Hof van Justitie (Europese Unie)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zetel van het Hof

Het Hof van Justitie verzekert de eerbiediging van het recht bij de uitlegging en toepassing van de Europese verdragen. Het is de hoogste rechterlijke instelling van de Europese Unie en maakt samen met het Gerecht en het Gerecht voor ambtenarenzaken van de Europese Unie deel uit van het Hof van Justitie van de Europese Unie.

Als gerechtelijke instelling van de Europese Unie voorkomt het Hof dat iedereen het Gemeenschapsrecht naar eigen inzicht uitlegt en toepast. Het zorgt er dus voor dat het recht hetzelfde blijft voor iedereen onder alle omstandigheden.

Zetel en samenstelling[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie lijst van leden van het Europese Hof van Justitie voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Het Hof van Justitie zetelt in de stad Luxemburg.

Volgens artikel 19 VEU bestaat het Hof van Justitie minstens één rechter per lidstaat. Het Hof wordt bijgestaan door negen advocaten-generaal, die in het openbaar in volkomen onpartijdigheid gefundeerde conclusies presenteren over zaken die aan het Hof zijn voorgelegd.

Overeenkomstig artikel 253 VwEU worden de rechters en advocaten-generaal in onderlinge overeenstemming benoemd door de regeringen van de lidstaten voor een ambtsperiode van zes jaar. Zij zijn herbenoembaar, waarbij om de drie jaar een gedeeltelijke vervanging plaatsvindt. Het betreft hoge magistraten of gerenommeerde rechtsgeleerden die alle waarborgen van onafhankelijkheid bieden.

Uit de leden van het Hof en het Gerecht wordt een president gekozen voor de duur van drie jaar.

Taken[bewerken]

Om de eerbiediging van het recht te verzekeren bij de uitlegging en toepassing van de verdragen, beschikt het Hof overeenkomstig artikel 19 VwEU over uitgebreide juridische bevoegdheden die worden toegepast in het kader van de verschillende soorten beroep waarin het een uitspraak moet doen. Het gaat met name om de volgende soorten beroep:

  • prejudiciële verwijzing;
  • beroep wegens niet-nakoming;
  • beroep tot nietigverklaring;
  • beroep wegens nalatigheid.

De prejudiciële verwijzing[bewerken]

Om een effectieve realisatie van het Gemeenschapsrecht te garanderen en te voorkomen dat de nationale rechtbanken dit recht naar eigen inzicht uitleggen, is er door middel van de verdragen een procedure voor prejudiciële verwijzing in het leven geroepen waarmee de samenwerking tussen het Hof van Justitie en de nationale rechtbanken is geïnstitutionaliseerd, zonder dat er sprake is van een hiërarchische verhouding.

Dus bij zaken die onder het Gemeenschapsrecht vallen kunnen - en in sommige gevallen moeten - de nationale rechters zich met vragen tot het Hof wenden als er twijfel bestaat over de uitlegging of validiteit van dit recht.

Met de prejudiciële verwijzing wordt duidelijk benadrukt dat ook de nationale rechtbanken hoeders van het Gemeenschapsrecht zijn. Daarom is het communautaire rechtsstelsel gebaseerd op een vruchtbare samenwerking tussen communautaire rechters en nationale rechters.

Het beroep wegens niet-nakoming[bewerken]

Hiermee kan het Hof toetsen of lidstaten de verplichtingen nakomen die hun door het Gemeenschapsrecht zijn opgelegd. Deze procedure kan ook worden ingeleid door de Europese Commissie (in de meeste gevallen) of een lidstaat. Als de overtreding is geconstateerd, is de lidstaat verplicht om hieraan onmiddellijk een einde te maken.

Het beroep tot nietigverklaring[bewerken]

Overeenkomstig artikel 263 VwEU kunnen de lidstaten, de Raad, de Europese Commissie en onder bepaalde voorwaarden het Europees Parlement een beroep tot nietigverklaring instellen tegen een Verordening (EG), een Richtlijn of een Besluit wegens onbevoegdheid, schending van wezenlijke vormvoorschriften, schending van de Verdragen of van enige uitvoeringsregeling daarvan, dan wel wegens misbruik van bevoegdheid. Particulieren (natuurlijke of rechtspersonen) kunnen dergelijk beroep niet instellen, behalve wanneer het handelingen betreft die tot hen gericht zijn of dien hen rechtstreeks en individueel raken, of indien het handelt om regelgevingshandelingen die hen rechtstreeks raken en die geen uitvoeringshandelingen met zich meebrengen. Particulieren dienen dit beroep echter in te stellen bij het Gerecht en niet bij het Hof van Justitie. Voor lidstaten is ofwel het Hof van Justitie, ofwel het Gerecht bevoegd, afhankelijk van de aard van de norm die wordt aangevochten.

Het beroep tot vernietiging moet worden ingesteld binnen de twee maanden (i) na de bekendmaking van de handeling, (ii) na de kennisgeving aan de verzoeker of (iii) na de dag waarop de verzoeker van de handeling kennis heeft gekregen.

Wanneer het Hof van Justitie overgaat tot vernietiging, wordt de Verordening, de Richtlijn of het Besluit met terugwerkende kracht vernietigd. Het Hof van Justitie kan echter beslissen dat bepaalde gevolgen van de Verordening gehandhaafd blijven. Het orgaan dat de vernietigde handeling heeft gesteld is verplicht de maatregelen te nemen die nodig zijn voor de uitvoering van het arrest van het Hof van Justitie.

Het beroep wegens nalatigheid[bewerken]

Volgens artikel 265 VwEU kunnen de lidstaten en de overige instellingen van de Europese Unie zich wenden tot het Hof van Justitie indien het Europees Parlement, de Europese Raad, de Raad, de Europese Commissie of de Europese Centrale Bank nalaten een besluit te nemen. Dit beroep is echter slechts ontvankelijk indien de betrokken instelling, het betrokken orgaan of de betrokken instantie vooraf tot handelen is uitgenodigd. Ook particulieren (natuurlijke en rechtspersonen) kunnen onder dezelfde voorwaarden een dergelijk beroep instellen, tenzij de handeling een advies of aanbeveling betreft.

Organisatie van de werkzaamheden[bewerken]

De zaken worden ter griffie geregistreerd en onder de rechters verdeeld. Elk dossier wordt gevolgd door een specifieke rechter en advocaat-generaal.

Als een rechter is aangewezen als rechter-rapporteur, moet deze een rapport ter terechtzitting opstellen waarin een samenvatting wordt gegeven van het juridisch kader van de zaak en de opmerkingen van de partijen die tijdens de eerste, schriftelijke fase van de procedure aanwezig zijn. In het licht van de conclusies van de advocaat-generaal die voor de zaak is aangewezen, formuleert de rechter-rapporteur ook een voorlopig arrest dat ter beoordeling aan de overige leden van het Hof wordt voorgelegd.

Vervolgens doorloopt de procedure voor het Hof een schriftelijke en een mondelinge fase. Tijdens de schriftelijke procedure worden memories tussen de partijen uitgewisseld en het verslag door de rechter-rapporteur of overheid opgesteld. Gedurende de openbare hoorzitting worden de advocaten van de partijen verzocht om hun pleidooi voor de rechters en de advocaat-generaal te houden, die hun vragen kunnen stellen. Vervolgens zet de advocaat-generaal zijn conclusies uiteen, waarna de rechters beraadslagen en uitspraak doen.

In principe komt het Hof bijeen in plenaire zitting, maar kan Kamers oprichten die uit drie of vijf rechters van het Hof bestaan, afhankelijk van het belang of de complexiteit van de zaken. De arresten van het Hof worden bij meerderheid van stemmen genomen en tijdens een openbare hoorzitting wordt uitspraak gedaan. De arresten worden ondertekend door alle rechters die aan de beraadslaging hebben deelgenomen, ook als ze een afwijkende mening hebben.

Op administratief vlak werven de rechters hun medewerkers rechtstreeks aan om hun kabinetten te vormen. Deze bestaan uit drie referendarissen voor het Hof en twee referendarissen voor het Gerecht van eerste aanleg. De referendarissen ondersteunen de rechters bij het opstellen van de verslagen en voorlopige arresten.

De administratieve diensten van het Hof staan onder leiding van de griffier, die ook is belast met de procedurele follow-up van zaken.

Externe link(s)[bewerken]


Bronnen, noten en/of referenties
  • Een deel van de tekst op deze pagina of een eerdere versie daarvan is afkomstig van de website van de Europese Unie