Stolpboerderij

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Stolpboerderij in De Hout (Drechterland).
Stolpboerderij in de Beemster
Model van een dubbele stolpboerderij uit Midden-Beemster in Madurodam
Op deze foto van stolpboerderij 'Bij Goedvinding' in Oud Osdorp (Amsterdam) is de piramidevorm van de kap goed zichtbaar.

Een stolpboerderij is een boerderijtype, dat vooral in Noord-Holland voorkomt. Het is een vierkante boerderij met een piramidevormig dak. Onder dit dak was plaats voor de boerenfamilie, het vee, het hooi, de wagens en andere werktuigen. Dit boerderijtype valt in de hoofdgroep Noordelijke huisgroep, net als de Friese verwant, de stelpboerderij.

Geschiedenis[bewerken]

De bouw van stolpboerderijen is ongeveer vanaf 1600 ontstaan om de regen en wind te trotseren. De middeleeuwse boerderijen waren langwerpig: Vooraan het woongedeelte, daarachter de stal en daarachter de hooiberg. Om het hooi te beschermen tegen regen en wind werd de hooiberg aan de zijkanten dichtgetimmerd. Uitbreidingen van de boerderij werden tegen de hooiberg aan gebouwd, waardoor de hooiberg steeds meer het centrum van de boerderij werd en langzaamaan ontstond de stolpboerderij. Naarmate de boerenbedrijfjes zich ontwikkelden, werden de stolpboerderijen groter en hoger.

De bouw van stolpboerderijen werd met name toegepast in de nieuwe droogmakerijen: de Zijpe- en Hazepolder, Beemster, Purmer en Schermer. Tussen 1840 en 1880 ging het erg goed in de agrarische sector en werd er een groot aantal stolpboerderijen bijgebouwd.

Constructie[bewerken]

Een stolpboerderij bestaat uit een vierkante constructie van houten balken of scheepsmasten waarop het dak rust. Deze ruimte of barg werd gebruikt om hooi op te slaan. De ruimte daaromheen werd gebruikt als woongedeelte, stal, wagenschuur en werktuigenberging. De zijwanden werden in het begin gemaakt van hout, net als de meeste huizen in de Zaanstreek en het Waterland. Er was veel hout voorradig door de houthandel met het Oostzeegebied en hout rot niet in het drassige landschap. Later werden de wanden ook van steen gemaakt. De zijwanden hebben geen dragende functie. Het dak is gemaakt van riet, soms met kunstig uitgesneden patronen. Ook riet was volop voorradig, het weegt niet veel, het heeft een relatief glad oppervlak, waardoor het stormvast is en het is waterdicht, waarbij het wel uitwasemt.

Het woongedeelte ligt aan de zuidkant, met de bedsteden aan de kant van het hooi. Het hooi en het rieten dak werken isolerend. Ook de koeien en paarden geven veel warmte af. In de zomer als de dieren buiten lopen, werd een gedeelte van de stal vaak ingericht als woongedeelte; de zogenaamde zomerstal.

Boven het woongedeelte werd vaak een gedeelte van het rieten dak weggelaten, met rechte of gebogen begrenzingen, dit wordt de spiegel genoemd. Hier was het brandgevaar groter en het riet was niet noodzakelijk voor de uitwaseming van het vee. Het vrijgekomen gedeelte en de nok werd met gitzwart geglazuurde dakpannen bedekt. Dit levert vaak fraaie dakspiegels op. Sommige stolpboerderijen hebben een klok- of trapgevel voor het woongedeelte.

Ongeveer een halve eeuw na de introductie van de stolpboerderij kwam de stelpboerderij als Friese variant op. De oudst bekende stelpboerderijen staan op een in 1659 geschilderde kaart. Dit boerderijtype heeft door het grotere aantal gebintvakken een rechthoekige in plaats van een vierkante ondergrond.

Types[bewerken]

De Barmhartige Samaritaan in Westerblokker is van het West-Friese type met de darsdeuren aan de voorzijde van de boerderij.

Er zijn grofweg twee verschillende types stolpboerderijen te onderscheiden: het Hollandse type en het West-Friese type. Het verschil tussen de twee types zit hem met name in de plaatsing van de darsdeuren, de deuren die naar onder andere de stal leiden. Bij de stolphoeves van het Hollandse type zijn de deuren aan de achterzijde geplaatst omdat de weilanden waar het vee graast zich aan de achterzijde van de boerderij bevinden. Bij de West-Friese stolpen bevinden de deuren zich aan de voorkant, in het geval van een gekeerde boerderij aan de zijkant, omdat het vee via de weg naar de stolp geleid werd.[1]

Heden[bewerken]

Sinds de Tweede Wereldoorlog is het aantal stolpboerderijen in Noord-Holland sterk verminderd. De stolpen zijn te klein of te ouderwets voor een modern agrarisch bedrijf. Daarnaast gaat het houtwerk rotten door de verlaging van het grondwaterpeil, waardoor de fundering van de stolp gaat verzakken. Ook door blikseminslagen gaan veel stolpboerderijen verloren.

Er zijn een paar duizend stolpboerderijen over in Noord-Holland, waarvan er een paar honderd onder monumentenzorg vallen.

In 1988 werd de "Boerderijenstichting Noord-Holland Vrienden van de Stolp" opgericht.

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Schilstra, J.J. + et all (1990, volledig herziene editie) De stolp te kijk. Wormerveer: Stichting Uitgeverij Noord-Holland.