Bosman-arrest

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Bosman-arrest
Datum 15 december 1995
Partijen Belgische voetbalbond + UEFA / Jean-Marc Bosman
Zaak   C-415/93 [1]
Instantie Europees Hof van Justitie
Adv.-gen. C.O. Lenz [2]
Procedure prejudiciële vraag uit België
Procestaal Frans
Regelgeving   art. 48 [3] EEG-verdrag
Onderwerp   vrije verkeer van diensten
Vindplaats   Jurispr. 1995, p. 4921; EUR-Lex 61993CJ0415; NJ 1996, 637; LJN AD2444

Het Bosman-arrest is een belangrijke uitspraak van het Europese Hof van Justitie van 15 december 1995 (zaak C-415/93; NJ 1996, 637), inzake de transfersom van de Belgische voetballer Jean-Marc Bosman, die in 1990 zijn vrijheid opeiste nadat zijn contract bij Club Luik afgelopen was. Vóór het Bosman-arrest was het zo dat, ook al was het contract uitgediend, de oude club bij het aangaan van een overeenkomst met een andere club nog een transfersom kon eisen.

Voorgeschiedenis[bewerken]

Bosman speelde bij Club Luik, dat destijds speelde in de Belgische Eerste Klasse. Na afloop van zijn contract, in de zomer van 1990, wilde hij gaan spelen bij USL Dunkerque. Door een hoge transfersom te vragen werd zijn transfer verhinderd, zo betoogde Bosman. Hij klaagde de Belgische voetbalbond aan, stellend dat de transferregels en nationaliteitsregels in het voetbal strijdig waren met het Verdrag van Rome betreffende de mededinging en het vrije verkeer van werknemers. De Belgische rechter schorste het geding en verzocht het Hof van Justitie om een prejudiciële beslissing.

Bosman leefde jarenlang van weinig geld en werd door voetbalorganisaties onder druk gezet om de zaak in te trekken.

Rechtsvragen[bewerken]

  • Zijn transfersommen na het aflopen van een contract in strijd met artikel 48 EEG-verdrag? (Ja.)
  • Zijn nationaliteitsclausules in strijd met artikel 48 EEG-verdrag (thans: artikel 45 van het Werkingsverdrag van de Europese Unie)? (Ja.)
  • Krijgt het arrest van het Hof terugwerkende kracht? (Neen.)

Uitspraak[bewerken]

Het Hof deed op 15 december 1995 een uitspraak die ook inhield dat de ingangsdatum terstond was. Het Hof stelde Bosman in het gelijk; voor spelers van wie het contract afgelopen was, kon niet langer een transfersom gevraagd worden en beperkingen van het aantal buitenlandse spelers werden opgeheven voor zover het spelers uit EU-landen betrof. De Europese Commissie maakte duidelijk dat zij de uitspraak niet zou beperken. Ook deed het Hof de uitspraak dat buitenlandse spelers die niet in het bezit zijn van een geldige verblijfsvergunning, in strijd zijn met het Verdrag van Rome.

Gevolgen[bewerken]

Deze uitspraak van het Hof had verstrekkende gevolgen. De machtspositie van spelers ten opzichte van clubs werd versterkt. Bovendien hoefden er minder transfersommen betaald te worden. Het aantal transfers en de salarissen stegen daardoor fors. Daarnaast nam bij veel clubs het aantal buitenlandse spelers toe, doordat het niet meer aan een maximum gebonden was. Doordat het voor spelers makkelijker werd om van club te wisselen na afloop van het contract, blijven spelers sindsdien minder lang voor dezelfde club spelen. Logisch gevolg hiervan was dat clubs hun spelers langer gingen contracteren.

Trivia[bewerken]

  • Het is een uitzonderlijk lang arrest met 148 rechterlijke overwegingen (genummerd).
  • In het arrest Defrenne/Sabena II heeft het Hof zich voor het eerst bevoegd geacht om de terugwerkende kracht van een prejudicieel uitleggingsarrest te beperken tot de betrokken procespartijen (tenzij men voor de datum van de uitspraak al een soortgelijke rechtsvordering had ingesteld). Ook in het Bosman-arrest is bepaald dat de uitspraak geen terugwerkende kracht heeft voor anderen. Dit is zeer uitzonderlijk.[4]

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties