Boô

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Hekmans Boô in 2006
Wilms Boô rond 1920
Elzings Boô in 1912

Een boô (ook: bo, boo, boe of sennhütte) was een veehut waar een herder met zijn rundvee verbleef. Klik Sound hier (info·uitleg) voor de uitspraak. Al sinds de dertiende eeuw waren er in heel europa uithoven, ook wel grangia's genoemd, bij kloosters en boerderijen. Zij waren om gereedschappen en/of vee te stallen bij ver gelegen landerijen. Vaak kenden zij een kleine (tijdelijke) bezetting. De boo valt in deze categorie en werd ten tijde van de Tachtigjarige Oorlog ook wel als grangia aangeduid. De boô was in de zeventiende eeuw rond Schoonebeek in opkomst omdat de boeren aldaar van gemengde teelt over gingen naar voornamelijk veeteelt.

Inhoud

[bewerken] Indeling

Oorspronkelijk sliep de herder bij het vee in één ruimte. 's Winters ging hij met het vee terug naar de boerderij. Later werd de hut met een tussenmuur onderverdeeld in een gedeelte voor het vee en een woonvertrek met vuurplaats voor de herder. De herder bleef vanaf die tijd ook in de winter op de boô. Naast de boô werd dan tevens een hooischuur gebouwd. Een boô is gemaakt van goedkope materialen. De wanden zijn meestal van stro of gevlochten twijgen die besmeerd zijn met koemest of leem. Het dak is ook van stro.

[bewerken] Boô-heer

De herder, die het vee ver buiten het dorp liet grazen, kon in de boô overnachten. De herder werd boô-heer genoemd en was in de regel ongetrouwd. Hij was in dienst van een zogenaamde broodheer. Vaak ook was de herder de oudste zoon van de boer. Eenmaal in de veertien dagen keerde de boô-heer terug naar de boerderij van zijn broodheer om proviand en schone kleren te halen. De boô-heer mocht de opbrengst van de enige melkkoe in zijn geheel houden en ook de eieren die de kippen in de boô legden, waren voor hem.

[bewerken] Voorkomen

De grensplaatsen Schoonebeek en Nieuw-Schoonebeek in de Nederlandse provincie Drenthe zijn de enige Nederlandse plaatsen waar de boô voor komt. Het dorp Nieuw-Schoonebeek stond daarom aan de Duitse kant van de grens in Ringe lange tijd bekend als boôëndorf. In Ringe en ook langs de Eems stonden echter ook boôën. Van de nu nog bestaande boôën staat er nog een enkele in Duitsland in oorspronkelijke staat op de aanvankelijke plek.

[bewerken] Herkomst van het woord

De naam boô is een cognaat van het Duitse woord 'Bude' dat 'stal' betekent. Het dakje op de tweede 'o' wijst erop dat er een letter is weggevallen. In het Deens betekent 'bo' woning en 'bij' betekent boerderij. Het woord boô behoort tot het Nedersaksisch. Andere (streek)talen kennen ook cognaten van het woord: het Westfries (boed, boet) en Fries (bode, bodde). [1]

[bewerken] Boôën: verdwenen bouwwerken

De laatste originele boô, de Wilmsboô (1640) in Nieuw Schoonebeek, brandde in oktober 2004 af. Er bestonden plannen de boô op de Europese monumentenlijst geplaatst te krijgen. De Wilmsboô was eigendom van de Drentse Oudheidkundige Stichting De Spiker. In maart 2005 is een start gemaakt met de herbouw. De herbouwde Wilmsboô werd op 4 juni 2008 officieel geopend door Prinses Margriet der Nederlanden. Deze replica heeft nu een woonfunctie.
De Hekmansboô is ook een replica, die bovendien niet meer op de oorspronkelijke locatie staat. Deze boô bevindt zich op het terrein van Zuivelboerderij De Katshaar aan de Europaweg (N863).

[bewerken] Literatuur

  • J.N.H. Elerie en G. Smit, 'De bo van Schoonebeek, een raadselachtige exploitatievorm', NDV 98 (1981) 1-11.
  • J. Poortman; Drente, een handboek voor het kennen van het Drentsche leven in voorbije eeuwen; eerste deel; J.A. Boom en zoon Meppel. 1943.
  • Drs. J.N.H. Elerie; Het veengebied tot 1850.

[bewerken] Referenties

  1. Van der Molen, S. J. (onbekend jaartal). De Schoonebeeker booën, hun dienst en hun bouw. Onbekende uitgever.


Persoonlijke instellingen
Naamruimten
Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren
In andere talen