Arrest Chaussures Bally
| Chaussures Bally | ||
| Datum | 25 mei 1993 | |
| Partijen | Chaussures Bally SA tegen Belgische staat | |
| Zaak | C-18/92 [1] | |
| Instantie | Europees Hof van Justitie | |
| Adv-gen | C. Gulmann [2] | |
| Soort zaak | belasting/EG | |
| Procedure | prejudiciële vraag uit België | |
| Procestaal | Frans | |
| Regelgeving | EEG-verdrag; Zesde btw-richtlijn[3], art. 11, deel A, lid 1, sub a | |
| Onderwerp | Zesde btw-richtlijn, maatstaf van heffing | |
| Vindplaats | Jurispr. 1993, p. I-02871; EUR-Lex 61992J0018 | |
Het arrest Chaussures Bally / België is een uitspraak van het Europees Hof van Justitie van 25 mei 1993 (zaak C-18/92), inzake de maatstaf van de btw-heffing bij betaling met een creditcard, in verband met de commissie die dan wordt ingehouden.
Inhoud |
[bewerken] Zesde btw-richtlijn
|
Richtlijn 77/388/EEG van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting – Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag (PB 1977, L 145, blz. 1)[3] |
[bewerken] Casus en procesverloop
|
3. Uit de verwijzingsbeschikking blijkt, dat de klanten van Bally[4], die schoenen verkoopt voorzien van het merk van dezelfde naam, de prijs van hun aankopen hetzij contant, hetzij met een cheque dan wel door middel van een kredietkaart betalen. Voor het laatste geval is Bally met diverse instellingen die kredietkaarten uitgeven, in overeenkomsten getreden die bepalen, dat wanneer een klant-kaarthouder een goed koopt onder gebruikmaking van genoemde kaart, de emittent van de kaart aan de leverancier van het goed de prijs van dit goed vergoedt, na op de betalingen een commissie, in de regel in de orde van grootte van 5%, te hebben ingehouden. 4. Bally, die onderworpen is aan de BTW volgens artikel 4 van het Belgische BTW-Wetboek, twijfelde over de vraag of zij belastingplichtig was over het nettobedrag dat zij van de emittenten van kredietkaarten ontvangt, na aftrek van de door deze ingehouden commissie, of over het brutobedrag, te weten de prijs van het goed vóór aftrek van bedoelde commissie. 5. Nadat zij dit bedrag onder voorbehoud van recht had voldaan en met ingang van het jaar 1989 de BTW was gaan betalen over het brutobedrag, heeft Bally beroep ingesteld bij de Rechtbank van eerste aanleg te Brussel, de teruggave vorderende van alle, naar haar mening, op onwettige wijze in het kader van de BTW-heffing geïnde bedragen, vermeerderd met wettelijke renten alsook schadevergoeding. |
Deze rechter heeft het Hof verzocht om een prejudiciële beslissing.
[bewerken] Rechtsvraag
Moet bij een creditcard-betaling de af te dragen btw worden berekend over het brutobedrag (inclusief commissie) of over het nettobedrag (exclusief commmissie)?
[bewerken] Uitspraak Hof
De verkoper dient btw af te dragen over de volle 100% van de verkoopprijs.
[bewerken] Tot besluit
Het maakt verschil als de creditcard-maatschappij, anders dan in België, geen btw-vrijstelling heeft voor de ontvangen commissies.
| Referenties |