder Heinsbroek's leiding. In "Buitenhof" van 13 oktober 2002 beweerde VVD-leider Zalm dat Heinsbroek en Bomhoff "elkaars bloed wel konden drinken" en stookte met dat beeld de andere LPF-bewindslieden op om zowel Bomhoff als Heinsbroek te laten vervangen. Bomhoff waarschuwde zijn collega's dat zo'n actie zou leiden tot de val van het kabinet en tot nieuwe verkiezingen. Minister Roelf de Boer en zijn medestanders bleven echter geloven in de toezegging van Zalm en drongen aan op het vertrek van Heinsbroek en Bomhoff. In interviews beweerden zij later dat het overleg tussen de LPF-ministers onwerkzaam was geworden door Bomhoff's poging om een vergadering binnen de LPF die volgens hem te lang duurde af te breken door in zijn handen te klappen en -later- door met een tafelbel te rinkelen. Op 16 oktober 2002 traden eerst Bomhoff en vervolgens Heinsbroek uit het kabinet (de dag na de begrafenis van Prins Claus). Dezelfde middag nog werd, als gevolg van de LPF-crisis, het aftreden van het voltallige kabinet bekendgemaakt.

Het boek Blinde Ambitie dat Bomhoff schreef over zijn tijd in de regering werd door premier Balkenende direct aangemerkt als controversieel omdat Bomhoff schreef over vergaderingen van de ministerraad en daarmee het "geheim van het Kabinet" schond. Vooral opmerkelijk was daarbij de door Gerhard Schröder tegenover Jan Peter Balkenende geuite bedreiging: "Als Nederland dwarsligt over de toelating van Polen, kijken we jullie honderd jaar niet meer aan".[2] Mede door het dreigement van een gerechtelijk onderzoek werd Bomhoff's boek een bestseller en verkocht hij meer dan 30.000 exemplaren. In de zomer van 2003 liet Balkenende bekend maken dat er nooit een onderzoek was gekomen naar de vraag of Bomhoff de regels had overtreden. "Blinde Ambitie" bleef het enige gedetailleerde boek over het kabinet Balkenende I.

Na zijn politieke carrière werd Bomhoff in 2003 opnieuw hoogleraar (in macro-economie) maar dan aan de Universiteit van Bahrein waar hij tot januari 2004 werkte. Momenteel is hij hoogleraar economie aan Monash University in Melbourne en doceert hij aan de campus in Kuala Lumpur, Maleisië. Hij is 'principal investigator' voor het World Values Survey en publiceert daarover in tal van wetenschappelijke tijdschriften.

Externe link[bewerken]

Voorganger:
E. Borst-Eilers
Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
22 juli 2002-16 oktober 2002
Opvolger:
A.J. de Geus
Voorganger:
A. Jorritsma en E. Borst
Vicepremier
22 juli 2002-16 oktober 2002
Opvolger:
R.J. de Boer
Bronnen, noten en/of referenties
  1. Eduard Bomhoff "PvdA heeft misplaatste visie op samenleving", in NRC Handelsblad, 17 april 1991, pag. 9
  2. Nova artikel: Bomhoff klapt uit de school