Tunnel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Icoontje doorverwijspagina Zie Tunnel (doorverwijspagina) voor andere betekenissen van Tunnel.
Burgholztunnel in Wuppertal
Constructie van een riviertunnel (illustratie: Peter Welleman)
Amfibieëntunnel
Rit door een autotunnel
Belgisch verkeersbord F8 - Tunnel - Koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.[1]

Een tunnel is een kunstmatig aangelegde onderdoorgang om tussen twee punten transport, passage of communicatie mogelijk te maken. Een korte tunnel wordt soms Dive-under genoemd.

In Nederland is de Tunnelwet (voluit: de Wet aanvullende regels veiligheid wegtunnels, Warvw) van toepassing op tunnels die langer zijn dan 250 meter.[2]

Beschrijving[bewerken]

Veel tunnels worden aangelegd voor het transport om een barrière te passeren: een berg, een waterweg, een autoweg of een spoorweg. In veel gevallen voorziet een tunnel dus in een ongelijkvloerse kruising. Voor zover een gelijkvloerse kruising, waaronder een spoorwegovergang, ook mogelijk zou zijn heeft een ongelijkvloerse kruising als voordelen veiligheid en gemak/tijdwinst. Vergeleken met een vaste brug is het voordeel dat er geen hoogtebeperking is voor het kruisende verkeer, vergeleken met een beweegbare brug is het voordeel gemak/tijdwinst voor beide verkeersstromen. Tunnels worden daar gebouwd waar het terrein geen andere keuze laat, om het scheepvaartverkeer niet te verstoren (tunnel in plaats van brug), om de veiligheid te bevorderen, om tijdwinst te boeken (tunnel in plaats van bergpas of veerboot) en om omgevingshinder van infrastructuur te verminderen, zoals geluidshinder of uit economische overwegingen of planologische overwegingen. In de slappe Nederlandse bodem is het aanleggen van een tunnel zeer kostbaar maar vormt het veelal een innovatieve en technologische uitdaging.

Tunnels worden in de regel gebruikt door het weg- of spoorwegverkeer en door metro's. Er zijn ook kleinere fietsers- en voetgangerstunnels en enkele waterwegen voeren door tunnels. Ook zijn er tunnels speciaal voor dieren, zoals een amfibieëntunnel.

Ook worden tunnels gebouwd die speciaal bedoeld zijn voor kabels en leidingen, luchtverversing, afvoer van afvalstoffen. Voor de verbinding van ecologische zones worden wildtunnels aangelegd waar dieren de mogelijkheid hebben om bijvoorbeeld een autoweg zonder risico te passeren. Bij verticale tunnels spreekt men van een schacht.

In de Alpen wordt onderscheid gemaakt tussen een Scheiteltunnel en een Basistunnel. Een Scheiteltunnel, vrij vertaald top- of kruintunnel, is een tunnel onder het hoogste punt van een bergpas door. Onder andere de Sustenpas en de Tendapas hebben een dergelijke tunnel onder de pashoogte. Een Basistunnel loopt onder de gehele berg door, is dus langer, maar heeft niet de (steile) opritten van een Scheiteltunnel.

In Rusland en andere ex-Sovjet-Unie landen zijn de voetgangerstunneltjes onder de drukke straten (подземный переход, vrij vertaald: "ondergrondse zebrapad") heel talrijk.

De eerste tunnel onder een bevaarbare waterweg was de Thames Tunnel in Londen die in 1843 geopend werd.

Soorten tunnels[bewerken]

Indeling naar bouwwijze[bewerken]

Tunnels kunnen op verschillende manieren worden gebouwd. We onderscheiden onder meer:

  • Afgezonken tunnel - door het afzinken van prefab-elementen ontstaat er een tunnelbuis;
  • Geboorde tunnel - door het graven met een boormachine ontstaat de tunnelbuis;
  • Microtunneling - methode waarbij prefab-tunnelelementen hydraulisch in een door een micro-TBM geboord gat geduwd worden;
  • Openbouwputtunnel - door het graven van een sleuf, die de bouwput is, en door hierin een tunnel te bouwen ontstaat de tunnelbuis;
  • V-polder - twee damwanden worden schuin naar elkaar toe geheid waardoor een afgesloten driehoek ontstaat;
  • TOMAS - een tunnelboormachine die de tunnelbuis vlak onder het maaiveld aanlegt;
  • Wanden-dakmethode - gelijk aan de openbouwputmethode, alleen wordt hier het maaiveld op het dak van de tunnel vroeg in het bouwproces hersteld; onder het tunneldak gaan de tunnelwerkzaamheden verder door;
  • Gegraven tunnel - een tunnelgraafmachine, geschikt voor zachte grond, welke het mogelijk maakt om direct onder maaiveld en ook onder grondwaterniveau met prefab-tunnelelementen, een fiets- of verkeerstunnel te vormen.

Indeling naar gebruik[bewerken]

Tunnels zijn doorgaans bedoeld voor een bepaalde doelgroep, al komt gecombineerd gebruik ook voor, maar dan meestal in verschillende tunnelbuizen:

Indeling naar barrière[bewerken]

Indeling naar de barrière die door de tunnel wordt overwonnen:

  • Bergtunnel, een tunnel die door een berg gaat.
  • Tunnel onder een rivier, kanaal of zee (bijvoorbeeld als verbinding naar een eiland), vaak aangelegd als alternatief voor een brug om de hinder voor de scheepvaart te beperken.
  • Tunnel onder een spoorweg.
  • Tunnel onder een weg.
  • Landtunnel, een tunnel aangelegd om de hinder van de infrastructuur voor het omliggende land zo veel mogelijk te beperken.
  • Natuurtunnel, een landtunnel aangelegd om een natuurgebied te sparen.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
Algemeen: Ecotoop · Landschap · Landschapselement · Nederlandse landschappen
Vlakvormig: Abschnittsmotte · Achterkade · Beekdal · Beemd · Begraafplaats · Bolle akker · Bos · Brink · Brinkdorp · Broek · Del · Dorp · Droogmakerij · Duin · Eiland · Eng · Enk · Es · Esdorp · Fort · Geriefbos · Gors · Griend · Haven · Heuvel · Houtkade · Inlaag · Karreveld · Kerkhof · Kolk · Kraag · Kreek · Kreekrug · Kromakker · Kwelder · Landgoed · Legakker · Lintdorp · Luchthaven · Maat · Made · Mede · Marke · Meer · Meerstal · Meetje · Meet · Moeras · Mijnsteenheuvel · Oeverwal · Pestbosje · Petgat · Pingoruïne · Plas · Poel · Polder · Raatakkers · Rak · Redoute · Rivier · Rivierstrand · Rustbosje · Schans · Schol · Schor · Slik · Sluis · Stad · Stelle · Stinswier · Strand · Strandwal · Strang · Stroomrug · Struweel · Stuwmeer · Stuwwal · Terril · Terp · Uiterwaard · Veenkoepel · Veenlens · Veenkolonie · Veenpolder · Veenplas · Veenterp · Ven · Vesting · Viskenij · Visvijver · Vliedberg · Vliegveld · Vloeiveld · Vloeiweide · Waai · Wad · Weel · Weide · Weiland · Wiel · Wierde · Zee
Lijnvormig: Aarden dam · Aquaduct · Autosnelweg · Autoweg · Bandijk · Barrage · Beek · Berceau · Berm · Boezem · Brandsloot · Dam · Diep · Dijk · Doodweg · Dromerdijk · Enkwal · Fietspad · Fietsstrook · Gracht · Grubbe · Haag · Haha · Heg · Holle weg · Houtkant · Houtsingel · Houtwal · Jaagpad · Kaai · Kade · Kanaal · Kerkpad · Krib · Laan · Landscheiding · Landgraaf · Landweer · Lijkweg · Maar · Molengang · Muraltmuur · Opvaart · Ossengang · Pad · Reeweg · Ringdijk · Ringvaart · Rivier · Schipsloot · Schipvaart · Schurveling · Singel · Singelgracht · Slaperdijk · Sloot · Snelweg · Spoorweg · Steenberg · Strandhoofd · Strekdam · Stuwdam · Tiendweg · Trambaan · Trekpad · Trekvaart · Trottoir · Tunnel · Turfvaart · Tuunwal · Uiterdijk · Vaart · Veenkade · Veendijk · Vlechtheg · Voetpad · Wakerdijk · Wal · Wandelpad · Weg · Wetering · Wieke · Wijk · Wierdijk · Wildwal · Zeedijk · Zwetsloot
Puntvormig: Banpaal · Bermmonument · Boe · Boerderij · Boerenkuil · Boô · Borg · Brug · Buitenplaats · Burcht · Coupure · Daliegat · Dobbe · Duiker · Eendenkooi · Galg · Gemaal · Grafheuvel · Grenspaal · Hagelkruis · Havezate · Hoeve · Hollestelle · Hoogholtje · Hunebed · Inlaat · Inundatiesluis · Kasteel · Kerkgebouw · Kwakel · Molen · Mottekasteel · Overlaat · Overweg · Pijp · Pomp · Ringwalburcht · Rolpaal · Schaapvolt · Stuw · Til · Turfput · Veenput · Verlaat · Viaduct · Vijver · Voorde · Waterpomp · Waterput · Watertoren